Andrea Pirlo en Roberto Baggio, twee legendes van het Italiaanse voetbal, speelden ooit nog samen bij het bescheiden Brescia. Op 1 april 2001, in de 86e minuut van Juventus-Brescia, maakte Baggio (de winnaar van de Gouden Bal 1993) een van de mooiste goals uit zijn loopbaan na een geniale ingeving van zijn twaalf jaar jongere ploeggenoot. Met het doorzicht en de precisie van een quarterback gaf Pirlo acht spelers van Juventus het nakijken - en niet de minsten: Ferrara, Pessotto, Conte, Tacchinardi, Zambrotta...

"Op heel het veld had niemand die diepe bal zien aankomen, behalve Pirlo en Baggio", vertelt Antonio Filippini, hun ploegmaat bij Brescia. "Het is het soort actie waarbij je je een toeschouwer voelt en het verschil merkt tussen een gewone speler als ik en grote kampioenen als zij."

Op tv zit je stomverbaasd naar zo'n pass van Pirlo te kijken, omdat je de bal wel ziet vertrekken maar de bestemming nog buiten het beeld valt. Zij die erbij zijn - spelers, coaches, toeschouwers - vragen zich af: heeft hij werkelijk gezien wat anderen nog niet eens konden vermoeden?

Edy Reja, trainer van Brescia in het seizoen 1996/97 stelt het zo: "Het meest indrukwekkend waren die momenten waarop Andrea Pirlo naar zijn schoenen liep te kijken, het hoofd omlaag, en dan - plots - een ploegmaat vond die zelfs ik aan de rand van het veld met al mijn ervaring als speler en trainer nog niet had opgemerkt."

Mircea Lucescu, die Pirlo liet debuteren bij Brescia in 1995, plaatst het orgelpunt: "Zulke dingen zie je direct. Vanaf mijn eerste training met hem, toen hij amper vijftien was, vertelde ik aan ieder die het wou horen dat ik de beste speler in Europa van zijn generatie in mijn ploeg had." (MS)

Andrea Pirlo en Roberto Baggio, twee legendes van het Italiaanse voetbal, speelden ooit nog samen bij het bescheiden Brescia. Op 1 april 2001, in de 86e minuut van Juventus-Brescia, maakte Baggio (de winnaar van de Gouden Bal 1993) een van de mooiste goals uit zijn loopbaan na een geniale ingeving van zijn twaalf jaar jongere ploeggenoot. Met het doorzicht en de precisie van een quarterback gaf Pirlo acht spelers van Juventus het nakijken - en niet de minsten: Ferrara, Pessotto, Conte, Tacchinardi, Zambrotta... "Op heel het veld had niemand die diepe bal zien aankomen, behalve Pirlo en Baggio", vertelt Antonio Filippini, hun ploegmaat bij Brescia. "Het is het soort actie waarbij je je een toeschouwer voelt en het verschil merkt tussen een gewone speler als ik en grote kampioenen als zij." Op tv zit je stomverbaasd naar zo'n pass van Pirlo te kijken, omdat je de bal wel ziet vertrekken maar de bestemming nog buiten het beeld valt. Zij die erbij zijn - spelers, coaches, toeschouwers - vragen zich af: heeft hij werkelijk gezien wat anderen nog niet eens konden vermoeden? Edy Reja, trainer van Brescia in het seizoen 1996/97 stelt het zo: "Het meest indrukwekkend waren die momenten waarop Andrea Pirlo naar zijn schoenen liep te kijken, het hoofd omlaag, en dan - plots - een ploegmaat vond die zelfs ik aan de rand van het veld met al mijn ervaring als speler en trainer nog niet had opgemerkt." Mircea Lucescu, die Pirlo liet debuteren bij Brescia in 1995, plaatst het orgelpunt: "Zulke dingen zie je direct. Vanaf mijn eerste training met hem, toen hij amper vijftien was, vertelde ik aan ieder die het wou horen dat ik de beste speler in Europa van zijn generatie in mijn ploeg had." (MS)