De vraag die Jurgen Van den Broeck zich na de voorbije Tour kan/moet stellen: blijft hij voor de rest van zijn carrière mikken op het voor hem heel moeilijk bereikbare Tourpodium of stelt hij zich op korte/halflange termijn andere doelen?

Met zijn vierde plaats noteerde de Lotto-Belisolkopman het beste Belgische eindklassement in de Tour sinds Lucien Van Impe in 1983 (ook vierde). Weliswaar hetzelfde officiële resultaat als in 2010, maar toen schoof hij een plaatsje op na het schrappen van de op clenbuterol betrapte Alberto Contador.

De renner zelf en alle analytici zijn het erover eens: VdB's vierde stek, op bijna vier minuten van de derde, Vincenzo Nibali, was in deze Tour, gelardeerd met vele tijdritkilometers, het hoogst haalbare.

Het frustrerende voor de Morkhovenaar is dat de flinke progressie die hij sinds 2010 maakte niet resulteerde in de podiumplaats waar hij zo van droomt, zeker in de wetenschap dat Alberto Contador en Andy Schleck voor hun tv zaten.

Fysiek was Van den Broeck ongetwijfeld sterker: in de bergetappes kon hij af en toe aanvallen in plaats van louter aan te klampen en had hij slechts één dip(je), op de Peyresourde. Een gevolg van zijn klassieke slechte benen na de rustdag, en volgens zijn trainer Marc Lamberts (allicht) ook te wijten aan het grote vochtverlies in de bloedhete Pyreneeën - een probleem waar VdB meer mee worstelt dan de gemiddelde toprenner.

Tactisch pakte hij het ook slimmer aan - beter uit de wind koersen, geen onbesuisde, maar weldoordachte aanvallen - en mentaal bleek de Kempenaar een pak evenwichtiger dan in 2010: bewonderenswaardig hoe vlug hij zich over negatieve situaties als de kettingproblemen op de mooiemeisjescol en zijn eerste slechte tijdrit zette.

Het resultaat van lange praatsessies met Rudy Heylen, de sportpsycholoog die onder meer ook Niels Albert en de spelers van Club Brugge begeleidt.

Ook VdB's omgang met de pers was een pak meer relaxed. "Ik zie geen spoken meer", aldus de Antwerpenaar, die bovendien zonder aarzelen voor zijn podium/topvijfambitie durfde uit te komen, terwijl de Belgische journalisten twee jaar geleden de woorden top tien uit zijn mond moesten sleuren.

Kleine kans op podium

Hoe hoog je zijn vierde plaats in 's werelds lastige wielerwedstrijd moet inschatten en hoezeer je Van den Broeck moet prijzen en bewonderen om zijn bijna ongeëvenaarde stielliefde en professionalisme, toch moet je concluderen dat de kans dat hij ooit het Tourpodium haalt, klein is.

Ondanks het vele werk en de progressie die hij ook op dat vlak gemaakt heeft, is VdB's tijdrit te beperkt. Onder meer qua aerodynamische positie blijft hij, wegens zijn opvallend brede schouders, gehandicapt ten opzichte van andere 'smallere' tijdritkanonnen.

Wellicht kan de Morkhovenaar door de trainingsuren op te drijven nog meer tijdwinst boeken, maar het verlies op betere hardrijders als Bradley Wiggins (in deze Tour 7'52'' (!) op 101 kilometer), Chris Froome (5'52''), Vincenzo Nibali (1'56'') en Tejay Van Garderen (4'09'') zal zelfs dan nog te groot zijn om goed te maken in de cols, ook al worden de chronokilometers weer gehalveerd tot 50.

Niet vergeten dat Van den Broeck in de voorbije Tour op Froome en ook op een zogenaamde mindere klimmer als Wiggins bergop geen enkele seconde kon terugnemen. Behalve in de rit naar Porrentruy, maar toen kreeg hij - gezien het eerdere tijdsverlies op La Planche des Belles Filles - wat speelruimte van de Skytrein.

In de wetenschap dat VdB op zijn 29e zo goed als zijn fysiek plafond bereikt heeft, hij niet nóg meer voor zijn vak kan leven, én in 2013 Contador, Andy Schleck, of zelfs Robert Gesink, (wellicht) op topniveau terugkeren, dan wordt een vierde of vijfde stek meer dan waarschijnlijk ook dan weer een schitterend, maar het hoogst bereikbare eindresultaat.

Zijn trainer heeft het immers al verschillende keren beklemtoond: Van den Broeck is een héél goede renner, maar géén toptalent als Contador of Schleck en heeft zijn status vooral te danken aan zijn ongelofelijke trainingsarbeid. Helaas volstaat dat niet alleen voor een Tourpodium.

Mikken op Giro?

Vraag is of de Lottorenner dat jaar na jaar moet blijven nastreven. En of hij niet eens moet focussen op de Giro en/of Vuelta, waar hij gezien het mindere niveau wél podium-, en zelfs zegekansen heeft - met zijn Tourconditie was de Kempenaar in de voorbije Ronde van Italië héél ver gekomen.

In de topsport draait het immers nog altijd om winnen en van de smaak van de overwinning heeft VdB in zijn carrière nog slechts één keer kunnen proeven (rit Dauphiné vorig jaar). Kan hij daarmee leven? Of blijft hij die potentiële zegeroes opofferen voor een (kleine) kans op een Tourpodium?

Aan hem om die keuze te maken en te bepalen wat hem het meeste voldoening schenkt. Gezien zijn grote passie voor La Grande Boucle, die voor Lotto-Belisol publicitair ook véél interessanter is, zal hij allicht niet vlug voor Giro of Vuelta kiezen. De vraag is ook of Van den Broeck diezelfde monnikspij kan aantrekken om in Italië of Spanje te kunnen schitteren.

Maar als ook volgend jaar - in een Tour die nu al als 'heel zwaar' aangekondigd wordt - een vierde of vijfde stek het plafond blijkt te zijn, dan is een Girozege misschien wel iets om in 2014 (of later) te ambiëren. Ook al blijven de Belgische wielerfans in juli dan op hun honger zitten. Tenzij Thomas De Gendt na zijn derde plaats in de Italië blijft progressie maken. Al is de Giro nog altijd de Tour niet, dat is de voorbije drie weken nog maar eens bewezen.

Jonas Creteur