Daar sta je dan, mooi in de houding voor de aftrap, terwijl de Champions Leaguehymne waar je als kind zo door gefascineerd raakte, door de luidsprekers schalt. Die CL, dat is toch waar je als kind van droomde, gaf Sander Berge aan op de vraag waarom hij nog altijd in Genk was, een week voor het einde van de mercato. Die droom geef je niet op voor een transfer naar een modale Engelse eersteklasser. Ook niet voor een Russische of een Franse club, zoals Ally Samatta voor zichzelf besliste.

Daar sta je dan, aan de aftrap van de competitie waar je zo naar uitgekeken hebt. Als jonge buitenlander die met een Belgische club waar je een paar jaar tevoren nooit van gehoord had op dit niveau zijn visitekaartje wil afgeven, wetende dat de beelden van deze wedstrijd vannacht nog de wereld zullen rondgaan. Of als Belg, die weet dat dit de kers op de taart moet zijn van je carrière, je afspraak met de absolute top, dé mogelijkheid bij uitstek om te zien wat je waard bent. Die weet dat jouw prestatie straks getoond wordt in het rijtje Liverpool, Inter, Barcelona, noem maar op.

Daar sta je dan, eindelijk tussen de grote jongens, en dan merk je al snel dat je zelf veel te klein, of alleszins te naïef en te onervaren bent voor dit niveau. Tenminste: dat moet je toch beseffen, als je bij de rust met een 5-1-achterstand naar de kleedkamer stapt, wetende dat je nog niet eens aan de slag bent tegen Messi en co, maar tegen één van de meest haalbare tegenstanders, één die normaal ongeveer van jouw niveau zou moeten zijn.

Dan kom je weer de kleedkamer uit, meer dan gewaarschuwd, wetende dat het niet nog erger mag worden, en dan is het tien seconden later wéér bijna raak, op een onthutsende manier.

Dan weet je dat 's nachts en 's anderdaags de beelden van je pak slaag de wereld zullen rondgaan, dat de buitenlandse kranten het zullen hebben over een arm Genk, een ontzettend zwakke Belgische kampioen, en niet over de fantastische talenten Samatta, Berge of Maehle,om maar degenen te noemen van wie verwacht werd dat ze morgen of overmorgen voor een topclub in een topcompetitie zullen mogen aantreden.

Daar sta je dan als trainer, net als na de nederlaag op Charleroi, met een bijna wanhopige blik op het gelaat, een blik die uitstraalt: wat overkomt me hier? Terwijl je toch best wat talent ter beschikking hebt, nadat je club meer dan 20 miljoen heeft geïnvesteerd tijdens de mercato, naar Belgische begrippen een ongekende luxe.

Alleen zie je, wanneer de schijnwerpers van het kampioenenfeest aanfloepen, dat iedereen ineens ver onder zijn niveau blijft. Correctie: niet ineens. Ook in de aanloop naar de CL-wedstrijd was het in de competitie nog gewoon niet goed.

De spelers van KRC Genk kunnen het nauwelijks geloven., Belga Image
De spelers van KRC Genk kunnen het nauwelijks geloven. © Belga Image

Je stelt vast dat de wapens waarmee Genk vorig jaar uitpakte, flitsende combinaties via het middenveld, snelle uitbraken langs de flanken, plotse ritmeveranderingen, weggevallen zijn. Die ritmeveranderingen die Genk vorig jaar had, bracht Salzburg gisteren, tegen een Belgische kampioen die stuntelig verdedigde en waar het middenveld, ondanks de ervaring van Hrosovsky, het immense talent van Berge en het verder ontluiken van Heynen één grote bouwwerf is, zonder automatismen, zonder leiderschap.

Wat gaat er in je hoofd als speler of trainer van Genk om, wanneer je na zo'n 6-2 blamage (het had nog erger kunnen zijn) aangeslagen van het veld stapt, in een vol stadion dat uit volle borst zingt 'Oh, was ist das schön...'? Hoe verdring je die beelden, wetende dat je vier dagen later aan de bak moet tegen KV Oostende? Kan je je daar na zo'n dreun nog voor opladen, wetende dat het gemor rondom begint aan te zwellen? Het gemor, dat uitbleef omdat iedereen de mindere prestaties in de competitie verdoezelde met verzachtende omstandigheden (een laat samengestelde kern, een nieuwe trainer), en omdat iedereen mentaal al bij die CL zat.

Je weet dat je als trainer een absoluut vertrouwen geniet, dat iedereen je na een paar weken als mens al in de armen heeft gesloten.

Maar Genk is Charleroi niet, waar na moeilijke jaren alleen wat goed was onthouden werd. Genk is de kampioen, waar niet de gevreesde uittocht heeft plaatsgevonden, die flink geïnvesteerd heeft in talenten die voor deze club hebben gekozen terwijl ze ook andere mogelijkheden hadden, en waar ook daarom veel van verwacht wordt.

Van dit Genk wordt nog niet verwacht dat het al flitst zoals een jaar geleden, maar wel dat het steviger zijn voet zet, op een hoger niveau voetbalt dan het tot dusver deed, en een hecht blok vormt, in plaats van kaas met gaten.

Mazzu, bevestigde technisch directeur Dimitri de Condé de afgelopen weken herhaaldelijk, moet alle vertrouwen en steun krijgen binnen alle geledingen van de groep.

Maar zoals nu kan het niet doorgaan. Voor de match op Salzburg was de druk van buitenaf in de pers al groter geworden. Het mocht dringend wel wat meer zijn. Dat het dat niet is geworden, zal die druk alleen maar doen toenemen.

Want Salzburg, dat was het andere kneusje van de groep. Je durft er niet aan te denken wat het straks wordt tegen Napoli en Liverpool, kleppers van een nog ander niveau.

Zaterdag heeft Genk geen keus. Het moet tegen KV Oostende tonen dat het wakker is geschud en dat het uit zijn fouten en jeugdzondes heeft geleerd. Zaterdag moet Mazzu bijsturen en de ploeg naar zijn hand zetten. Een plan uitwerken waar zijn spelers vol voor gaan omdat ze erin geloven, en dat ook tonen, in plaats van stuk voor stuk ver onder hun niveau te blijven.

In een seizoen heeft elke ploeg een kantelmoment. Een dat de rest van de competitie bepaalt. Voor Genk is dat moment, na de mindere prestaties en resultaten in de competitie en de blamage van gisteren, nu al aangebroken. Anders wordt niet alleen de CL maar het ganse seizoen één lange nachtmerrie.

Daar sta je dan, mooi in de houding voor de aftrap, terwijl de Champions Leaguehymne waar je als kind zo door gefascineerd raakte, door de luidsprekers schalt. Die CL, dat is toch waar je als kind van droomde, gaf Sander Berge aan op de vraag waarom hij nog altijd in Genk was, een week voor het einde van de mercato. Die droom geef je niet op voor een transfer naar een modale Engelse eersteklasser. Ook niet voor een Russische of een Franse club, zoals Ally Samatta voor zichzelf besliste.Daar sta je dan, aan de aftrap van de competitie waar je zo naar uitgekeken hebt. Als jonge buitenlander die met een Belgische club waar je een paar jaar tevoren nooit van gehoord had op dit niveau zijn visitekaartje wil afgeven, wetende dat de beelden van deze wedstrijd vannacht nog de wereld zullen rondgaan. Of als Belg, die weet dat dit de kers op de taart moet zijn van je carrière, je afspraak met de absolute top, dé mogelijkheid bij uitstek om te zien wat je waard bent. Die weet dat jouw prestatie straks getoond wordt in het rijtje Liverpool, Inter, Barcelona, noem maar op.Daar sta je dan, eindelijk tussen de grote jongens, en dan merk je al snel dat je zelf veel te klein, of alleszins te naïef en te onervaren bent voor dit niveau. Tenminste: dat moet je toch beseffen, als je bij de rust met een 5-1-achterstand naar de kleedkamer stapt, wetende dat je nog niet eens aan de slag bent tegen Messi en co, maar tegen één van de meest haalbare tegenstanders, één die normaal ongeveer van jouw niveau zou moeten zijn.Dan kom je weer de kleedkamer uit, meer dan gewaarschuwd, wetende dat het niet nog erger mag worden, en dan is het tien seconden later wéér bijna raak, op een onthutsende manier.Dan weet je dat 's nachts en 's anderdaags de beelden van je pak slaag de wereld zullen rondgaan, dat de buitenlandse kranten het zullen hebben over een arm Genk, een ontzettend zwakke Belgische kampioen, en niet over de fantastische talenten Samatta, Berge of Maehle,om maar degenen te noemen van wie verwacht werd dat ze morgen of overmorgen voor een topclub in een topcompetitie zullen mogen aantreden.Daar sta je dan als trainer, net als na de nederlaag op Charleroi, met een bijna wanhopige blik op het gelaat, een blik die uitstraalt: wat overkomt me hier? Terwijl je toch best wat talent ter beschikking hebt, nadat je club meer dan 20 miljoen heeft geïnvesteerd tijdens de mercato, naar Belgische begrippen een ongekende luxe.Alleen zie je, wanneer de schijnwerpers van het kampioenenfeest aanfloepen, dat iedereen ineens ver onder zijn niveau blijft. Correctie: niet ineens. Ook in de aanloop naar de CL-wedstrijd was het in de competitie nog gewoon niet goed.Je stelt vast dat de wapens waarmee Genk vorig jaar uitpakte, flitsende combinaties via het middenveld, snelle uitbraken langs de flanken, plotse ritmeveranderingen, weggevallen zijn. Die ritmeveranderingen die Genk vorig jaar had, bracht Salzburg gisteren, tegen een Belgische kampioen die stuntelig verdedigde en waar het middenveld, ondanks de ervaring van Hrosovsky, het immense talent van Berge en het verder ontluiken van Heynen één grote bouwwerf is, zonder automatismen, zonder leiderschap.Wat gaat er in je hoofd als speler of trainer van Genk om, wanneer je na zo'n 6-2 blamage (het had nog erger kunnen zijn) aangeslagen van het veld stapt, in een vol stadion dat uit volle borst zingt 'Oh, was ist das schön...'? Hoe verdring je die beelden, wetende dat je vier dagen later aan de bak moet tegen KV Oostende? Kan je je daar na zo'n dreun nog voor opladen, wetende dat het gemor rondom begint aan te zwellen? Het gemor, dat uitbleef omdat iedereen de mindere prestaties in de competitie verdoezelde met verzachtende omstandigheden (een laat samengestelde kern, een nieuwe trainer), en omdat iedereen mentaal al bij die CL zat.Je weet dat je als trainer een absoluut vertrouwen geniet, dat iedereen je na een paar weken als mens al in de armen heeft gesloten.Maar Genk is Charleroi niet, waar na moeilijke jaren alleen wat goed was onthouden werd. Genk is de kampioen, waar niet de gevreesde uittocht heeft plaatsgevonden, die flink geïnvesteerd heeft in talenten die voor deze club hebben gekozen terwijl ze ook andere mogelijkheden hadden, en waar ook daarom veel van verwacht wordt.Van dit Genk wordt nog niet verwacht dat het al flitst zoals een jaar geleden, maar wel dat het steviger zijn voet zet, op een hoger niveau voetbalt dan het tot dusver deed, en een hecht blok vormt, in plaats van kaas met gaten.Mazzu, bevestigde technisch directeur Dimitri de Condé de afgelopen weken herhaaldelijk, moet alle vertrouwen en steun krijgen binnen alle geledingen van de groep. Maar zoals nu kan het niet doorgaan. Voor de match op Salzburg was de druk van buitenaf in de pers al groter geworden. Het mocht dringend wel wat meer zijn. Dat het dat niet is geworden, zal die druk alleen maar doen toenemen.Want Salzburg, dat was het andere kneusje van de groep. Je durft er niet aan te denken wat het straks wordt tegen Napoli en Liverpool, kleppers van een nog ander niveau.Zaterdag heeft Genk geen keus. Het moet tegen KV Oostende tonen dat het wakker is geschud en dat het uit zijn fouten en jeugdzondes heeft geleerd. Zaterdag moet Mazzu bijsturen en de ploeg naar zijn hand zetten. Een plan uitwerken waar zijn spelers vol voor gaan omdat ze erin geloven, en dat ook tonen, in plaats van stuk voor stuk ver onder hun niveau te blijven.In een seizoen heeft elke ploeg een kantelmoment. Een dat de rest van de competitie bepaalt. Voor Genk is dat moment, na de mindere prestaties en resultaten in de competitie en de blamage van gisteren, nu al aangebroken. Anders wordt niet alleen de CL maar het ganse seizoen één lange nachtmerrie.