Het viel niet weinig op hoe op de eerste speeldag van het nieuwe kampioenschap een flink aantal spelers noodgedwongen aan de kant diende te blijven.
...

Het viel niet weinig op hoe op de eerste speeldag van het nieuwe kampioenschap een flink aantal spelers noodgedwongen aan de kant diende te blijven. Dat zij nog niet speelgerechtigd waren, is het gevolg van een reglementswijziging die op 30 juni 2001 op de algemene vergadering van de KBVB werd goedgekeurd. De beslissing houdt in dat de clubs uit eerste en tweede klasse voortaan voor de wedstrijd spelerslicenties moeten kunnen voorleggen aan de scheidsrechters in plaats van identiteitskaarten. Voor een club een licentie krijgt voor een speler, wordt nagegaan of hij effectief bij die club is aangesloten. Voor buitenlanders van buiten de Europese Unie is voortaan een kopie van een geldige arbeidskaart nodig. Dat werd beslist na overleg met de drie ministers van Werkgelegenheid - van Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Gewest. Vroeger volstond een mededeling van de betrokken club aan de bond, dat ze zo'n speler het minimumloon betaalde. Een kopie van een geldige verblijfsvergunning is voor een nieuwe buitenlander (vooralsnog) niet nodig. De nieuwe reglementering trad in voege op 14 juli 2001. Dat een aantal spelers niet tijdig aan hun licentie geraakten, komt door de typisch Belgische reactie om tot het laatste moment te wachten alvorens zich in regel te stellen. Voor nieuwe aansluitingen geldt nog altijd dat een speler pas inzetbaar is acht dagen na het aangetekend overmaken van de vrijgavepapieren door zijn vorige club. Dat betekent dat spelers van wie de aansluiting bij de bond in orde was, maar die om praktische redenen nog niet in het bezit waren gesteld van hun pasje, tóch hadden mogen worden opgesteld. Hun club was dat dan op een simpele boete van 10 euro (403 frank) komen te staan. In dat geval verkeerde STVV-speler Kalisa, door zijn club veiligheidshalve aan de kant gehouden. Voor keeper Gert Davidts vergat Lommel een kopie van zijn nieuwe, in maart ondertekende contract naar de bond te sturen. Daardoor was de speler in principe vrij, want niet meer aangesloten. Na de afgelopen overgangsperiode van vijf jaar na het arrest-Bosman is dàt immers de nieuwe situatie sinds juli 2001 : een eindecontractspeler wordt als niet-aangesloten en dus vrij beschouwd. Omdat er geen acht dagen lagen tussen de competitie-opening en het moment dat Lommel de nieuwe aansluiting van Davidts bekendmaakte, mocht het hem niet opstellen, op straffe van een forfaitnederlaag. Bij Beveren was de situatie anders. Dat kreeg zijn licentie om nog in competitie te mogen uitkomen pas onder de voorwaarde dat het geen betaalde transfers deed. Voor elke aanwerving die Beveren deed, diende de club van herkomst schriftelijk bij de bond te bevestigen dat niet betaald was voor de transfer. Pas op 10 augustus vergaderde het Uitvoerend Comité hierover, zodat pas daarna de pasjes konden worden aangemaakt. Mits het betalen van een boete hadden de betrokken spelers dus wél opgesteld mogen worden. Danilevicius kwam pas naar België nà de nieuwe reglementering én zonder arbeidsvergunning. Dat kwam omdat hij opteerde voor de Litouwse (niet-EU-)nationaliteit, nu er in Engeland nog een onderzoek loopt naar zijn Grieks (EU-)paspoort. Vorig weekend waren 95 procent van de gevallen van de eerste speeldag opgelost. Behalve van de spelers (zoals Cherji van Aalst en Demkine van Beveren) voor wie hun vorige club nog niet de vrijgave had verleend. door Geert Foutré