De (mogelijke) Belgische medailles

In PyeongChang - met hoofdletter C, voor deze Spelen gewijzigd om verwarring met de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang te vermijden - zullen 21 Belgische atleten actief zijn, de grootste delegatie sinds 1936. Volgens Sportstatistiekenbureau Gracenote zullen zelfs twéé van hen een medaille behalen, de eerste olympische wintersportplakken sinds Bart Veldkamp in 1998. Snowboarder Seppe Smits (26), de drager van de Belgische vlag op de openingsceremonie, zou zelfs goud pakken. Hij werd in 2017 immers wereldkampioen in de slopestylediscipline, al was dat WK wel niet zo sterk bezet. Bovendien zal Smits nu door de pijn van een aanslepende knieblessure moeten bijten. Af te wachten hoeveel hem dat hindert in een sport waar de top heel dicht bij elkaar zit. En waar vaak diegene wint die zich het best aanpast aan het nieuwe parcours en het weer.
...

In PyeongChang - met hoofdletter C, voor deze Spelen gewijzigd om verwarring met de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang te vermijden - zullen 21 Belgische atleten actief zijn, de grootste delegatie sinds 1936. Volgens Sportstatistiekenbureau Gracenote zullen zelfs twéé van hen een medaille behalen, de eerste olympische wintersportplakken sinds Bart Veldkamp in 1998. Snowboarder Seppe Smits (26), de drager van de Belgische vlag op de openingsceremonie, zou zelfs goud pakken. Hij werd in 2017 immers wereldkampioen in de slopestylediscipline, al was dat WK wel niet zo sterk bezet. Bovendien zal Smits nu door de pijn van een aanslepende knieblessure moeten bijten. Af te wachten hoeveel hem dat hindert in een sport waar de top heel dicht bij elkaar zit. En waar vaak diegene wint die zich het best aanpast aan het nieuwe parcours en het weer. Samen met mogelijk ook Sebbe De Buck (22, vierde op het WK) doet Smits, als hij zich kan plaatsen voor de finale, een gooi naar een medaille, in de nacht van zaterdag op zondag (vanaf 2 uur - er is een tijdsverschil van 8 uur). Lukt dat niet, dan krijgen hij en De Buck mogelijk een herkansing in de Big Air-finale op zaterdagnacht 24 februari. Een andere medaille (brons) zou volgens Gracenote naar snelschaatser Bart Swings gaan. Op de massastart, de nieuwe olympische discipline waarin hij zijn ervaring als skeeleraar kan uitspelen en waarin hij dit seizoen als derde eindigde op de WB van Salt Lake City. De massastart vindt plaats op de laatste zaterdag (24 februari, vanaf 12 uur), dan heeft Swings al de 1500 m (dinsdag 13 februari, vanaf 12 uur) en de 5000 m (zondag 11 februari, vanaf 8 uur) achter de rug. Top drie, op basis van zijn jongste prestaties, wordt op die nummers moeilijker, want verder dan een zevende stek (in januari in Erfurt) is de Herentenaar dit seizoen nog niet geraakt. Swings, die op 12 februari zijn 27e verjaardag viert, focust echter honderd procent op PyeongChang - al sinds hij begon te schaatsen zijn ultieme doel. Kan hij de vierde en vijfde plaats van Sotsji (op toen de 5 en 10 km) verbeteren? Hij en Smits lijken de enige Belgische kanshebbers op een medaille. De twee bobsleeteams mogen na een zeer wisselvallig seizoen allicht al blij zijn met top acht. Skeletoni Kim Meylemans (21) kan iets hoger mikken, na haar vijfde stek op het WK van 2017, al raakte ze sindsdien nooit dichter op een grote wedstrijd. Voor Jorik Hendrickx (25, vorig jaar vierde op het EK) en zus Loena (18, vijfde op het jongste EK) zou top tien in het kunstschaatsen al mooi zijn, hetzelfde geldt voor biatleet Michael Rösch (34, zie interview). Voor de derde keer op rij drie gouden plakken mee naar Noorwegen nemen. En haar totaal aantal van tien olympische medailles opschroeven tot dertien. Om zo het recordaantal te evenaren van haar landgenoot Ole Einar Bjørndalen, de olympiër (m/v) met de meeste medailles op de Winterspelen. Dat is het doel van Marit Bjørgen, de succesvolste langlaufster ooit. 37 jaar is ze al, maar nog altijd top, en favoriet voor de 15 km skiathlon (combinatie van vrije/klassieke stijl) en de 30 km klassieke stijl. Een derde (gouden?) medaille lijkt al verzekerd, met de Noorse ploeg op de 4x5 km aflossing. Bjørgen gaat al mee van in 2002, toen ze haar eerste WB-zege behaalde en op de Spelen van Salt Lake City zilver pakte met het Noorse aflossingsteam. Daar deed ze sindsdien 111 WB-zeges, 4 WB-allroundtitels, 18 wereldtitels en 9 olympische medailles bovenop. In december 2015 werd de Noorse voor het eerst moeder, maar in november 2016 keerde ze terug. Om vier maanden later vier keer goud op het WK te veroveren - alsof ze nooit was weggeweest. Na een recordaantal van elf medailles in Sotsji wil Noorwegen ook nu weer de leidende langlaufnatie worden. Met bij de mannen onder meer de nieuwe jonge ster Johannes Klaebo (21), topfavoriet voor de sprint, en de gevestigde waarde Martin Johnsrud Sundby (33), in 2016 nog twee maanden geschorst voor een verhoogde Salbutamolwaarde (zoals bij Chris Froome). Sundby moet wel afrekenen met de Zwitser Dario Cologna (31), in Sotsji al de beste op de 15 km klassieke stijl en de 30 km skiathlon. Kroont Mikaela Shiffrin (22) zich tot dé koningin van deze Spelen? Ze heeft alvast de looks en de nationaliteit (Amerikaanse) mee, - dan word je sowieso gehypet -, maar ze is vooral een skifenomeen: in 2013 op haar zeventiende en in 2014 de jongste wereld- en olympisch kampioene ooit op de slalom. En intussen, op haar pas 22e, goed voor al 41 WB-zeges, met ook nog slalomgoud op het WK van 2015 én 2017. Haar doel in PyeongChang: als eerste skiër (m/v) tweemaal op rij de olympische slalomtitel veroveren. En ook Toni Sailer (1956), Jean-Claude Killy (1968) en Janica Kostelic (2002) evenaren met drie gouden plakken op één Winterspelen. Shiffrin, geboren uit een koppel van competitieskiërs, gaat immers ook voor winst op de reuzenslalom en in de combiné (super-G + slalom). Al wordt dat minder vanzelfsprekend dan op de slalom, waarin ze de laatste drie jaar liefst 22 van de 28 WB-manches won. Op de giant slalom moet de Amerikaanse blondine nog altijd haar eerste mondiale titel behalen. En ondanks twee WB-zeges moest ze dit seizoen al meermaals het onderspit delven tegen de Duitse Viktoria Rebensburg (28) en de Franse wereldkampioene Tessa Worley (28). Bovendien trekt Shiffrin niet met een supergevoel naar Zuid-Korea. Na vijf zeges op een rij begin 2018, en elf overwinningen in totaal dit seizoen (waaronder zelfs één in de afdaling), werd ze in de laatste vijf WB-races tweemaal zevende (reuzenslalom en afdaling) en viel ze zelfs drie keer uit, ook in haar laatste slalom. Op de afdaling zullen alle spotlights gericht zijn op Lindsey Vonn. De succesvolste skiester van het jongste vijftien jaar, met 81 WB-zeges, waarvan elk seizoen een (wat geen enkele skiër m/v haar ooit heeft voorgedaan). Nog vijf tekort voor het alltimerecord (m/v) van Ingemark Stenmark, en Vonn gaf al aan dat ze niet zal stoppen voor ze dat record beet heeft - als haar geteisterde lichaam standhoudt tenminste. Maar eerst PyeongChang, waar de Speed Queen haar titel op de afdaling van Vancouver 2010 wil vernieuwen, nadat ze door een knieblessure moest passen voor Sotsji. Op haar 33e zou Vonn nu de oudste vrouw ooit worden die een olympische skimedaille behaalt. Het moet haar palmares wat meer pigment geven, want éénmaal olympisch goud (met ook twee wereldtitels in 2009) zou toch (te) mager zijn. Al moest de Amerikaanse na zware valpartijen wel verschillende keren maandenlang revalideren. Ook dit seizoen beleefde ze al ups en downs: winst in de super-G in Val-d'Isère en, net voor de Spelen, drie zeges op een rij in de afdalingen van Cortina d'Ampezzo en Garmisch-Partenkirchen (2), maar ook weer twee crashes. Voor Vonn telt nu echter alleen olympisch goud, in de super-G, afdaling en/of de super combiné. Alle records, qua tijden en titels, heeft Sven Kramer (31) meermaals aan flarden geschaatst. Slechts één medaille ontbreekt nog: olympisch goud op de 10 km. Vooral Vancouver 2010 hangt nog altijd als een schaduw boven zijn palmares. De Nederlander klokte toen de snelste tijd, maar werd gediskwalificeerd omdat hij zich op aangeven van coach Gerard Kemkers vergiste bij een baanwissel. Vier jaar later botste Kramer in Sotsji op landgenoot Jorrit Bergsma. Dat 10 km-hiaat op zijn erelijst is de reden waarom de Fries nog altijd gloeiend ambitieus is. Al blijft hij nog zeker tot en met 2020 verder schaatsen, en sluit hij zelfs de Spelen van 2022 in Peking niet uit. Toch moet het nu in PyeongChang gebeuren. Opnieuw met Bergsma (31) als concurrent, maar die eindigde op het olympisch kwalificatietoernooi op ruim vier seconden van Kramer. Dé te kloppen man wordt Ted-Jan Bloemen (31), een Nederlander die sinds 2014 voor Canada schaatst en Kramers wereldrecords op de 10 én 5 km afpakte. Respectievelijk in 2015 en begin december 2017, waar hij het onhaalbaar geachte record van Big Sven (daterend van 2007) uit de boeken reed. Veel ophef ontstond er in Nederland toen TJ Flowers erna de plaquette met Kramers oud wereldrecord respectloos kapotsloeg, al verontschuldigde de Canadees zich erna wel. 'Hiermee verliest hij zijn olympische titel', zei schaatsanalist Erben Wennemars niettemin, verwijzend naar de revanchegevoelens die het bij Kramer zou opwekken. Sowieso wordt het een fysieke en psychologische oorlog. Op de 10 km, maar ook op de 5 km (zondag 11 februari), het nummer waarop Kramer wel al tweemaal olympisch goud won. Daar komt nu een derde, gevaarlijke hond op de baan: Bob de Vries, een 33-jarige Friese veehouder/ex-marathonschaatser die op het olympisch kwalificatietoernooi Kramer nipt versloeg - diens eerste nederlaag op de 5 km sinds oktober 2015. Verrast De Vries in Zuid-Korea opnieuw? Of schaatst Kramer zich definitief de legende in? Op de Spelen is de wil van het Amerikaanse NBC wet, en dus worden de korte (op 16 februari) en vrije kür in het kunstschaatsen niet 's avonds, Zuid-Koreaanse tijd, afgewerkt, maar in prime time in de VS, op vrijdagavond. Traditioneel immers een van de meest bekeken uitzendingen. En dat zal nu niet anders zijn, met de pas achttienjarige Amerikaanse wonderboy Nathan Chen. Die verbaasde begin 2017 door tijdens het nationaal kampioenschap vijf keer vlekkeloos een viervoudige sprong uit te voeren - nooit gezien in het kunstschaatsen. Nadien eindigde hij pas als zesde op het WK, maar toen Chen op het jongste Amerikaans kampioenschap zijn vijfvoudig kunststukje herhaalde, werd de hype in de VS weer aangewakkerd. Al komt er ook kritiek op die evolutie, waarbij in de puntenquotering zulke viervoudige sprongen doorslaggevender zijn geworden dan elegantie en uitvoering. Chens grootste opponent zou Yuzuru Hanyu (23) moeten worden, goud in Sotsji 2014, wereldrecordhouder op de korte en vrije kür (beiden neergezet in 2017), en regerend wereldkampioen. Knie- en enkelproblemen na een val op training begin november verstoorden echter zijn voorbereiding. En hij heeft de statistieken tegen: van de laatste acht olympische kampioenen won er slechts één ook goud in het voorafgaande WK: de Amerikaan Evan Lysacek in 2010. Het is bovendien van 1952 geleden dat er nog eens een schaatser zijn olympische titel kon verlengen, met de Amerikaan Dick Button. Naast Chen steekt bovendien ook Javier Fernández (26) in hoogvorm. De Spanjaard werd in 2015 en 2016 wereldkampioen en veroverde onlangs voor de zésde keer op een rij de Europese titel. Bij de vrouwen wordt de strijd om het goud minder internationaal. Allicht een clash tussen de achttienjarige Russische Jevgenia Medvedeva, die tussen 2015 en 2017 met twee Europese en twee WK-titels zich tot dé ijskoningin kroonde, en haar amper vijftienjarige landgenote Alina Zagitova, winnares van het jongste EK in Moskou, vóór Medvedeva. Die hervatte wel pas de competitie nadat ze in november een voetbeentje had gebroken. Zagitova blies op het EK met twee fabelachtige küren en een bedwelmend charisma niettemin kenners en jury van hun stoel. Straks ook in PyeongChang? Een van de koninginnennummers van de Winterspelen, al is de winnaar volgens velen nu al bekend. Kamil Stoch (30) vliegt dit seizoen immers torenhoog boven de concurrentie uit. Als pas tweede schansspringer in de 65-jarige geschiedenis van het Vierschansentoernooi, na Sven Hannawald in 2001/02, won de Poolse vedette immers alle manches, goed voor zijn tweede eindzege op rij. Met bovendien de op twee na grootste voorsprong ooit. Stoch kan in Zuid-Korea de legendarische Fin Matti Nykänen overtreffen als hij na olympisch goud in Sotsji op de korte en lange schans, ook nu de dubbelslag realiseert. Nykänen veroverde op beide onderdelen in 1988 de titel, maar in 1984 alleen op de lange schans, al won de Fin in 1988 ook de landencompetitie. Een drieklapper die Stoch nu ook kan neerzetten, want met Polen behaalde hij in 2017 goud op het WK. Hij en zijn landgenoten krijgen wel stevige concurrentie van de Noren en de Duitsers. Op dat WK finishte Stoch individueel ook pas als vierde en zevende op de korte en lange schans. De Oostenrijker Stefan Kraft ging er met beide titels lopen, werd ook eindwinnaar in de Wereldbeker, en vestigde in het skivliegen (op een nog grotere schans) ook een wereldrecord. Dit seizoen is hij echter op de dool (pas twintigste in het Vierschansentoernooi en vijfde in de WB), waardoor Duitsers Andreas Wellinger (op het WK telkens tweede, na Kraft) en Richard Freitag Stochs belangrijkste concurrenten lijken te worden. Opmerkelijke deelnemer: de 45 (!)-jarige Noriaki Kasai in zijn áchtste opeenvolgende Winterspelen, een record. De Japanner was er al bij in 1992 en won in 2014 nog zilver op de grote schans, en brons in het teamevent. Hij overweegt zelfs om verder te doen tot... 2026. Voor die Spelen is het Japanse Sapporo immers kandidaat. Ze zijn de Wout van Aert en de Mathieu van der Poel van het biatlon, Martin Fourcade en Johannes Bø. In zeven van de laatste tien WB-races finishten ze één en twee, met de Fransman in de rol van Van der Poel, maar dan al sinds 2012. Zés keer op rij veroverde Fourcade immers de WB-allround, een uniek record - Ole Einar Bjørndalen behaalde er wel evenveel, maar niet na elkaar. De laatste twee seizoenen pakte de biatleet uit de Pyreneeën zelfs de eindzeges in de vier disciplines (individueel, sprint, achtervolging, en massastart). Met 26 WB-titels staat hij nu ook op gelijke hoogte met Bjørndalen. Op zijn 29e is Fourcades olympisch/WK-palmares wel nog niet zo rijkgevuld als dat van de Noor: twee keer goud en tweemaal zilver, verzameld in Vancouver en Sotsji, plus 25 WK-medailles (elfmaal goud), vs. - voor Bjørndalen - dertien olympische medailles (acht keer goud) en 45 WK-medailles (twintigmaal goud). Op zijn fysieke toppunt moet de Fransman in PyeongChang die achterstand deels goedmaken, met volgens de voorspellingen van statistiekenbureau Gracenote drie gouden plakken. Alleen op de 10 km sprint zou Johannes Bø (24) hem van de titel houden. Voor Bjørndalen is dat niet weggelegd, want op zijn 44e (!) kon hij zich niet plaatsen voor zijn zevende Spelen. Een nog meer vraatzuchtige (vrouwelijke) kannibaal is Laura Dahlmeier (24). De Duitse won in 2017 als eerste biatlete ooit vijf nummers op een WK. Alleen op de sprint eindigde ze 'slechts' als tweede. Kan Dahlmeier in PyeongChang een historische olympische clean sweep realiseren, met zésmaal goud (waarvan twee met het Duitse team)? Volgens Gracenote alvast wel. Ingemark Stenmark zal hij qua aantal WB-zeges (86) allicht niet meer bijhalen. Maar met 55 stuks passeerde skiër Marcel Hirscher eind januari wel al landgenoot Hermann Herminator Maier (54). Al wordt hét doel PyeongChang, waar de Oostenrijker het grote gat in zijn erelijst wil opvullen. In Sotsji raakte Hirscher op de slalom immers niet verder dan zilver (na landgenoot Mario Matt), het onderdeel waarin hij in 2013 en 2017 wereldkampioen werd. Vorig jaar realiseerde hij zelfs de dubbel op het WK, met ook goud op de reuzenslalom. Magic Marcel vestigde daarnaast een historisch record door voor de zesde keer de WB-allround op zijn naam te schrijven. Ook dit seizoen, na nochtans een enkelbreuk vorige zomer, is hij weer outstanding, met drie zeges op de reuzenslalom en zes op de slalom, waarvan vijf op een rij. De Noor Henrik Kristoffersen (23) is de enige die Hirscher (28) kon kloppen op de slalom, onlangs op eigen grond, in Kitzbühel. Of hem dat in PyeongChang echter opnieuw zal lukken? Extra voordeel voor Hirscher: zijn coach mag de eerste run van het slalomparcours uitstippelen. Een geplaveide weg naar goud? In het koningsnummer van het skiën, de afdaling, dat al op de eerste zaterdagnacht van de Spelen wordt afgewerkt (vanaf drie uur) zullen de Oostenrijkers minder kunnen juichen. Dat wordt allicht een strijd tussen de Zwitser Beat Feuz (30), leider in de WB, en de onverwoestbare Aksel Lund Svindal, tweevoudig wereldkampioen op de downhill. Nadat die in 2014 al zijn achillespees had afgescheurd, liep de nu 35-jarige Noor begin 2016 een zware knieblessure op. Gevolgd door weer een zware revalidatie, en een tweede succesvolle comeback dit seizoen, met onder meer twee WB-zeges in de afdaling, en één op de super-G. Trouwens al het twaalfde kalenderjaar op rij dat Svindal een WB-manche won, alleen overtroffen door Stenmark (15) en Marc Girardelli (13). Shorttrack is voor de Zuid-Koreanen dé wintersport bij uitstek. Liefst 42 van hun 53 medailles op de Winterspelen behaalden ze op de ovalen baan van 111,11 meter. In tegenstelling tot andere venues zal de Gangneung Ice Arena dan ook telkens uitverkocht zijn. Duizenden kelen die bij de dames toppers als Shim Suk-hee (in Sotsji al goud, zilver en brons) en Choi Min-jeong zullen aanmoedigen. Bij de heren zijn Seo Yi-ra, Hwang Dae-heon en Sin Da-woon belust op revanche nadat geen enkele Zuid-Koreaan in Sotsji een medaille won. Zij stoten op de excentrieke Nederlander Sjinkie Knegt (in 2017 in eigen Rotterdam nog allround wereldkampioen en op het jongste EK goed voor vijfmaal goud). Wel niet op de Zuid-Koreaanse 'verrader' Viktor An. Of in een eerder leven: Ahn Hyun-soo, de man die in Turijn 2006 drie keer goud veroverde onder Zuid-Koreaanse vlag, maar na een conflict met de federatie in 2011 zijn naam wijzigde en Russisch staatsburger werd. In Sotsji schitterde Hyun-soo/An opnieuw met driemaal goud en één keer brons (op vier nummers). Weliswaar niet op pompwater, want uit het McLarenrapport over het Russische staatsdopingsysteem bleek dat er in zijn urine hoge hoeveelheden zout was gevonden - aanwijzingen voor geknoei met de stalen. Daardoor werd de Rus, zoals andere 'landgenoten' die wegens doping in opspraak zijn geraakt, verboden om deel te nemen in PyeongChang. Traditioneel een van de afsluiters van de Winterspelen. Zeker in Canada en de VS zitten dan miljoenen mensen voor hun tv. Hopend op een clash tussen de twee grootmachten in het ijshockey, zoals in 2014 en 2010. Deze keer is het olympisch toernooi echter meer dan ooit onvoorspelbaar. Voor het eerst sinds 1994 verbiedt de Amerikaanse NHL zijn spelers immers om deel te nemen - tot hun groot ongenoegen. De NHL-competitie wordt zelfs niet onderbroken tijdens de Spelen. De aangehaalde redenen: NHL-clubs die geen blessures bij hun duurbetaalde vedetten willen riskeren, de te kleine financiële compensatie van het IOC voor die risico's, het drukke NFL-competitieschema (en de clash met het voor sponsors belangrijke NHL All Star Game), logistieke problemen, de lange reis naar PyeongChang, het tijdsverschil... De selecties van de VS en Canada bestaan daarom uit spelers die actief zijn in Europa, de NCAA-competitie en de kleine American Hockey League, al heeft het merendeel wel ervaring in de NHL en op de Spelen. De kans dat de VS, voor het eerst sinds het Miracle on Ice in 1980, goud pakt is dus klein. Rusland is nu zelfs favoriet, al zal het (door de dopingban en het alleen toelaten van 'neutrale' atleten) officieel The Olympic Athlete from Russia team heten. Met in de selectie ervaren ex-NHL-sterren als Ilja Kovaltsjoek, Pavel Datsjoek en Slava Voynov die nu aantreden in de Russische Kontinental Hockey League, 's werelds op een na beste ijshockeycompetitie. In tegenstelling tot de NHL werd die KHL wel een maand stilgelegd zodat Kovaltsjoek en co lang samen konden trainen. Grootste tegenstand krijgen zij allicht van Zweden, met onder meer het pas zeventienjarige toptalent Rasmus Dahlin (allicht de nummer één-keuze in de volgende NHL-draft). Zweden kroonde zich vorig jaar tot wereldkampioen (na winst tegen Canada) en lijkt een hechter geheel dan Rusland. Ook het altijd gevaarlijke Finland (zilver op het WK 2016) is daarom niet te onderschatten.