1. U weigert ondanks de prima start de ambities van OHL te verleggen. Toen de club vooraf de tiende à twaalfde plaats als doelstelling vooropstelde, ging u ook al op de rem staan. Waarom?

"Ik had tijdens de voorbereiding het gevoel dat we op bepaalde posities nog onderbezet waren. Bjorn Ruytinx viel uit en we speelden een oefenduel tegen Antwerp waarover ik niet tevreden was. Toen heb ik een signaal gegeven en gezegd: als we dit maar op de mat kunnen brengen, moeten we onze doelstelling bijstellen en voor het behoud gaan. Wat je andere vraag betreft: onze huidige situatie is een momentopname. Waarom dan onze ambities veranderen? Dan zadel je je alleen maar op met druk. Het is belangrijk nu dat we niet meegaan in de euforie, zoals je ook nooit moet meegaan in de ontgoocheling van de mindere momenten. We moeten hiervan genieten, maar ik wil geen boemerang gooien. Een boemerang vertrekt, maar ooit komt hij terug en dan gaat je hoofd eraf. Dat wil ik niet meemaken. Deze club staat waar ze staat dankzij haar rust, bescheidenheid en low profile attitude, iets waar ik me zelf ook goed bij voel."
...

"Ik had tijdens de voorbereiding het gevoel dat we op bepaalde posities nog onderbezet waren. Bjorn Ruytinx viel uit en we speelden een oefenduel tegen Antwerp waarover ik niet tevreden was. Toen heb ik een signaal gegeven en gezegd: als we dit maar op de mat kunnen brengen, moeten we onze doelstelling bijstellen en voor het behoud gaan. Wat je andere vraag betreft: onze huidige situatie is een momentopname. Waarom dan onze ambities veranderen? Dan zadel je je alleen maar op met druk. Het is belangrijk nu dat we niet meegaan in de euforie, zoals je ook nooit moet meegaan in de ontgoocheling van de mindere momenten. We moeten hiervan genieten, maar ik wil geen boemerang gooien. Een boemerang vertrekt, maar ooit komt hij terug en dan gaat je hoofd eraf. Dat wil ik niet meemaken. Deze club staat waar ze staat dankzij haar rust, bescheidenheid en low profile attitude, iets waar ik me zelf ook goed bij voel." "Vooral de rust en de stabiliteit die deze club uitstraalt. En ten tweede: de kleedkamer. Dit is een groep die alles voor elkaar overheeft. Elke speler is zo gescreend dat we weten dat hij past in dit geheel. Als iedereen tegen negentig procent speelt, compenseert de groepsgeest de resterende tien procent. Voor we een transfer doen, ga ik altijd met die speler aan tafel zitten. Niet alleen als trainer, maar ook als mens. Ik pols naar hoe ze in het leven staan, wat ze willen bereiken in dat leven - niet alleen als voetballer, maar ook als papa en partner. Daar ga ik vrij diep op in en dat maakt dat ik door het jaar met heel veel spelers goede individuele gesprekken kan hebben. Iedere speler in deze groep weet dat hij honderd procent mijn keuze is geweest. Alleen kan ik er maar elf opstellen, dat weten ze ook. Maar betekent dit dat ik die anderen niet graag zie? Neen, toch?" "In tweede klasse hadden we met Harbaoui ook al de topschutter en vorig jaar met Remacle de assistkoning met ook een pak doelpunten. Nu hebben we Ibou, maar toch zijn we meer een geheel geworden. Het staat vaster. Een jaar geleden hebben we gebouwd om geschiedenis te schrijven en langer dan één seizoen in eerste klasse te blijven. Nu moeten we geen rekening meer houden met het verleden en kunnen we vooruit kijken. De nederlaag op de eerste speeldag tegen Bergen was misschien wel een goed signaal. Na die nederlaag hebben we een goede reeks neergezet met vooral veel gelijke spelen, maar daar zaten toch Gent, Genk en Anderlecht tussen. En dan kwam er die uitschieter: 5-2 tegen Waasland-Beveren, gevolgd door 0-4 in Charleroi en 4-1 tegen Club Brugge. Mede dankzij de factor geluk, daarin geef ik iedereen gelijk, maar we dwingen het ook af." "Ja en neen. We hadden weinig doelpunten geslikt in de voorbereiding. Er stond dus al een stukje stabiliteit. Bovendien waaide zowat elke bal van Bergen pardoes binnen. Vervolgens hebben we misschien het geluk gehad dat onze volgende wedstrijd tegen Genk was, tegen een topclub dus. Speel je dan tegen een iets mindere club, was er direct die druk geweest van het moeten winnen." "Ik vond dat er in de 4-3-3 te veel verdedigend werk werd gevraagd van Ibou en Chuka, waardoor zij te kort kwamen in de zone van de waarheid. Door om te schakelen naar dat vierkant hoopte ik hen meer ondersteuning te geven. Nu spelen we met drie echte spitsen: Ibou links, Pouga diep en Chuka in een vrije rol vanop rechts of achter de spits. Pouga trekt met zijn balvastheid steevast twee verdedigers naar zich toe, waarvan de anderen profiteren." "Ik geef eerlijk toe dat zijn doelgerichtheid in de wedstrijden mij ook heeft verbaasd. Die jongen zit in een heel goede vorm, vooral dan in zijn hoofd. Uit ons allereerste gesprek was dat ook naar voren gekomen: dat hij behoefte had aan stabiliteit. Tot dan was hij bijna elk jaar van club veranderd. Die jongen wilde zich weer eens ergens thuis voelen. Daarom ook hebben wij hem een contract van drie jaar gegeven, om hem die zekerheid te geven. Wij geloven ook echt in hem. Hij en Ngolok zijn de enige spelers voor wie we transfergeld hebben betaald. Dan zijn we heel blij dat daar ook rendement tegenover staat." "Wij werken met een sportief comité met drie mensen - de hoofdscout, een bestuurslid en ikzelf. Er is tussen ons een open dialoog. Ik heb het beste voor met de club en de club weet dat. Ik denk dat het huwelijk tussen OHL en de trainer Van Geneugden, maar ook de mens Van Geneugden, buitengewoon goed is. Er is zó veel respect voor elkaar." "Ik heb altijd spelers beter willen maken. Neem nu Remacle. Als er één iemand hem kent, ben ik het. Samen met de club hebben we hem weer op niveau gebracht. Met Logan net hetzelfde: ik ken dat manneke zo goed. Als het tegenvalt, is dat mijn verantwoordelijkheid. Valt het mee, dan is het een werk van iedereen. Mijn spelers moeten na de wedstrijd in de spiegel kunnen kijken en zeggen: ik heb er alles aan gedaan. Een slechte pass, balverlies, een gemiste kans: dat kan allemaal, maar je moet je wel honderd procent hebben gegeven. Hetzelfde geldt voor mij: als het fout loopt, moet ik niet naar iemand anders wijzen, maar alleen in die spiegel kijken." "Twee dingen. Voor mijn eerste thuiswedstrijd in tweede klasse, tegen Dender, zaten er 1500 toeschouwers in het stadion. We sloten dat seizoen af met 7000 man bij de laatste twee thuiswedstrijden. En dan zie je dat we tegen Club Brugge al met 9500 zijn. Voor mezelf, als mens, had ik die wedstrijd vooraf al gewonnen. Kijk eens, dacht ik toen ik het veld overstak, wat we hier samen op zo'n korte tijd hebben gerealiseerd! Dat geeft kippenvel. Men spreekt hier van 'de hel van OHL'. Daar zal ik de rest van mijn leven mee worden geassocieerd. En met mij al die spelers. "Maar de mooiste anekdote was toen we vorig jaar een oefenwedstrijd speelden op het oefencomplex van de jeugd in Kessel-Lo. Ik wandelde van de parking af en daar kwam net een papa met vier kleine mannekes terug van de training. Als je in mijn tijd de trainer van de eerste ploeg tegenkwam, prevelde je stilletjes iets van 'dag trainer', maar die mannekes riepen alle vier: 'Hei Ronny!' Voor mij betekent dit dat ze mij ondertussen als een van hen beschouwen. Dat is toch fantastisch?" "We moeten de media vooral niet zelf willen opzoeken. Als we zo verder blijven doen, zal men ons wel komen vinden. Het stadion is elke veertien dagen uitverkocht, er is ambiance, de regio leeft. En wie daarbuiten aandacht aan ons wil schenken, zal dat op tijd en stond wel doen." DOOR JAN HAUSPIE"9500 toeschouwers tegen Club Brugge! Die wedstrijd had ik vooraf al gewonnen."