Vorige week werd ik uitgenodigd door onze vrienden van Sport/Foot Magazine in In De Nieuwe Visbank, een Grimbergs restaurant. Het ging om een voorbeschouwing op Anderlecht-Standard. Ook aanwezig: Nico Dewalque, de talentvolle libero van de Rouches, ook wel eens de Belgische Beckenbauer genoemd. Geen vijandigheid te bespeuren tussen ons, ondanks de grimmige sfeer die er nu hangt rond deze topper. Gelukkig is Witsel geschorst, want het voorval met Wasilewski zit nog steeds diep bij de Anderlechtsupporters. Het zou misschien beter zijn voor de Luikenaar dat hij zijn kop niet laat zien in het Constant Vanden Stockstadion. In mijn tijd waren de matchen tussen de twee aartsrivalen keihard, maar naast het terrein ging we vlotjes met elkaar om.
...

Vorige week werd ik uitgenodigd door onze vrienden van Sport/Foot Magazine in In De Nieuwe Visbank, een Grimbergs restaurant. Het ging om een voorbeschouwing op Anderlecht-Standard. Ook aanwezig: Nico Dewalque, de talentvolle libero van de Rouches, ook wel eens de Belgische Beckenbauer genoemd. Geen vijandigheid te bespeuren tussen ons, ondanks de grimmige sfeer die er nu hangt rond deze topper. Gelukkig is Witsel geschorst, want het voorval met Wasilewski zit nog steeds diep bij de Anderlechtsupporters. Het zou misschien beter zijn voor de Luikenaar dat hij zijn kop niet laat zien in het Constant Vanden Stockstadion. In mijn tijd waren de matchen tussen de twee aartsrivalen keihard, maar naast het terrein ging we vlotjes met elkaar om. Met Dewalque bijvoorbeeld, die zich over mij ontfermde tijdens mijn eerste interland tegen Noorwegen. Ik moest voorstopper spelen en was vrij zenuwachtig voor de wedstrijd. Nico nam mij even apart. "Als je luistert naar mij kan er weinig gebeuren, en als je toch een steekje laat vallen, dan raap ik het wel op, maak je geen zorgen!", zei hij terwijl hij op mijn schouder klopte. Een hele opluchting voor mij. "Dat is toch normaal, ik ben altijd goed overeengekomen met de Anderlechtspelers, het was zelfs mijn droom om ooit voor paars-wit te spelen", pikt Nico in. "Hoewel, tijdens het WK in Mexico (1970) is de sfeer toch een beetje verkoeld tussen beide kampen. Ik was niet te spreken over het gedrag van sommige Brusselaars. Het frustreerde mij enorm dat de meesten van hen al na enkele dagen met heimwee rondliepen. Voor de beslissende match tegen Mexico hoorde ik hen onder elkaar zeggen dat men de wedstrijd maar beter kon verliezen, zodat ze zo vlug mogelijk hun valiezen konden pakken om naar België terug te keren. Niet te geloven toch, temeer omdat we toen een ploeg hadden om heel ver door te stoten!" Een goede herinnering houd ik ook over aan Christian Piot, de legendarische doelman van de Rouches. Tijdens een topper op Sclessin was de stand 0-0, op enkele minuten van het einde. Ik kwam alleen voor doel en ging waarschijnlijk scoren, maar ik kreeg een elleboogstoot in mijn nek van Léon Jeck. Ik probeerde nog te trappen maar raakte daarbij de wenkbrauw van Piot die was uitgekomen. Zijn gezicht zat helemaal onder het bloed, Sclessin ontplofte! Na de match stonden wel duizend Standardsupporters mij op te wachten voor onze kleedkamer. De politie werd opgetrommeld. Plotseling kwam Christian Piot onze vestiaire binnen en zei: "Ik neem je wel mee naar buiten, anders zit je hier morgen nog." Hij sloeg zijn arm rond mijn schouders en zo zijn we tot aan onze bus geraakt. De Luikse supporters waren verrast hun doelman daar te zien en bewogen niet, gelukkig maar. Mijn kennismaking met Jean Thissen was een ander paar mouwen. Als achttienjarige mocht ik af en toe eens invallen als rechtsbuiten, en niet zonder succes want ik pikte regelmatig mijn doelpuntje mee. Tijdens een derby tegen Union, 0-3, had ik tweemaal gescoord, zodat ik de volgende week mocht starten in de topper thuis tegen Standard. Een paar dagen voor de wedstrijd vroeg een journalist mij of ik niet bang was van Jean Thissen, mijn rechtstreekse tegenstrever? In mijn jonge onbesuisdheid antwoordde ik: "Neen, zo goed is die nu ook weer niet." Ik heb het geweten. Het begon al toen we het veld op liepen: Thissen keek mij zonder iets te zeggen al grijnzend aan. Dat beloofde niets goeds. Het eindresultaat van ons duel was indrukwekkend. Ik had een aan de hiel gescheurde schoen, een kuit als een houten plank, ik had een paar keer de reclameborden op het nippertje kunnen vermijden en op de koop toe verloren we de match met 0-1. Het was een goede leerschool geweest. Na het eindsignaal gaf Jean me al lachend de goede raad: " Gamin, let voortaan een beetje op je woorden in de kranten." Later is Thissen gelukkig mijn ploegmaat en goede vriend geworden bij Anderlecht. Maar de speler van Standard die het meest tot mijn verbeelding sprak, was Roger Claessen, een veelscorende spits en levensgenieter. Roger was de absolute lieveling van het Standardpubliek. 'Roger la Honte' was de playboy van Luik. Op het kampioensbal van Anderlecht is hij eens om middernacht komen opdagen, zwaar aangeschoten, met aan iedere arm een lieftallige dame. Roger is eenzaam gestorven. Men heeft hem gevonden in zijn appartement, in een hoek met zijn hoofd tegen de muur geleund. Waarschijnlijk is hij gestorven aan een hartstilstand. In zijn flat stond alleen een bed en een klein tv-toestel ... "Zijn gezicht zat helemaal onder het bloed."