Op 15 december zal het 17 jaar geleden zijn dat het arrest-Bosman de voetbalwereld in rep en roer zette. Dat een speler die einde contract en niet meer gewenst was door zijn club niet kon overstappen naar een club van zijn keuze, ook niet wanneer die bereid was een afkoopsom te betalen voor zo'n eindecontractspeler moet voor de jonge generatie voetballers - die haar vrijheid te danken heeft aan Bosman - onwaarschijnlijk klinken.
...

Op 15 december zal het 17 jaar geleden zijn dat het arrest-Bosman de voetbalwereld in rep en roer zette. Dat een speler die einde contract en niet meer gewenst was door zijn club niet kon overstappen naar een club van zijn keuze, ook niet wanneer die bereid was een afkoopsom te betalen voor zo'n eindecontractspeler moet voor de jonge generatie voetballers - die haar vrijheid te danken heeft aan Bosman - onwaarschijnlijk klinken. Bosman kon kiezen tussen een proces aanspannen tegen zijn voormalige werkgever of leven van het voorziene minimumloon voor spelers in zijn situatie. Dat loon bedroeg toen 750 euro: evenveel als Bosman tegenwoordig ontvangt van het OCMW. Voor het arrest hadden geschorste spelers geen recht op een werkloosheidsvergoeding of een andere uitkering. Na het arrest van het Europees Hof van Justitie schafte de KBVB meteen alle beperkingen op buitenlanders af en waren spelers die einde contract waren vrij om te gaan waar ze wilden. Het eerste seizoen na het arrest (1996/97) voetbalden er 391 voetballers bij de (toen) 18 eersteklassers (gemiddeld 21,7 per club), onder wie 119 buitenlanders (6,6 per club). Vandaag waren dat er bij de aftrap van het seizoen 416 bij 16 clubs (gemiddeld 26 per club), onder wie 196 buitenlanders (12 per club). Een opmerkelijke toename van het aantal profs per club en het aantal buitenlanders (van 30 naar 47 procent) dus. Zeventien jaar na het arrest noemt secretaris Stijn Boeykens van sportvakbond Sporta het fenomeen van de makelaars ("dat was voordien nauwelijks aanwezig in het profvoetbal") opvallend. Ook contractstabiliteit wordt een probleem: "Omdat de transferwaarde van spelers vaak groter is dan hun contractwaarde. Clubs proberen ook te voorkomen dat hun waardevolle spelers einde contract raken. Wie ze niet meer willen, zetten ze in de B- of C-kern. Wie wel nog geld kan opbrengen, wordt gedwongen met bepaalde makelaars transfers te doen, onder de dreiging dat ze anders niet meer aan spelen toe komen. Fenomenen als JordanRemacle,die zelf hun transfer proberen te sturen, zijn eerder uitzonderingen." De stijgende spelerslonen na het arrest hebben niet alleen te maken met het arrest zelf, meent Boeykens. "In een eerste fase wel, omdat spelers redeneerden: nu je geen transfersom moet betalen, mag je dat geld aan ons geven." Rond 1997 werd in eerste een gemiddelde loonsverhoging van 30 procent vastgesteld tegenover twee jaar eerder. De volgende loonsverhogingen hadden volgens Sporta meer te maken met de stijgende tv-gelden. Bij het huidige tv-contract gaat jaarlijks vier keer zoveel geld naar het eersteklassevoetbal als in de periode voor 2008. In 2009/10 bedroeg het gemiddelde brutojaarloon (groepsverzekering inbegrepen) 218.000 euro. In 2010/11 zakte dat gemiddelde voor het eerst sinds lang, naar 210.000 euro (de cijfers van vorig seizoen zijn nog niet bekend). Sporta ziet ook hoe tekengelden weer belangrijk worden, sinds in 2007 de wetgeving over de groepsverzekering aangepast werd. "Spelers vinden dat misschien fijn, maar het is vooral voordelig voor de clubs, want op wat een speler ontvangt aan tekengeld, moet geen groepsverzekering meer betaald worden. Tot 2007 was dat wel het geval." Opmerkelijk is dat, ondanks de hogere tv-gelden, het aantal contracten per club vermindert, behalve bij de drie traditionele topclubs. Zo had Kortrijk vorig seizoen moeite om aan 22 voltijdse profcontracten te komen, en gaf het een aantal jeugdspelers het minimumcontract. Contractueel moet een eersteklasseclub 22 voltijdse profs in dienst hebben die 18.054 euro bruto per jaar moeten verdienen. Tweedeklassers moeten minstens 17 deeltijdse contracten hebben, naar rato van 9027 euro bruto per jaar. Door het licentiesysteem komen achterstallige betalingen van een paar maanden in eerste nog amper voor, zegt Boeykens. "Vroeger gebeurde het al eens dat spelers bij een eersteklasser drie maanden niet betaald waren, nu niet meer. Problemen doen zich nu nog voor in lagere afdelingen, waar minder controle bestaat. Vorig jaar waren de spelers van Olympic tien maanden niet betaald." DOOR GEERT FOUTRÉVorig jaar daalde het gemiddelde brutoloon van een eersteklassespeler voor het eerst sinds jaren.