We hebben er een poos op moeten wachten. Ja, Bas Leinders en David Saelens werden kampioen in de formule 3. Later, toen de discipline al wat luister had ingeleverd, volgden Frédéric Vervisch en Laurens Vanthoor. Maar een kampioen op het niveau van wat destijds formule 2 was, de trede onder de almachtige formule 1, neen: dat was lang geleden. Meer bepaald van 1967. Toen werd ene Jacky Ickx Europees kampioen in de formule 2. Het legde de Belg geen windeieren: hij werd voor zo veel talentve...

We hebben er een poos op moeten wachten. Ja, Bas Leinders en David Saelens werden kampioen in de formule 3. Later, toen de discipline al wat luister had ingeleverd, volgden Frédéric Vervisch en Laurens Vanthoor. Maar een kampioen op het niveau van wat destijds formule 2 was, de trede onder de almachtige formule 1, neen: dat was lang geleden. Meer bepaald van 1967. Toen werd ene Jacky Ickx Europees kampioen in de formule 2. Het legde de Belg geen windeieren: hij werd voor zo veel talentvertoon beloond met een transfer naar de formule 1. Bovendien ook nog eens bij het grote Ferrari. "Dat was in die tijd eigenlijk heel normaal", blikt Ickx vandaag terug. "Als je goed presteerde, dan promoveerde je haast automatisch. Van formule 3 naar F2 en dan F1." Helaas voor Bertrand Baguette is het vandaag wel even anders. Promoveren in de autosport is helaas geen automatisme meer. Hoewel de 23-jarige snelle jongen uit Verviers de zeer begerenswaardige titel in formule Renault 3.5 in de wacht sleepte, het voorbije weekend op de Nür- burgring, wacht hem geen rode loper naar de formule 1. Het neemt nochtans niet weg dat Baguette ons land opnieuw op de kaart van de internationale autosport heeft gezet. Samen met het GP2-kampioenschap, waarin Jérôme d'Ambrosio de Belgische kleuren verdedigt, geldt de formule Renault 3.5 immers als de wachtkamer van de formule 1. Dat merk je ook als je de erelijst bekijkt, met namen als Riccardo Zonta, Fernando Alonso, Heikki Kovalainen of Robert Kubica. Allemaal jongens die nu in de F1 rijden of het minstens een paar jaar deden. Alleen was het voor hen niet anders dan nu voor Baguette: ze moesten sponsoring meebrengen om de deur naar de formule 1 helemaal open te duwen. Zelfs oppergod Michael Schumacher moest geld op tafel leggen om in 1991 bij Jordan te mogen testen. En ja, in België is geld iets moeilijker te vinden. "Ik heb al een concrete aanbieding", zegt Baguette zonder het team in kwestie te noemen, hooguit dat het gaat om "een van de drie nieuwkomers". USF1, Campos of Manor dus. "Maar daar is veel geld voor nodig." Hoeveel precies wil Baguette niet kwijt, maar het gaat wellicht om een tienvoud van wat op tafel moet om GP2 of FR 3.5. te rijden. Met andere woorden: tien à vijftien miljoen euro. Het soort bedrag dat in België nog maar heel moeilijk, if not onmogelijk, te vinden is. En dat is nu precies het perverse van autosport: pakt Baguette in FR 3.5. de titel, waarbij hij de huidige F1-coureur Jaime Alguersuari (naast F1 nog altijd actief in FR 3.5.) systematisch naar huis fietste, dan lijkt Jérôme d'Ambrosio ondanks een tegenvallend seizoen in GP2 (zijn team DAMS kreeg de auto nooit echt in orde) nog altijd het best gepositioneerd om door te stoten naar de formule 1. Omdat hij kan rekenen op een groep bemiddelde financiers uit Luxemburg, de jongens van Gravity Sports Management. Of hoe het in de autosport meer dan ooit om geld draait.