Maandagochtend Standard

Stipt om tien uur stappen de spelers van Standard het oefenveld van de Robert Louis Dreyfus Academie op voor hun eerste training. Met zeventien zijn ze nog maar, onder wie één doelman: Arnaud Bodart. Vandaag, 30 juni, verwacht Mbaye Leye pas een complete selectie.
...

Stipt om tien uur stappen de spelers van Standard het oefenveld van de Robert Louis Dreyfus Academie op voor hun eerste training. Met zeventien zijn ze nog maar, onder wie één doelman: Arnaud Bodart. Vandaag, 30 juni, verwacht Mbaye Leye pas een complete selectie. Bij de zestien veldspelers zijn vier jonkies van de jeugdacademie. Vier andere jonge talenten pikken wegens schoolverplichtingen deze week aan. Réginal Goreux kijkt het goedkeurend aan. Hij was tussen 2008 en 2020 als rechtsback goed voor bijna 150 matchen voor de Rouches en is voortaan de verbindingsman tussen de academie en de A-kern. Er komt na Bodart, Raskin en Siquet dus nog eigen jong talent aan, maar sommigen worden op dit moment nog iets te jong bevonden (qua lichamelijke ontwikkeling, niet qua talent) om nu al met de profs mee te doen. Misschien worden ze over een paar maanden overgeheveld, wanneer hun ontwikkeling en de situatie in de A-kern dat toelaat. Terwijl de spelers hun korte warming-up uitvoeren onder leiding van de twee physical coaches, kijkt de vier man sterke technische staf toe. Het moet de gemiddelde Standardfan fier maken, om met Mbaye Leye, Eric Deflandre, Patrick Asselman en keeperstrainer Jean-François Gillet een volledige technische staf te aanschouwen die bestaat uit spelers die ooit in het eerste elftal van de Rouches speelden. Dat moet uniek zijn in de Belgische hoogste klasse. Keepertrainer Gillet was er op het vorige EK in 2016 zelf nog bij als Belgiës derde doelman. Asselman oogt fris voor iemand die net in een zware ochtendspits de 160 kilometer vanaf zijn huis in Liedekerke, op de grens van Brabant en Oost-Vlaanderen, heeft afgelegd. Hij rekent voor elk traject veiligheidshalve telkens één uur bij, en blijft, om het leefbaar te houden, twee keer per week in Luik slapen. Per kilometer betaald zou hij de best vergoede Standardman zijn. De sfeer is relaxed. Wanneer een paar journalisten een balletje trappen langs de kant van het veld, roept één van de voorbij joggende spelers: 'Het ziet er makkelijk uit, maar dat is het niet, hé, jongens?' Mbaye Leye die als hoofdtrainer zijn allereerste voorbereiding meemaakt, komt vriendelijk goeiedag zeggen. Heeft hij er opnieuw zin in? 'Ik heb altijd honger', antwoordt hij gevat. 'De vraag is: hebben zij ook honger?' Hij wijst naar de spelers die hun warming-up uitvoeren. De repliek dat dat ook zal afhangen van zijn aanpak, bevestigt hij. 'Dat is ook weer waar.' Wat opvalt tijdens de training, is hoe vaak Leye de training onderbreekt en bijstuurt, ook wanneer hij daarvoor Carcela moet corrigeren, of de Braziliaanse spits João Klauss, bij wie je door zijn afgezakte sokken op de achterkant van zijn onderbenen de tattoos kunt met afbeeldingen van zijn vader en zijn moeder. 'Stop de bal niet, laat hem bewegen.' 'Ga niet met twee naar een bal toe, geef mekaar ruimte.' Wanneer Nicolas Raskin tijdens een partijtje Carcela stuurt en zegt: ' Joue, Mehdi' legt Leye het spel stil en zegt: 'Hij hoort je niet. Luider.'Waarop Raskin zijn boodschap herhaalt, erg luid dit keer. De trainer knikt tevreden: 'Dat is tenminste coaching.' Alles ziet hij, op alles reageert hij. Zoals wanneer hij opmerkt dat een scribent een bal die aan de zijkant ligt mooi probeert te raken. 'Je voetbalt zoals Mehdi, ik weet dat je hem graag hebt, maar probeer eens iets anders.' Carcela loopt net voorbij, maar geeft geen krimp. Hij loopt samen met Maxime Lestienne, nog zo'n speler van wie gezegd wordt dat hij misschien beter weggaat. Er zijn er nog een paar op Sclessin die weg moeten en, in tegenstelling tot Carcela en Lestienne, waarschijnlijk niet meer op training toegelaten worden bij de A-kern: Obbi Oulare en Felipe Avenatti. Voor de training is in de kleedkamer duidelijke taal gesproken: dit Standard zal het moeten hebben van inzet en teamspirit. Dit jaar moet het Standard-DNA de rode draad worden. Dat staat voor moed, persoonlijkheid, inspanning en fighting spirit. Te veel spelers brachten de groep de afgelopen jaren te weinig bij, qua statistieken en prestaties. In het nieuwe Standard is geen plaats voor ego's. Wie het daar moeilijk mee heeft, mag weg. Konstantinos Laifis, Gojko Cimirot, Bodart, Klauss en Raskin worden de positieve leiders. Misschien moeten enkele talenten vervangen worden door spelers met een groot hart, zegt Leye na de training. In het nieuwe Standard zijn voorlopig nog geen nieuwe gezichten te zien, en dat kan nog wel even duren. Er is namelijk geen geld om nieuwe goeie spelers te halen, na jaren waarin veel te veel werd uitgegeven. Carcela kan geen gebrek aan inzet verweten worden. Zijn houding en inzet op training vorig seizoen waren goed, maar zijn statistieken waren hopeloos, met amper één doelpunt - een penalty dan nog. Vandaag weegt Carcela met een minimumcontract niet meer op het financiële, maar als straks de tribunes weer opengaan, wordt zijn aanwezigheid misschien wel een probleem in de selectie. Als hij niet speelt, scanderen de fans zijn naam en komt er druk op de trainer en de andere spelers. Speelt hij wel, dan riskeert Standard met een man minder te spelen wanneer hij zijn rendement niet opkrikt. Het blijft een dilemma voor de Luikse club. Voor er ingekocht kan worden, moet er bovendien eerst verkocht worden, en dan luidt de vraag: voor wie komt er een goed bod, zodat de club vervolgens zelf de markt op kan, deze mercato? Verdediger William Balikwisha, één van degenen die deze week aanpikt, is zo'n speler voor wie voldoende belangstelling bestaat. In elk geval wacht de Rouches een moeilijk seizoen. Opnieuw een bekerfinale halen en tot de laatste speeldag in de running zijn voor PO2 zou in de huidige omstandigheden met deze kern al fantastisch zijn, terwijl dat in feite toch een mislukt seizoen is: een topclub als Standard die met lege handen achterblijft. In Luik wil dat zeggen: zonder Europees voetbal. Het synthetisch oefenterrein van Charleroi op Marcinelle wordt meestal pas benut tijdens de strenge wintermaanden, wanneer de grasvelden er slecht bij liggen. Met de hevige regenval van de voorbije dagen moeten de spelers van Charleroi er nu al aan de slag. Iets waar debuterend hoofdtrainer Edward Still niet meteen rekening mee gehouden zal hebben. De nieuwe trainer heeft ook gevoel voor humor en vraagt de jonge Lucas Ribeiro Costa om te blijven lachen, ook al zie je de jonge voetballer sterven wanneer de oefeningen van Frédéric Renotte veeleisender en harder worden. Renotte was al eens physical trainer onder Félice Mazzu en is nu terug, na het vertrek van Philippe Simonin. Bij de technische staf zijn minstens evenveel nieuwkomers als in de voorlopige spelersselectie. Nicolas Still en Baptiste Henry zijn de nieuwe performance trainers. Bij de nieuwe spelers komen Stelios Andreou en Stefan Knezevic de verdediging versterken. Edward Still dringt, jonglerend tussen Frans en Engels, aan om elke oefening tot in detail uit te voeren. Hoe je je lichaam zet, hoe je beweegt om vrij te lopen, alles wordt gecorrigeerd of geprezen. De nieuwe sportieve mentor wil dat elke trainingssessie intensiever wordt dan de vorige. Als dat de nieuwe norm wordt, gaan er nog veel zuchten, daar in Marcinelle. Tussen het fysieke werk door (stevige drafs van 100 meter, afgewisseld met 50 meter recuperatieloop) wordt er ook al met de bal geoefend. Ook hier grijpt Still vaak in om een beweging of een actie te corrigeren. Enkele jonge Zebra's die de afgelopen maanden aan de kern werden toegevoegd, tonen hun talent: Martin Wasinski, Anthony Descotte of Kilian Lokembo. Aan de zijkant heeft keepertrainer Cédric Berthelin er uit de jeugdopleiding nog in extremis een doelman bij gekregen, naast Parfait Mandanda en Boris Ngoua. Nicolas Penneteau koos voor een tweejarig contract bij Reims, terwijl Rémy Descamps naar FC Nantes verhuist, waar de Bayats goeie connecties hebben. Het is een bewogen zomer, in Charleroi, en er komt nog beweging. Uitstekend idee van Johan Koekelbergh, al acht jaar lid van Clubs communicatiedienst, om een set stevige en windbestendige Belfiusparaplu's te halen. Want dat het aan de Belgische kust met zijn microklimaat altijd beter weer is dan in het binnenland, daar is niets van te merken wanneer twaalf journalisten en cameramensen bibberend van de kou in de gutsende regen op Clubs ultramoderne Basement Camp staan. Om half elf stappen 23 spelers het oefenveld op, Ruud Vormer voorop terwijl een andere Nederlander, Noa Lang de rij afsluit. Er zit behoorlijk wat jong en nog onbekend talent bij, spelers van Club NXT. Met acht zijn ze, onder wie twee zonen van voormalige Clubspelers: Romeo Vermant (17), zoon van middenvelder Sven Vermant, en Lynnt Audoor (17), wiens vader Yves Audoor is. Hoe lang de stage van de jonkies duurt, hangt van speler tot speler af, zegt Clement: 'Het hangt af van de concurrentie op hun positie, maar ook van hoe ze de overgang verteren. Wie pikt het snel op, en wie niet? Het kan dat één of twee straks bij de kern komen. Twee seizoenen geleden belandde Charles De Ketelaere er op deze manier. Hij deed het op stage zo goed dat hij bleef.' Al na één rondje mag er met de bal gewerkt worden, en het gaat er bij momenten al pittig aan toe, terwijl op de terreinen naast het oefenveld het gras wordt gemaaid, volgens het motto van Pascal Plovie, ex-Clubspeler en nu materiaalman. Die plachtte vroeger de week voor de derby het gras extra kort te maaien, onder het motto: 'hoe minder groen hoe beter.' Precies één minuut voor de kerktoren van Westkapelle twaalf uur slaat, mogen de spelers beschikken. Ruud Vormer en Mats Rits praten nog met de media. Fijne vakantie gehad? 'Ja, maar het had best nog een weekje extra mogen zijn', herhaalt Vormer een paar keer, duidelijk. Ook Clement gaat geduldig de pers af. Hoe hij zich voelt? 'Als een schoolmeester die op de eerste schooldag al zijn kinderen terugziet', antwoordt hij. Naast een aantal spelers die nog een paar dagen langer vakantie kregen (De Ketelaere en Ignace Van der Brempt omdat ze met de Belgische U21 aantraden) is de vraag hoe lang de trainer ook zijn WK-gangers (de Belgen Hans Vanaken en Simon Mignolet en de Oekraïner Edoeard Sobol) kan missen. 'Dat ga ik met hen bespreken. Ik heb ooit zes dagen na een groot toernooi de trainingen hervat en weet dus uit eigen ervaring dat zo'n korte vakantie geen goed idee is. Ik wil dat ze de tijd nemen om weer fris aan de slag te kunnen.' Zelf heeft Clement na enig aarzelen na twee succesvolle jaren bij Club bijgetekend: 'Ik ken dit verhaal hier heel goed, ik weet wat ik hier heb. Het aantal clubs dat me nog in de verleiding kan brengen om hier weg te gaan, wordt met het jaar kleiner.' Club is, zo valt met de gunstige wind die hier staat te horen, nog op zoek naar een bijkomende spits. Bas Dost alleen volstaat niet, en of de getalenteerde maar nog ietwat onregelmatig presterende Youssouph Badji zich verder ontwikkelt, moet nog afgewacht worden. David Okereke, twee jaar geleden Clubs duurste inkomende transfer ooit (het betaalde, bonussen inbegrepen, zo'n tien miljoen euro aan La Spezia) brak nog niet echt door en na twee jaar is de vraag of dat ook nog gebeurt. Over wie eventueel vertrekt maakt Clement zich geen zorgen: 'Na de voorbije jaren is Club in de situatie beland dat men neen kan zeggen tegen een bod voor één van onze betere spelers. Dat moet nu al een uitzonderlijk bod zijn, willen we daar op in gaan.' De ambitie ligt, zo valt te horen, vooral op Europees vlak, waar Club twee jaar na elkaar stappen heeft gezet en waar Clement nog een uitdaging ziet: 'Zoals in het polsstokspringen, waar je de lat ook telkens iets hoger legt. Stap voor stap, zo wil ik dat ook hier zien.'De parking voor het Forestierstadion in Harelbeke staat vol, kort voor de aftrap van de vriendschappelijke wedstrijd tussen de Ratjes en KV Kortrijk. Het is wennen om een goed gevulde hoofdtribune te zien, mensen te zien aanschuiven aan de bar en terug naar hun plaats te gaan met een karton met vier pintjes - de maximaal toegelaten bubbel in het stadion. Vierhonderd mensen mogen aanwezig zijn, en die zijn er ook, in paars en wit of rood en wit. Het voelt vreemd aan om nog eens supportersgezangen vanaf de tribune te aanhoren, zoals wanneer Kortrijks jonge Maleisische aanvaller Luqman Hakim in de slotfase een paar mooie acties op zet en zijn naam gescandeerd hoort. Dit is de voetbalsfeer die past bij een traditionele voorbereiding op het seizoen. Er zit ook een derbysfeertje aan, al dateert de laatste match tussen beide clubs al van 1998-1999, toen Kortrijk uit eerste klasse degradeerde. Het was ook de enige derby in de hoogste klasse, waar Harelbeke van 1995 tot 2001 vertoefde. De Ratjes speelden in de zomer van 1998 zelfs even Europees, tegen Sampdoria Genoa. Het bleef bij één ronde, maar zelfs dat vermocht Kortrijk in zijn vijftigjarig bestaan nog nooit. Maar wat niet is, kan nog komen. Straks treedt Harelbeke in 2e nationale amateurs aan tegen SC Menen, VK Ninove, RC Gent en Lokeren-Temse. In de basis bij paars-wit staat nog een oude bekende van KVK: spits Ernest Nfor, de Kameroener die intussen 35 is en twee keer voor Kortrijk uitkwam. In 2013 werd hij op staande voet ontslagen na een dispuut met toenmalig sportief directeur Patrick Turcq en trainer Hein Vanhaezebrouck. De manier waarop Nfor er in de duels nog altijd stevig in vliegt, laat vermoeden dat hij dat afscheid in mineur nog niet vergeten is. Het meeste lol van alle aanwezigen heeft Glenn Verbauwhede, ook al een ex-KVK-speler. Kortrijk huurde hem in 2008-2009 van Club, en hij zou de volgende twee jaar als titularis het doel verdedigen. Vandaag verzorgt hij hoog in de hoofdtribune het commentaar voor de tv-zender van de club. Meer dan 150 Kortrijkfans volgen vanavond de wedstrijd als lid van My-KVK via livestream, mét commentaar van een enthousiaste Verbauwhede die naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van de club ook al een gesmaakte podcast maakte. Het begin van een nieuwe loopbaan? In de vipclub kijkt het Kortrijkse bestuur tevreden toe: voorzitter Ronny Verhelst, precies één jaar in functie, algemeen manager Matthias Leterme, marketingmanager Jelle Brulez en sportief directeur Rik Foulon, in een vorig leven speler, later jeugdtrainer en scout voor KVK. Nieuwkomer Mathias Fixelles staat al meteen op het veld, de andere nieuwkomers Joris Delle en Kévin Vandendriessche, die later aanpikten, maakten vrijdag in Ieper hun debuut. Foulon is tevreden dat Kortrijk de Franse middenvelder gratis kon weghalen bij Oostende, waar hij aan het einde van zijn contract was. Hij scoutte de Fransman destijds bij Mouscron maar toen Kortrijk hem wilde aanwerven, mengde Marc Coucke zich daar tussen en moest Kortrijk, dat financieel niet tegen Coucke op kon, afhaken. Vandaag komt Vandendriessche met enige jaar vertraging dus toch. Wie ook speelt, is de Australische verdediger Trent Sainsbury. Die werd een week tevoren nog bij de nationale ploeg gehuldigd omwille van zijn vijftigste interland. Sainsbury reisde meteen naar België terug en pikte direct bij de trainingen aan; hij heeft dus helemaal geen vakantie gehad. Wie als voetballer tegenwoordig nog vakantie wil, moet bedanken voor de nationale ploeg. Na de match is trainer Luka Elsner tevreden. Hij wil, zoals elke trainer, nog versterking: 'Vooral vooraan en liefst ook een back-up voor mijn twee backs.' Durft hij met deze kern straks eerste klasse in? Elsner zwijgt even, en zegt dan: 'Dit Kortrijk moet vooral heel nederig zijn. Er moet echt nog wat bij.' Vier dagen eerder gaf hij ook een open training waar de supporters welkom waren. Achteraf ging hij in discussie met hen. Hij weet ook wat ze van hem en de spelers verwachten. 'Passie en clubliefde', zegt hij in correct Nederlands. Want dat leert hij volop. Elsner is een talenknobbel die Frans, Sloveens, Servo-Kroatisch, Italiaans en Engels praat en Spaans en Duits goed beheerst. Vindt hij Nederlands een moeilijke taal? 'Zeer moeilijk', geeft hij toe. Maar binnen zes maanden, in januari dus, moet ik in staat zijn om op simpele vragen te antwoorden in het Nederlands.' En wanneer zal hij in staat zijn om op moeilijke vragen te antwoorden? Droog: 'Het seizoen daarop.'