B alazs Jozsef Tóth: "Ik heb zelden een slechte dag en ik voel me altijd opgewekt. Ik denk dat ik dat afstraal op de mensen rond mij: mijn ouders, mijn vriendin, mijn ploegmaats. Ik weet dat ik op het veld een ander imago heb, maar vergeef mij dat ik mijn ervaringen in Turkije als excuus in- roep. In die competitie wordt heel agressief gevoetbald. Om daar te overleven moest ik zelf ook brutaler worden. Maar ik maak nooit gemene overtredingen, ik heb nog nooit iemand geblesseerd ( klopt op tafel) en ik hoop dat dat nooit zal gebeuren.
...

B alazs Jozsef Tóth: "Ik heb zelden een slechte dag en ik voel me altijd opgewekt. Ik denk dat ik dat afstraal op de mensen rond mij: mijn ouders, mijn vriendin, mijn ploegmaats. Ik weet dat ik op het veld een ander imago heb, maar vergeef mij dat ik mijn ervaringen in Turkije als excuus in- roep. In die competitie wordt heel agressief gevoetbald. Om daar te overleven moest ik zelf ook brutaler worden. Maar ik maak nooit gemene overtredingen, ik heb nog nooit iemand geblesseerd ( klopt op tafel) en ik hoop dat dat nooit zal gebeuren. "Als ik voetbal, komt er een andere persoonlijkheid in mij naar boven. Dan ga ik tot het uiterste om te winnen. Wellicht biedt de sport mij een uitlaatklep voor zaken die ik opkrop ( lacht), maar ik stap nooit op een veld met de gedachte om mijn frustraties eens lustig bot te vieren, hoor. Na de wedstrijd stel ik me wel eens de vraag: ben ik te ver gegaan? Dan kom ik tot de conclusie dat ik vooral kaarten pak in het belang van het team, nooit uit revanche of met een gemene tackle langs achteren. "Privé ben ik een rustige jongen. Als puber was dat wel anders ... Ik haalde veel kattenkwaad uit en kon moeilijk stilzitten. Bijna iedere woensdagnamiddag stond mijn vader aan de school om met de directeur te spreken. Dan riepen mijn klasgenootjes: 'Hey Balazs, je vader is hier weer!' ( lacht) Ik groeide op in Ozd, een onschuldig klein mijndorpje. Een mooie tijd. Mijn zus - die dertien jaar ouder is - en ik konden steeds bij onze ouders terecht. Conflicten werden altijd uitgepraat aan tafel. Ik heb mijn ouders nooit zien ruziën. Mijn vader speelde vroeger nog in de Hongaarse eerste klasse: via hem heb ik de voetbalmicrobe te pakken gekregen. Ik ging voortdurend met hem mee naar de training. Hij leerde me voetballen, maar is altijd zeer kritisch gebleven tegenover mij. Ik luister naar hem. "Ik lach graag. Een dag zonder lachen is een verloren dag. Ik ben zeer gelukkig en tevreden met mijn leven. We krijgen hier op aarde maar één kans, daar moet je van genieten en profiteren. Natuurlijk heb ik ook eens een mindere dag, maar daarom is het belangrijk dat je jezelf omringt met positieve mensen. Als ik wakker word en mijn vriendin naast mij zie, ben ik mijn slechte humeur alweer vergeten. Ik leef volgens het principe carpe diem en denk niet te veel vooruit. Ik ben niet echt de man van de practical jokes, eerder het type dat graag verbaal plaagt. Ik hou van de droge Britse humor, genre Monty Python. "Sinds vier maanden woon ik samen met mijn vriendin Nikolette. Ik leerde haar anderhalf jaar geleden kennen tijdens een stage met de nationale ploeg. Ik volg mijn intuïtie in zulke zaken. Ook wat vriendschappen betreft. Toen ik in Genk arriveerde, klikte het meteen met Ivan Bosnjak. Bij onze eerste handdruk voelden we: wij worden vrienden. Hij heeft me achteraf verteld dat hij op dat moment net hetzelfde gevoel had. Natuurlijk ben ik ook al eens teleurgesteld geweest, meer bepaald in een relatie. Daar moet je uit leren. Het belangrijkste is eerlijkheid en openheid, anders werk je jezelf toch in de problemen. Ik kan van mezelf zeggen dat ik een eerlijke jongen ben." door matthias stockmans