TYPE-ELFTAL: 4-4-2 Doel

Runje begon veeleer bescheiden aan het seizoen om geleidelijk uit te groeien tot een indrukwekkend sluitstuk. Hij trad de legende van onvergetelijke doelmannen van Standard binnen door een clubrecord te verbeteren : in het kampioenschap bleef hij 724 minuten op rij ongeslagen.
...

Runje begon veeleer bescheiden aan het seizoen om geleidelijk uit te groeien tot een indrukwekkend sluitstuk. Hij trad de legende van onvergetelijke doelmannen van Standard binnen door een clubrecord te verbeteren : in het kampioenschap bleef hij 724 minuten op rij ongeslagen. Geraerts ontpopte zich in deze sector tot de revelatie van het seizoen. Hij kon bij zijn ontluiking rekenen op een ervaren gids : Conceiçao. Rapaic raakte pas later in het goede ritme. Er werd vooral via de flanken gedacht en gevoetbald, centraal lag de slagkracht iets lager. Met 31 tegendoelpunten had Standard vorig seizoen samen met Club Brugge de op een na beste defensie. Dit seizoen incasseerden de Rouches nog minder goals, hoewel van de verdediging alleen Dragutinovic overbleef. Dat vroeg enige rodage, maar Standard vond toch vlug een defensieve stabiliteit. In de zomer behoorde Bangoura niet meer tot de prioriteiten, maar hij reageerde gevat op deze onderwaardering en werd de doelschutter bij uitstek. Zijn sprongkracht rendeerde prima aan de zijde van eerst de jonge Tchité en, op het einde van het seizoen, de krachtige Roussel. Met zijn zuivere voorzetten en zijn waakzaamheid als doelschutter voegde hij een scheut Porto toe aan de Luikse cocktail. Vooral voor de winterstop was Sergio Conceiçao zo spelbepalend dat Standard in zijn systematiek te veel naar rechts overhelde. Dat on-evenwicht werd in de terugronde weggevijld. Vorig seizoen bleek de Zuid-Amerikaan nog bijzonder nuttig in zijn rol als schokbreker, maar hij kon die lijn niet doortrekken en werd op het middenveld gepasseerd door Karel Geraerts en Matthieu Assou-Ekotto. Daardoor bleef Juan Ramón Curbelo vrijwel het hele seizoen lang aan de bank gekluisterd. 11e speeldag Standard staat nog niet scherp genoeg om de goed geoliede Brugse machine te stuiten en wordt thuis afgestraft : 1-4. 30e speeldag Nadat het bij Club Brugge een gelijkspel (1-1) uit de brand sleept, verliest Standard op Anderlecht op het nippertje en op de valreep (3-2) in wat wellicht de beste wedstrijd van het seizoen was. 34e speeldag Standard komt niet verder dan een 1-1-gelijkspel op Oostende en moet daardoor nog een dubbele testwedstrijd spelen tegen RC Genk om Europees voetbal te kunnen halen. Bewijst de terugronde van Standard niet dat deze groep dichter bij Club Brugge en Anderlecht stond dan het klassement doet vermoeden ? Karel Geraerts : "De ploeg heeft zich dit seizoen progressief ontwikkeld. Tijdens de winterstop is de ultieme klik er gekomen en de motor is niet meer stilgevallen. Het talent was natuurlijk van bij het begin aanwezig, maar we moesten elkaar nog leren kennen en automatismen cultiveren. Het Standard van de terugronde had nooit thuis van Brussels verloren en ook niet van Charleroi. Die zware thuisnederlaag tegen Bilbao in de Uefacup blijft wel op mijn maag liggen. Dat was één lijdensweg maar we hebben er wel lessen uit getrokken. Het Standard van de terugronde was de evenknie van Club Brugge en Anderlecht." Sergio Conceiçao vertolkte dit seizoen een cruciale rol : wat heeft hij jou en de groep bijgebracht ? "Ik had vooraf niet gedacht dat ik dit seizoen zo veel zou spelen. Maar de aanpassing verliep vlug en dat is dankzij Conceiçao. Vooral in het begin leunde ik heel dicht bij hem aan, concentreerde ik me op het samenspel met hem. Hij is belangrijk voor Standard, doet altijd nuttige dingen met de ballen die je hem toespeelt. Zijn technisch register is ongelooflijk uitgestrekt en hij geeft ook leiding aan de groep. In tactisch opzicht was er een rechtstreekse verbinding tussen hem en mij. Maar ook Matthieu Assou-Ekotto ben ik zeer erkentelijk. Hij heeft kalmte in de ploeg gepompt. Ik heb een paar keer als enige verdedigende middenvelder gespeeld. Ik ken die positie van bij de jeugdploegen. Het stoort me niet maar ik verkies een offensievere oriëntatie." Met zijn aankondiging dat hij volgend seizoen niet meer als hoofdcoach van Standard zal fungeren, heeft Dominique D'Onofrio veel mensen verrast. Vooral omdat hij Standard vorig seizoen naar Europees voetbal had geloodst - niet simpel voor een club waar de spelersgroep zelden al in de zomer compleet is. Nadat hij de trofee van Trainer van het Jaar had ontvangen, zei Trond Sollied : "Er ontbreekt iemand bij de genomineerden. Dominique D'Onofrio heeft dit seizoen puik werk geleverd." De spelers van Standard zijn zeer te spreken over de coaching van D'Onofrio en over de offensieve klemtonen die hij legt. Standard hanteerde doorgaans een 4-4-2 maar wanneer dat nodig was, schakelde het moeiteloos over op 4-2-4, 4-1-3-2 of 4-3-3. Deze tactische variaties mag D'Onofrio op zijn actief schrijven. Hij kan stoppen met het gevoel dat zijn taak volbracht is. 7Toeschouwers (goed)Met een gemiddelde van bijna 18.000 toeschouwers blijft Standard groeien. Voor de Europese bekerwedstrijden werd dat gemiddelde opgetild tot 20.864 kijkers. Entourage (heel goed)De groep hing zeer goed aan elkaar, bij Standard zijn ze dat wel anders gewoon. De anciens trokken de kar wanneer dat nodig was en de mix ouderen-jongeren werkte. Spektakel (goed) Standard vatte het seizoen aarzelend aan maar schakelde vlug over naar een hogere snelheid. Vanaf januari en op basis van een solide verdediging klom Standard op tot in de hoogste regionen van het klassement. Financiën (goed) De club hield zich rigoureus aan het uitgestippelde budget. Door dit financiële beleid zijn de rekeningen progressief in evenwicht geraakt en hoeft men geen beroep meer te doen op de vrijgevigheid van de aandeelhouders. Standard draait op een budget van 16 miljoen euro. Transfers (heel goed)Standard heeft een organisatie op poten gezet waar nieuwe spelers zich gemakkelijk kunnen inpassen. Minder zichtbaar waren de inspanningen van de technische staf om Jonathan Walasiak aan boord te houden toen die door een zware mentale crisis ging. door Pierre Bilic