Het was medio 1974. KV Oostende was naar eerste klasse gepromoveerd en zou drie seizoenen op het hoogste niveau aantreden. De ondoordringbare Norberto Höfling was trainer, de Zweed Kurt Axelsson organiseerde de verdediging nadat hij eerder bij Club Brugge furore maakte, en dezelfde weg had Pierre Carteus ingeslagen, de sierlijke veldheer die het alleen aan snelheid ontbrak om de echte top te halen. En vooraan liepen twee opportunisten van de zuiverste soort: Jan Simoen en zijn razendsnelle spitsbroeder José Mortier. In het Albertpark kolkte het vaak. AS Oostende straalde klasse en grandeur uit, naar het beeld van de toenmalige voorzitter René Menu, een gedistingeerde man die een hotel runde pal bij het casino.
...

Het was medio 1974. KV Oostende was naar eerste klasse gepromoveerd en zou drie seizoenen op het hoogste niveau aantreden. De ondoordringbare Norberto Höfling was trainer, de Zweed Kurt Axelsson organiseerde de verdediging nadat hij eerder bij Club Brugge furore maakte, en dezelfde weg had Pierre Carteus ingeslagen, de sierlijke veldheer die het alleen aan snelheid ontbrak om de echte top te halen. En vooraan liepen twee opportunisten van de zuiverste soort: Jan Simoen en zijn razendsnelle spitsbroeder José Mortier. In het Albertpark kolkte het vaak. AS Oostende straalde klasse en grandeur uit, naar het beeld van de toenmalige voorzitter René Menu, een gedistingeerde man die een hotel runde pal bij het casino. Maar het bleef niet duren. In januari 1976 barstte de bom, Höfling kreeg de bons en samen met hem stapten ook Menu en een paar bestuursleden op. KV Oostende devalueerde in vier jaar van een ambitieuze eersteklasser tot een kleurloze derdeklasser en midden 1979 sprak de toenmalige voorzitter Oswald De Bruycker, een in de bouwsector bedrijvige zakenman, de hoop uit op een fusie met stadsgenoot VG Oostende, dat ooit in tweede speelde, maar weinig volk kreeg. Het fusiedossier was heel geladen, de beide clubs zouden samen voor een te grote schuldenlast staan, zonder de hulp van de stad was niets mogelijk. De samensmelting kwam er uiteindelijk twee jaar later wel, na veel discussies en veel gepalaver. Er zaten ups en downs in die 40 jaar, er passeerden tal van kleurrijke figuren de revue. Een van hen was de flamboyante voorzitter Eddy Vergeylen die niet bepaald geruisloos bij de club binnenstapte. Vergeylen, die zichzelf voor deze functie kandidaat had gesteld, haalde het met acht stemmen tegen vier en had vooraf gevraagd dat de mensen die niet voor hem kozen ontslag zouden nemen. Ofschoon het om een geheime stemming ging, deden ze dat. Vergeylen viel altijd op. Hij droeg graag fel gekleurde jassen, schrok niet terug voor een sterke uitspraak, vond humor het belangrijkste in het leven maar constateerde 'dat er jammer genoeg nogal wat mensen zijn die aan hun lachspieren moeten geopereerd worden'. Ooit had Vergeylen, een tapijtenhandelaar, eigenhandig playbackshows georganiseerd om de clubkassa van de noodlijdende club aan te vullen. En hij zorgde ook voor de grootste stunt uit de clubgeschiedenis toen hij Jean-Marie Pfaff in 1998 als trainer aantrok. Dat was een enorme publiciteitsstunt. Maar het avontuur duurde maar een paar weken, Pfaff verbaasde de groep met zeer bizarre trainingsmethoden. Het bracht Vergeylen niet uit zijn evenwicht. Hij vertelde de ene grap na de andere en stapte fluitend door het leven. Op alles had hij een antwoord. Toen KVO een competitiewedstrijd op Antwerp won, zeiden de bestuursleden van de thuisclub dat Vergeylen er nu wel voor moest zorgen dat zijn spelers de voeten op de grond hielden. Maar Vergeylen zei dat hij vooral dat niet wilde. Omdat ze dan niet meer zouden kunnen koppen. Het was heerlijk toeven in het Albertpark. De koffie en broodjes aan de rust smaakten uitstekend, de cognac nadien ook en de persconferenties voor het begin van het seizoen pleegden door te gaan in een zeer gastronomische omgeving. Daar maakte een jonge zakenman zijn opwachting die later voorzitter zou worden: Marc Coucke. Hij had voor de media een doos met shampoo meegebracht. Zo probeerde KV Oostende een plaats te krijgen in de Belgische voetbalwereld. Maar echte stabiliteit heeft de club in die 40 jaar nooit gevonden, stevige fundamenten werden er nooit gelegd. Er waren promoties en degradaties, triomfen en tragedies. Er was een (verloren) bekerfinale in 2017 en Europees voetbal enkele maanden later. Er waren 7 voorzitters en 36 trainerswissels. En uiteindelijk werd het Amerikaanse Pacific Media Group hoofdaandeelhouder. Of dat een garantie is voor een zorgeloze toekomst moet blijken. Vorig seizoen was KVO de revelatie in de competitie. Veel moeilijker wordt het nu om te bevestigen.