Ondanks de hype van de Premier League beperkt het succes van de Engelse nationale ploeg zich nog altijd tot die ene wereldtitel van 1966. In het eigen mythische Wembley verslaat het organiserende land West-Duitsland met 4-2, onder meer door een nog altijd betwist (bal over de doellijn of niet ?) doelpunt van Geoff Hurst. Engeland is op dat moment absolute wereldtop. Maar vier jaar later in Mexico zijn de kwartfinales al het eindstation nadat tegen diezelfde Duitsers een 2-0-voorsprong wordt prijsgegeven. Het is het eerste in een lange rij van WK-trau...

Ondanks de hype van de Premier League beperkt het succes van de Engelse nationale ploeg zich nog altijd tot die ene wereldtitel van 1966. In het eigen mythische Wembley verslaat het organiserende land West-Duitsland met 4-2, onder meer door een nog altijd betwist (bal over de doellijn of niet ?) doelpunt van Geoff Hurst. Engeland is op dat moment absolute wereldtop. Maar vier jaar later in Mexico zijn de kwartfinales al het eindstation nadat tegen diezelfde Duitsers een 2-0-voorsprong wordt prijsgegeven. Het is het eerste in een lange rij van WK-trauma's. Voor de eindtoernooien in 1974 en 1978 weet Engeland zich niet eens te plaatsen. Dat overkomt het land nadien nog één keer, in 1994. Onrecht en bovennatuurlijke krachten overvleugelen de Engelsen in de jaren tachtig. In 1982 moet de ploeg naar huis zonder één nederlaag. De FIFA experimenteert - voor het eerst én het laatst - met een tweede ronde in poules. Alleen de groepswinnaars mogen naar de halve finale, maar weer stuit Engeland op West-Duitsland, dat één keer meer wint en naar de laatste vier doorstoot. Vier jaar later dompelt de Hand van God de Engelse voetbalnatie in diepe rouw. Diego Maradona scoort in de kwartfinale tegen Peter Shilton, naar eigen zeggen "een beetje met het hoofd en een beetje met de hand van God." Zijn tweede doelpunt, na een weergaloze ren over bijna het hele veld, staat tot vandaag te boek als het mooiste ooit gescoord op een WK. Italië 1990 betekent de openbaring van Paul Gascoigne. Engeland komt ternauwernood door de achtste finales tegen België na een doelpunt van David Platt in de allerlaatste minuut van de verlengingen, maar bereikt vervolgens wel de halve finales. Daarin wordt het na het nemen van strafschoppen door (opnieuw) West-Duitsland de weg naar de eindstrijd versperd. De kleine finale om de derde plaats gaat verloren tegen Italië (2-1). Nog altijd is dit Engelands grootste internationale succes sinds de wereldtitel van 1966. In 1998 is voor het eerst een hoofdrol weggelegd voor David Beckham. In de achtste finales tegen Argentinië laat hij zich voor natrappen naar aanvoerder Diego Simeone een domme rode kaart aansmeren, waarna Engeland in een heroïsch gevecht met tien man (2-2) alsnog strafschoppen uit de brand sleept. Daarin delft het jammerlijk het onderspit. Beckham wordt verantwoordelijk gehouden voor de uitschakeling en krijgt de hele natie over zich heen. Vier jaar later is alles vergeten en vergeven. Een voetbreuk dreigt de weer in genade aangenomen ster weg te houden van het WK in Japan en Zuid-Korea en heel Albion bidt om zijn herstel. Beckham raakt fit en neemt uitgerekend tegen Argentinië wraak : uit een strafschop maakt hij het enige doelpunt. Toch eindigt het toernooi ook nu te vroeg voor de Engelsen. Ze stranden in de kwartfinales tegen de latere wereldkampioen, Brazilië (2-1), een nieuwe teleurstelling rijker.