Ooit was er een tijd dat zesdaagsen effectief 144 uur duurden. Het waren rauwe en gevaarlijke overlevingstochten die veel tegenkanting kregen en een pervers karakter hadden. Het gebeurde dat de renners op de baan in slaap vielen of dat ze naar beneden tuimelden en wedstrijdcommissarissen die langs de piste stonden aanreden.
...

Ooit was er een tijd dat zesdaagsen effectief 144 uur duurden. Het waren rauwe en gevaarlijke overlevingstochten die veel tegenkanting kregen en een pervers karakter hadden. Het gebeurde dat de renners op de baan in slaap vielen of dat ze naar beneden tuimelden en wedstrijdcommissarissen die langs de piste stonden aanreden. Ooit was er een tijd dat zesdaagsen vrijwel uitsluitend draaiden rond ploegkoersen. De wedstrijd werd beslist in een lange en afmattende koppelrit waarin je voor ieder zwak moment een zware prijs betaalde. Renners die zichzelf opbliezen, in volle finale kraakten, het maakte deel uit van het spektakel. De meest gevreesde finale was deze van de zesdaagse van Zürich, die per traditie eindigde met een ploegkoers over 100 kilometer. Die begon om drie uur 's ochtends en duurde bijna twee uur. Dat de winnende ploeg om vijf uur 's ochtends een ereronde reed, was een onwezenlijk beeld, maar ingegeven door praktische overwegingen: om vijf uur begonnen de eerste trams te rijden en konden de vele aangeschoten toeschouwers veilig naar huis. De afgelopen jaren nemen de ploegkoersen een steeds minder prominente plaats in. Als wedstrijddirecteur van de zesdaagse van Gent (en van nog verschillende andere zesdaagsen) lag Patrick Sercu aan de basis van deze andere manier van denken. Sercu wilde een totaalpakket aanbieden, een wedstrijd vol variatie die zo ook toegankelijker werd gemaakt voor een breed publiek. Om een ploegkoers te volgen en alle bewegingen te zien in een wirwar van bont gekleurde renners, moet je echt wel iets van deze specifieke discipline kennen. Om een afvallingsrace, een wedstrijd om de snelste baanronde of een spectaculair gevecht achter de derny te bekijken veel minder. Meer en meer werd snelheid de basis van zesdaagsen. Vroeger zat in iedere ploeg een combinatie van explosiviteit en uithouding. Ploegen bestonden doorgaans uit een flitsende spurter en een onvervalste hardrijder. De meest legendarische zesdaagseploegen bevatten die mengeling en waren zeer complementair: Van Steenbergen-Severeyns, Post-Pfenninger, Clark-Doyle en Martinello-Villa om er maar enkele te noemen. Zelfs Patrick Sercu, die 88 zesdaagsen won met 27 verschillende ploegmaats, had nooit een op snelheid terende renner aan zijn zijde. Net zo min als aanvankelijk Bruno Risi, die met zijn jeugdvriend Kurt Betschart 37 zesdaagsen op zijn palmares schreef, de met afstand meest succesrijke ploeg aller tijden. Hoe belangrijk snelheid in zesdaagsen werd, toont juist Risi: nadat Betschart een punt achter zijn carrière zette, won hij met flitsende renners als Erik Zabel en vooral Franco Marvulli 19 zesdaagsen in twee jaar. Om met Betschart aan 37 overwinningen te raken, had hij dertien seizoenen nodig. Om snelheid en punten zal het ook weer gaan in de zesdaagse van Gent, die dinsdagavond is begonnen. In een programma van vijf tot zes uur is er slechts één uur en tien minuten gereserveerd voor de (twee) ploegkoersen. In alle andere onderdelen primeert de snelheid: een puntenkoers over 60 ronden, een ploeg- en individuele afvalling, de snelste baanronde, een ploegentijdrit over 500 meter, een supersprint, scratch en keirin. Het gaat om explosiviteit en in elk onderdeel sprokkelt de winnaar vijftien punten. Haaks op die pure snelheid staan wel de vier dernyritten die elke avond worden georganiseerd en waarin de winnaar slechts vijf punten krijgt. Die dernywedstrijden zijn telkens weer hoogtepunten. Het vraagt van de renners kracht en souplesse, maar vooral techniek. Het gaat erom zo dicht mogelijk tegen de derny te rijden en uit de wind te blijven. Doorgaans presteren goeie zesdaagserenners ook behoorlijk achter de derny, al heeft het ene niet altijd met het andere te maken. De beste renner in deze discipline was de gebrilde Antwerpenaar Theo Verschueren, die met een andere specialist, de Nederlander Peter Post, heroïsche duels uitvocht. In de zesdaagse van Keulen pakte Verschueren ooit op een avond met zo'n verschroeiend tempo uit dat alle andere deelnemers in een rit van twintig minuten op elf ronden werden gekegeld. Alleen Peter Post bleef op 50 meter van Verschueren hangen. Hij naderde geen meter en stuikte na afloop van de wedstrijd compleet in mekaar. Als zesdaagserenner was de inmiddels 65-jarige Verschueren veel minder, al won hij twee keer in Antwerpen. Dat was geen toeval: de zesdaagse in de sinjorenstad eindigde met een ploegkoers achter derny's, een uniek maar intussen helemaal uitgestorven schouwspel. Om punten draait het nu meer dan ooit. Een ploeg die de 100 punten overschrijdt, krijgt een bonusronde en de punten maken het verschil als ploegen in dezelfde ronde eindigen. In het Wielermagazine dat dit blad op 22 oktober uitbracht, vertelde ex-pistier Stan Tournédat dit voor een totaal andere manier van koersen heeft gezorgd. Hij constateert dat de nevennummers zo belangrijk zijn dat er in de ploegkoersen vaak op reserve wordt gereden. En dat er door die evolutie ook een ander type pistier is ontstaan. In zesdaagsen, zo beweert Tourné, is er geen plaats meer voor renners die sterker naar voren treden naarmate de ploegkoersen langer worden. Welke grote rol de punten spelen, is ook dit seizoen duidelijk. In de vijf zesdaagsen die tot dusver werden gereden (Amsterdam, Dortmund, Grenoble, Milaan en München), zijn het de ploegen met het hoogste aantal punten die uiteindelijk wonnen. Er wordt gerekend en vaak wordt de wedstrijd in de laatste spurt beslist - al vormde de zesdaagse van Gent daar vorig jaar een uitzondering op: met een demarrage diep in de finale haalde Iljo Keisse het aan de zijde van Robert Bartko via een beslissende winstronde van de Zwitsers Risi-Marvulli, die de meeste punten totaliseerden. Het was sinds 1996 geleden dat in Gent nog een ploeg won (toen Risi-Betschart) die niet het hoogste aantal punten telde. Iljo Keisse is ook nu weer samen met Robert Barko als de topfavoriet in de zesdaagse van Gent gestart. Beiden bewezen in München dat ze in een heel goeie conditie steken: in een spetterende finale wezen ze onder meer Erik Zabel en Leif Lampater terug. Die zege is een nieuwe mijlpaal in de carrière van de volgende maand 26 wordende Keisse: geen zesdaagse die zo zwaar is en zo wordt begeerd als deze in de Beierse hoofdstad. In de afsluitende ploegkoers haalden renners op de 198 meter lange baan een gemiddelde snelheid van 54 kilometer per uur. Iljo Keisse is dit seizoen sterker en sneller geworden. Door zijn klasse en zijn looks groeide hij uit tot het prototype van de moderne zesdaagserenner. Ook achtervolger Robert Bartko, niet erg geliefd in het milieu en niet echt een communicatief iemand, etaleert een grote explosiviteit, al teert hij daarvoor vooral op zijn macht. Bartko oogt wat loom, maar gaat nooit kapot en heeft een uitstekende aflossing. Niemand lijkt deze ploeg in Gent van de zege te kunnen houden. Patrick Sercu had het dit jaar niet gemakkelijk om een deelnemersveld in mekaar te boksen. De Zwitser Franco Marvulli sukkelt al drie maanden met een virus en komt, net als in München, niet aan de start. Zo moet Risi het met een andere landgenoot, Alexander Aeschbach, doen. Die fungeerde tot dusver vooral als taxichauffeur voor jonge renners en komt voor de ploegkoersen inhoud te kort. Het is jammer dat een uitzonderlijke renner als Risi, op zijn 40ste nog altijd de patron van het milieu, nu de wedstrijd niet mee kleur kan geven. Een schitterende zet zou het geweest zijn om Risi, los van belangen van ploegensponsors die zich aan bepaalde renners willen binden, voor de gelegenheid aan Zabel te koppelen. Vuurwerk op het hoogste niveau was dan gegarandeerd. Naast Franco Marvulli ontbreekt ook Robert Slippens. De vroeger supersonisch snelle Nederlander, die op vele pistes het baanrecord houdt, kwam in augustus 2006 in de Schaal Sels zwaar ten val en knokte met vallen en opstaan om terug te keren. Hij won dit seizoen nog in Amsterdam maar in München moest hij de strijd staken en bleek dat de naweeën van die zware val nog niet zijn verwerkt. Danny Stam spant nu aan met Pieter Schep, op zich een behoorlijk team, maar het lijkt zo goed als uitgesloten dat zij winnen. Pieter Schep was het namelijk die samen met Jens Mouris op de Olympische Spelen van Peking de achtervolging organiseerde op Iljo Keisse en Kenny De Ketele, toen die op weg leken naar goud. Sindsdien staat er een rekening open. Jammer dat de jonge Denen Alex Rasmussen (24) en Michael Morkov (23) niet in Gent mogen starten. Beiden stapten over naar de nieuwe ploeg van Bjarne Riis (Saxo Bank, het vroegere CSC) en worden door hun werkgever opgeëist. Rasmussen en Morkov zorgden in München voor sensatie, vooral dan in de 500 meter tijdrit (met vliegende start) waarin ze elke avond een nieuw record op de tabellen gooiden en een gemiddelde snelheid haalden van meer dan 65 kilometer per uur. Tot een halfuur voor het einde streden Rasmussen en Markov in München nog mee voor de overwinning, om dan in mekaar te stuiken: ze verloren nog drie ronden en finishten als vierde. Vorig jaar eindigden beiden op tien ronden. Het enigszins onthoofde deelnemersveld zal de belangstelling in het Gentse Kuipke niet remmen. Er was de afgelopen weken een stormloop op kaarten en er is natuurlijk een topattractie die veel goedmaakt: Erik Zabel neemt in Gent afscheid van het Belgische publiek. Zabel werd in de voormalige DDR op de baan gevormd en cijfers tonen dat hij veel meer is dan een succesvolle wegrenner. Zabel reed 25 zesdaagsen, hij won er elf van en eindigde slechts vier keer buiten de eerste drie. Met Leif Lampater wordt hij de grootste tegenstander van Iljo Keisse en Robert Bartko. Lampater, één dag jonger dan Keisse, werd lang geremd omdat hij van de Duitse wielerfederatie lang voorrang moest geven aan het wereldbekercircuit. In 2008 eiste hij niettemin met vier overwinningen zijn plaats op aan de top, al ontbreekt het hem vaak nog wat aan ervaring: in ploegkoersen komt het er ook op aan het juiste moment te kiezen. Met een duel tussen Bartko-Keisse en Zabel-Lampater moet het spektakel toch gegarandeerd worden in Gent waar naast Iljo Keisse slechts zes andere Belgen starten. Kenny De Ketele (23), die vooral houdt van ploegkoersen, kan een nieuwe stap zetten in zijn leerproces, al staan er op de erelijst van deze Oost-Vlaming al vijf Belgische en vier Europese titels. De Ketele vormt met de 38-jarige Andreas Beikirch een perfecte mixture tussen routine en jeugd, al geldt de Duitser, die in Gent al eerder een leermeester was voor Iljo Keisse, niet echt als de meest sociale renner en fietst hij kleurloos. De 21-jarige Tim Mertens, een van de weinige jonge Belgische renners die resoluut voor de baan kozen (ofschoon hij als junior een goeie wegrenner was), krijgt een andere Duitser, de veelzijdige Andreas Müller, aan zijn zijde. Die beloofde destijds veel, maar forceerde nooit de doorbraak naar de top. Die weg ligt bezaaid met veel hindernissen. Dimitri De Fauw, die met Iljo Keisse veel zesdaagsen voor beloften won, kan ervan meespreken. Na een donkere periode krijgt de Gentenaar nu een nieuwe kans om in de proeven om de snelste baanronde zwaar uit te pakken. Zijn ploegmaat Steven De Neef zal zich vooral laten opmerken in de dernywedstrijden. Nicky Cocquyt en Ingmar Depoortere, ooit veelbelovende jongeren, ronden de Belgisch inbreng af. Ook zij ervaarden al welke werelden van verschil er bestaan tussen amateurs en profs. Het is iets wat ook Iljo Keisse eerder al vaststelde. In 2002 reed hij zijn eerste zesdaagse van Gent en werd met de Zuid-Afrikaan Jean-Pierre Van Zijl dertiende en laatste. Op 40 (!) ronden. In 2003 finishte hij met de Oostenrijker Franz Stocher achtste op 25 ronden. In 2004 werd hij met Andreas Beikirch tweede om vervolgens drie keer na mekaar te winnen. Of beter: twee keer. De uitslag van de zesdaagse van Gent 2006 werd geannuleerd na de zwartste bladzijde uit de geschiedenis van de Gentse zesdaagse: de tragische dood van de Spanjaard Isaac Gálvez. S door jacques sys