Met een in extremis afgedwongen 2-3- zege in Sint-Truiden heeft Club Brugge afgelopen zondag in het kolkende Staaien de neerwaartse spiraal gestopt. En een crisis, die tot vijf minuten voor het einde boven de vereniging hing, afgezworen. De opluchting was ongemeen groot in Sint-Truiden, de hoop op een kentering flakkerde op. Blauw-zwart is eigenlijk al twee jaar op zoek naar zichzelf. Zelfs tijdens het laatste seizoen van de nu hier en daar weer geïdealiseerde Trond Sollied strompelde Club in de terugronde als het ware naar de titel. Terwijl de jeugdwerking van de vereniging geolieder draait dan ooit te voren (zie p. 36-38), vond het geen nieuwe identiteit. Cijfers tonen hoe moeilijk dat proces verloopt : sinds januari 2005, het moment dat de neergang langzame...

Met een in extremis afgedwongen 2-3- zege in Sint-Truiden heeft Club Brugge afgelopen zondag in het kolkende Staaien de neerwaartse spiraal gestopt. En een crisis, die tot vijf minuten voor het einde boven de vereniging hing, afgezworen. De opluchting was ongemeen groot in Sint-Truiden, de hoop op een kentering flakkerde op. Blauw-zwart is eigenlijk al twee jaar op zoek naar zichzelf. Zelfs tijdens het laatste seizoen van de nu hier en daar weer geïdealiseerde Trond Sollied strompelde Club in de terugronde als het ware naar de titel. Terwijl de jeugdwerking van de vereniging geolieder draait dan ooit te voren (zie p. 36-38), vond het geen nieuwe identiteit. Cijfers tonen hoe moeilijk dat proces verloopt : sinds januari 2005, het moment dat de neergang langzamerhand een aanvang nam, speelde Club Brugge 56 competitiewedstrijden. Het pakte daarin 106 punten op 168, dat is amper 63 procent. In die periode stonden er drie verschillende trainers voor de groep en werden er in competitieverband meer dan veertig spelers opgesteld. Club Brugge was altijd een bolwerk van rust en sereniteit, een vereniging die gedragen werd door een unieke band van solidariteit en nooit de behoefte had aan grandeur en uiterlijk vertoon. Het zijn eigenschappen die Michel D'Hooghe nog steeds koestert. De voorzitter maakte de tijd mee dat Club dreef op een gezonde West-Vlaamse koopmanskunst en in het moeras van de lagere (buitenlandse) afdelingen talent opdolf. De tijden zijn wat dat betreft veranderd. De scoutingsystemen werden zo geperfectioneerd dat er maar hoogst incidenteel nog iemand door de mazen van het net glipt. Dat heeft Club Brugge veel van zijn vroegere slagkracht ontnomen. De transferpolitiek van de afgelopen jaren is, om het zacht uit te drukken, niet echt geslaagd. Het zou te gemakkelijk zijn om dat alleen in de schoenen van Marc Degryse te schuiven. De sportleider zit gevangen in de financiële beperkingen van zijn vereniging. Toch valt het tegen dat Degryse, inmiddels al meer dan drie jaar aan de slag in het Jan Breydelstadion, nog op geen enkele manier een (op het veld merkbare) sportieve stempel kon drukken. Dat is vreemd voor zo'n intelligente voetbalkenner. Net zoals ook het profiel van Ferrera absoluut niet past bij de voetbaldenkbeelden van Degryse. Ook ex-topvoetballers maken in hun nieuwe functie rare sprongen. Zoals bij Standard bleek toen Michel Preud'homme met gloed voor de komst van Johan Boskamp pleitte. De zege in Sint-Truiden moet niettemin de rust in Brugge herstellen. Verheugend was het vooral dat Club weer wilskracht en karakter toonde. Daarop kan verder worden gewerkt. Stabiliteit is en blijft de bepalende factor in het succes. Juist Anderlecht, eerder altijd wild op en neer dansend op de golven van de emotie, geeft daarin nu het voorbeeld : het hield Frank Vercauteren vorig seizoen in een moeilijke periode de hand boven het hoofd. De wedstrijd tegen een Europese subtopper als Rijsel toonde dat Anderlecht internationaal nog een lange weg te gaan heeft, maar in België zal de Brusselse voetbalmachine moeilijk te ontwrichten zijn. De rentree van Nicolás Frutos verhoogt de variatiemogelijkheden. Om verder te groeien moet Anderlecht meer financiële mogelijkheden kunnen aanboren. De Champions League zal daarbij helpen maar de te beperkte accommodatie groeit met de week uit tot een grotere bron van frustratie voor de Brusselse dirigenten. Net zoals bij Club Brugge, dat als het ware kraakt in zijn voegen en in zijn stadion alles heeft uitgebuit en uitgebaat. Een economische groei van een vereniging hangt af van het sportief beleid maar het zijn de financiële mogelijkheden die dat sportief beleid bepalen. Het is jammer dat België wat dat betreft altijd maar weer inhaalbewegingen moet maken. In Nederland bijvoorbeeld spelen zestien van de achttien eersteklassers in een nieuw of gerenoveerd stadion. Omdat er tijdig werd geanticipeerd op nieuwe ontwikkelingen. DOOR JACQUES SYS