TYPE-ELFTAL: 4-4-2 Doel

Proto is momenteel de onbetwistbare titularis van de nationale ploeg. Logisch gezien het seizoen dat hij bij La Louvière heeft afgeleverd. Proto heeft zich nog verder ontwikkeld en heeft nauwelijks nog zwakke kanten. Bovendien manifesteerde hij zich almaar meer als een leidersfiguur.
...

Proto is momenteel de onbetwistbare titularis van de nationale ploeg. Logisch gezien het seizoen dat hij bij La Louvière heeft afgeleverd. Proto heeft zich nog verder ontwikkeld en heeft nauwelijks nog zwakke kanten. Bovendien manifesteerde hij zich almaar meer als een leidersfiguur. Na het vertrek van Assou-Ekotto schoof Van Handenhoven op van de linkerkant (in de heenronde) naar het centrum waar hij naast Espartero speelde. Op links kwam Pinelli in zijn plaats. Op rechts had de uitgesproken polyvalente Brahami veel verdiensten. Blay bevestigde als onopvallende maar betrouwbare rechtsback. Twee revelaties ook : Guilmot, weer aan de oppervlakte na een zwart seizoen, en Toyes, natuurlijk wel al bekend in Frankrijk. Montoya toonde zich een degelijke vervanger van Klukowski. Het vertrek van Murcy en Ishiaku deed zich fel gevoelen, want het waren de enige echte goalgetters van La Louvière. Maton en Djebbour stelden teleur. Gelukkig bereikte de in januari overgekomen Eloi zijn beste niveau om La Louvière aan zeges te helpen. Bij de Gouden Schoen werd hij nog ietwat vergeten, maar hij werd wel uitverkoren tot Doelman van het Jaar. Hij pakte punten voor zijn ploeg en lijkt helemaal rijp om naar een Belgische of buitenlandse topclub door te stoten. Dat hij La Louvière verlaat, staat vast, al ligt hij er nog onder contract.Sinds jaren al was Rafik Djebbour bij Auxerre goed voor tientallen doelpunten in de Franse eerste klasse. Hij kon zelfs bij Valencia aan de slag, maar koos voor La Louvière. Maar hij brak niet door in België, hoewel hij daar na het vertrek van Manasseh Ishiaku alle gelegenheid voor kreeg. 1e speeldag La Louvière pakt uit met een ware demonstratie op Charleroi (2-5) en zal die forse start een tijdlang bevestigen. 18e speeldag De ploeg die aan de terugronde begint (0-0 tegen Charleroi) is in één klap van drie basispionnen beroofd : Michael Klukowski, Matthieu Assou-Ekotto en Manasseh Ishiaku. 27e speeldag. Coach Albert Cartier (of voorzitter Filippo Gaone) stelt elf jeugdspelers op tegen Club Brugge (0-2-nederlaag). 33e speeldag. Na de winst tegen Oostende evenaart La Louvière het vorig seizoen onder Ariël Jacobs gevestigde clubrecord van 44 punten. Dit was voor La Louvière een seizoen met twee gezichten. Geoffray Toyes : "Zeg dat wel : op een uitzonderlijke heenronde volgde een bijzonder moeilijke terugronde."Wordt het verschil alleen verklaard door de leegloop tijdens de winterstop ? "Grotendeels toch. Welke andere ploeg van het niveau van La Louvière zou wel bestand zijn tegen het opstappen van een belangrijke pion in elke linie ? En van een rist invallers die in de heenronde hun degelijkheid hadden bewezen ? Onze spelerskern werd gedecimeerd en daardoor de collectieve kracht van ons spel afgebot. Jammer."Was er nog wel voldoende strijdbaarheid in de terugronde ? "Misschien niet, maar het is ook niet gemakkelijk om een dergelijke sportieve aderlating te aanvaarden. Als je de helft van een seizoen kunt concurreren met de topclubs, valt het moeilijk om ineens als een grijze middenmoter voort te moeten. Ik betreur het dat de financiële werkelijkheid zo de sportieve toestand heeft gedomineerd. En ook de geruchten op het einde van het seizoen, met de onzekerheid voor de spelers die einde contract zijn, hebben ons gedestabiliseerd. Wanneer je tevreden over iemand bent, verleng je zijn contract zo vlug mogelijk, ja toch ?"Haalden de nieuwe spelers voldoende niveau ? "Vast wel en ze pasten ook als gegoten in het systeem van La Louvière. Maar je kon niet verwachten dat ze van de ene dag op de andere het niveau bereikten van de mensen die vertrokken waren. Automatismen krijg je ook niet in een paar dagen tijd in een ploeg gebakken."Hebben jullie geleden onder de sombere prognoses voor het seizoen. "Ach, dergelijke pronostieken zijn onnozel. We hebben die zwartkijkers vlug het zwijgen opgelegd."In juni nog luidde het in de commentaren : ' Albert wie ?', maar intussen is de Belgische voetbalwereld meer dan vertrouwd met de naam Cartier. Er werd toen ook verteld dat Cartier bij La Louvière zat omdat hij bereid was quasi voor niets te werken. Een jaar later is zijn waarde verveelvoudigd : hij stond op het podium van de Trainer van het Jaar en zijn naam werd in verband gebracht met Lokeren en zelfs met Anderlecht en Standard. De Fransman heeft zich bij La Louvière laten kennen als een trainer die voetbal op wetenschappelijke wijze benadert en de kwaliteiten van middelmatige spelers optimaal kan exploiteren. Een trainer ook die de verloren zonen van het voetbal er weer bovenop kan helpen. Natuurlijk predikt hij een extreem georganiseerd voetbal, maar vooral in de heenronde speelde La Louvière soms ook sprankelend. Zeker is dat Cartier een kans verdient bij een stabielere club dan La Louvière. Toeschouwers : goedEen gemiddelde van 4800 toeschouwers (onder wie 1900 abonnees) : dat is 500 mensen meer dan voor het seizoen 2003-2004. Entourage : heel slecht De oorlog tussen de clans ( Filippo Gaone- Laurent Denis vs Stéphane Pauwels) leidde tot de C4 voor manager Pauwels. Albert Cartier leek vaak tussen twee vuren te staan. Op het vlak van communicatie blijft het niveau van Gaone middelmatig. Spektakel : gemiddeld In de heenronde produceerde La Louvière soms briljant voetbal maar na de winterstop moest het op de tanden bijten. Financiën : heel goed De club deed een schitterende zaak met de verkoop van spelers in het tussenseizoen, transacties die samen 2,2 miljoen euro opbrachten. En straks komt daar nog een vet bedrag bovenop met de verkoop van Silvio Proto. Transfers : goedFadel Brahami, Geoffray Toyes en Mario Espartero bleken ongelooflijk meevallers. Wagneau Eloi en Laurent Montoya ontpopten zich als valabele transfers. Yannick Zambernardi en Rafik Djebbour mogen als mislukkingen worden aangerekend. Maar daartussen stak heel wat jeugdig talent de neus aan het venster. door Pierre Danvoye