Aimé Anthuenis, gemoedelijkheid uit het Waasland, loopt ontspannen door de kantoren van het Brussels Media Center, waar onder meer de redacties van Sport/Voetbalmagazine, Knack en Trends gevestigd zijn. Zeventig jaar, maar het is hem niet aan te zien. Zestig plus, zoiets. Hij lacht. "Als ze mij vragen voor een interview, dan zeg ik altijd: 'Zwijg over mijn leeftijd en probeer ergens een deftige foto te vinden.'"
...

Aimé Anthuenis, gemoedelijkheid uit het Waasland, loopt ontspannen door de kantoren van het Brussels Media Center, waar onder meer de redacties van Sport/Voetbalmagazine, Knack en Trends gevestigd zijn. Zeventig jaar, maar het is hem niet aan te zien. Zestig plus, zoiets. Hij lacht. "Als ze mij vragen voor een interview, dan zeg ik altijd: 'Zwijg over mijn leeftijd en probeer ergens een deftige foto te vinden.'" Hij zal bijna vier uur praten. Lange monologen, die hij tot drie keer toe zélf onderbreekt: "Als ik jullie verveel, dan moet je mij buitensmijten, hé." Ergens halverwege het gesprek leggen we hem de balans voor. Kampioen met KSV Waregem en SK Lierse in tweede klasse, een titel met Racing Genk en twee keer landskampioen met Anderlecht. Vijf titels. "Neen, zés! Als speler-trainer werd ik met Ertvelde kampioen in derde provinciale. Waarom zou dat niet tellen? Omdat het 'maar' in provinciale was?" Eergierig, altijd geweest. "Ook als speler hoor." Zoals zijn goede vriend, Fiel Laureys, in Voetbal Magazine ooit opmerkte: "Aimé brandde als voetballer van leergierigheid, dat sprak me in hem aan. Als je zei: 'Albert Roosens zit straks op de tribune, die komt je voor Anderlecht bekijken', dan speelde hij de pannen van het dak." Anthuenis: "Ik was een binnenspeler in een 2-3-5, toen een gebruikelijk spelsysteem, pas later ben ik achteruitgeschoven. Eerst voorstopper, daarna libero. In derde klasse, toen we in Lokeren met Jef Jurion, Jozef Vacenovsky en Stany Rogiers promoveerden (1971/72, nvdr), was ik kapitein en riepen de supporters me uit tot beste speler." En toen sloeg het noodlot toe: dubbele meniscusblessure. Amper twaalf wedstrijden in twee seizoenen, waarna hij na de promotie van Lokeren naar eerste (1974) naar bevorderingsclub FC Eeklo verkaste. "Vier mooie seizoenen." Maar Anthuenis' echte roeping lag lángs de lijn, merkte hij 1978, toen hij op zijn 35e speler-trainer bij VK Ertvelde werd. "Ik wou 'het' absoluut maken als coach. En daarvoor heb ik veel opgeofferd. In het begin van mijn carrière, bij Lokeren en Charleroi, werkte ik nog parttime op de administratie van de Gentse universiteit, waar ik zelfs diensthoofd kon worden. Geweigerd, hé, want dan moest ik in Gent voltijds aan de slag en dat betekende dat ik met het voetbal moest kappen. Onmogelijk..." Een naadloos bruggetje naar het eerste thema. "Ik leerde hem vooral waarderen als een schitterend mens. Hij gaf veel vertrouwen, sprak veel met spelers, stond er niet echt boven, had geen pretentie. Er was een enorm goede samenwerking tussen de groep en de trainer."(Patrick Van Veirdeghem, Voetbal Magazine, 27 januari 1999)"Ik moet Lokeren dankbaar zijn dat het, na het ontslag van Dimitri Davidovic (februari 1985, nvdr), voor mij koos. Een jonge Belgische trainer - 41 jaar - die nooit in eerste klasse had gevoetbald, toch geen vanzelfsprekende keuze. Ik had geen ervaring als T1, maar dat betekende niet dat ik met twijfels voor de groep stond. Mijn grote voordeel was dat ik al vier, vijf jaar coach van de UEFA-junioren was, in die tijd een prestigieuze lichting. We trainden zwaarder dan het eerste elftal, ik heb zelfs ooit aan Davidovic voorgesteld om een oefenmatch te spelen. Niet gedurfd... (lacht) "Die seizoenen bij de jeugd waren belangrijke stappen in het volwassen worden als coach. Want spelers die meteen hoofdtrainer worden, mispakken zich dikwijls. Je moet in de eerste plaats de kleedkamer kunnen beheersen. Gérer le vestiaire, zoals Robert Waseige altijd zei. "Ik was een paar maanden bezig toen Aloïs Derycker, de manager die veel talenten gehaald had, overleed. Een probleem, zeker bij Lokeren, waar nooit geld was. Gelukkig had ik onder Waseige, de voorganger van Davidovic, twee jaar gescout en konden we goede transfers doen. In Diest haalden we Patrick Versavel. 'En volgend jaar mag je broertje, Bruno, ook eens meekomen.' (lacht) Drie miljoen frank (75.000 euro, nvdr) voor de twee, voor wie KV Mechelen uiteindelijk zestig miljoen(1,5 miljoen euro, nvdr)heeft betaald. "In mijn derde seizoen pakten we een Europees ticket. Enorm sterke ploeg. (somt uit het hoofd op) Bob Hoogenboom, Johan Schoofs, Stephen Keshi, Patrick Van Veirdeghem, de twee Versavels - honderdmeterlopers! -, Kari Ukkonen en drie jongens - Didier en Dimitri Mbuyu en Angelo Nijskens - uit mijn UEFA-lichting. Ik herinner me nog de wedstrijd in het Constant Vanden Stockstadion: 0-3 aan de rust. Tegen het grote Anderlecht, met Grün, Gudjohnsen, Lozano, Scifo, Vercauteren... 0-3, hé! Alleen liet de scheidsrechter, Charles Magerat, doorspelen tot de 105e minuut en werd het nog 4-3. Totale chaos na de match. Ik gaf de lijnrechter een fikse duw, Hoogenboom was in de middencirkel met iemand aan het vechten... Allemaal een week geschorst." (lacht) "Een Vlaming in Wallonië, dat blijft delicaat. Je merkte dat Anthuenis soms kritiek kreeg in de plaatselijke krant La Nouvelle Gazette, terwijl daar geen aanleiding voor was. Hij werd daar echt aangevallen als Vlaming."(Fiel Laureys, Voetbal Magazine, 19 mei 1999)"Niet akkoord! De voorzitter van Charleroi, Jean-Pol Spaute, was sterk geïnteresseerd in jeugdopleiding en had mij met de jeugd van Lokeren tijdens een toernooi in Scandinavië aan het werk gezien. En: Raymond Mommens, met wie ik een aantal jaren had samengewerkt, had er mijn naam laten vallen. Geen gemakkelijke beslissing, maar ik was gepikeerd omdat Lokeren rond de winterstop - we stonden derde - nog niet over een contractverlenging gesproken had. "Een enorme uitdaging, want toen werd gezegd: 'Anthuenis? Goede trainer, als hij dicht bij zijn deur kan werken.' Veel druk, ja, ook omdat Spaute zei dat hij me niet kon houden wanneer de supporters me zouden uitfluiten...(lacht)Na een moeilijk begin schreef La Nouvelle Gazette dat ze me beter zouden ontslaan. Maar tegen RWDM hadden we hoerenchance: 2-1, en waren we vertrokken. "Totaal andere mentaliteit dan in Vlaanderen. Genieten, ambiance, profiteren van het leven. En niet twee minuten na een overwinning zeggen: 'Jaja, maar volgende week moeten we ook winnen.' Toen we thuis Anderlecht klopten was het dríé weken feest... Maar, en dat bleek de keerzijde, je moest geduld hebben. Plein rollen? Demain... "Ik ben er maar een seizoen gebleven, omdat de club een nieuwe tribune wilde bouwen en dat zou ten koste gaan van de sportieve ontwikkeling. De resultaten waren goed, door de financiële inbreng van Gaston Colson én de knowhow van Spaute, die er telkens in slaagde goede, jonge spelers te halen. Dante Brogno bij Marchienne of in Bouillon Philippe Albert, die ik al op zijn zestiende in het eerste elftal bracht. "Ik kon terugkeren naar Lokeren, dat een heel seizoen (1987/88, nvdr) tegen de degradatie knokte en hoopte dat wij op de laatste speeldag in Gent - voorlaatste - iets zouden rapen. Groot probleem. Door een blessure moest ik Jacky Mathijssen vervangen door Thierry Briquet, die geen bal kon pakken. Na tien minuten grabbelde hij er al naast, 1-0, maar toen we gelijkstelden, stond er precies een andere keeper op het veld. Alles gepakt! 'Dat is dezelfde niet meer...' 1-1, AA Gent degradeerde. "Die dag heb ik vooral gemerkt dat het ondankbaar is om in het bestuur te zitten. Want na die match gingen de Gentsupporters enorm tekeer tegen hun voorzitter, Robert Naudts. Met vijfhonderd man tegelijk op de ruiten van de tribune bonken. Hadden ze hem te pakken gekregen... Dan nog liever trainer, daar word je tenminste nog voor betaald." (lacht) "De eerste aanvaring die hij destijds bij Lokeren had, was omdat ze Souleymane Oulare niet wilden kopen toen die nog bij Sint-Niklaas speelde. Nooit heb ik Aimé zo zeker van zijn stuk geweten als over Oulare. Hij zei: 'Als ik met die gast kan werken, dan maak ik er een Europese topper van.'"(Fiel Laureys, Voetbal Magazine, 19 mei 1999)"Op de laatste dag van de transferperiode, in de zomer van 1992, belde zijn manager - Willy Pluym - naar het secretariaat van Lokeren om te zeggen dat hij met Oulare op weg was naar Daknam. Maar aan de telefoon zei iemand: 'We hebben al genoeg zwarte...' Natuurlijk reden ze meteen naar Beveren... (lacht) Twee jaar erna heb ik hem naar SV Waregem gehaald, waar hij een groot aandeel in de promotie naar eerste klasse had. Black power!"Toen ik Oulare bij Racing Genk wilde, ben ik 's morgens rond vijf uur naar Zaventem gereden. 'Bonjour entraîneur...' Hij wist niet eens of we naar het zuiden of het noorden van België zouden rijden. In al onze haast - de transfer moest voor de middag afgerond zijn - ben ik op de luchthaven zelfs een van zijn valiezen vergeten. (lacht) "Na Oulares eerste seizoen, waarin hij sukkelde met blessures, wilde het bestuur hem verkopen. Tot hij er tegen Harelbeke twee keer Patrice Zéréafliep en ik me ostentatief naar de eretribune omdraaide. In 1999 Profvoetballer van het Jaar geworden, hé. Ik heb Oulare niet gemáákt, maar ik heb hem wel de mogelijkheid gegeven om open te bloeien." "Anthuenis doet zelden verkeerde transfers, hij heeft de kampioensploeg van Racing Genk eigenhandig gekocht en geslepen: van de huidige basiskern van zestien spelers zijn er twaalf gecontracteerd sinds hij in oktober 1995 in Genk arriveerde."(Jacques Sys, Voetbal Magazine, 10 mei 1999)"Vier mooie jaren. Promotie naar eerste klasse in 1996, twee seizoenen erna de beker van België en als tweede geëindigd, in mijn laatste seizoen, 1999, kampioen... Een familiale club, maar familiaal was in ons geval synoniem met professioneel. Op maandagavond gingen de spelers op stap, ja, maar ze wisten ook wat hen op dinsdag te wachten stond. In de voormiddag bijna twee uur training, waarbij ze geregeld in het rood moesten. En na de middag een duurloop van minstens twaalf kilometer. "We hadden een legendarische materiaalman, Jef, die met zijn vrouw Annie in de kleedkamer de baas was. Als de spelers de truitjes of kousen op de grond gooiden, stuurde ik er Annie op af. Snel geregeld hoor. 'Kousen in déze mand en níét opgerold!' Schitterende mensen. "De meeste jongens had ik zelf gehaald, enkelen werden voor grof geld doorverkocht. Davy Oyen, Branko Strupar, Jacky Peeters, Philippe Clement, Oulare... Ongeveer zevenhonderd miljoen frank (zeventien miljoen euro, nvdr) samen. En Bart Goor! Zelden geblesseerd, groot loopvermogen, scoren en assists geven, rustige jongen in de kleedkamer. Voor een miljoen frank (25.000 euro, nvdr) overgenomen van Geel, het jaar erna voor meer dan vijftig miljoen (1,25 miljoen euro, nvdr) aan Anderlecht verkocht. Ik herinner me het gesprek met Michel Verschueren. 'Straf hé, ik kom een speler halen die we dit seizoen niet gevolgd hebben...' Goor stond toen, in 1996, pas derde of vierde op zijn lijstje, na Mbo en Emile Mpenza, die al voor Standard getekend hadden. Maar uiteindelijk deed Anderlecht een schitterende zaak. "De grote reporters van de dagbladen kwamen slechts drie, vier keer per seizoen naar Genk en schreven dat ik een ouderwetse, verdedigende trainer was. 'Anthuenis speelt nog met een libero...' Dan werd ik lastig, hé. Want door Domenico Olivieri áchter de verdediging te zetten, speelden we eigenlijk met zijn twaalven. Hij functioneerde niet in een viermansverdediging, maar kon wel heel goed uitvoetballen, coachte heel sterk en was een schitterende kapitein. Voor hem stonden Daniel Kimoni en Chris Van Geem - of Wilfried Delbroek -, die man-op-man heel sterk waren. Legendarische trainingen meegemaakt: Van Geem/Kimoni tegen Strupar/Oulare die amper een bal zagen. En dan werd Branko nijdig, hij zou er bij manier van spreken op geklopt hebben... "Op de flanken hadden we met Peeters en Oyen twee raketten, die zeventig meter bestreken en voortdurend de achterlijn haalden. Ik herinner me het vierde doelpunt in de bekerfinale tegen Club Brugge: center van Oyen, de linksback, en Peeters die door de buitenspelval glipt en scoort. De rechtsback, hé! Is dat verdedigend spelen? "Het bestuur van Genk heeft me altijd gevolgd, al heb ik dat ook afgedwongen. Mijn voorganger, Enver Alisic, had een keeperstrainer - Wladimir Kosogow - die alleen Russisch sprak. Een joviale gast, maar ik begreep hem niet. (lacht) En daarom heb ik Guy Martens, die ervoor al in Genk gewerkt had, uit Geel teruggehaald. Grote keepers gevormd: Jan Moons, Koen Casteels, Sinan Bolat, Logan Bailly, Thibaut Courtois... "Het Genkse bestuur soigneerde de spelers en ging soms heel ver om de vedetten te houden. In Lokeren, daarentegen, verkocht het bestuur Patrick Van Veirdeghem ooit tijdens de winterstop aan Antwerp. Een ramp voor de ploeg, ik heb toen zelfs twee dagen gestaakt." "Aimé is een vechter en zo is hij als trainer aan de top geraakt. Ik heb hem bij Germinal Ekeren al gezegd: 'Jij zal ooit een grote club trainen.' Al dacht ik meer aan Club Brugge, omdat ik zijn karakter goed ken, maar ik denk dat hij zodanig is geëvolueerd dat hij ook een geschikte trainer voor Anderlecht kan zijn." (Mike Verstraeten, Voetbal Magazine, 27 januari 1999)"Ik was verbaasd dat het zo'n warme club was, in tegenstelling tot wat de meesten denken. Constant Vanden Stock was geen voorzitter meer, maar je merkte in alles dat hij het voetbal nog heel goed volgde. In vergaderingen werd je als trainer in je waarde gelaten. 'Hoe zie je het?' 'Wat vind je van die speler?' Er werd nog over voetbal gesproken, terwijl het in de meeste clubs alleen over geld gaat. "Goede meetings, waarin ik met Constant en Roger Vanden Stock, Philippe Collin - onderschat zijn voetbalkennis niet -, Jean Dockx en Michel Verschueren de ploeg en het transferlijstje overliep. 'Jan Koller nemen of niet?' Veel geld - drie miljoen euro -, maar Constant zei: 'Doen!' Na de eerste weken dacht ik echt dat Koller een miskoop was, zeker gezien de prijs-kwaliteitsverhouding. Een basketter! Ik herinner me trainingen waarin Koller centers van de flanken moest binnentrappen of -koppen. Zónder keeper, maar dan nog schoot hij de meeste ballen hoog over doel, tot op het dak van de sporthal. (schatert) "Ik werd enorm zenuwachtig, maar Frank Vercauteren (assistent-trainer, nvdr) zei dat Koller zich wel zou aanpassen en dat ik geduldig moest zijn. Onmogelijk, die gave had ik écht niet. Maar Franky heeft wel gelijk gekregen. Een topspeler die zelden geblesseerd was, maar die in het weekend - zoals alle Tsjechen - aan een bak bier niet genoeg had. Zelden problemen mee gehad en uiteindelijk voor meer dan twaalf miljoen euro aan Dortmund verkocht. "Het begin bij Anderlecht was heel moeilijk. Ons oefenveld in Neerpede lag vreselijk slecht, zodat we verplicht waren om in Duisburg, in de buurt van Tervuren, te trainen. Elke morgen meer dan een uur in de bus, niet ideaal. Ik merkte weinig beleving op training - zo stil als op een kerkhof - en kon mijn ei niet kwijt. In Genk trainden we op stage soms twee keer in de voormiddag, met erna een bespreking en 's avonds nog een wedstrijd. Die manier van werken wou ik op Anderlecht doortrekken, maar daar hadden de spelers het moeilijk mee. "Ik zat in het buitenland toen enkelen van hen met mijn twee assistenten wilden spreken, maar Vercauteren en Jacky Munaron antwoordden dat ze met míj moesten praten. Héél correct, iets wat ik enorm geapprecieerd heb. Persoonlijkheden die nog respect hadden voor iemand die bóven hen stond. "Van dat gesprek met de spelers herinner ik me vooral een uitspraak van Bertrand Crasson: 'Vorig seizoen werden we tweede, dus was het toch zo slecht niet?' Hij had gelijk, waardoor ik mij wat soepeler opstelde. Het zware fysieke werk bleef behouden, zeker in de voorbereiding, maar ik gaf de spelers meer ruimte om naast het veld zichzelf te zijn. Maar dat betekende niet dat ik een gemakkelijke werd. Integendeel. "Toen Vercauteren me tijdens een oefenwedstrijd tegen Rijsel, dat ons volledig had weggespeeld, zei dat de bankzitters niet veel zin hadden om zich op te warmen, werd ik enorm koleriek. Maar dat kon, want ik had 25 spelers die allemaal van zichzelf vonden dat ze in de basis moesten staan. Ook daarom ben ik tegen roteren. Door elke week te wisselen krijg je geen automatismen en is er niemand tevreden. De beste spelers starten, tenzij ze geschorst of geblesseerd - natuurlijke rotatie - zijn. En werden ze lastig, dan zei ik dat ze hun loonbriefje moesten bekijken. "Na drie seizoenen ben ik vertrokken, al ben ik ervan overtuigd dat we zonder de langdurige blessures van Nenad Jestrovic en Aruna Dindane voor de derde keer op rij kampioen waren geworden. Vermoeiend seizoen. Na een match zat ik kapot, twee dagen stijf en stram. Armen, schouders, benen... (zucht) Alsof ik zelf gespeeld had. "Onlangs zei een journalist me dat het wel erg gemakkelijk was om met Anderlecht kampioen te worden, omdat ik goede spelers had. Maar dat is hetzelfde zeggen als: 'Anthuenis, je bent een slechte trainer.' Zever. Zonder goede journalisten en een sterke hoofdredacteur maak je ook geen goed blad, he." "In Japan heeft Roger Vanden Stock aan bondsvoorzitter Jan Peeters bevestigd dat als de bond aan Anthuenis denkt, Anderlecht geen bezwaar zal maken. Dat hebben we aan Anthuenis ook gezegd." (Michel Verschueren, Sport Magazine, 26 juni 2002)"Hadden ze mij, toen ik zelf nog voetbalde, gezegd dat ik ooit trainer van Anderlecht en de nationale ploeg zou worden, dan was ik op mijn knieën naar Parijs gekropen. Na het WK in Japan en Zuid-Korea moest er aan een nieuwe ploeg gebouwd worden. Niet vanzelfsprekend. Wesley Sonck zat in Ajax op de bank of moest uitwijken naar de rechterflank, Thomas Buffel was bij Feyenoord geen titularis, terwijl Vincent Kompany, Tom De Mul en Anthony Vanden Borre nog heel jong waren. "Maar uiteindelijk hebben we het, in een groep met Bulgarije, Estland, Andorra en Kroatië, niet slecht gedaan. Op Bulgarije, de latere poulewinnaar, zijn we bij 2-2 in de zak gezet door Pierluigi Collina, die in de slotminuut geen penalty floot voor een fout op Mbo Mpenza, anders waren we rechtstreeks naar het EK in Portugal gegaan. Op het einde hadden we evenveel punten als Kroatië, dat naar de barrages mocht. "Tijdens de kwalificatiecampagne voor het WK 2006 zaten we in een zware groep, met onder andere Servië en Montenegro, Spanje en Bosnië-Herzegovina, drie landen die uiteindelijk voor ons eindigden. In die tijd zat de relatie tussen de nationale ploeg en de media niet goed, iets wat de voorbije jaren veel verbeterd is en waardoor je veel misvattingen kunt vermijden. "Altijd maar kritiek op Daniel Van Buyten. Onterecht. Veel gespeeld bij Olympique Marseille, daarna even bij Manchester City, twee jaar titularis bij HSV en sinds 2006 bij Bayern München. Wie kan dat zeggen? Het enige minpuntje: iets te weinig vista. Een schrijnwerker, maar geen meubelmaker. Dat moet je niet in de titel zetten, hé, want daarvoor is mijn respect voor Van Buyten te groot. Ik bedoel alleen dat hij naast zich iemand nodig heeft die hem coacht en leidt, zoals Franz Beckenbauer vroeger bij Georg Schwarzenbeck, die geen pass van drie meter kon geven. "Sommige keuzes waren niet vanzelfsprekend. Gaby Mudingayi, die ik ooit in een oefenwedstrijd met Union aan het werk gezien had, was bij AA Gent niet zeker van een basisplaats, maar ik stelde hem tegen Polen tóch op. Groot tumult in de gazetten... Idem met Jelle Van Damme. Maar toen ik naar de trainer van Werder Bremen, Thomas Schaaf, belde, werd die lyrisch. "Twee keer niet gekwalificeerd voor een eindronde, dat klopt, maar ik stel vast dat mijn opvolgers na oktober 2005 met dezelfde problemen geconfronteerd werden: geen diepe spits en geen spelers die in de grote buitenlandse competities actief waren. De situatie nu is totáál anders." "We hebben Aimé bedankt voor wat hij voor onze club heeft gedaan. We beseffen dat hij niet alleen in de fout is gegaan. Als bestuur moeten we ook de hand in eigen boezem steken."(Maged Samy, Gazet van Antwerpen, 20 september 2010)"Geen mooi afscheid, neen, zeker omdat ik Lierse het jaar ervoor in tweede klasse van de vierde plaats naar de titel had geleid. Ik drong aan op versterking, zeker voor de verdediging, want dat waren houten klazen... Een juiste conclusie, vind ik nog altijd, want Eric Van Meir zette een paar maanden erna zelf een stap opzij, terwijl Trond Sollied de ploeg maar net in eerste kon houden. "Een ontslag doet altijd pijn, ook als je het ziet aankomen. Wij, Belgen, vinden dat een vernedering, terwijl buitenlandse trainers dat anders bekijken. Nederlanders bijvoorbeeld spreken over een oprotpremie, eigen aan het beroep. In Lokeren heb ik ooit (in het seizoen 1992/93, nvdr) het bestuur gevraagd om een andere trainer te zoeken. Maar als je dan effectief wordt doorgestuurd, voel je je gekrenkt. Want zelfs na zeven nederlagen op een rij denk je: volgende week lukt het misschien wel. "En toch: onverwacht was mijn ontslag niet, alleen de manier waarop én het moment waren ongelukkig. Op de zevende speeldag, na een 1 op 18, verloren we 's avonds met 2-0 op Westerlo, om tien voor tien zei Herman Helleputte in de kleedkamer dat ik ontslagen was. (zucht) Maar ja... 67 jaar, een mooi parcours achter de rug. Voor hetzelfde geld was ik twintig jaar trainer in bevordering geweest." DOOR CHRIS TETAERT EN GEERT FOUTRÉ - BEELDEN: IMAGEGLOBE"Toen we met Charleroi wonnen van Anderlecht was het drie weken feest... Maar, en dat was de keerzijde, je moest geduld hebben. Plein rollen? 'Demain'..." "Ik heb Oulare niet gemáákt, maar ik heb hem wel de mogelijkheid gegeven om open te bloeien." "Ik heb veel respect voor Daniel Van Buyten, maar hij heeft iets te weinig vista. Een schrijnwerker, maar geen meubelmaker." "Tijdens zijn eerste trainingen, zónder keeper, schoot Jan Koller de meeste ballen hoog over doel, tot op het dak van de sporthal."