Guy Roux blijft in het wereldvoetbal een unicum : al meer dan veertig jaar is hij immers in dienst bij zijn AJ Auxerre, de club waarbij hij in 1961 aan de slag ging als trainer en waarmee hij in 1980 naar eerste klasse promoveerde. Sindsdien is het al bij al bescheiden Auxerre altijd op het hoogste niveau blijven voetballen en nu maakt het zelfs opnieuw zijn opwachting in de Champions League.
...

Guy Roux blijft in het wereldvoetbal een unicum : al meer dan veertig jaar is hij immers in dienst bij zijn AJ Auxerre, de club waarbij hij in 1961 aan de slag ging als trainer en waarmee hij in 1980 naar eerste klasse promoveerde. Sindsdien is het al bij al bescheiden Auxerre altijd op het hoogste niveau blijven voetballen en nu maakt het zelfs opnieuw zijn opwachting in de Champions League. Ondanks een sabbatjaar in 2000-2001 waarin hij als algemeen manager van de club fungeerde, is de minzame 64-jarige Roux sinds vorige zaterdag houder van een prestigieus record : hij zat in Sochaux namelijk voor de 783ste keer als coach in de dug-out bij een wedstrijd in eerste klasse en onttroonde daarmee KaderFiroud, die tussen 1954 en 1981 782 keer als coach op de bank zat bij Nîmes, Toulouse en Montpellier. Ondertussen blijft Roux, die met Auxerre de Franse titel en beker won, nog steeds even ambitieus. Winnen blijft volgens hem het hoofddoel in de sport en hij verwijst daarbij graag naar zijn idool uit de wielersport : LouisonBobet. Die won niet alleen klassiekers, maar slaagde er ook in de Tour de France op zijn palmares te schrijven. Bij Auxerre tekende Roux voor een goed uitgekiend beleid met af en toe uitstekende transfers van spelers die een beetje op een zijspoor waren geraakt, maar heel veel talent hadden, zoals Scifo, Blanc en Verlaat, maar ook met de uitbouw van een alom geroemd opleidingscentrum. Zo slaagde Auxerre erin om heel veel talent klaar te stomen en voor veel geld van de hand te doen, zoals ook nu weer zal gebeuren met jongens als Philippe Mexès en Djibril Cissé. In al die jaren heeft Guy Roux kunnen vaststellen dat het voetbal sterk veranderde. "Vooral op fysiek vlak zijn de spelers enorm geëvolueerd." Maar ook qua techniek vindt Roux dat er veel ten goede veranderd is. Hij verwijst daarbij graag naar het grote Reims, dat in de late jaren vijftig en in de vroege jaren zestig school maakte met zijn sterke technische reputatie, maar waarbij de verdedigers vaak tot niet beter in staat waren dan de bal in de tribune te keilen. Vandaag kunnen veel verdedigers echter perfecte lange ballen trappen. Met de stelling dat de vedetten van gisteren er vandaag niet meer aan te pas zouden komen is Roux het dan weer niet eens. "Talent drijft altijd boven." Wie zou zo'n monument durven tegenspreken ? (PB)