Na Bernd Hollerbach, Bernd Storck en nu ook Hannes Wolf zijn er drie Duitse trainers aan de slag in 1A. Met Dino Toppmöller bij Virton is er ook nog een Duitser aan het werk in 1B. Het is niet de eerste keer dat er op het hoogste niveau drie Duitse trainers hun opwachting hebben gemaakt. Tijdens het seizoen 1975/76 had Werner Biskup, een ex-verdediger van onder meer FC Köln, Club Luik onder zijn goede, Ernst Künnecke leidde RC Mechelen, terwijl Fritz Schollmeyer in maart...

Na Bernd Hollerbach, Bernd Storck en nu ook Hannes Wolf zijn er drie Duitse trainers aan de slag in 1A. Met Dino Toppmöller bij Virton is er ook nog een Duitser aan het werk in 1B. Het is niet de eerste keer dat er op het hoogste niveau drie Duitse trainers hun opwachting hebben gemaakt. Tijdens het seizoen 1975/76 had Werner Biskup, een ex-verdediger van onder meer FC Köln, Club Luik onder zijn goede, Ernst Künnecke leidde RC Mechelen, terwijl Fritz Schollmeyer in maart 1976 bij Beringen neerstreek, als opvolger van de ontslagen Roger Van Haeren. Terwijl de zachtaardige Künnecke bij verschillende Belgische clubs werkte en de eerste trainer was van fusieclub KRC Genk, waren Biskup en Schollmeyer eerder voetnoten. Het bleken twee vreemde figuren. Biskup worstelde met een alcoholprobleem en Schollmeyer verbaasde toen hij een afspraak had met een journalist voor een interview. Hij bleek dat vergeten te zijn en lag op een bank in de kleedkamer te ronken, gekleed in alleen een slip. De Duitse trainers die op korte termijn de meeste invloed hadden waren George Kessler en Christoph Daum. Kessler, die beschouwd werd als een Nederlander maar een Duits paspoort had, functioneerde zowel bij Anderlecht, Club Brugge, Standard en Antwerp zo georganiseerd en geordend dat er wel eens werd gezegd dat zelfs de vliegen bij hem in dezelfde richting vlogen. Hij vond dat een compliment. En Daum, die in november 2011 bij Club Brugge arriveerde, trok meteen rechte lijnen. Hij bande de anarchie in de kleedmaker, duldde geen inmenging en goot de ploeg meteen in een andere vorm. 'Verdedigen, ' zei hij, 'dat is niets anders dan anders dan aanvallen zonder bal.' En: 'In het voetbal is het hoofd een derde been.' Daum, een woordkunstenaar die veel belang hechtte aan het mentale aspect, bleef maar zeven maanden bij Club. Ze kenden mekaar heel goed, George Kessler en Christoph Daum, want ze hadden in 1985 samengewerkt bij FC Köln. Daum was toen assistent-trainer. Hij moest van Kessler wel eens voor het begin van een training naar buiten gaan om te zien welk weer het was. Zodat die wist of hij al dan niet zijn zonnebril moest opzetten. Daum slikte dat soort vernederingen. Ook toen Kessler hem vroeg om eens te gaan meten hoe lang het gras stond. Of toen hij moest raden hoeveel zijn schoenen hadden gekost. Maar, wist Daum wel, op die manier zou hij zelf nooit werken.