L ucas Biglia. Was dat niet: balletje breed, balletje achteruit, stapje naar links, stapje naar rechts, rust? Zijn eerste seizoen in België was zijn beste. Twintig was hij en met zijn blonde manen en fluwelen baltoets veroverde hij de harten van meer dan alleen de Brusselse voetballiefhebber. Anderlecht werd landskampioen en de jonge Argentijn uitgeroepen tot meest beloftevolle jonge prof van het jaar.
...

L ucas Biglia. Was dat niet: balletje breed, balletje achteruit, stapje naar links, stapje naar rechts, rust? Zijn eerste seizoen in België was zijn beste. Twintig was hij en met zijn blonde manen en fluwelen baltoets veroverde hij de harten van meer dan alleen de Brusselse voetballiefhebber. Anderlecht werd landskampioen en de jonge Argentijn uitgeroepen tot meest beloftevolle jonge prof van het jaar. Toen stokte het. Twee seizoenen lang trappelde hij ter plaatse. De lof maakte plaats voor kritiek. Tot nu. Biglia heeft de andere kant van de middenlijn ontdekt. Hij duikt op aan de zestien meter en zet ploegmaats op weg naar doelpunten. Tegen Cercle Mbark Boussoufa, tegen Westerlo Jelle Van Damme en Matías Suárez. De kritiek slaat weer om in bewondering. Drie assists op tien doelpunten: dat is in cijfers uitgedrukt de metamorfose van Lucas Biglia. Uitzonderlijk is het niet, maar vergeleken met zijn eigen magere statistieken een hele vooruitgang. Wat is er gebeurd? Vooraf dit: toen Anderlecht Biglia drie jaar geleden aantrok, was dat níet als verdedigende middenvelder. Hij werd het pas nadat zijn landgenoot Christian Leiva in die rol door de mand viel en werd doorgestuurd. Voor secretaris-generaal Philippe Collin, de man achter de Zuid-Amerikaanse filière op Anderlecht, betekende dit zwaar gezichtsverlies. Hij was duidelijk geweest: Biglia en Leiva moesten het hart van het Brusselse middenveld gaan vormen. Hij rekende toenmalig trainer Frankie Vercauteren de mislukking persoonlijk aan. Niet alleen met Leiva, ook met Biglia had Vercauteren de grootste moeite. Hij zag weinig diepgang in diens spel en al helemaal geen rendement voor doel. Tegen Ahmed Hassan en Boussoufa kon hij niet op. Na wat speurwerk begreep de trainer ook waarom: Biglia bleek in Argentinië geen enkele offensieve statistiek te kunnen voorleggen. In Brussel onderscheidde hij zich vooral met risicoloos breedtespel. Dat het Vercauteren was die hem dat vroeg, zoals Biglia nu beweert, is volstrekt ongeloofwaardig. Vercauteren gruwt als geen ander van lateraal spel, maar kreeg het er niet uit bij zijn hardleerse Argentijn. Maar om na Leiva ook Biglia uit de ploeg te zetten? Het zou zoveel hebben betekend als zijn eigen ontslagbrief tekenen. Dus werd naar een oplossing gezocht. Zo werd Biglia, in functie van de noden van het elftal (het door Leiva gelaten gat), de nieuwe verdedigende middenvelder van Anderlecht. Daar was hij niet gelukkig mee. Tussen de speler en Vercauteren zou het nooit meer goed zitten. Nadat hij was ontslagen, was Biglia een van de spelers die zich binnenskamers het felst tegen zijn ex-trainer afzette. Toch kende hij onder Vercauteren zijn beste seizoen. In die beginmaanden verscheen hij zelfs geregeld nog aan de zestien meter van de tegenstander. Precies zoals hij in Argentinië deed, wil hij zelf soms nog opmerken. Op een assist kon hij echter zelden worden betrapt en zijn afstandsschoten zeilden onveranderlijk de tribune in. De volgende twee seizoenen beperkte hij zich tot veilig breedtespel. Inschuiven deed hij niet meer, aan afstandsschoten waagde hij zich evenmin nog. Misschien wel omdat hem ondertussen op een verkeerde positie van zijn lichaam en steunvoet bij het trappen was gewezen. Zulke opmerkingen waardeert hij maar matig. Op training blijven zijn ballen de hoogste bomen opzoeken. Scoren doet hij ook daar nooit. Vanwaar dan toch zijn actuele offensieve impulsen? Eén zaak is zeker: aan veranderde opdrachten van de trainer ligt het niet. Van Ariël Jacobs kreeg Biglia nooit te horen dat hij de middenlijn niet voorbij mag. Zolang iemand maar overneemt, mogen alle middenvelders beurtelings diep gaan van de trainer. Zelfs in 3-4-3, zoals in de tweede helft van vorig seizoen soms werd gespeeld. Dat hij het vrijwel nooit deed (net zomin als Jan Polák overigens), was Biglia's eigen keuze. Dat hij het nu wel doet, óók. Maar waarom? Ligt het aan de lichtjes gewijzigde veldbezetting, met Matías Suárez als hangende spits? Wellicht niet. Het nodigt niet méér uit tot diepgang dan wanneer hij Polák en Guillaume Gillet voor zich had lopen in de driehoek. Integendeel, met Suárez (zoals voorheen met Hassan) is het risico zelfs groter: hij is meer een aanvaller dan een middenvelder en zal zijn positie dus niet gauw overnemen. Is het de dood van zijn vader die, zoals hij zelf aangeeft, na een jaar eindelijk is verwerkt? Mogelijk, maar daarbij wel deze bedenking: ook het seizoen daarvoor was de glans er al wat af. De geboorte van zijn dochter misschien? Of de terugkeer van zijn vriend Nicolás Frutos, na diens maandenlange revalidatie in Argentinië? Niets van dat alles en van alles een beetje wellicht. Niemand die het precies weet. Op Anderlecht hopen ze dat het vaderschap hem een stuk maturiteit en verantwoordelijkheidszin heeft bijgebracht en dat zijn herwonnen levens- en spelvreugde meer dan een bevlieging zijn. Biglia, weten ze daar, is onberekenbaar. Ooit viel hij flauw na een wedstrijd omdat hij zich op eigen houtje op een streng dieet had gezet. Enkele weken later worstelde hij alweer met overgewicht. Voor wat de clubdiëtisten voorzetten, haalde hij zijn neus op. Niet zelden at hij niet op wedstrijddagen. Eén keer trok hij met zijn gewichtsprobleem zelfs naar zijn eigen Argentijnse Juan Mendoza. Hij verloor vijf kilo en dreef het zo ver dat hij binnen de kortste keren te mager stond. Biglia is als een jojo. Nu eens te zwaar, dan weer te mager. Vandaag catastrophe, morgen magnifique. Een probleemloze trainingsweek is een uitzondering. Pijntje hier, pijntje daar, maar als de wedstrijddag nadert altijd miraculeus genezen. Waarna het herbegint. Zijn forfait afgelopen zondag tegen Standard was hoogst uitzonderlijk. Zo groot is zijn drang om te spelen, dat hij niet altijd eerlijk is tegenover zichzelf en de staf. Zit hij op de bank, niet eens om tactische maar om medische redenen, zoals tegen Olympique Lyon, stort zijn wereld in. Biglia, zo wordt eensluidend getuigd, is een uiterst emotionele en mentaal onstabiele jongen die leeft op het ritme van de golven. Die ups en downs kenmerken ook zijn voetbal. Wellicht zit hij nu op de top van zo'n golf. De belangrijkste verklaring daarvoor moet meer dan waarschijnlijk niet bij anderen, maar bij hemzelf worden gezocht. De meest aannemelijke veronderstelling voor zijn metamorfose is dat Lucas Biglia in zijn hoofd een knop heeft omgedraaid. Nog maar pas was hij in België of hij bazuinde al uit dat het snel richting Spanje of Engeland zou gaan. Hij is dat altijd blijven herhalen, zelfs al stonden zijn prestaties zelden nog in verhouding tot die ambitie. Met die vaststelling werd hij tijdens de voorbereiding op dit seizoen openlijk geconfronteerd door zijn trainer. Toen Anderlecht Biglia aantrok, was Ariël Jacobs technisch directeur van RC Genk. Op het WK voor U20 een jaar eerder in Nederland had hij de blonde Argentijn een paar keer aan het werk gezien. Gevraagd naar wie dat seizoen de revelatie van de Belgische Jupiler League zou worden, hoefde hij geen twee seconden na te denken: Biglia! Die verwachtingen heeft de speler nadien nooit helemaal ingelost, ook niet onder Jacobs. Voor voetballers die zichzelf een rad voor de ogen draaien, is de confrontatie met de realiteit vaak hard. Die is dat geen enkele buitenlandse club - groot noch klein - al pogingen ondernam om Biglia aan te trekken, terwijl de speler zelf aan niets anders meer dacht. Geen enkele ambitie had hij nog in Brussel en dat straalde van zijn spel af: hij kwam zijn luie zetel niet meer uit. Na twee verloren jaren en met het WK in Zuid-Afrika voor de deur is vermoedelijk het besef binnengesijpeld dat hij op die manier nooit nog weggeraakt. Een doelpuntenmaker zal hij nooit worden, dat zit niet in hem. Van zijn infiltraties kan Anderlecht wel nog profiteren. Met wat geluk tot januari, als de golf ver genoeg reikt. door jan hauspie"Een probleemloze trainingsweek is een uitzondering. Pijntje hier, pijntje daar, maar als de wedstrijddag nadert altijd miraculeus genezen."