Met winst tegen Keulen, Rapid Wien en Duisburg heeft kampioen Anderlecht er een niet onaardige voorbereiding op zitten. Zaterdag speelt paars-wit zijn eerste wedstrijd van het seizoen 2010/11 tegen nieuwkomer Eupen. En volgende week dinsdag staat de Europese terugwedstrijd tegen The New Saints FC op het programma. Werk aan de winkel dus voor trainer Ariël Jacobs. We gingen hem opzoeken voor een diepgaand gesprek.
...

Met winst tegen Keulen, Rapid Wien en Duisburg heeft kampioen Anderlecht er een niet onaardige voorbereiding op zitten. Zaterdag speelt paars-wit zijn eerste wedstrijd van het seizoen 2010/11 tegen nieuwkomer Eupen. En volgende week dinsdag staat de Europese terugwedstrijd tegen The New Saints FC op het programma. Werk aan de winkel dus voor trainer Ariël Jacobs. We gingen hem opzoeken voor een diepgaand gesprek. Ariël Jacobs: "Van de Belgische competitie krijg ik verslagen, wij hebben Belgacom en de video. Ik moet dus niet systematisch de tegenstander bekijken. Is het nu mijn zwakke punt of mijn goede eigenschap, maar in de Europabeker krijg ik een totaal andere indruk wanneer ik zelf kan scouten. Dan vind ik makkelijker richtpunten met het oog op de komende confrontatie. Ik vertrek vanuit hun opstelling en maak mij geleidelijk aan los van wat ik zie, ik denk al aan de mogelijkheden die mijn spelers zullen hebben om weerwerk te bieden, zowel offensief als defensief." "Dat is een probleem dat er geen is. Als ik mijn gebruikelijke opstelling verander, geef ik daarom niet toe aan een nadeel en ik doe het ook niet omdat ik mij graag aanpas: ik probeer de sterke punten van de tegenstander te neutraliseren. Tegelijk kan je ook succes boeken door de zwakke punten van de tegenpartij uit te buiten. Dat deed ik bijvoorbeeld bij de dubbele confrontatie met Bilbao. In Bilbao was Biglia in de middenvelddriehoek Biglia- Kouyaté- Van Damme de onderste punt van de driehoek (en hij scoorde!), in de terugmatch was hij de bovenste punt ... Nu, een aanpassing is geen ommezwaai: als ik de groep twee maanden lang op een specifieke manier voorbereid en dan vlak voor een Europese match alles overhoop gooi, is dat in de ogen van mijn spelers niet meer logisch." "En wat is een offensieve trainer? Als ik vier zogenaamd opgeleide aanvallers opstel en ik hen vraag 20 meter onder de middenlijn te verdedigen bij balverlies, ben ik dan offensief? Tijdens mijn eerste jaar hier hoorde ik dat ik defensief was door met een enkele spits te spelen: ben ik dat wanneer deze spits Romelu Lukaku is, wanneer de iets lagere flankspelers Jonathan Legear en Mbark Boussoufa heten en wij doelpunten maken? Bij balbezit is een voetbalspel offensief zodra het team van plan is op te bouwen naar het doel van de tegenstander en niet gewoon het spel lam te leggen. Bij balverlies houdt de offensieve aard van je spel verband met de plaats waar je de bal wil terugwinnen: hoe hoger de ploeg de bal wil recupereren, hoe meer hij aanvaardt ruimte te geven in de rug." "Dat weet ik niet, want tegelijkertijd is dat allemaal zo relatief! Ik herinner mij de kwalificatie van Inter, met tien tegen elf op Barça: iedereen had het over Mourinho en zijn defensieve systeem als 'grote kunst'! Maar als op het einde van de match de goal van Bojan Krkic niet wordt afgekeurd wegens handspel van YayaTouré, zouden diezelfde personen van Mourinho hebben gezegd: het is zijn eigen schuld! Aanvankelijk droomt elke trainer ervan om mooi voetbal te brengen, maar dan komt hij in aanraking met de realiteit, met het finan-ciële plaatje, met de nood aan een zege ... Ofwel blijft hij dan bij zijn oorspronkelijke droom en groeit die uit tot naïviteit. Dat is een beetje het geval bij Nederland als we naar de geschiedenis van de nationale ploeg kijken. Of de coach wordt voorzichtiger, maar die voorzichtigheid moet een bewuste keuze zijn in de hoop zijn eigen sterke punten te benutten. Deze keuze kan erin bestaan de bal aan de tegenstander te laten, te wachten op de fout en dan toe te slaan als een tijger die op zijn prooi springt." "Ik geloof niet dat de scheidsrechter meer dan andere parameters - tactiek, een blessure, het niveau van de spelers, een schot tegen het kader... - het resultaat beïnvloedt. Mocht ik dat geloven, dan zou dat te deprimerend werken en zou ik er onmiddellijk mee stoppen. Vóór een wedstrijd zo een uitspraak durven doen, dat is wat anders: het is een drukmiddel dat verband houdt met de persoonlijkheid van de trainer. Uiteindelijk zeg ik ' Chapeau!' aan Van Gaal dat hij weet hoe hij zo'n middel kan gebruiken. Maar dat is niet mijn stijl." "Neen, 'ploeg die de meeste doelpunten maakte'. Als ik 'beste aanval' zeg, heb ik het enkel over mijn spitsentrio. "In de tweede seizoenshelft wou ik wat meer gretigheid om ons aantal doelpunten op te krikken, maar ik wilde iedereen daarbij betrekken, tot zelfs Silvio Proto, die ook aan de assist moest denken! Omgekeerd stond het mij ook niet aan dat men bij onze nederlaag op Brugge (4-2), onze slechtste match trouwens, sprak over een 'lekke defensie'. Ik zag dat heel mijn ploeg slecht was bij balverlies." "Nu is dat in de eerste plaats niet diegene die efficiënt is bij balbezit, noch diegene die het is bij balverlies, zelfs niet diegene die in beide gevallen efficiënt is: het is diegene die in zijn hoofd zeer snel overschakelt tussen balbezit en balverlies en omgekeerd. Hoe sneller je beide taken wisselt, hoe minder tijd de tegenstander heeft om zich te organiseren. Een fractie van een seconde kan het verschil maken. Tegenwoordig zijn alle spelers fysiek goed voorbereid en is alles op tactisch vlak goed uitgedacht: om een patroon 4-3-3 om te zetten naar een 4-4-2, hoef je enkel de pionnen een heel klein beetje te verschuiven. Zo kan je alleen nog vooruitgang boeken door in te werken op het intellect. Je moet de initiatieven en het instinct aan de spelers overlaten, maar je moet hen ook gegevens inprenten waar zij voordeel uit kunnen halen: die en die tegenstander draait beter naar links dan naar rechts, er zit vaak zo veel afstand tussen hem op linksback en zijn voorstopper enz. Ik stel vast dat de spelers bij Anderlecht almaar meer gesteld zijn op dit soort van individuele informatie. Dat komt misschien omdat de groep jong is." "Ja. Na een match sans waarin niks lukt hoewel alles goed voorbereid was, voel ik mij gekrenkt en moet ik de collectieve non-match hekelen. Als coach ben ik terzelfder tijd noodgedwongen supporter van mijn spelers, ik wil hen beschermen om hen beter te maken. Daarom zal kritiek van iemand tegenover een van hen, hoe logisch en objectief die ook mag zijn, een deel van mijn chauvinisme wegnemen ... en mij uiteindelijk storen! Aan de andere kant: als ik eens een probleem aankaart na een vlotte zege, ben ik niet zo opgezet met uitspraken als 'Jij bent nooit tevreden!', terwijl ik openlijk een kwestie aanhaal waarmee wij in de toekomst kunnen voorkomen dat hetzelfde probleem wél gevolgen heeft." "Neen, ik lees niks meer. Ik wil daarmee niet beweren dat mijn waarheid de enige echte is, maar ik ken parameters waar anderen geen weet van hebben. Als ik bijvoorbeeld lees dat Biglia te weinig in de zestien van de tegenpartij is gegaan, terwijl ik hem net die dag heb gezegd dat de middencirkel zijn domein moest zijn, zal ik mij opwinden en nutteloze energie verbruiken." "Ik kan mij niet in hun plaats stellen. De fout die de gewezen grote speler vaak maakt, is zich zijn trainersloopbaan voor te stellen als een logisch vervolg op zijn spelerscarrière, terwijl het iets anders is. Veelal zijn het de voormalige aanvallers die tijdens hun carrière vooral op het gevoel hebben gespeeld die deze fout maken. Zij vroegen de bal en probeerden er vervolgens een beslissende actie mee te doen; dit in tegenstelling tot de meer verdedigende ex-spelers, die meer nagedacht hebben over de problematiek van de hele groep. Ik geloof niet dat het een handicap is wanneer je geen mooie spelerscarrière hebt gehad, ook al zal een bestuur bij de keuze van een trainer vaak liever voor een naam gaan. Dat valt te begrijpen, uitstraling is een troef om kritiek te vermijden ... maar enkel in het begin!" "Ik dacht aanvankelijk dat de techniek voorrang moest krijgen: als jeugdtrainer wilde ik een mooie training leveren zoals men mij dat had geleerd, daarna door als autodidact boekje na boekje te bestuderen. Gaandeweg ging ik mij vragen stellen over wat ik hen echt aanleerde en dacht ik bij mezelf dat er iets anders was - de tactiek! - en dat wij op training moesten uitgaan van wat we bij de vorige match hadden vastgesteld. Met het ouder worden stelde ik vast dat het voetbal al meer dan honderd jaar bestond en dat wij uiteindelijk weinig speciaals bedachten. Toen ben ik dieper ingegaan op de fysieke voorbereiding, om er tal van tegenstellingen qua oefeningen vast te stellen! De uithouding die al dan niet voorrang moest blijven genieten, de explosieve kracht door vooraf al dan niet 550 kg te hebben opgetild, de ideale recuperatiedag, de sprints van 20 meter die moesten worden opgegeven ten voordele van de korte richtingsveranderingen, stretching met of zonder contractie, ...: en dat alles met allemaal andere jongens die met verschillende frequenties hebben gepresteerd, ... Je ziet door de bomen het bos niet meer! Uiteindelijk heb ik mijn eigen waarheid uitgewerkt, heb ik een richtlijn gevonden door mij te baseren op mijn gezond verstand en op gesprekken met een physical assistant die op dit vlak veel deskundiger is dan ik." "Het wordt scheef bekeken, maar het is de realiteit. Ik sta in voor techniek en tactiek, maar ik heb bovenal een begeleidende functie: in principe bestaat mijn werk altijd uit een individuele benadering van een mens, en het doet er weinig toe of het om een topspeler gaat of niet. Daar kruipt veel tijd en energie in. Met het ouder worden heb ik afstand genomen van de eerste drie parameters van de job en slorpt het mentale aspect al mijn aandacht op: als het goed zit in je hoofd, zal je goed spelen! In mijn vrije tijd verdiep ik mij in psychologische thema's of in groepsdynamiek, meer dan in typische voetbalthema's. Hoe meer ik daarover lees, hoe meer zin ik heb om er nog meer over te lezen ... Ik ben er mij tegelijk van bewust dat ik op mijn leeftijd niet veel tijd meer heb om dat nog allemaal te kunnen toepassen!" "Helemaal niet. Wanneer je een doel bereikt, leidt dat tot een ander doel, zowel voor de club als voor mij. Je moet een tijdje van het succes genieten, maar dat mag niet blijven duren. Op het goede moment stoppen, daar heb ik nooit aan gedacht. Mijn neerslachtige bui van vorig jaar had strikt genomen niets te maken met een probleem rond de resultaten, ook al hebben weinigen dat begrepen. Ik had alleen maar enkele weken, enkele gesprekken nodig om te begrijpen dat de passie intact was, dat zij enkel door externe factoren aan het wankelen was gebracht." "Helemaal niks meer. Terwijl ik mij er ten volle van bewust ben dat te weinig beweging niet goed is voor de gezondheid. Gaan lopen blijft echter een corvee en ik heb geen tijd voor een geplande activiteit zoals bijvoorbeeld tennissen. Ik maak daar liever een kruis over dan mijn job slecht te doen." door bernard jeunejean - beelden reporters"Mijn neerslachtige bui van vorig jaar had strikt genomen niets te maken met de resultaten."