Vladimir Andreff, Fransman met Wit-Russische roots, woont en werkt in Parijs. Hij is professor economie aan de Sorbonne en publiceerde zijdelings ook over sport. "Toen de Russische staat midden de jaren negentig geld nodig had," vertelt hij in zijn appartement in het 13de arrondissement, "zijn de banken en een dertigtal oligarchen samengekomen. Zij zeiden : 'Oké, wij redden het regime, maar daar moet iets tegenover staan'. Als de staat niet binnen het jaar hun lening kon terugbetalen, werden zij eigenaar van de staatsbedrijven. Illegaal was dat niet, maar oneerlijk wel. Mikhail Chodorkovski bij...

Vladimir Andreff, Fransman met Wit-Russische roots, woont en werkt in Parijs. Hij is professor economie aan de Sorbonne en publiceerde zijdelings ook over sport. "Toen de Russische staat midden de jaren negentig geld nodig had," vertelt hij in zijn appartement in het 13de arrondissement, "zijn de banken en een dertigtal oligarchen samengekomen. Zij zeiden : 'Oké, wij redden het regime, maar daar moet iets tegenover staan'. Als de staat niet binnen het jaar hun lening kon terugbetalen, werden zij eigenaar van de staatsbedrijven. Illegaal was dat niet, maar oneerlijk wel. Mikhail Chodorkovski bijvoorbeeld betaalde in 1996 3 miljoen dollar voor Yukos : peanuts, want vandaag is het bedrijf 10 miljárd dollar waard. Is dit maffia ? Moeilijk te bewijzen. Ik noem het borderline, op het kantje. Het waren allemaal supporters van het nieuwe regime van Boris Jeltsin. En ze kenden de business, want de meesten hadden in de VS gestudeerd. Sindsdien is biznesmeni een nieuw woord in het Russisch. "In die tijd was je je leven niet zeker - zelf ben ik ook eens bijna gekidnapt in Moskou. Vandaag echter kan je pakweg de voorzitter van de ijshockeyfederatie niet meer doodschieten zonder problemen te krijgen met de politie. Ik ken een sociologe die wegens haar boek over de Russische maffia vervolgd wordt met een schadeclaim van 10 miljoen euro. Tien jaar geleden was ze misschien geëindigd met een kogel in haar hoofd. Dat is dus een verbetering. Sinds Poetin aan de macht kwam, heeft de staat haar greep op de economie versterkt. Het informele, criminele circuit heeft een stap terug moeten zetten. "Ondertussen hebben die oligarchen de voorbije tien jaar wel een zekere respectabiliteit verworven. Zij laten zich niet zomaar van maffiose praktijken beschuldigen, vandaar die schadeclaim. Je kunt ook niets aanmerken op de aankoop van Chelsea door Abramovich : die is helemaal legaal gebeurd. Alleen is de vraag : vanwaar komt al dat geld ? Van een deel is de afkomst waarschijnlijk dubieus. In de sport kunnen ze het witwassen en legaal maken. En de sport is ook goed voor hun imago : als je investeert in Chelsea en het wint de Premier League, is je reputatie voor goed gemaakt. Hun kinderen, de volgende generatie, zullen amper nog aan het verleden herinnerd worden. Zij zullen gerespecteerde tycoons zijn. Probleem voor het voetbal is dat als de oligarchen eruit stappen, clubs met weinig publiek zware moeilijkheden zullen kennen. "Zolang de olieprijzen hoog zijn, ziet het er nog goed uit. Russische spelers kunnen een terugkeer naar hun land overwegen en buitenlanders krijgen mooie contracten voorgelegd. Cruciaal nu is dat er een middenklasse wordt gecreëerd. Negentig procent van de Russen werd armer na het uiteenvallen van het sovjetrijk ; vandaag zit 40 procent van de rijkdom bij 2 procent van de bevolking. De verwachting is dat met het herstel van de economie een middenklasse zal ontstaan, waarna meer mensen zich een voetbalticket zullen kunnen veroorloven. Als de clubs het dan goed doen, is het niet onmogelijk dat ook buitenlanders in de Russische sport zullen investeren."