'Zo vroeg ik kon, begon ik te voetballen. Op mijn zesde sloot ik me aan bij KVV Drongen. De ploeg van Kevin De Bruyne, in groen-witte kleuren, de voorganger van het latere KVE Drongen. Ik begon direct als keeper, sporadisch was ik eens veldspeler. Typisch coureurs, net als Greg Van Avermaet. De meest individuele positie. Ik deed het echt heel graag. ( grijnst)

'Na de fusie in 1997 verhuisde ik naar SKDJ Lovendegem. Een heuse transfer, ik werd zelfs eens gescout door KAA Gent. Talent had ik dus wel. Maar ik koerste ook al een jaartje en door mijn laatste coach bij Lovendegem raakte ik het plezier kwijt. Eigenlijk was het mijn jongensdroom om profwielrenner te worden. Achteraf bekeken de beste keuze, want als voetballer zou ik het nooit zo ver hebben gebracht. Wanneer je niet een echte topper bent en er niet boven uitsteekt, ben je afhankelijk van de coach. In het wielrennen ligt dat anders: wanneer je de beste bent, kom je als eerste over de streep. Ik was een winnaar en had er moeite mee in de jeugd als mijn ploegmaats niet dezelfde motivatie hadden als ik. In mijn sport nu ben ik toch vooral aangewezen op mezelf. ( lacht) En dat lukt aardig.

Valencia in de Champions League was wijs, ik zat daar geen seconde op mijn zitje.' Tiesj Benoot

'Ik volgde nog voetbalkampen in de zomer, ook bij KAA Gent, aan de Waarmoezeniersweg. Vandaar was het logisch dat ik fan werd. Het is ook normaal dat je voor de club van je stad supportert. Nen echten Genteneir es nen Buffalo.

'Bij onze staf in de ploeg wordt er veel over voetbal gepraat, ze weten dat ik dan graag een woordje meespreek. Elkaar plagen hoort daarbij. Onze kok Carol De Dobbelaere is een echte luidruchtige West-Vlaming, een diehard van Club Brugge. Onze pr-en-communicatiemanager ArneHoutekier speelde nog voor Zulte Waregem in tweede klasse. En bij mijn trainingsmakkers van Sport Vereniging Gruut Gent, Iljo Keisse, Bert De Backer, Edward Theuns, Dimitri Claeys en Otto Vergaerde, zitten ook stevige Buffalofans. We plannen eens samen te gaan.

'Een abonnement had ik nooit, dat is door onze uithuizigheid quasi onmogelijk. Ik word wel geregeld uitgenodigd. Daar ga ik met veel plezier op in. Gemiddeld ga ik een vijftal keer per jaar. Het blijft een leuke uitlaatklep, ik kan ervan genieten. Daar kom ik tot rust. Van nature ben ik ook zo. Maar ik spring wel recht bij een doelpunt, hé. Twee jaar geleden, tijdens onze fameuze Europese campagne, trok ik met vijf maten naar Valencia. Een toffe en unieke ervaring. Daar kwam op een bepaalde manier een gevoel van eenheid en verbondenheid naar boven. Die strijdlust, hoe de ploeg werd aangemoedigd, ik blijf dat iets speciaals vinden. Want in de koers bestaat dat niet, supporteren voor een team. Je bent fan van een specifieke renner. Spanje was wijs. Ik zat daar geen seconde op mijn zitje, want daar maakte ik deel uit van de spionkop. ( grijnst)

'In het Ottenstadion had ik het vooral voor iemand als clubicoon Gunther Schepens. En die Realkeepershandschoenen van Fred Herpoel, absoluut wilde ik die hebben. Gewoon de max, met die grote R. Later speelde ik daar altijd mee, hij was dus een beetje mijn voorbeeld. Zelfs naar de keeperstrainingen van Philippe Vande Walle ging ik kijken. Dat waren onze internationals, hé, gasten die altijd voorop gingen in de strijd.'

'Zo vroeg ik kon, begon ik te voetballen. Op mijn zesde sloot ik me aan bij KVV Drongen. De ploeg van Kevin De Bruyne, in groen-witte kleuren, de voorganger van het latere KVE Drongen. Ik begon direct als keeper, sporadisch was ik eens veldspeler. Typisch coureurs, net als Greg Van Avermaet. De meest individuele positie. Ik deed het echt heel graag. ( grijnst) 'Na de fusie in 1997 verhuisde ik naar SKDJ Lovendegem. Een heuse transfer, ik werd zelfs eens gescout door KAA Gent. Talent had ik dus wel. Maar ik koerste ook al een jaartje en door mijn laatste coach bij Lovendegem raakte ik het plezier kwijt. Eigenlijk was het mijn jongensdroom om profwielrenner te worden. Achteraf bekeken de beste keuze, want als voetballer zou ik het nooit zo ver hebben gebracht. Wanneer je niet een echte topper bent en er niet boven uitsteekt, ben je afhankelijk van de coach. In het wielrennen ligt dat anders: wanneer je de beste bent, kom je als eerste over de streep. Ik was een winnaar en had er moeite mee in de jeugd als mijn ploegmaats niet dezelfde motivatie hadden als ik. In mijn sport nu ben ik toch vooral aangewezen op mezelf. ( lacht) En dat lukt aardig. 'Ik volgde nog voetbalkampen in de zomer, ook bij KAA Gent, aan de Waarmoezeniersweg. Vandaar was het logisch dat ik fan werd. Het is ook normaal dat je voor de club van je stad supportert. Nen echten Genteneir es nen Buffalo. 'Bij onze staf in de ploeg wordt er veel over voetbal gepraat, ze weten dat ik dan graag een woordje meespreek. Elkaar plagen hoort daarbij. Onze kok Carol De Dobbelaere is een echte luidruchtige West-Vlaming, een diehard van Club Brugge. Onze pr-en-communicatiemanager ArneHoutekier speelde nog voor Zulte Waregem in tweede klasse. En bij mijn trainingsmakkers van Sport Vereniging Gruut Gent, Iljo Keisse, Bert De Backer, Edward Theuns, Dimitri Claeys en Otto Vergaerde, zitten ook stevige Buffalofans. We plannen eens samen te gaan. 'Een abonnement had ik nooit, dat is door onze uithuizigheid quasi onmogelijk. Ik word wel geregeld uitgenodigd. Daar ga ik met veel plezier op in. Gemiddeld ga ik een vijftal keer per jaar. Het blijft een leuke uitlaatklep, ik kan ervan genieten. Daar kom ik tot rust. Van nature ben ik ook zo. Maar ik spring wel recht bij een doelpunt, hé. Twee jaar geleden, tijdens onze fameuze Europese campagne, trok ik met vijf maten naar Valencia. Een toffe en unieke ervaring. Daar kwam op een bepaalde manier een gevoel van eenheid en verbondenheid naar boven. Die strijdlust, hoe de ploeg werd aangemoedigd, ik blijf dat iets speciaals vinden. Want in de koers bestaat dat niet, supporteren voor een team. Je bent fan van een specifieke renner. Spanje was wijs. Ik zat daar geen seconde op mijn zitje, want daar maakte ik deel uit van de spionkop. ( grijnst) 'In het Ottenstadion had ik het vooral voor iemand als clubicoon Gunther Schepens. En die Realkeepershandschoenen van Fred Herpoel, absoluut wilde ik die hebben. Gewoon de max, met die grote R. Later speelde ik daar altijd mee, hij was dus een beetje mijn voorbeeld. Zelfs naar de keeperstrainingen van Philippe Vande Walle ging ik kijken. Dat waren onze internationals, hé, gasten die altijd voorop gingen in de strijd.'