Wie de ene week schittert, valt de volgende speeldag door de mand. Dat lijkt de enige constante in deze play-offs. De ware kampioen weigert op te staan.
...

Wie de ene week schittert, valt de volgende speeldag door de mand. Dat lijkt de enige constante in deze play-offs. De ware kampioen weigert op te staan. Na de overwinning van Standard tegen Anderlecht werden de Rouches plots uitgeroepen tot de best voetballende ploeg van het land. Het team had op het juiste moment de vorm te pakken en zou weleens de grootste kanshebber op de titel kunnen worden. Een herhaling van 2011, toen de Luikenaars na dertig speeldagen zesde stonden maar desondanks naast kampioen Racing Genk eindigden en een half punt te kort kwamen (gelieve niet te lachen), leek in de maak. Standard zou overigens een terechte kampioen zijn. Een wat vreemde conclusie in een jaargang dat de club twee keer van trainer wisselde, en dus twee keer in crisis verkeerde, maar Standard heeft nog steeds recht op de titel van 2013/14. Toen behaalde het immers meer punten dan wie ook. Roland Duchâtelet moet zich na het voorbije weekeinde echter opnieuw vragen stellen. Tegen AA Gent bleek dat José Riga zijn huiswerk even slordig had gemaakt als Besnik Hasi een week eerder. Trainers in ons land blijken geregeld een risicofactor in plaats van een meerwaarde. De play-offs zijn een achtbaan. Een jaarlijks weerkerend fenomeen in deze format, die spannend maar tegelijk o zo voorspelbaar is. Een wielerkoers met een vast stramien: een lange aanloop, de reguliere competitie, waarin het er alleen op aan komt in de kopgroep te eindigen, met nadien een langgerekte eindspurt waarin alles wordt beslist en Jan en alleman er opgefokt bij loopt. De punten halveren betekent nivelleren. Logisch dus dat geen enkele club er nog boven uitsteekt. Vooral dit seizoen niet. Club Brugge was aan het einde van de normale competitie leider met 61 punten, dat is zes minder dan het gemiddelde van de vorige edities volgens de huidige formule. Met als gevolg dat het verschil tussen nummer een en nummer zes minimaal is. Eigenlijk kon en kan nog iedereen kampioen worden. Niet de beste, maar de gelukkigste zal het halen. Na afgelopen weekend lijkt dat Club Brugge te worden. De Pro League blijft verbazen. Edward Van Daele, de voorzitter van Mouscron-Péruwelz, eist een schadevergoeding van één miljoen euro voor imagoschade. Niet alleen van Lierse en Cercle Brugge, maar ook van de bond en het BAS. Wellicht denkt Van Daele dat hij in een land leeft waar het verboden is om naar de rechter te stappen. Aangezien hij toch bezig was, wordt ook het BAS - de arbitragecommissie die het dossier nog niet eens bekeek - en de voetbalbond - die zijn club een licentie toekende - geviseerd. Waarom ook de UEFA en de FIFA niet? Dat de Pro League zich heeft aangesloten bij het verzet van Lierse en Cercle Brugge roept overigens wel vragen op. Mouscron-Péruwelz is immers ook lid van de profliga. Van Daele moet echter begrijpen dat Excelsior Moeskroen de competitie al eens een keer compleet in de war stuurde en dat met een budget van iets meer dan drie miljoen euro de geschiedenis zich dreigt te herhalen. Vooral omdat Moeskroen na de breuk met Lille een nieuwe selectie moet samenstellen. Na de winst van Lokeren in Moeskroen slaakte het hele voetbalbestel een kreet van opluchting. De kans is echter nog steeds reëel dat een club waarvan de Pro League nu al vreest dat ze niet de middelen bezit om de competitie zorgeloos af te werken een Europees ticket afdwingt. Kan het nog gekker? Ja. Vorige vrijdag werd een nieuwe stap gezet in de richting van een tweede divisie met acht ploegen, waarvan er drie in aanmerking komen om Europees te voetballen. Omdat niemand, uit angst een stap achteruit te moeten zetten, van een goede oplossing wil weten, wordt een format in elkaar geflanst waar de honden geen brood van lusten. Over twee jaar eindigt voor de enige daler uit eerste klasse en de kampioen van tweede klasse het seizoen rond 15 maart. Maar dat is een probleem waarvan iedereen denkt dat het alleen de anderen kan overkomen. DOOR FRANÇOIS COLINStandard zou de verdiende kampioen zijn.