Terwijl de zon brandt, de Middellandse Zee ruist en peperdure jachten de haven van Monte Carlo binnenvaren, inviteert Lennart Johansson een gezelschap journalisten voor een etentje. In het deftige Meridien Beach-hotel begint de voorzitter van de UEFA zo aan zijn verkiezingscampagne. Begin vorige maand besliste Johanssen dat hij in februari 2007 wil kandideren voor een nieuwe ambtstermijn en dan kan het geen kwaad om even de eigen verdiensten in de verf te zetten. De in november 77 wordende Johansson leidt de UEFA al zestien jaar, stapt moeizaam, maar geeft op vergaderingen nog altijd blijk van een grote alertheid en inventiviteit en komt bij tijd en wijlen met droge humor uit de hoek. Het werk bij de Europese voetbalfederatie lijkt Johansson, die op 19 april 1990 de illustere Fransman Jacques George opvolgde, nog altijd te fascineren.
...

Terwijl de zon brandt, de Middellandse Zee ruist en peperdure jachten de haven van Monte Carlo binnenvaren, inviteert Lennart Johansson een gezelschap journalisten voor een etentje. In het deftige Meridien Beach-hotel begint de voorzitter van de UEFA zo aan zijn verkiezingscampagne. Begin vorige maand besliste Johanssen dat hij in februari 2007 wil kandideren voor een nieuwe ambtstermijn en dan kan het geen kwaad om even de eigen verdiensten in de verf te zetten. De in november 77 wordende Johansson leidt de UEFA al zestien jaar, stapt moeizaam, maar geeft op vergaderingen nog altijd blijk van een grote alertheid en inventiviteit en komt bij tijd en wijlen met droge humor uit de hoek. Het werk bij de Europese voetbalfederatie lijkt Johansson, die op 19 april 1990 de illustere Fransman Jacques George opvolgde, nog altijd te fascineren. Nochtans menen insiders te weten dat de Zweed vooral wil verhinderen dat Michel Platini de leiding van de UEFA in handen zou nemen. Vooral daarom, zo heet het, stort hij zich in het strijdgewoel waarachter van oudsher een spinnenweb van machinaties schuilgaan. Vragen over de Fransman beantwoordt hij opvallend koel. Veel liever praat Johansson over niet aflatende magie van de Champions League die onder zijn regie het levenslicht zag. Opvallend kordaat toont hij zich als een heikel thema wordt aangesneden : op de vraag hoe de UEFA gaat reageren als Juventus Turijn inderdaad naar de burgerrechter stapt om zijn degradatie aan te vechten (wat inmiddels is gebeurd), zegt hij zich achter de FIFA te scharen. Die dreigt in dat geval alle Italiaanse ploegen van internationaal voetbal uit te sluiten. Het is niet gebruikelijk dat de beide bonden door dezelfde deur gaan. Maar dat er intern gevoeligheden zijn, blijkt later op de dag als Lennart Johansson gevraagd wordt of hij zich voor de ESM-bladen, waartoe ook Sport/Voetbalmagazine behoort, beschikbaar wil stellen voor een dubbelinterview met Platini, bijvoorbeeld midden december, een paar weken voor de verkiezingen. Johansson laat een stilte vallen en vraagt dan of hij daar even over mag nadenken. Het is een beleefde manier om te weigeren. In de nadagen van de zomer vindt Monaco het belangrijk om de loting van de Champions League en de UEFA Cup te organiseren. Dat kost een fortuin maar het levert dit in buitenissige rijkdom oord een lawine van publiciteit op. Zo trok iedereen afgelopen donderdag weer naar het Grimaldi Forum van Monte Carlo waar er voor de Champions League werd geloot. Roger Vanden Stock voerde de delegatie van Anderlecht aan en sprak vooraf de hoop uit dat zijn club een paar punten zou halen. Een paar uur later werden de ambities meteen gecorrigeerd. In een groep met AC Milan, Lille en AEK Athene gloort de hoop op een tweede plaats en een langer verblijf in het kampioenenbal. Maar nu Vanden Stock zich tussen de bestuurders van de Europese topclubs beweegt, is hij ook gefrustreerd. Omdat het besef nog maar eens doordringt dat Anderlecht met zijn te klein stadion de aansluiting met de Europese top dreigt te verliezen. "Vorig seizoen trokken de groepswedstrijden in de Champions League gemiddeld 38.000 toeschouwers", zegt hij. "Terwijl wij dus voor de Europese wedstrijden 21.000 mensen kunnen ontvangen." De overheid, zo vindt Vanden Stock, moet dringend over de brug komen. Volgens manager Herman Van Holsbeeck wil de voorzitter dan ook zelf bijpassen, al is de vraag of dit nieuwe stadion in Anderlecht of op de Heizel moet komen, nog lang niet beantwoordt. Van Holsbeeck : "Stel dat we over een stadion met 35.000 plaatsen zouden beschikken, dan levert ons dat per seizoen zeker 150 miljoen oude Belgische franken meer op aan inkomsten. Maar eigenlijk hebben we behoefte aan een stadion met 50.000 plaatsen. Het kan toch niet dat de hoofdstad van Europa geen Europese finale kan organiseren." Zo werd er dus gedroomd aan de oevers van het Prinsdom en reageert het Belgische voetbal nog maar eens veel te laat op een ontwikkeling waarop in het buitenland al veel langer is geanticipeerd. Realistisch blijft de clubleiding wel als het over de uitbouw van de ploeg gaat. Zelfs de gunstige loting en het vooruitzicht op een volgende ronde verandert daar niets aan. Van Holsbeeck : "We willen graag nog een verdediger, maar alleen als hij een meerwaarde geeft. Anders houden we het bij de huidige kern. Op een gegeven moment moet je ook de jeugd een kans durven geven. Jonathan Legaer doet het als rechtsachter heel goed, ook al werd hij niet voor die positie opgeleid. Legaer is een jongen die weet wat hij kan. Maar vooral : hij weet ook wat hij niet kan." Toch erkent de manager de defensieve problemen in de ploeg : "Met Van Damme en Juhasz als centrale verdedigers kan je moeilijk aan de Champions League beginnen. Zeker niet tegen wendbare spitsen. Daarom is de transfer van Pareja heel belangrijk, je zag al in die wedstrijd op Real Madrid dat dat een verschil gaat maken. Alleen heeft Pareja een deel van de voorbereiding gemist en moet je incalculeren dat hij een terugval gaat krijgen. Daarom zou een polyvalente verdediger ideaal zijn, iemand die zowel rechtsachter als centraal kan spelen. Maar ik herhaal het : we moeten zeker zijn dat hij de ploeg gaat versterken, we gaan echt niemand nemen die we op een dvd even aan het werk hebben gezien." Wat verder wordt Roger Vanden Stock aan de mouw getrokken. Het blijkt Jan Koller te zijn. Het weerzien tussen beiden is opvallend hartelijk. Zoals bekend zet Koller zijn carrière in Monaco verder. Van het desolate Ruhrgebied naar de Beau Monde, de Tsjech hoort eigenlijk niet in dit oord van paraderende vrouwen en opgeblonken Ferrari's. En van Europees voetbal zal hij dit seizoen niet mogen proeven. De kloof tussen de Champions League en de UEFA Cup groeit met het jaar. Dat weten ze ook bij Standard. Toch blijkt Luciano D'Onofrio uitstekend geluimd als hij vrijdag met Michael Preud'homme het Grimaldi Forum binnenstapt. Hij klopt enkele oude bekenden op de schouder en roept dat Standard ongelooflijk veel pech heeft : "Wij hebben pech met onze geblesseerden, wij hebben pech dat Boskamp de ploeg niet aan het voetballen krijgt, wij hebben pech dat Preud'homme niet naar de Voetbalbond is vertrokken en wij hebben pech dat Preud'homme niet naar de Liga is gegaan." Hij lacht luid bij deze laatste opmerking. En vervolgt : "Wij hebben pech dat we nu in een sterke groep zijn ondergebracht en dat de kans groot is dat we straks tegen een sterke ploeg worden geloot." D'Onofrio wordt op zijn wenken bediend. Celta de Vigo, met vijf internationals, zal straks wellicht een maat te groot zijn op weg naar de groepsfase van de UEFA Cup. Bij Preud'homme doemt het spookbeeld op van Atletico Bilbao dat vorig seizoen de Rouches vernederde. Preud'homme, die niet echt gelukkig oogt, vertrekt snel uit het Grimaldi Forum. Zijn attitude lijkt model te staan voor de radeloosheid bij Standard. Het behalen van het zo fel begeerde ticket voor de Champions zal de club nauwelijks iets opleveren. Een zware prijs voor een nieuw staaltje van wanbeleid, al blijven ze bij Standard luidop beweren dat verkopen het enige middel is om te overleven. Niettemin is het de bedoeling om nog drie spelers aan te trekken. Razendsnel kiezen Preud'homme en D'Onofrio weer het luchtruim naar België, voor de finale van de Supercup gaan ze niet blijven. "Er moet tenslotte nog een beetje gewerkt worden", gnuift D'Onofrio.. Veel meer tijd had Luc Dhaenens, de manager van Zulte Waregem. Hij genoot tussen het chique volk, ook al is de tegenstander, het kleurloze Lokomotiv Moskou, een zware tegenvaller. "Een dure reis en nauwelijks tv-rechten", mompelt Dhaenens en heeft een en ander al becijferd : "Tegen een Engelse club mag je op 200.000 euro televisierechten rekenen, nu zal dat hooguit 15.000 euro zijn." En een voortijdige eliminatie dreigt zodat ook Zulte Waregem zonder financiële surplus uit het Europese toernooi gekegeld kan worden. Immers : Lokomotiv Moskou is een georganiseerde ploeg, die nu de stempel draagt van Slavo Muslin, de vroegere trainer van Lokeren. "In het begin kwam de manier van werken van Muslin absoluut niet aan", weet een Russische journalist. "Het publiek moest hem niet. Maar nu blijkt dat hij met Lokomotiv Moskou attractiever voetbalt en dat de strakke organisatie die vroeger iedere creativiteit bande, is verdwenen. Ze zijn vorig seizoen derde geëindigd, er staat echt een stevig blok, gedragen door ervaren spelers." Dhaenens hoopt dat Zulte Waregem het stadion vol krijgt, ook al moet er uitgeweken worden naar Gent : "We hebben maar 4500 zitplaatsen, we konden niet anders", zegt hij. Het Belgische voetbal en de belabberde accommodatie. Ook Michel D'Hooghe filosofeert dezer dagen weer luidop over een nieuwe voetbaltempel voor Club Brugge, ook blauw-zwart voelt zich in zijn expansiedrift gevangen in zijn pogingen om te groeien. In afwachting daarvan mag het Slovaakse Ruzomberok geen al te zware hinderpaal vormen op weg naar de lucratieve groepsfase in de UEFA Cup. Maar Michel D'Hooghe predikt voorzichtigheid en sportleider Marc Degryse erkent dat hij de tegenstander absoluut niet kent. Van onderschatting zal en mag er geen sprake zijn, uiteindelijk kwam de nationale ploeg eind vorig seizoen niet verder dan een bloedloos gelijkspel in Slovakije. Nu het Belgische voetbal steeds dieper tuimelt en de indruk ontstaat dat de vrije val pas nu is ingezet, mag er over geen enkele tegenstander meewarig worden gedaan. Ook vorige week werd het Belgische voetbal weer met een harde realiteit geconfronteerd : de 5-0-nederlaag van Roeselare tegen het armtierige Achnos uit Cyprus stemt tot nadenken, ook al pakte de West-Vlaamse club zijn Europees ticket niet op grond van sportieve criteria. Maar deze afstraffing is een grote les in bescheidenheid voor trainer Dirk Geeraerd, die in een onbegrijpelijke vlaag van verstandsverbijstering de tegenstander als pottenstampers bestempelde. En de twee tegendoelpunten die Club Brugge tegen het Litouwse Suduva incasseerde, tonen dat er in het spel van blauw-zwart nog tal van mankementen zitten. Mooi is het voor de bestuurders van onze clubs om elk jaar naar Monaco te trekken en aan de boorden van de Middellandse Zee handen te schudden met de bestuurders van de Europese grootmachten. Mooi is het om, zoals Roger Vanden Stock afgelopen vrijdag, de loting te mogen verrichten van de UEFA Cup en een kijkje te nemen achter een glinsterende façade. Maar het is op hetzelfde moment ook een ontnuchterende ervaring : omdat het besef groeit dat de kloof nog nauwelijks te dichten is. Wie vrijdag naar de finale van de Supercup keek, zag dat nog eens bevestigd. Zonder dat de wedstrijd tot een spectaculair kijkstuk uitgroeide, frappeerde de zuiverheid van de acties, het bij momenten hoge tempo, het technisch vermogen, de vlekkeloze voorzetten. Het lijkt wel een andere wereld. JACQUES SYS