Volgende zaterdag, op 1 maart, wordt Birger Jensen 63 jaar. Meer dan 25 jaar is het geleden dat de Deense doelman Club Brugge verliet, maar nog altijd kan hij niet door de Breydelstad stappen zonder dat er supporters zijn die hem herkennen en aanspreken. Birger Jensen is een levende legende. Als volstrekt onbekende keeper arriveerde hij in 1974 bij blauw-zwart, op aanbeveling van zijn landgenoot Ulrik le Fevre. Ook Arsenal, Celtic en Anderlecht wilden toen Jensen, maar omdat de stad Brugge op hem een onvergetelijke indruk had achtergelaten tijdens een schoolreis was zijn keuze snel gemaakt.
...

Volgende zaterdag, op 1 maart, wordt Birger Jensen 63 jaar. Meer dan 25 jaar is het geleden dat de Deense doelman Club Brugge verliet, maar nog altijd kan hij niet door de Breydelstad stappen zonder dat er supporters zijn die hem herkennen en aanspreken. Birger Jensen is een levende legende. Als volstrekt onbekende keeper arriveerde hij in 1974 bij blauw-zwart, op aanbeveling van zijn landgenoot Ulrik le Fevre. Ook Arsenal, Celtic en Anderlecht wilden toen Jensen, maar omdat de stad Brugge op hem een onvergetelijke indruk had achtergelaten tijdens een schoolreis was zijn keuze snel gemaakt. In de memorabele periode onder Ernst Happel speelde Jensen zich snel in de harten van de supporters. Hij was een natuurtalent, een diamant van de zuiverste soort. Vaak schiep hij een spanningsveld rond zich. De ene keer stapte hij naar het bestuur om over een en ander te zeuren, de andere keer trok hij in de pers een grote bek open om bepaalde toestanden aan te klagen. Birger Jensen was een vulkaan die ieder moment tot uitbarsting kon komen. Ook vandaag is hij nog altijd rechttoe rechtaan. Zo constateert hij dat er nog weinig vreugde is op het veld en vindt hij dat doelmannen zich tegenwoordig in een wedstrijd te weinig laten horen. Dat was bij hem anders. Sterker zelfs: schelden deed Birger Jensen als weinig anderen. Hij was een showman die graag provoceerde, een acteur in doel. Als de supporters van de tegenpartij achter hem stonden te roepen, durfde hij de bal al eens met één hand te pakken en vervolgens naar die aanhangers te wuiven. En als Club thuis een saaie wedstrijd speelde en het publiek dreigde in slaap te vallen, dan pleegde Jensen weleens een nummertje in te bouwen. Dan liet hij bijvoorbeeld een gemakkelijke bal door zijn benen rollen om die vervolgens grijnzend voor de doellijn te grijpen. Hij hield er ook van om ver uit zijn doel te komen en mee te voetballen. Constant werd Birger Jensen aangedreven door de gedachte hoe ver hij met zijn tegenstander kon gaan. Met aanvallers voerde hij een psychologische strijd. Als hij een bal had gestopt, keek hij ze met een triomfantelijke grijns aan. De grootste kwaliteit van Birger Jensen was dat hij geen enkel zwak punt had. Hij viel zelden op een blunder te betrappen. Hoe meer publiek, hoe meer Jensen boven zichzelf uitsteeg. Niet toevallig noemt hij de finale van de Europacup voor landskampioenen, die Club in 1978 op Wembley tegen Liverpool speelde, de beste wedstrijd uit zijn carrière. Hij ranselde alle moeilijke ballen uit zijn goal. Maar de 1-0-nederlaag is tegelijk ook de grootste teleurstelling uit zijn carrière. Hoe verbaal Birger Jensen tijdens wedstrijden ook aanwezig was, voor iedere match trok hij zich als het ware terug in stilte. Hij ging dan met een programmaboekje een halfuur op het toilet zitten en rookte een sigaretje. Tegen de zenuwachtigheid die er op zulke momenten in de kleedkamer hing, kon hij niet. Tegen spelers die wilden profiteren al evenmin. Zo greep hij ooit Jean-Pierre Papin bij de kraag toen die een grote koude schotel, die de spelers voor een feestje hadden gevraagd, mee naar huis wilde nemen. Na 14 jaar, 352 competitiematchen en 42 Europese duels kreeg Birger Jensen in 1988 te horen dat Club Brugge niet langer een beroep op hem wenste te doen. Dat gebeurde via een brief waarop onderaan stond: 'bedankt voor bewezen diensten'. Met dit kille afscheid heeft hij het vandaag nog altijd moeilijk. Toch blijft Jensen, die al lang met chronische rugpijn sukkelt, de wedstrijden van blauw-zwart bezoeken. Als een zeer kritische waarnemer. En over het verleden praat hij nog graag. Over de periode onder Ernst Happel dat er onbekommerd werd gevoetbald, over de tijd dat hij eens met zijn schoenen naar de trainer had gegooid omdat die in een wedstrijd op Wisla Krakau een (zeldzame) tactische fout had gemaakt, en over die ene keer dat Happel tijdens aan afzondering in Knokke Oostenrijkse vrienden had uitgenodigd om te kaarten en Jensen de dag daarop in het afstelhokje 24 flessen sterkedrank zag staan. Lege flessen.