Als enige speler van FC Brussels miste Patrick Nys nog geen enkele minuut van de competitie 2005/06. Eén jaar geleden zag het er nochtans helemaal anders uit voor de doelman. Coach Emilio Ferrera zette hem aan de kant na een catastrofale 5-1-nederlaag in Lierse. Isa Izgi nam zijn plaats in, Nys vloog naar de B-kern. Toen Robert Waseige het in de tweede ronde overnam van Ferrera, werd hij weer opgevist. Nys bedankte door royaal bij te dragen tot de redding van Brussels. Dit seizoen gaat de keeper op zijn elan voort.
...

Als enige speler van FC Brussels miste Patrick Nys nog geen enkele minuut van de competitie 2005/06. Eén jaar geleden zag het er nochtans helemaal anders uit voor de doelman. Coach Emilio Ferrera zette hem aan de kant na een catastrofale 5-1-nederlaag in Lierse. Isa Izgi nam zijn plaats in, Nys vloog naar de B-kern. Toen Robert Waseige het in de tweede ronde overnam van Ferrera, werd hij weer opgevist. Nys bedankte door royaal bij te dragen tot de redding van Brussels. Dit seizoen gaat de keeper op zijn elan voort. Patrick Nys : "Er bestaat maar één woord om die kentering te verklaren : vertrouwen. Vorig seizoen speelde ik in de heenronde zelden bevrijd, net zoals de meeste van mijn ploegmaats trouwens. We moesten zoveel consignes in acht nemen dat je het gevoel kreeg dat je liep te voetballen met een harnas aan. En voor een doelman valt dat dan nog mee. Als ik dat vergelijk met al de richtlijnen die de verdedigers moesten volgen. "Emilio Ferrera beheerst de materie tot in de perfectie. Zijn probleem is echter dat hij duidelijk niet geschikt is om een staartploeg te leiden. Met de bagage en de ideeën waarover hij beschikt, zou Ferrera gegarandeerd successen boeken bij een Belgische topclub, en zelfs bij een buitenlandse topclub. Maar van het moment dat hij moet werken met een spelersgroep van een bescheiden niveau, tikt zijn boodschap niet meer aan. Het bewijs werd dit seizoen andermaal geleverd. "In dezelfde orde van gedachten begrijp ik waarom Albert Cartier vorig seizoen zo succesvol was bij La Louvière. Van onze huidige trainers moet je ook week na week richtlijnen volgen. Maar hij sluit zijn voetballers niet op in een harnas. Zijn spelers mogen zich uitleven, op voorwaarde dat ze daarvoor het passende moment kiezen. Ibrahim Kargbo vertelde het me onlangs nog. Onder Ferrera was het hem verboden de middellijn over te steken. Nu zorgt hij op de helft van de tegenstander geregeld voor het numerieke overwicht. Het team is er beslist niet slechter van geworden, wel integendeel."Brussels begon het seizoen zoals het de vorige campagne had afgesloten : met een uitzege tegen Beveren. "En daarna behaalden we nog uitzeges tegen La Louvière en Germinal Beerschot. Dat zijn drie uitoverwinningen tegen ploegen die zoals wij in de rechterkolom van de rangschikking worden verwacht. Drie overwinningen die me persoonlijk veel plezier bezorgden. Aan Beveren had ik goede herinneringen bewaard. Daar heeft Brussels vorig seizoen de kroon op het werk gezet. Het orgelpunt ook van mijn persoonlijke comeback. Ik zal die rentree nooit vergeten. Robert Waseige zette me opnieuw tussen de palen, ik had amper één training in de benen. "De overwinning in La Louvière be-schouw ik als mijn revanche op Emilio Ferrera. Ik begrijp nog altijd niet waarom hij me vorig seizoen uit de A-kern heeft verwijderd. De enige verklaring die ik kan bedenken, is dat hij het niet kon appreciëren dat ik het voetbal combineer met mijn activiteiten als brandweerman in Grobbendonk. Ferrera wil dat voetballers zich totaal geven voor hun sport. In zijn ogen deed ik dat niet. Al leef ik nog altijd meer voor het voetbal dan driekwart van de spelers van de eerste klasse. Het belangrijkste is discipline en zelfkennis. Eén zaak is zeker : Albert Cartier zag, net zo min als de meeste trainers met wie ik heb gewerkt, een bezwaar in mijn deeltijdse job. Integendeel, hij stimuleerde me om die baan zeker te behouden. Het is die menselijke dimensie die het verschil tussen de ene coach en de andere maakt. Ik ben 36 jaar, ik heb zo'n dozijn clubs meegemaakt. Ik heb dus wel wat ervaring inzake trainers verzameld. Het is jammer dat ik het moet zeggen, maar zelfs zonder specifieke voorbereiding zou ik nu al bekwaam zijn om even goed werk te leveren als het merendeel van de trainers die ik heb gekend. Om het even wie kan aan de conditie van een ploeg bouwen. Die materie kan je zo van het internet plukken. Maar een groep van uiteenlopende personaliteiten eendrachtig doen samenwerken en voor iedereen de juiste woorden vinden : dat is een kunst die niet iedereen verstaat. En dat is precies het sterke punt van Albert Cartier."Hij vindt blijkbaar niet de juiste woorden om jullie aan thuiszeges te helpen. "Het is toch gelukt tegen RC Genk en vergeet ook niet dat we thuis al Club Brugge en Anderlecht ontvingen. Het is niet abnormaal dat je ook thuis tegen die teams verliest. Wat ons thuis soms parten speelt, is de druk die Johan Vermeersch op de ploeg legt. Zijn verwachtingen liggen te hoog. Die houding, gekoppeld aan de mentaliteit van Emilio Ferrara, had ons vorig seizoen zeer zuur kunnen opbreken. Wat Brussels uiteindelijk heeft gered, is de redelijkheid van Robert Waseige. Behalve zijn ervaring op puur voetbalgebied, had hij vorig seizoen de verdienste de druk van Vermeersch van onze schouders weg te halen. Op mijn leeftijd laat ik me aan de soms scherpe opmerkingen van de voorzitter nog weinig gelegen. Maar ik kan gemakkelijk begrijpen dat sommige voetballers door de straffe uitspraken van Vermeersch op de duur verlamd waren door de schrik om iets verkeerds te doen."Na een slechte match in Oostende zei hij dat hij de hele ploeg liefst van al in de zee wilde gooien. En na het debacle tegen Cercle Brugge van dit seizoen vergeleek hij jullie met een bende koeien in de wei. Maar de week nadien won Brussels wel telkens. "Ik zeg niet dat de uitspraken van de voorzitter geen enkel effect hebben. Maar aan wijze woorden, zoals die van Albert Cartier, hecht ik toch meer belang. Hoe hij op de spelersbus op weg naar Beerschot de juiste dingen zei : dat is uniek. Bij uitwedstrijden werkt het dikwijls op die manier. In ons eigen stadion daarentegen voelen we ons minder thuis. Er liggen altijd pottenkijkers op de loer. De angst om iemand van het bestuur te zien opdagen, is te snijden. Ik ben ervan overtuigd dat we zonder de donderspeech van Vermeersch tijdens de rust die scheve situatie tegen Cercle Brugge nog hadden kunnen rechttrekken. Met zijn gebulder sneed hij ons de adem af. Zolang die sereniteit ontbreekt, vrees ik dat we in onze uitwedstrijden beter voetbal zullen blijven brengen dan voor eigen publiek."Zelf mag je anders niet mopperen over je vormpeil. "Ik voel me tegenwoordig zeer goed. Het is mijn laatste seizoen op het hoogste niveau, het is alsof ik een soort af- scheidstournee afwerk. Over mijn toekomst moet ik me geen zorgen maken. Zodra ik stop met het actieve voetbal, krijg ik een baan bij het Vlaamse sportsyndicaat Sporta, waar ik rechtstreeks met Thomas Caers zal samenwerken. Die zekerheid over mijn toekomst verklaart waarom ik in alle rust aan de laatste rechte lijn van mijn loopbaan bezig ben. Ik heb me nog nooit zo relaxed gevoeld als tegenwoordig. Ik leef vol vertouwen naar elke match toe, zonder dat die match een obsessie wordt. Mogelijk ga ik daarom tot dusver zo weinig in de fout. Integendeel, ik heb al punten voor de ploeg gepakt. Zoals tegen Germinal Beerschot. Die wedstrijd had nog tien uur mogen duren, zelfs dan was ik daar zonder tegendoelpunt weggekomen. Ik voelde me die avond onoverwinnelijk. Hopelijk kan ik die instelling vasthouden tot het einde van het seizoen, zodat ik mijn carrière kan besluiten met een goed gevoel."En hoe kijk je dan op die carrière terug ? "Met tevredenheid. Ik heb twee ernstige knieblessures opgelopen, waardoor ik telkens van nul moest herbeginnen. Net in een periode dat mijn mooiste jaren hadden moeten aanbreken. Soms vraag ik me af hoe ver ik zonder die tegenslagen geraakt zou zijn. Als ik zie dat iemand als Erwin Lemmens op een moment voor de nationale ploeg werd opgeroepen, dan vraag ik me af waarom zo'n selectie nooit voor mij was weggelegd. Toen ik bij het Turkse Gençlerbirligi speelde, zou ik bij de Rode Duivels geen slecht figuur hebben geslagen. Ik heb er Robert Waseige vorig seizoen mee geconfronteerd. Hij was toen bondscoach. Hij antwoordde dat hij, ondanks alle goede rapporten over mij, niet wou afwijken van zijn traditionele trio : Filip De Wilde, Geert De Vlieger en Frédéric Herpoel. Dat was uiteraard zijn volste recht. Maar dat ik nooit de Rode Duivels haalde, zal voor mij altijd een frustratie blijvBRUNO GOVERS'IN ONS EIGEN STADION VOELEN WE ONS MINDER THUIS.''Dat ik nooit de Rode Duivels haalde, zal voor mij altijd een frustratie blijven.'