Dinsdag 8 april, 8u30. Na een helletocht door de file strijkt La Louvièretrainer Ariel Jacobs neer in de enorme duiventil, ook wel eens spottend Stade du Tivoli genoemd. Zijn dag begint eigenlijk vroeger. "Zoals voor alle trainers geldt dat je in feite 24 uur op 24 met je vak bezig bent," toont hij zijn perfectionistische aard. "Ik heb er een hekel aan als bijvoorbeeld tijdens een training onverwachte problemen opduiken. Het kan er bij mij niet in dat er iets zou voorvallen waar je als coach niet op bent voorzien.
...

Dinsdag 8 april, 8u30. Na een helletocht door de file strijkt La Louvièretrainer Ariel Jacobs neer in de enorme duiventil, ook wel eens spottend Stade du Tivoli genoemd. Zijn dag begint eigenlijk vroeger. "Zoals voor alle trainers geldt dat je in feite 24 uur op 24 met je vak bezig bent," toont hij zijn perfectionistische aard. "Ik heb er een hekel aan als bijvoorbeeld tijdens een training onverwachte problemen opduiken. Het kan er bij mij niet in dat er iets zou voorvallen waar je als coach niet op bent voorzien. Een half uurtje later, tussen 9 uur en 9 uur 15, worden de spelers verwacht. Er hangt een zweem van opluchting in de catacomben van Tivoli. De club heeft een dag eerder, weliswaar met wat vertraging, de felbegeerde licentie voor eersteklassevoetbal bekomen. Ariel Jacobs : "In feite ontbraken enkel de garanties over het patrimonium, we hadden niet verwacht dat de commissie daar moeilijk over zou doen."Een beperkt budget, ja, dat wel, maar het echte zorgenkind van de Henegouwse trots is het stadion, het Stade du Tivoli, gebouwd in 1972, plaatsbiedend aan 13.500 toeschouwers. "Om eerlijk te zijn, dachten we dat de commissie daar een punt van zou maken," reageert Jacobs. "Want dit stadion is toch een smet op het blazoen van deze club. Als een speler bij mij aan tafel zit voor besprekingen zeg ik hen altijd : Je bent hier al geweest als tegenstander, je weet wat voor een krot het hier binnen is. Het is een handicap voor La Louvière." 9 uur. Het is anders wel best gezellig in de catacomben van Tivoli. Drie clubafgevaardigden - Serge, een gepensioneerde, kwieke zeventiger toont zich nog de bedrijvigste van allemaal - lopen constant heen en weer, de spelers sijpelen druppelsgewijs binnen en verspreiden zich over de twee kleedkamers. Kleedkamers zo groot als een schoendoos, met vier doucheknoppen, waarvan er maar twee daadwerkelijk water spuiten. Elke speler heeft een kastje - nou ja - met zijn naam erop. Je kan er misschien net een spel kaarten in kwijt. Wat dan weer uitstekend uitkomt voor het viertal Domenico Olivieri, Georges Arts, Davy Cooreman en Tom Meyers, die steevast de trainingsdag inzetten met een potje poker. "Om acht uur vertrekken Domenico, Stefan Teelen en ikzelf samen in Limburg," licht Cooreman toe. "Dan zijn we ruim op tijd op de club en spelen Domenico en ik altijd nog een half uurtje met de kaarten voor de training begint." Plaats van gebeuren is het kleine lokaaltje verderop de gang, een soort spelerscafetaria waar de spelers die reeds omgekleed zijn, verzamelen voor de training. De Franstaligen - waaronder een goedgeluimde Didier Ernst, nochtans één van de spelers die te horen kreeg te mogen vertrekken wegens te duur - zitten apart in een hoekje, met een half oog kijkend naar de televisie die op CNN staat. Ook in La Louvière is de oorlog in Irak een beetje aanwezig. Na goed vijftien minuten gepoker, komt Ariel Jacobs zijn troepen opeisen. Vierentwintig reservisten trekken, gepakt met bal en kegeltjes, naar het slagveld : het eerste oefenterrein. Jacobs heeft ook een synthetisch veld ter beschikking, maar dat werd vooral tijdens de wintermaanden gebruikt. "Ik stond er eerst nogal kritisch tegenover. Je hoort vaak dat spelers daar gemakkelijker vervelende blessures oplopen. Uiteindelijk is het toch een nuttig werkinstrument gebleken : de spelers trainen er graag op en met die blessures valt het goed mee."10 over 10. De training start met een kwartiertje loslopen en individuele opwarming. Drie van de vier kaarters lopen bij elkaar, de vierde, Tom Meyers, legt er samen met zijn collega-doelmannen Silvio Proto en Jan Van Steenberghe en keeperstrainer Jean-Francois Lecomte meteen de pees op in de hoek van het veld. De setting van deze training is pure folklore. Er zijn een tiental supporters aanwezig, waarvan twee met een duidelijk Italiaanse roots. Het oefenveld ligt veilig ingebed tussen twee reusachtige appartementsblokken, van waaruit je overigens ook wedstrijden op het hoofdterrein kan volgen. Sporadisch duiken de flatbewoners op hun terras op om bij wijze van ochtendritueel de training even gade te slaan. Op een uitgestrekt grasperk naast het oefenveld maalt een maaitractor - een groengele John Deer - aan een gezapig tempo enkele kilometers op en af. De prille lentezon en het zachte gezoem van de John Deer geven een vakantiesfeertje aan het hele gebeuren. Dat heeft ook de trainer snel door en hij maant zijn troepen aan tot concentratie met de gevleugelde Engelse woorden : "Komaan, jongens, wakie, wakie !" Waarop we Ernst diezelfde woorden nog horen herhalen om vervolgens binnensmonds te gniffelen. Thierry Siquet : "Dit seizoen zit er meer speelsheid in de groep dan vorig jaar. Veel ouderen - ik denk aan Benoit Thans, Manu Karagiannis en Olivier Suray - vertrokken. In de plaats kwamen veel jongeren. Er wordt meer gelachen, dat is altijd zo als de resultaten meevallen. Stefan Teelen staat binnen de groep te boek als de grootste clown. Onze flessen water zijn dikwijls om de verkeerde redenen leeg ( lacht). Soms moet je eens iemand tot de orde roepen, maar dat valt allemaal zeer goed mee." Ariel Jacobs is het daarmee eens. "Deze groep bezit een grote zelfdiscipline, ik ben zeer tevreden met de kwaliteit van de trainingen. Je merkt dat het bij een ochtendtraining iets langer duurt voor de concentratie er is. Dat heb je bij een namiddagtraining niet. Maar wij zullen de resterende zeven tot acht weken slechts éénmaal per dag trainen, omdat het toch al een druk seizoen is geweest. Soms is het beter één trainingssessie aan maximale intensiteit in te lassen dan nog een tweede met minder concentratie."10 uur 20. De opwarming zit erop, nu volgt een parcours waarbij afwisselend getraind wordt op explosiviteit, snelheid en coördinatie. De kern splitst zich in vier groepjes. Na telkens tien minuten parcours geeft Jacobs met een fluitsignaal een pauze aan, waarna de groepjes doorschuiven om een ander deel van het parcours te lopen. Na het eerste deel zijgt Alan Haydock tegen de grond en kijkt vol bewondering naar de zwoegende doelmannen enkele meters verderop. 10 uur 55. Tijdens de derde pauze in het parcours verschijnen mannen in rijkswachtuniform op de training. Zij komen de 23-jarige Daré Nibombe bespieden. Deze zwarte parel verbleef in een asielcentrum en vroeg daar waar hij ergens kon voetballen. De jongen bleek over talent te beschikken en werd doorgestuurd naar La Louvière. Daar traint deze 1m93 grote Afrikaan nu mee met de eerste ploeg. "Maar hij wordt hier goed in de gaten gehouden door de plaatselijke autoriteiten," weet ook Ariel Jacobs. 11 uur 15. De kern wordt in twee groepen verdeeld. Eén groep gaat op een veldje van 30 bij 30 meter een partijtje spelen in twee grote doelen. Eén speler krijgt een oranje vestje en doet mee met de ploeg in balbezit. De andere groep oefent op balbezit, waarbij telkens vier spelers de bal moeten in eigen kamp zien te houden tegenover zes tegenstanders. Op het spel van La Louvière dit seizoen is veel kritiek gekomen. Te defensief, te weinig durf, luidt het. Spelers en coach hebben daar zo hun mening over. De revaliderende Frédéric Tilmant, bijvoorbeeld. "Supporters komen naar mij toe om te zeggen dat ze niet tevreden zijn met onze manier van spelen. La Louvière heeft nu eenmaal geen ploeg die het spel kan maken. Wij moeten het hebben van onze stevige organisatie." Ook doelman Jan Van Steenberghe zoekt geen uitwegen. "Iedereen praat wel denigrerend over La Louvière, maar zeg mij, welke topploegen komen in Tivoli nog het spel maken ? Als middenmotor moeten wij toch niet de pressing voeren ? Wij moeten uitgaan van onze kwaliteiten en hoeven ons daarvoor niet te schamen." Met tactische aanpassingen heeft het volgens Thierry Siquet alvast niets te maken. "We bewezen dat we zowel met drie, vier als vijf achteraan punten kunnen pakken. Wel opvallend vind ik dat we uit meer punten verzamelen dan in thuiswedstrijden. Zeer paradoxaal want vorig seizoen zijn er maar twee ploegen in Tivoli komen winnen. Toen was dat net onze sterkte. Het is nu eenmaal een feit dat we buitenshuis meer ruimte krijgen."Maar wie beter dan de coach zelf kan oordelen over het falen in eigen huis. Ariel Jacobs heeft nochtans niet meteen een pasklaar antwoord. "Aan mijn benadering verander ik niets, dus daar ligt het niet aan. Wat ik wel vaststel, is dat we niet meer onderschat worden door de tegenstander. De hoger geklasseerde ploegen laten ons nu het initiatief, terwijl we vorig seizoen zelfs op eigen terrein de counter konden spelen. En we moeten eerlijk zijn, om te kunnen winnen moet deze ploeg het hebben van de inzet, discipline en collectiviteit. En dat hoeft niet meteen een negatieve bijklank te krijgen. Ik vind trouwens dat de kwaliteit van ons spel dit seizoen hoger ligt dan vorig seizoen. Het verschil is dat we toen slechte wedstrijden wonnen, terwijl we nu soms goede wedstrijden verliezen. En dat men spreekt van aanvallend voetbal als er met vier verdedigers gespeeld wordt, en over verdedigend voetbal als er met vijf verdedigers gespeeld wordt, daar moet ik toch eens hartelijk om lachen, hoor."11 uur 35. De twee grote groepen wisselen van opdracht. Diegenen die net op balbezit getraind hebben, mogen een vrij potje gaan voetballen en omgekeerd. Davy Cooreman mag het oranje vestje aandoen en meespelen met de ploeg in balbezit. Hij doet dat zo overtuigend dat hij er spontaan zelf even commentaar bijgeeft. "Man, die passen, dat zijn wereldballen", roept hij zijn ploegmaats toe. Het is plots stil. Niet omdat de ploegmakkers niet reageren, neen, die ballen lustig voort. We missen het gezoem van de grasmaaier. De terreinafgevaardigde van dienst, gekleed in een geruit houthakkershemd zoals het hoort, geeft er de brui aan. Als we hem aanspreken over de prachtige tractor, fonkelen zijn ogen alsof we hem net het grootste compliment uit zijn leven gaven. "Jaja, een echte John Deer, monsieur," verkondigt hij fier als een gieter. "Maar voor het eerste veld gebruik ik een Ransomes, daar kun je figuurtjes mee maken. Want als ik op televisie naar een voetbalwedstrijd kijk, valt mij altijd meteen op hoe saai die velden zijn. In Brugge bijvoorbeeld, niets van motiefjes in het gras. Wij bij La Louvière spelen op een grasperk met cirkels in." En glunderend stapt hij naar zijn atelier. 11 uur 55. De training loopt ten einde. De spelers worden nog even rond de trainer verzameld voor een korte briefing. Ze krijgen een half uur de tijd om te douchen en zich om te kleden. Om 12 uur 30 staat een kwartiertje theorie op het programma. Een laatste keer terugblikken op de partij van het voorbije weekend en dan blik richting volgende wedstrijd. "Ik geef geen oeverloze tactische besprekingen," zegt Ariel Jacobs. "Op woensdag hang ik papieren uit in de kleedkamers waar de spelers alle informatie over de komende tegenstander op kunnen terugvinden : stilstaande fases, looplijnen, mogelijke opponenten, enzovoorts." 12 uur 45. De tactische bespreking is voorbij. De meeste spelers vertrekken meteen huiswaarts. Jacobs blijft nog wat hangen in zijn bureau. Ongetwijfeld spookt de bekerfinale al door zijn hoofd en, wie weet, bij winst volgt Europees voetbal. "Want wie aan de bekerfinale denkt, denkt automatisch aan Europees voetbal. Zeker bij de supporters leeft die droom al. Je zit hier in Wallonië, daar reageren ze sowieso al wat emotioneler. Het verbaast mij soms hoe snel de mensen wennen aan succes. Velen vergeten dat we de club met kleinste budget uit eerste klasse zijn en dat we voor aanvang van het seizoen door iedereen als degradatiekandidaat nummer één werden afgeschilderd." door Matthias StockmansDe prille lentezon en het zachte gezoem van de grasmaaier, een John Deer, geven een vakantiesfeertje aan het hele gebeuren.'Dit stadion is een smet op het blazoen van deze club.' (Ariel Jacobs)'Het valt mij op hoe saai de meeste velden zijn, niets van motiefjes in het gras. Wij bij La Louvière spelen op een grasperk met cirkels in.'