In Vlaanderen kennen we Felice Mazzu als een gentleman: een coach die voor de camera zijn verantwoordelijkheid opneemt, respectvol zijn mening formuleert en nederig genoeg is om een collega te prijzen en zich te excuseren voor zijn eigen gedrag langs de lijn. Dat doet hij altijd met een groot naturel. Je leest met betrekking tot zijn persoon wel eens iets over lichtgeraaktheid en koppigheid, maar je denkt: hardvochtigheid verdraagt zijn jovialiteit niet.
...

In Vlaanderen kennen we Felice Mazzu als een gentleman: een coach die voor de camera zijn verantwoordelijkheid opneemt, respectvol zijn mening formuleert en nederig genoeg is om een collega te prijzen en zich te excuseren voor zijn eigen gedrag langs de lijn. Dat doet hij altijd met een groot naturel. Je leest met betrekking tot zijn persoon wel eens iets over lichtgeraaktheid en koppigheid, maar je denkt: hardvochtigheid verdraagt zijn jovialiteit niet. Ook kennen we Felice Mazzu van gebalde vuisten en van danspasjes voor de tribune, vooral nadat zijn Carolo's weer eens in de slotfase een wedstrijd naar zich toehaalden. Een zeldzame keer komt er tussen wijs- en middenvinger een sigaret in beeld, een middeltje waarmee hij zijn emoties pleegt te kalmeren, en daar houdt hij niet van. Hij wil al lang stoppen met roken, zei hij ons toen hij tweeënhalf jaar geleden op de redactie te gast was, maar met nicotinepleisters noch met een e-sigaret was hem dat gelukt. Zijn spelers beloofde hij zelfs om daarvoor bij een hypnotherapeut te rade te gaan. Het was de tijd dat hij als coach van Sporting Charleroi met het oog op het vervolg van zijn carrière Nederlandse les was beginnen te volgen. Tijdsgebrek speelde hem daarbij parten: altijd met voetbal bezig, vertelde hij. Dat probleem is met zijn transfer naar Genk alvast opgelost. Daar zal hij voortaan elke dag kunnen oefenen.In zelfbeschouwende gesprekken verwijst Felice Mazzu vaak naar zijn afkomst. Zijn vader, Pasquale, groeit in armoede op in een door de oorlog vernield dorpje in het zuiden van Italië. Naar school gaat hij er niet, omdat hij moet meehelpen op het veld, zodat er eten op tafel komt. In 1951, wanneer hij achttien is, komt hij in de streek van Charleroi in de koolmijnen werken. Wonen doet hij in barakken. Het is werken om te overleven. Wat hij overhoudt, stuurt hij op naar zijn familie in de hak van de laars. Huwen met Anna doet hij per volmacht: zij gaat in Calabrië naar de kerk met een oom, die zich daar in zijn naam met haar in het echt verbindt. Pas wanneer hij erin geslaagd is wat geld te sparen, komt zij naar België. Ze krijgen drie kinderen: Antonino, Pasqualina en Felice. Alle drie zullen ze universitaire studies doen: Felice is licentiaat LO geworden, zijn zus biochemicus en zijn broer geeft filosofie aan de ULB. Vanzelfsprekend is het niet, beseffen ze. Als kind worden ze uitgelachen met de kleren die ze dragen. Geld voor iets beters is er niet. Voor sociale activiteiten evenmin en dat tekent Felice. Lang voelt hij zich nergens bij horen. Hij is erg onzeker en verlegen en durft in gezelschap niet te spreken. Het is vooral dankzij het voetbal dat hij zich leert uit te leven, aan zelfvertrouwen wint en zich ontwikkelt. Felice Mazzu is twaalf wanneer hij bij Sporting Charleroi gaat spelen en ervan droomt om profvoetballer te worden. Verder dan de beloften zal hij het niet schoppen. Hij is een verdediger met een goeie mentaliteit en een degelijke techniek, maar zonder snelheid. Een slechte speler zal hij zichzelf achteraf noemen, maar op het moment zelf ontbreekt het hem aan dat inzicht. Mede door blessures stopt hij ook al op jonge leeftijd op amateurniveau met voetballen en wordt hij jeugdcoach bij RSC Nivelles. Het is het begin van een trainerscarrière die via Marchienne, Eigenbrakel en Ukkel naar zijn debuut tien jaar geleden als hoofdcoach in het profvoetbal bij AFC Tubize leidt. Daarna promoveert hij met WS Woluwe van de derde naar de tweede klasse, waar hij meteen de eerste periodetitel wint, en gaat hij op het einde van dat seizoen in op een aanbieding om in de eerste klasse zijn moederclub te coachen. Hij is dan 47. Vijftien jaar lang combineert hij het voetbal met de job van leraar lichamelijke opvoeding in het middelbaar onderwijs in Gilly, Nivelles en Marcinelle. Daar, op school, is het dat hij zijn twaalf jaar jongere echtgenote Julie leert kennen, in de periode dat zij er een interim doet. Dan is hij al een eind in de dertig. Zij brengt evenwicht in zijn leven en schenkt hem drie kinderen, waarvan het eerste kort na de geboorte overlijdt. Langs de lijn draagt hij nog altijd een foto van hun eerste dochtertje bij zich, samen met die van zijn overleden schoonmoeder; mensen van wie hij houdt, maar die er niet meer zijn. Opgegroeid in een niet-praktiserend katholiek arbeidersgezin gelooft Felice Mazzu in een hogere kracht die het goede in de wereld ondersteunt en hem kan helpen. Hij gelooft ook in de kracht van rituelen. Zo gaat hij voor elke wedstrijd een koffietje drinken bij zijn ouders en draagt hij wel eens ongewassen hemden en kousen. De keren dat hij intussen in de media zijn dank uitsprak voor de kans die Mehdi Bayat, algemeen manager van Sporting Charleroi, hem gaf om coach te worden in de eerste klasse zijn niet meer op twee handen te tellen. De belofte die hij tegenover zijn vader maakte dat hij ooit een eersteklasser zou coachen, maakt hij in 2013 uitgerekend in zijn eigen stad waar. De erkenning die hij sindsdien voor zijn werk krijgt, is enorm. Aan de basis van het succes van Felice Mazzu ligt zijn peoplemanagement. Zijn inlevingsvermogen wordt geprezen, zijn communicatie en zijn psychologie. Het fundamenteel belang daarvan in coaching wordt tegenwoordig sterk benadrukt en onderwezen in de trainersopleiding, maar voor hem lijkt het geen moeite te kosten. Blijkbaar is het iets wat hij in het hart draagt. In interviews met zijn spelers en zijn ex-spelers komt het vaak terug: iedere kernspeler krijgt van hem aandacht en respect, je kunt voelen dat hij het goed met je meent. Hij is zo. Daarom geeft hij de dag na de wedstrijd ook zelf training aan zij die niet speelden. Hij is veeleisend, maar vanuit verbondenheid: hij wil dat iedereen zich goed voelt en zorgt voor een ontspannen sfeer, om optimaal te kunnen samenwerken, samen successen te kunnen behalen en te vieren maar ook om samen ontgoochelingen te kunnen verwerken. Het laat hem toe hard te zijn, op zachte wijze. Het zogezegde nadeel dat hij nooit zelf profvoetballer is geweest, biedt hem vooral voordeel. Hij bouwde zijn trainerscarrière geleidelijk aan op en weet wat het is om het trainerschap met een job te combineren, om 's ochtends om half acht de deur uit te gaan en pas om half elf terug thuis te komen. Hij weet dat zonder naam als speler zijn trainerscarrière uitsluitend zal afhangen van de kwaliteit die hij als trainer levert. Zijn bezieling en dankbaarheid voor de kansen die hij krijgt, helpen hem daarbij, net als zijn ervaring als leerkracht. Nog altijd noemt hij zichzelf graag 'een nobody in de voetbalwereld', maar dat is hij allang niet meer. Met Sporting Charleroi plaatst hij zich drie keer voor play-off 1 en dwingt hij voor het eerst in 21 jaar weer Europees voetbal af. In een ploeg die systematisch zijn beste spelers verloor, slaagt hij er telkens weer in het evenwicht te herstellen. De Zebra's van Mazzu waren zes jaar lang een tactisch flexibel, moeilijk te manoeuvreren team dat er een specialiteit van maakte om het verschil te maken in het slotfase van de wedstrijd, intussen Mazzutime genoemd. Een coach met seizoen na seizoen een onmiskenbaar positieve impact op zijn elftal blijft niet onopgemerkt: eind 2017 ontvangt hij eerst de Trofee Raymond Goethals en kort daarna wordt hij verkozen tot Trainer van het Jaar. Belangstelling van grotere clubs blijft niet uit. Flirts met Standard en AA Gent zijn bekend. Telkens wanneer er aan de top een plaats vrijkomt, wordt in de media zijn naam opgeworpen. Maar meestal worden daar ook meteen twee elementen aan gekoppeld die in zijn nadeel zouden spelen: dat hij geen Nederlands spreekt én de perceptie dat hij een defensieve coach is. Volgens hemzelf hoeft het eerste geen nadeel te zijn en klopt het tweede niet. Ja, hij bouwt zijn ploeg op vanuit defensieve zekerheid en ja, hij houdt van een goede organisatie en van hard werken, maar hij kiest altijd de spelstijl en de strategie die het best bij zijn spelers past, betoogt hij dan. Bij KRC Genk zou dat dus best een andere manier van voetballen kunnen zijn. Dat hij de stap naar de top niet eerder zette en zes jaar in zijn vertrouwde Pays Noir bleef hangen, was niet uit schrik om elders voor het eerst in zijn trainerscarrière ontslagen te worden. Daarover is hij altijd duidelijk geweest: de dag dat ze hem ergens buitengooien, zal hij niet zagen en klagen, want hij beseft van waar hij komt en beschouwt elke dag dat hij proftrainer is als een dag dat hij zijn droom mag beleven. Overigens is het relatief om Sporting Charleroi als een comfortzone te beschouwen: in de zes seizoenen voor de komst van Felice Mazzu kende de club liefst achttien hoofdtrainers. Neen, hij is gewoon een coach die zijn loopbaan bedachtzaam opbouwt. Wees gerust, zei hij al: elke ochtend staat hij op met de ambitie om het beste van zichzelf te geven en te blijven groeien. Ooit een Italiaanse ploeg coachen en dan met zijn ouders naar hun moederland terugkeren, zou de verwezenlijking van een groot levensdoel en het ultieme eerbetoon aan hen zijn, gaf hij al te kennen. Maar, benadrukt hij dan tegelijk: ook nu al is hij heel gelukkig, omdat hij ervoor kon zorgen dat iedereen in Charleroi de naam Mazzu kent. Hij zou het fantastisch vinden mocht zijn vader door het respect dat hij daardoor nu in de stad krijgt enkele jaren langer kunnen leven, nadat hij er altijd anoniem door het leven is gegaan, er diep onder de grond op zijn knieën zat om steenkool los te hakken en er vernederingen onderging. Dan is, aldus zijn jongste zoon, al de rest bijkomstig. Leven is volgens Felice Mazzu op het juiste moment de juiste keuze maken. Toen hij de Trofee Raymond Goethals in ontvangst nam, verklaarde hij dat hij hoopte ooit een wedstrijd in de Champions League te kunnen coachen. Nu hij voor landskampioen KRC Genk tekende, kan hij straks ineens minstens zes Champions Leaguewedstrijden coachen. Maar deze overgang is voor hem om meer dan één reden de juiste keuze op het juiste moment. Niet in het minst omdat het om een topclub gaat die meer dan andere G5-clubs geleid wordt zoals hijzelf leiding geeft: con amore. Het zijn goeie omstandigheden om te laten zien dat het geen nadeel is om bij een Vlaamse club geen Nederlands te spreken én dat hij geen defensieve coach is. Dat hij zijn ploeg opbouwt vanuit defensieve zekerheid kan bovendien zeker van pas komen in de Champions League. Misschien maakt hij er wel naam mee tot in Italië.