Brazilië zou op dit WK afrekenen met het trauma van 1950: de 'Maracanaço'. In Maracanã werd het beslissende slotduel verloren van buurland Uruguay. De grootste nationale tragedie van de moderne tijden. In de plaats werd het sambaland opgezadeld met een nieuwe boze droom: de 'Mineirazo' (1-7 tegen Duitsland), de zwaarste nederlaag en de grootste vernedering uit de geschiedenis.
...

Brazilië zou op dit WK afrekenen met het trauma van 1950: de 'Maracanaço'. In Maracanã werd het beslissende slotduel verloren van buurland Uruguay. De grootste nationale tragedie van de moderne tijden. In de plaats werd het sambaland opgezadeld met een nieuwe boze droom: de 'Mineirazo' (1-7 tegen Duitsland), de zwaarste nederlaag en de grootste vernedering uit de geschiedenis. In 1950 moest het witte shirt met de blauwe randen weg om de herinnering aan de nederlaag te doen vergeten. De carioca's en paulista's zullen de klap dit keer veel gemakkelijker te boven komen. 64 jaar geleden leek de winst een verworvenheid en kwam het verlies totaal onverwacht. Dit keer wisten ze dat ze de underdogs waren. Vooral na het uitvallen van Neymar en de schorsing van Thiago Silva. De Confederations Cup van vorig jaar, en vooral de 3-0-zege in de finale tegen wereldkampioen Spanje, had valse hoop gewekt. Neymar was een eenzaam genie, dat in zijn eentje de malaise van het Braziliaanse voetbal camoufleerde (zoals Lionel Messi bij Argentinië overigens) en dat wisten zijn ploegmaats drommels goed. De manier waarop ze tijdens het volkslied zijn shirt omknelden, was ronduit pathetisch en voorspelde niet veel goeds. Na het openingsdoelpunt van Thomas Müller liep het hele elftal als verdwaasd over het veld en liet het zich in Belo Horizonte afslachten als een kudde makke schapen. "Er is maar één oplossing", schreef O Globo. "Reanimeren. Het Braziliaanse voetbal moet herboren worden." Het 'jogo colapso' (het ingestorte voetbal) moet weer plaatsmaken voor het 'jogo bonito' (the beautiful game). De 'Mineiraço' is misschien het beste wat het Braziliaanse voetbal is overkomen sinds de jaren tachtig en Socrates, Zico en Falcão. Nadien waren er nog Romário, Ronaldo en Rivaldo om de schijn op te houden, maar nu is er alleen nog Neymar. Een knaap van vooraan in de twintig die bij Barcelona een moeilijk debuutseizoen kende. Wij waarnemers hadden beter moeten weten. Op het middenveld telde de ploeg van Felipe Scolari alleen jongens van hetzelfde type. Luiz Gustavo, Paulinho, Fernandinho, Ramires: degelijke balveroveraars, maar geen spatje inventiviteit. Bernard, de vervanger van Neymar, was bij Sjachtar Donetsk vaak niet eens basisspeler. Het probleem zit echter veel dieper. Bij het begin van het WK vertelde ik al dat de Braziliaan veel meer van winnen houdt dan van (goed) voetbal en daar kreeg hij vorige week in 'Horror-zonte' de rekening voor gepresenteerd. "Zelfs in het jeugdvoetbal kunnen we niet leven zonder voorrang te geven aan het resultaat", vertelde Mario Menezes, de voorganger van Felipe Scolari, vorig jaar aan de Engelse journalist Tim Vickery. Marcelo Teixeira, hoofd opleidingen van topclub Fluminense, keek bij Manchester United zijn ogen uit. "We moeten in Brazilië ophouden met de voorkeur te geven aan jongens die er op jonge leeftijd fysiek boven uitsteken", concludeerde hij. Het lijkt wel het Belgische voetbal uit de jaren negentig. De hele voetbalfilosofie moet op de schop. De competitie is zwak en de topclubs moeten vaak vechten tegen degradatie (Vasco da Gama tuimelde vorig seizoen naar de Serie B). De jeugdopleiding wordt compleet verwaarloosd en scouts zijn er alleen op uit de jongens op zo jong mogelijke leeftijd aan Europese clubs te verpatsen. De basis om supersterren te creëren is armoede en kwantiteit. Dani Alves moest om vijf uur opstaan om meloenen te plukken. Dante verkocht zijn spelconsole om de busrit te betalen voor een test bij een club tweeduizend kilometer van Salvador. Miljoenen kinderen lopen achter een bal aan en af en toe zit daar onvermijdelijk een Romário of Ronaldo bij. Onder Lula, de vorige president, ontsnapten veertig miljoen Brazilianen aan de armoede en verminderde de ruimte om te voetballen als gevolg van de stadsontwikkeling. Dat zal gevolgen hebben voor de voetbalcultuur. Er zullen steeds minder kinderen achter een bal aan lopen. "Deze vernedering is een alarmsignaal", stelde Juninho Paulista, een van de wereldkampioenen van 2002. "We zijn vergeten wat het sterkste punt van het Braziliaanse voetbal is: niet kracht, maar creativiteit. Daar moeten we weer naartoe." DOOR FRANÇOIS COLINHet Braziliaanse voetbal vertoont dezelfde gebreken als het Belgische uit de jaren negentig.