Ook na de nederlaag op Roeselare blijft René Trost zich bij Lierse met een bewonderenswaardig optimisme aan elke strohalm vastklampen. Het woord berusten schrapte hij uit zijn woordenboek. Tot de laatste snik wil Trost geloven dat de kansen keren.
...

Ook na de nederlaag op Roeselare blijft René Trost zich bij Lierse met een bewonderenswaardig optimisme aan elke strohalm vastklampen. Het woord berusten schrapte hij uit zijn woordenboek. Tot de laatste snik wil Trost geloven dat de kansen keren. René Trost : "Nog niet. Als het hier allemaal fantastisch was geweest toen ik kwam, hadden ze Trost niet gehaald. Ik krijg hier de uitdaging om het onmogelijke mogelijk te maken. Ik heb hier ook niets te verliezen. Tot het mathematisch onmogelijk wordt ons te redden, geloof ik er in. Ik lees wel eens : 'Als Lierse de komende twee wedstrijden verliest, is het afgelopen.' Dat vind ik kletspraat.""Omdat wij als team te veel kwaliteit hebben om te staan waar we nu staan. Alleen moet eerst de rust in en rond de club weerkeren. Iedereen die bij de club betrokken is, stopt daar heel veel energie in, ook als bestuursleden minder prettig nieuws hebben.""Misschien is het een voordeel dat ze daaraan gewend zijn, maar ik kan u zeggen dat het voor mij een nieuwe ervaring is. Ik weet dat het bestuur hard werkt om dat op te lossen en ik hoop dat ze hier eens met een budget kunnen starten waarvan ze weten dat het op het einde sluitend zal zijn. Tot dan zal Lierse heel veel drek over zich heen krijgen. Het enige wat we kunnen doen, is binnenshuis rust brengen.""Ik wil daar geen getal op plakken. De club zal afstand moeten doen van een aantal spelers. Natuurlijk wil ik sommigen het liefst houden, maar we verkeren niet in de situatie dat ik kan zeggen : 'Die of die mag niet weg.' Er zullen er weggaan die ik liever had gehouden en er zullen er blijven die van mij hadden mogen vertrekken. Het hangt af van vraag en aanbod. Het kan ook dat er alleen maar spelers gaan en dat er niemand komt, want eerst moet er financiële ruimte gecreëerd worden. Ik kan wel roepen dat ik iedereen nodig heb, maar in onze situatie lost dat niets op. Ik hoop dat er op het einde extra ruimte is om bijvoorbeeld een goede spits aan te werven. Kunnen we niemand halen die 20 goals maakt, dan moet ik andere spelers beter maken, zorgen dat er vier elk vijf scoren.""Ja, 27 spelers is te veel. Een laddersysteem waarmee je aan een man of 22 komt, is beter : een stuk of acht die de kern vormen, een achttal meelopers die niet aan 34 wedstrijden komen, plus zes talentvolle jongeren.""Aanvankelijk hield ik vast aan wat er stond, maar tegen Genk was dat systeem met drie spitsen zo slecht dat ik het tegen Brussels wijzigde. Met twee diepe spitsen moeten we meer druk zetten op de tegenstander. Dat houdt het risico in dat je achterin meer weggeeft, maar dat moet dan maar. Wij moeten scoren en punten pakken.""Wie er niet meer in gelooft, moet me dat liefst vandaag komen zeggen, want met zulke jongens kan ik niets aanvangen. Ze moeten zich wel nog meer manifesteren, elkaar onderling coachen. Vairelles doet dat wel eens, een jongere op training terechtwijzen. Vind ik prima, zei ik hem. Dan hoef ik het niet te doen.""Dat kan ik niet toelaten, want dan durft straks niemand nog iets te zeggen. Dan gaan ze berusten en dat is het slechtste wat ons in onze situatie kan overkomen. Op dit moment gebeurt dat niet, iedereen rond het team is enthousiast. Ik probeer dat ook uit te stralen. Met Sinterklaas gaven we met de technische staf cadeautjes aan de kinderen van de spelers. Na Brussels gaf ik ze twee dagen vrij. Mensen spiegelen zich toch vaak aan de trainer. Laat die het ook afweten, dan steekt dat in negatieve zin aan."l GEERT FOUTRé 'HET KAN DAT ER ALLEEN MAAR SPELERS GAAN EN NIEMAND KOMT'