Onze aard

Aleksandar Boljevic (22): 'Groot in getal zijn wij nooit geweest, ook niet tijdens historische veldslagen, zoals die bij Mojkovac (in 1916, tegen Oostenrijk-Hongarije, gewonnen door Montenegro, nvdr). Maar we hielden altijd stand, wij trokken nooit terug. Wij wilden sterven voor ons land. Als een groep van tien mensen twee Montenegrijnen aanvalt, dan gaan die twee niet lopen. Dat maakt me trots.'

Mijn dorp

'Ik groeide op in Zeta, een dorp waar de mensen grote tuinen hebben, ideaal voor wie graag voetbalt. Er wonen veel boeren, veel mensen die tomaten, paprika's en andere groenten telen. Die verkopen ze tien kilometer verderop, in onze hoofdstad Podgorica. Mijn moeder teelde vroeger ook groenten. En af en toe hadden we thuis een varken dat we vetmestten en slachtten. Later werd mijn moeder chef-kok in een hotel. Mijn vader werkte als truckchauffeur. Daarmee verdiende hij 500 à 600 euro per maand. Dat was niet veel, maar aan de andere kant kost een cola in Montenegro maar vijftig cent.'

Ons referendum

'Eerst was er het grote Joegoslavië. Nadien gingen enkele gebieden hun eigen weg, maar bleef er nog een klein Joegoslavië over, met onder meer Montenegro. Die tijd herinner ik me nog, zeker de WK-finale van 2002 in het basketbal, tussen Joegoslavië en Argentinië. Vanaf 2003 heette ons land Servië en Montenegro. Toen waren wij nog altijd sterk op alle vlakken, sportief én politiek. Ik vond dat een heel mooie tijd. In 2006, toen ik tien was, kwam er dan een referendum en werd Montenegro onafhankelijk. Sindsdien zijn sommige dingen beter en andere minder. Zo is onze nationale voetbalploeg lang niet meer zo sterk, maar iemand als ik kan nu wel interlands spelen.

'Ik zie geen grote verschillen tussen de Montenegrijnen en de Serviërs. Maar je weet hoe politici zijn: aan de ene kant lopen ze niet hoog op met die van de andere kant.'

Ons klooster

'We hebben in Montenegro álles: je kunt er 's ochtends skiën en in de namiddag op het strand zonnen. Het grote voordeel is dat ons land klein is; de bergen in het noorden liggen op tweeënhalf uur rijden van de kustlijn in het zuiden. De berg Lovcen, die altijd besneeuwd is, ligt zelfs maar op tien minuutjes van de Adriatische Zee, waar het 35 à 40 graden is. Vanaf de Lovcen kun je bij goed weer Italië zien.

'Een van mijn favoriete plaatsen in Montenegro is het Ostrogklooster. Dat ligt ingebeiteld in een reusachtige rots in de stad Niksic. Als ik in dat klooster bid, overvalt mij een goddelijk gevoel. Ik vergeet er al mijn problemen. Ik ben orthodox en het is een orthodox klooster, maar mensen met allerlei achtergronden komen ernaartoe, ook katholieken, omdat het zo mooi is.'

Mijn held

' Dejan Savicevic is de beste Montenegrijnse voetballer ooit. Hij was niet supergespierd, butcrazy with the skills. Toen hij voor AC Milan speelde, maakte hij een prachtgoal in de finale van de Champions League tegen Barcelona ( in 1994, nvdr).'

Raar aan België

'Als ik hier in België aan een verkeerslicht sta te wachten, is er een groot vak vóór mijn auto waar fietsers kunnen plaatsnemen. Toen ik dat voor het eerst zag gebeuren, dacht ik: wat is dit?! ( lacht) Tijdens mijn eerste maanden in Eindhoven vermoordde ik bijna tien fietsers, telkens bij het rechts afslaan ( lacht). In Montenegro zie je niet veel fietsers. En wij hebben al helemaal geen afgebakende fietspaden, bij ons rijden fietsers daar waar het hen het beste uitkomt. Ook verkeerslichten voor fietsers en aparte baanvakken voor bussen had ik nog nooit gezien. Toen ik op mijn eerste dag in Nederland ergens links afsloeg, sneed ik onbewust de pas af van een bus die achter mij reed. Die chauffeur toeterde als een gek, ik schrok mij een ongeluk. In Podgorica rijden auto's, bussen, vrachtwagens en al de rest samen in één baanvak: one lane and just go, my friend. ( lacht) Snelwegen en files hebben wij niet, we zijn maar met 600.000 mensen. Hier sta je elke dag urenlang aan te schuiven rond Antwerpen. Mocht dat in Montenegro zo zijn, ik maakte mezelf van kant.' ( lacht)

ROOTS - MONTENEGRO

- Een volk dat niet wijkt

- Waar een cola vijftig cent kost

- Waar skistations en stranden vlak bij elkaar liggen

- Voetbalheld: Dejan Savicevic

© Getty Images/iStockphoto
Aleksandar Boljevic (22): 'Groot in getal zijn wij nooit geweest, ook niet tijdens historische veldslagen, zoals die bij Mojkovac (in 1916, tegen Oostenrijk-Hongarije, gewonnen door Montenegro, nvdr). Maar we hielden altijd stand, wij trokken nooit terug. Wij wilden sterven voor ons land. Als een groep van tien mensen twee Montenegrijnen aanvalt, dan gaan die twee niet lopen. Dat maakt me trots.' 'Ik groeide op in Zeta, een dorp waar de mensen grote tuinen hebben, ideaal voor wie graag voetbalt. Er wonen veel boeren, veel mensen die tomaten, paprika's en andere groenten telen. Die verkopen ze tien kilometer verderop, in onze hoofdstad Podgorica. Mijn moeder teelde vroeger ook groenten. En af en toe hadden we thuis een varken dat we vetmestten en slachtten. Later werd mijn moeder chef-kok in een hotel. Mijn vader werkte als truckchauffeur. Daarmee verdiende hij 500 à 600 euro per maand. Dat was niet veel, maar aan de andere kant kost een cola in Montenegro maar vijftig cent.' 'Eerst was er het grote Joegoslavië. Nadien gingen enkele gebieden hun eigen weg, maar bleef er nog een klein Joegoslavië over, met onder meer Montenegro. Die tijd herinner ik me nog, zeker de WK-finale van 2002 in het basketbal, tussen Joegoslavië en Argentinië. Vanaf 2003 heette ons land Servië en Montenegro. Toen waren wij nog altijd sterk op alle vlakken, sportief én politiek. Ik vond dat een heel mooie tijd. In 2006, toen ik tien was, kwam er dan een referendum en werd Montenegro onafhankelijk. Sindsdien zijn sommige dingen beter en andere minder. Zo is onze nationale voetbalploeg lang niet meer zo sterk, maar iemand als ik kan nu wel interlands spelen. 'Ik zie geen grote verschillen tussen de Montenegrijnen en de Serviërs. Maar je weet hoe politici zijn: aan de ene kant lopen ze niet hoog op met die van de andere kant.' 'We hebben in Montenegro álles: je kunt er 's ochtends skiën en in de namiddag op het strand zonnen. Het grote voordeel is dat ons land klein is; de bergen in het noorden liggen op tweeënhalf uur rijden van de kustlijn in het zuiden. De berg Lovcen, die altijd besneeuwd is, ligt zelfs maar op tien minuutjes van de Adriatische Zee, waar het 35 à 40 graden is. Vanaf de Lovcen kun je bij goed weer Italië zien. 'Een van mijn favoriete plaatsen in Montenegro is het Ostrogklooster. Dat ligt ingebeiteld in een reusachtige rots in de stad Niksic. Als ik in dat klooster bid, overvalt mij een goddelijk gevoel. Ik vergeet er al mijn problemen. Ik ben orthodox en het is een orthodox klooster, maar mensen met allerlei achtergronden komen ernaartoe, ook katholieken, omdat het zo mooi is.' ' Dejan Savicevic is de beste Montenegrijnse voetballer ooit. Hij was niet supergespierd, butcrazy with the skills. Toen hij voor AC Milan speelde, maakte hij een prachtgoal in de finale van de Champions League tegen Barcelona ( in 1994, nvdr).' 'Als ik hier in België aan een verkeerslicht sta te wachten, is er een groot vak vóór mijn auto waar fietsers kunnen plaatsnemen. Toen ik dat voor het eerst zag gebeuren, dacht ik: wat is dit?! ( lacht) Tijdens mijn eerste maanden in Eindhoven vermoordde ik bijna tien fietsers, telkens bij het rechts afslaan ( lacht). In Montenegro zie je niet veel fietsers. En wij hebben al helemaal geen afgebakende fietspaden, bij ons rijden fietsers daar waar het hen het beste uitkomt. Ook verkeerslichten voor fietsers en aparte baanvakken voor bussen had ik nog nooit gezien. Toen ik op mijn eerste dag in Nederland ergens links afsloeg, sneed ik onbewust de pas af van een bus die achter mij reed. Die chauffeur toeterde als een gek, ik schrok mij een ongeluk. In Podgorica rijden auto's, bussen, vrachtwagens en al de rest samen in één baanvak: one lane and just go, my friend. ( lacht) Snelwegen en files hebben wij niet, we zijn maar met 600.000 mensen. Hier sta je elke dag urenlang aan te schuiven rond Antwerpen. Mocht dat in Montenegro zo zijn, ik maakte mezelf van kant.' ( lacht)