We treffen Karel Geraerts (22) tussen twee trainingen in het spelershome tijdens een partijtje tafelvoetbal met Christian Van Hoeylandt tegen de doelmannen Sven Van der Jeugt en Griffin De Vroe. Geraerts wil meteen stoppen, maar op ons teken vervolgt hij het spel. Lang duurt het echter niet vooraleer de minzame Limburger op ons toe stapt. Hoewel hij tijdens het gesprek meermaals aangeeft dat hij een man van weinig woorden is, blijkt dat hij na drie en een half jaar bankzitten bij Club Brugge toch graag zijn hart lucht. Een monoloog.
...

We treffen Karel Geraerts (22) tussen twee trainingen in het spelershome tijdens een partijtje tafelvoetbal met Christian Van Hoeylandt tegen de doelmannen Sven Van der Jeugt en Griffin De Vroe. Geraerts wil meteen stoppen, maar op ons teken vervolgt hij het spel. Lang duurt het echter niet vooraleer de minzame Limburger op ons toe stapt. Hoewel hij tijdens het gesprek meermaals aangeeft dat hij een man van weinig woorden is, blijkt dat hij na drie en een half jaar bankzitten bij Club Brugge toch graag zijn hart lucht. Een monoloog. Karel Geraerts : "Ik ben heel blij dat ik tijdens de winterstop naar Lokeren verhuisde. Bij Club Brugge zat ik op een dood spoor. In het begin was het wel aanpassen aan de hogere trainingsintensiteit. Daar schrok ik toch van. Franky Van der Elst houdt ervan twee keer per dag te trainen en dat kroop in de benen, zeker als je het niet meer gewoon bent. Onder Trond Sollied ging het er helemaal anders aan toe, ook al omdat er door het drukke programma niet echt veel tijd was om eens lekker diep te gaan. Tijdens de shadow games kunnen de vaste invallers niet veel uitrichten. Het is een voorbereidingstraining, helemaal niet zwaar. Je moet maar wat passief verdedigen en ruimte laten opdat er een degelijke aanval kan worden opgebouwd. Ik kreeg er eerder koud dan warm van (grijnst). "Ik heb intussen ook ondervonden dat er een hemelsbreed verschil is tussen een wedstrijd met de eerste ploeg of met de invallers, want daar speel je tegen jongens die vier of vijf jaar jonger zijn. Echt veel bijleren doe je dan niet. Vooral mentaal had ik het zwaar om me daar nog voor te motiveren. Zeker omdat de trainer me voor het seizoen nog apart had geroepen. Hij geloofde sterk in mijn mogelijkheden, ik zou mijn kansen zeker krijgen. Maar ik merkte al snel dat ik opnieuw het vijfde wiel aan de wagen zou worden. Dat viel me bijzonder zwaar. Op verplaatsing tegen Celta Vigo, AC Milan en Ajax viel ik telkens af als negentiende man. De avond van de match krijg je de boodschap dat je het duel vanuit de tribune moet volgen. Dat waren echt lastige momenten (stilte). "In augustus al was ik geneigd een andere club op te zoeken. Toen al voelde ik dat de trainer loze woorden had gebruikt. Te snel werd ten onterechte het excuus gebruikt van mijn zware kuitbeenblessure twee jaar geleden. De trainersstaf verstopte zich daar te gemakkelijk achter. Mijn vader, die mijn zaken behartigt, kon me toch overtuigen om het minstens een half jaar vol te houden. Zijn boodschap was duidelijk : kalm blijven, geduldig wachten op een nieuwe kans. Maar toen ik in november en december volstrekt niet meer in aanmerking kwam voor een plaats bij de achttien, was er geen andere conclusie dan dat ik mijn spelplezier ergens anders moest gaan zoeken. "Mijn frustratie zat heel diep toen. Zeker als je merkt dat sommige spelers - flitsenvoetballers als Alin Stoica - op meer krediet kunnen rekenen en telkens opnieuw kansen krijgen, terwijl jij steeds verder wegzakt in de hiërarchie. Je stelt je vragen, maar krijgt niet meteen een antwoord. Timmy Simons, Nastja Ceh, Gaëtan Englebert en Philippe Clement zijn natuurlijk vaste waarden, zij voegen iets toe. Dat wil en moet ik met alle respect aanvaarden. Maar als zij er niet bij zijn door blessures of schorsingen, hoop je op wat speelminuten. Toen Timmy midden oktober tegen Westerlo geschorst was, dacht ik dat mijn moment was aangebroken. Maar als je dan niet eens op de invallersbank zit... Tja, dan weet je waar je staat. Zeker omdat de ploeg vierkant draaide voor nieuwjaar, maar er toch geen wijzigingen werden doorgevoerd. "Ik was eigenlijk aan een onmogelijke opdracht begonnen : proberen zo snel mogelijk een basisplaats af te dwingen. Gelukkig trof ik met Stijn Stijnen, Tim Smolders, Kevin Roelandts, Birger Van de Ven, Sebastian Hermans en Hans Cornelis een aantal lotgenoten. Bij de meesten zit het echt diep. We babbelden veel over onze situatie en probeerden elkaar scherp te houden. Vaak gebruikten we de tijd na de training om samen te oefenen op onze traptechniek : voorzetten, vrije trappen, penalty's. We organiseerden bij wijze van vermaak toernooien, zelfs in het tafeltennis. Voor alles hebben we wel een soort cup uitgevonden (lacht). "Het werd een uitzichtloze situatie. Mijn vriendin had op de duur niet echt veel meer aan mij. Ik liep er bijzonder nukkig bij, stapelde de frustraties op. Vroeg ze me iets in het huishouden, had ik geen zin. Ik wilde niet eens moeite doen, stelde alles in vraag. En steeds weer kwam diezelfde vraag naar boven : waarom nog al mijn energie steken in een doel dat je al sinds je vijftiende najaagt ? Wat had ik verkeerd gedaan ? Wat moest ik nog meer doen ? Ik had het gevoel er klaar voor te zijn, maar als puntje bij paaltje kwam, werd ik, als jonge Belg, altijd genegeerd. "Ik werd radeloos en begin november stapte ik zelf naar Marc Degryse. Hij zag dat ik er ongelukkig bij liep. Hij vond me goed bezig op training, maar kon me natuurlijk ook geen garanties geven. Toen vroeg ik hem wat hij in mijn situatie zou doen. Marc was eerlijk : alleen spelen telt. Ik heb zijn raad gevolgd. Lokeren en Germinal Beerschot dienden zich aan. Een telefoongesprek met Franky Van der Elst volstond. Ik kwam bij een trainer die absoluut in mij geloofde. Bovendien is hij iemand die me nog veel tips kan geven over mijn positie van verdedigende middenvelder. Dat doet hij ook constant. Zo bleek dat ik soms te veel diep ging en te snel infiltreerde. Een overblijfsel van Club Brugge, waar we met looplijnen werkten en goed moesten aansluiten bij de voorzet vanop de flank. Nu moet ik als verbindingsman meer controleren en zekerheid inbouwen. Die rol ligt me wel. "Lokeren is geen kleine club. Het gaat er bijzonder professioneel aan toe. Kwalitatief beschikken we best over een aardige kern. Alleen komt het er niet altijd goed uit en moet het samenspel nog beter. De trainer moest een aantal nieuwkomers inpassen en dat vraagt tijd. Maar die hebben we niet echt, want we moeten nu snel punten sprokkelen. Ik heb er alle vertrouwen in, het behoud mag geen enkel probleem vormen. Persoonlijk voel ik me hier goed in mijn vel. Bij mijn laatste fysieke tests bleek dat ik alleen maar vooruitgang boek. Ik voel me wekelijks sterker worden. Het klikt goed met Arnar Vidarsson, de leider die de rest graag oppept en stuurt. Zelf durf ik nu ook al eens de groep wakker te houden of iemand te corrigeren als hij uit positie loopt. "Lokeren is een ideale uitlaatklep. Ik heb hier mijn speelvreugde teruggevonden en ben gemotiveerder dan ooit. Club Brugge wilde liever geen koopoptie bij de verhuur. Ik ga ervan uit dat ze nog in mij geloven. Maar liever beland ik niet meer in het oude sukkelstraatje. Een voetballer is alleen maar gelukkig als hij speelt, dat besef ik nu ten volle. Volgens mijn familie en vrienden ben ik weer enthousiast en zelfverzekerd. Dat is en blijft het belangrijkste."door Frédéric Vanheule'Ik was bij Club Brugge aan een onmogelijke opdracht begonnen.'