Elf september 2010 was opnieuw een zwarte zaterdag voor onze arbitrage. Verbale akkefietjes, rode kaarten, trainers die naar de tribune werden verwezen, clubleiders die alle gevoel voor redelijkheid verloren leken te zijn en verklaringen die zomaar in het wilde weg de wereld ingestuurd werden. Allemaal ingrediënten die we in het gerecht dat de voetbalkoks wekelijks voor ons bekokstoven eigenlijk zo weinig mogelijk willen aantreffen. Wie heeft daar schuld aan? Wie heeft nog respect voor anderen? En vooral hoe moeten we dit aanpakken en oplossen? Een rondvraag bij enkele erkende persoonlijkheden.
...

Elf september 2010 was opnieuw een zwarte zaterdag voor onze arbitrage. Verbale akkefietjes, rode kaarten, trainers die naar de tribune werden verwezen, clubleiders die alle gevoel voor redelijkheid verloren leken te zijn en verklaringen die zomaar in het wilde weg de wereld ingestuurd werden. Allemaal ingrediënten die we in het gerecht dat de voetbalkoks wekelijks voor ons bekokstoven eigenlijk zo weinig mogelijk willen aantreffen. Wie heeft daar schuld aan? Wie heeft nog respect voor anderen? En vooral hoe moeten we dit aanpakken en oplossen? Een rondvraag bij enkele erkende persoonlijkheden. Robert Jeurissen, voorzitter van de centrale scheidsrechterscommissie: "We hebben alle scheidsrechters tijdens de zomer in Leuven samengeroepen om er de richtlijnen te herhalen. We hebben daarbij de nadruk gelegd op elleboogstoten, tackles, protest vanwege de spelers en ongepast gedrag van al wie in de dug-out zit: trainers, kinesisten en andere mensen met een officiële functie. We hebben nog eens duidelijk herhaald wat de coaches wel en niet mogen doen. Het was belangrijk om dat nog eens te benadrukken want we hebben op dat vlak vorig seizoen heel wat problemen gehad. Maar ook recent was er weer sprake van onaanvaardbaar gedrag. Let op! We hebben helemaal niets tegen de trainers en het is zeker niet zo dat de scheidsrechterscommissie opeens heeft beslist om een heksenjacht tegen hen te ontketenen. We vragen hen gewoon dat ze zich sportief gedragen en dat ze zich niet laten meeslepen door hun emoties. Ze hebben al het voorrecht dat ze zich vrij mogen bewegen in de afgebakende zone voor de bank en dat ze, als ze dat willen, de hele match recht mogen staan. Maar kennelijk vinden ze dat niet voldoende. Ze denken dat ze het recht hebben om de scheidsrechters altijd weer met alle zonden van Israël te mogen overladen. "Vorige week zag ik in een wedstrijd voor de Champions League dat een coach de hele wedstrijd op de bank bleef zitten en dat de andere 90 minuten in zijn zone rondwandelde, maar daar hield hij zich ook strikt aan. Zo moeilijk kan het toch niet zijn om die regel te respecteren? En toch stellen we bij ons vast dat bepaalde coaches daar problemen mee hebben. De trainers moeten zich met hun team bezighouden, wij zullen vanuit de commissie wel doen wat wij moeten doen. Goede trainers zijn enkel bezig met hun team, zij zitten de scheidsrechters niet constant achter de veren. "Wat de eenvormigheid van de beslissingen betreft, moeten we natuurlijk respecteren dat scheidsrechters ook maar mensen zijn. Met hun eigen gevoelens, hun eigen perceptie, hun eigen manier van reageren en hun eigen persoonlijkheid. Natuurlijk streven wij naar honderd procent eenvormigheid, maar we beseffen heel goed dat dat altijd een utopie zal blijven. En we moeten ook aanvaarden dat sommige scheidsrechters nu eenmaal beter zijn dan andere. Als een referee geen rood trekt voor een speler die een andere een doodschop geeft, is de belangrijkste vraag die we ons stellen of hij technisch gezien in staat was om de overtreding te zien. Het is altijd mogelijk dat hij slecht opgesteld was of dat zijn zicht belemmerd was. Op zich zou dat niet mogen, maar het is nog veel erger als hij alles goed heeft gezien en beslist om geen kaart te trekken of enkel geel te geven. "Scheidsrechters moeten de moed hebben om beslissingen te nemen, ook als ze weten dat die irritaties zullen opwekken. Wie die moed niet heeft, moet een andere hobby zoeken. Bang zijn is voor de man die het spel moet leiden absoluut de grootste tekortkoming." Stéphane Breda, ex-scheidsrechter: "Op papier ging het niet om een moeilijke wedstrijd. Maar er gaapt soms een brede kloof tussen theorie en praktijk. Datzelfde weekend was ook Lokeren-Westerlo in principe geen moeilijke opdracht, maar ook daar is het uit de hand gelopen. Uiteindelijk zijn er geen "gemakkelijke" en "moeilijke" clubs. Wie als stagiair te maken krijgt met de geweldige sfeer op KV Mechelen, weet dat dit een hele opgave is. Ook thuiswedstrijden van pakweg Zulte Waregem of Kortrijk zijn geen plezierritjes. Al wil ik uiteraard wel erkennen dat Charleroi natuurlijk wel een bepaalde reputatie heeft. De Henegouwers hebben al verschillende scheidsrechters gewraakt, ook als ze internationaal actief zijn. Mij was dat lot ook beschoren na hun thuiswedstrijd van vorig seizoen tegen Club Brugge. Ik vind dat jammer, want ook bij de Zebra's heb je mensen die in alle situaties correct en respectvol blijven. Scheidsrechtersafgevaardigde André Lacroix bijvoorbeeld en secretaris-generaal Pierre-Yves Hendrickx. En ik wil zelfs niet iedereen van de familie Bayat meteen hekelen. "Het probleem is dat mensen die verbaal over de schreef gaan, eigenlijk hun eigen vonnis ondertekenen, ook al hebben ze in de grond misschien gelijk. Bij Charleroi is het niet anders dan bij alle andere clubs: iedereen zou zijn plaats moeten kennen. Spelers moeten voetballen, de trainer moet coachen en het bestuur moet de club besturen. Zodra de betrokkenen uit hun rol vallen, loopt het verkeerd. Scheidsrechters zullen nooit problemen hebben met trainers als Adrie Koster, Albert Cartier, Trond Sollied, Jan Ceulemans - hoe hij zich in de wedstrijd tegen Lokeren gedroeg was echt een uitzondering - Ariël Jacobs of Philippe Saint-Jean. Maar daarmee heb ik iedereen genoemd die echt kalm kan blijven. Glen De Boeck, Jacky Mathijssen en zelfs Bob Peeters kunnen serieus tekeergaan. En iemand als Jan Boskamp was in zijn tijd een vulkaan ... "Maar op het ogenblik dat de scheidsrechterscommissie de refs aanduidt voor een wedstrijd kan ze toch onmogelijk rekening houden met de persoonlijkheid van de trainers die op dat ogenblik aan het hoofd van de betrokken clubs staan. Als ze met zulke zaken en met het taalregime, de wrakingen en nog tal van andere factoren rekening moet houden, wordt het een straatje zonder einde. En uiteraard mag ze de clubs ook niet de kans geven om zelf invloed uit te oefenen op de aanduiding van de ref." Armand Ancion, ex-scheidsrechter: "Dat is natuurlijk je reinste onzin. Door de clubs die mogelijkheid te bieden ontneemt de centrale scheidsrechterscommissie haar arbiters een stuk van hun geloofwaardigheid. Ik weet uit goede bron dat de waarnemer bij de wedstrijd Germinal Beerschot-Charleroi Gunther Boelen heeft gefeliciteerd voor zijn prestatie. Hij merkte op dat hij misschien rood had kunnen trekken voor een speler van de thuisploeg en dat hij misschien iets te lang liet overspelen, maar dat hij over het algemeen kon terugblikken op een goede partij. En toch zal Boelen de rest van het seizoen geen wedstrijden van Charleroi meer mogen fluiten. Als ik het voor het zeggen had bij de commissie en als de mogelijkheid tot wraking niet zou bestaan, dan zou ik ervoor zorgen dat Boelen twee of drie maanden geen wedstrijden van Charleroi meer leidt. In de tweede ronde zou ik hem dan zeker wel aanduiden. Precies om duidelijk te maken dat de clubs niet de baas zijn. Maar het systeem is eigenlijk verrot aan de basis, omdat de scheidsrechterscommissie financieel niet onafhankelijk is van de clubs. Ze krijgt immers een vergoeding van de Profliga, die op haar beurt wordt gefinancierd door de clubs. Ik ken clubleiders die echt als volgt redeneren: 'Ik betaal en dus mag ik ook de keuze beïnvloeden van de scheidsrechters die de wedstrijden van mijn team zullen fluiten.' Dat is een bijzonder ongezonde situatie. Wrakingen zijn er alleen in het Belgische voetbal en dat doet de arbitrage uiteindelijk geen goed." Claude Bourdouxhe, actieve scheidsrechter: "Tot eind vorig seizoen mocht de vierde scheidsrechter de hoofdref niet wijzen op zaken die deze niet zou hebben gezien. Sinds deze zomer mág dat niet alleen, het is als gevolg van een richtlijn van de FIFA ook een verplichting geworden. Via de microfoon die in verbinding staat met het oortje van de ref kan bij bijvoorbeeld zeggen: 'Fout. Geel. Rood. De bal is buiten. Komedie.' Men kan de vierde ref dus niet meer verwijten dat hij daar niets staat te doen en dat hij er enkel is om na de wedstrijd lekker mee te gaan eten. Hij neemt nu zijn verantwoordelijkheid. Hij kan ook een indicatie geven over het aantal minuten toegevoegde tijd, al is het nog altijd de hoofdscheidsrechter die daarover beslist. En in verband met het omgaan met de coaches kan ik alleen maar zeggen dat het voor trainers ook mogelijk is om beleefd te blijven als ze iets willen zeggen. Nu zien we vaak echte uitbarstingen. Als ik als vierde scheidsrechter in die omstandigheden een coach op me zie afstormen, dan zal ik zeker geen moeite doen om te antwoorden, want een dialoog is dan echt niet mogelijk. Maar ik wil wel antwoorden als een coach me beleefd vraagt om mijn visie te geven over een bepaalde fase. Het gebeurt dan zelfs dat ik toegeef dat de ref een verkeerde beslissing heeft genomen. Trainers staan natuurlijk allemaal geweldig onder druk om resultaten te halen. Let maar eens op de enorme spanning op hun gezicht als ze op de bank plaatsnemen. Sommigen lijken daar elke vorm van objectiviteit en redelijkheid te verliezen. Michel Preud'homme was het voorbeeld bij uitstek: van charmante gentleman leek hij tijdens een wedstrijd soms wel in een baarlijke duivel te veranderen. Jacky Mathijssen is ook een opgewonden standje. Trainers moeten natuurlijk aan hun bestuur bewijzen dat ze hun loon waard zijn, en als de resultaten dan niet volgen, hebben sommigen het kennelijk erg moeilijk om zichzelf in de hand te houden of om kritisch te blijven voor zichzelf." Philippe Flament, actief scheidsrechter: "Dat spreekt voor zich. Het voelt aan alsof men geen respect heeft voor ons werk. Dat gebeurt bovendien vrij vaak. Nochtans stipuleren de regels van de UEFA duidelijk dat een uitsluiting automatisch gepaard moet gaan met minstens één speeldag schorsing. We proberen de richtlijnen van de scheidsrechterscommissie zo goed mogelijk na te leven en doen ons werk zoals men ons vraag, maar het is bijzonder jammer dat de voetbalbond daar in de sancties niet altijd rekening mee houdt. Zowel voor de scheidsrechterscommissie, die ons altijd steunt, als voor onszelf is dat een bron van frustratie. Want eigenlijk brengt ons dat in diskrediet. De perceptie bij een betrokken club is toch dat wij ons vergist hebben en dat we daarvoor op de vingers zijn getikt. Dat maakt het voor ons moeilijker als we weer een match van die club moeten fluiten. Vaak zien we ook dat spelers strafvermindering krijgen als hun club tegen een opgelegde sanctie in beroep gaat. Ook dat heeft te maken met een ongezonde situatie aan de basis: de comités van de Belgische voetbalbond bestaan uit vertegenwoordigers van de clubs. De UEFA is een stuk duidelijker: een welbepaalde specifieke overtreding staat gelijk met een schorsing van vier of zes wedstrijden en daar komt men niet meer op terug." Marcel Javaux, ex-scheidsrechter: "Er is jammer genoeg weinig of niets veranderd. Het Belgische voetbal heeft echter het grote geluk gehad dat er sindsdien geen catastrofes van die orde meer zijn gebeurd. Maar ik zie nog altijd spelers die er veel te driest invliegen. Gelukkig doen de scheidsrechters in dat geval wat ze moeten doen. De strikte richtlijnen worden meestal toegepast. Er zijn meer uitsluitingen. Misschien tasten sommige scheidsrechters te snel naar het borstzakje voor een rode kaart, maar beter te snel dan te traag. Het grote probleem is volgens mij dat de sancties niet streng genoeg zijn. Zolang het strafcomité van de bond uit mensen van de clubs bestaat, zal dat niet veranderen, want niemand wil het op zijn geweten hebben in zekere zin de doodgraver te zijn geweest van een andere club. Van sommige sancties zakt mijn broek af. Hernán Losada kreeg twee wedstrijden schorsing voor zijn rode kaart op het veld van Germinal Beerschot, terwijl de uitsluiting van Hans Cornelis op Standard als voldoende werd beschouwd. Het waarom ontgaat me, want de overtreding van de rechtsback van Cercle op Steven Defour was zeker even gevaarlijk als die van de Argentijn van Charleroi. De enige manier om spelers te doen begrijpen dat ze niet zo wild mogen tackelen, bestaat er volgens mij in de spelers zware geldboetes op te leggen. Schorsingen van zes weken in plaats van twee en een boete van 2500 euro zouden ze rechtstreeks in hun portefeuille voelen. Karel Geraerts krijgt slechts twee speeldagen voorwaardelijk nadat hij openlijk verklaarde zin te hebben om "de scheidsrechter op zijn bakkes te slaan". Dergelijke straffen uitspreken is eigenlijk de scheidsrechters in het gezicht uitlachen. Ook van de onbestrafte elleboogstoot van Benjamin Nicaise tegen Gent krijg ik het heen en weer. Temeer omdat de Fransman op dat vlak geen al te beste reputatie heeft. De scheidsrechter stond er tien meter van en beweert niets te hebben gezien. Sorry, maar dan zou hij beter iets anders gaan doen. Na de aanslag van Axel Witsel op Marcin Wasilewski opperde Benoît Thans het idee om de middenvelder van Standard te schorsen tot zijn tegenstander weer zou kunnen spelen. Ik vond dat zo gek niet, maar het is in de realiteit niet haalbaar, omdat het gerecht dat nooit zou aanvaarden vanuit het principe dat iedereen recht heeft op werk." Jérôme Nzolo, actieve scheidsrechter: "Dat is een keer of twee, drie gebeurd en daarna weer in het water gevallen. Ik vind dat inderdaad jammer, want het is altijd nuttig dat mensen elkaar kunnen spreken en leren kennen. We konden er met elkaar kennismaken op neutraal terrein, buiten het veld en de kleedkamer. Iedereen kon zich daarin vinden. Er werd op een informele manier over koetjes en kalfjes gepraat, maar er waren ook constructieve gesprekken over de arbitrage en over het voetbal in het algemeen. Anderzijds had dit weinig of geen effect op lange termijn, want coaches kunnen hun persoonlijkheid nu eenmaal niet wegcijferen. De enen blijven heel sereen, de anderen zitten snel op hun paard. En ook als die voordien de gedragscode hadden ondertekend ten aanzien van de scheidsrechters konden ze zich niet in bedwang houden. Trainers hebben hun fouten, maar scheidsrechters zijn natuurlijk ook niet volmaakt. Als iedereen wat water bij de wijn zou doen kan dat de relaties al aanzienlijk verbeteren. In dat opzicht vind ik het goed dat scheidsrechters ook gesprekken hebben met een psycholoog." Jean-Michel Soyer, actieve assistent-scheidsrechter: "Als een scheidsrechter na een wedstrijd verklaart dat hij dergelijke gezangen niet heeft gehoord, dan geloof ik hem op zijn woord. Ik deed de lijn tijdens de beruchte wedstrijd tussen Germinal Beerschot en Charleroi en na de wedstrijd vroeg ik aan Gunther Boelen of hij het anti-Waalse geroep gehoord had en of de fans van de thuisploeg inderdaad geroepen hadden dat Walen pedofielen zijn. De ref antwoordde me dat hij helemaal niets had gehoord. Dat zal ook kloppen, want een scheidsrechter is nu eenmaal erg gefocust op de wedstrijd. Als assistent moeten wij hem wel verwittigen als we die verwijtende gezangen horen, maar ook wij zitten in de cocon van onze concentratie, die gericht is op het signaleren van buitenspel en overtredingen. In ons hoofd is er weinig plaats voor het geroep van enkele imbecielen. Aan de andere kant wil ik dat ook niet overdrijven. Ik herinner me dat ik voor de eerste keer naar een wedstrijd in eerste klasse ging toen ik nog op de lagere school zat en toen hoorde ik ook al dergelijke onzin roepen. Scheidsrechters moeten tussenkomen als zoiets te lang blijft duren, maar niet als het maar een halve minuut aan de gang blijft. Men probeert soms ook voor problemen te zorgen waar er geen zijn. Extremisten vind je nu eenmaal overal. Vooral in Antwerpen lusten ze er wel pap van. Maar je kunt toch geen wedstrijden onderbreken telkens er iemand iets roept over een zwarte speler of over Vlamingen of Walen. Sommige clubleiders komen ons nu al vragen: 'Hebt u dat gehoord?' Maar ze zouden beter hun eigen stoep schoonvegen. Mogi Bayat is ons na de wedstrijd tegen Germinal Beerschot komen vertellen dat hij ons ervan verdacht omgekocht te zijn ... Zo'n gedrag is ontoelaatbaar. Als de spelers, de technische staf en de clubleiders het goede voorbeeld zouden geven, zou het in het Belgische voetbal alvast al een heel stuk beter gaan." door pierre danvoyeGoede trainers zijn enkel bezig met hun team, zij zitten de scheidsrechters niet constant achter de veren. Robert Jeurissen Strafvermindering of vrijspraak betekent eigenlijk de scheidrechter in het gezicht uitlachen. Marcel JavauxAls iedereen wat water bij de wijn zou doen, kan dat de relaties al aanzienlijk verbeteren. Jérôme Nzolo