Alsof hij het had voorvoeld. Philippe Clement vrijdagmiddag, iets over tweeën, in de aanloop naar het duel tegen Charleroi: 'Als er één tegenstander is tegen wie je niet wilt spelen na een bekerfinale waarin de tegenstander een blok zet, heel agressief verdedigt, op een positieve manier, en counteraanval speelt, is het wel Charleroi. Ik ben benieuwd in welke mate de groep daar lessen uit trok. Ik zou me heel hard vergissen als dat niet op een goeie manier is, wat niet wil zeggen dat je vijf keer alleen voor Nicolas Penneteau zult komen of Charleroi gaat wegtikken. Daar is de ploeg te goed voor. Dat hebben we vorig jaar ook ondervonden: ons seizoen was zeer goed, maar de twee matchen tegen hen liepen moeilijk.'
...

Alsof hij het had voorvoeld. Philippe Clement vrijdagmiddag, iets over tweeën, in de aanloop naar het duel tegen Charleroi: 'Als er één tegenstander is tegen wie je niet wilt spelen na een bekerfinale waarin de tegenstander een blok zet, heel agressief verdedigt, op een positieve manier, en counteraanval speelt, is het wel Charleroi. Ik ben benieuwd in welke mate de groep daar lessen uit trok. Ik zou me heel hard vergissen als dat niet op een goeie manier is, wat niet wil zeggen dat je vijf keer alleen voor Nicolas Penneteau zult komen of Charleroi gaat wegtikken. Daar is de ploeg te goed voor. Dat hebben we vorig jaar ook ondervonden: ons seizoen was zeer goed, maar de twee matchen tegen hen liepen moeilijk.' Wat hij voorspelde, gebeurde. Vijf keer alleen voor de doelman kwam Club niet, wel twee keer. Youssouph Badji al na vier minuten, bediend door Hans Vanaken. De jonge Senegalees trof de hand van de doelman van Charleroi. In de 28e minuut lukte het nog een keer, weer op pas van de Gouden Schoen. Toen was het Dennis die op Penneteau botste. Koele killers zijn ze niet. Dat was het qua grote kansen, al kon in de slotfase Charles De Ketelaere ook nog eens vrij schieten. Hij mikte over. Niet aan de wedstrijd beginnen met de idee alleen met het aanvallende bezig te zijn, dat was de les na Antwerp. Clement zag in Brussel voor de rust de basis van de ploeg wegvallen: positieve agressie, loopwerk zonder bal, je heel veel beschikbaar maken voor je ploegmaats, maar als je de bal verliest elke keer weer snel terug in blok komen. Veel pressing ook, allemaal elementen waarin Club heel goed was over een heel lange periode vorig seizoen. Niet in de finale. Het was er wél tegen Charleroi. Geen hele wedstrijd, daarvoor mist dit Club vorm en grinta, op Jan Breydel vaak in samenhang met de energie die van de tribunes rolt. Maar de agressieve pressing, ook bij balverlies, en het terugkeren in blok waren er wel: de manier waarop Dennis voor de rust terugplooide en tot op de doellijn zijn tegenstander Kayembe achtervolgde, zal Clement graag hebben gezien. In tegenstelling tot Antwerp kreeg Charleroi daarom nauwelijks kansen op de counter. Een schot van Fall, in de 43e minuut, was het eerste offensieve wapenfeit van de Carolo's. Ook na de rust was er niet gek veel dreiging, het was uiteindelijk door een blunder van Brandon Mechele dat het muntje aan de kant van de bezoekers viel. De warmte was geen excuus, oordeelde Simon Mignolet achteraf. Zijn analyse was dubbel. Eén: de motivatie bij de tegenstander. Twee: de tegenstander weet intussen hoe ze spelen en stelt zich daar almaar beter op in. Is dat zo? Ongetwijfeld: wat wij elke week zien, analyseren zij nog veel verder in de diepte. De dubbele dekking op de rechterflank als Diatta (tegen Antwerp) of Dennis in balbezit komen. Het blokkeren van de ruimte voor Ruud Vormer (het mannetje van Gillet zaterdag), het naar achteren duwen van Hans Vanaken. Het harde aanpakken van de centrumspits, die weinig in scoringspositie komt. Vandaar al de problemen na Nieuwjaar om het verschil te maken, al kostte dat Club amper punten. Wie het door een sombere bril bekijkt, zegt: van de acht wedstrijden die Club na Nieuwjaar speelde, kon het geen enkele winnen met meer dan één goal verschil. De optimist ziet: zes zeges, twee gelijke spelen, uitwinst bij Anderlecht en Genk, gelijk op Sclessin en 13 op 15 tegen ploegen uit de G6. Slecht is dat allerminst. Wat wij ook zien, is dat Clement varieert. De bekerfinale was nog grotendeels voortborduren op het schema van vorig seizoen: 3-5-2, met veel gewicht op de schouder van Diatta, en twee valse negens, De Ketelaere en David Okereke. Helaas: tactiek valt of staat met vorm en die heeft Diatta niet. De Ketelaere evenmin. En Okereke, daar komen we nog op terug. Verwachtend dat Charleroi min of meer hetzelfde zou doen stelde Clement zijn pionnen zaterdag anders op: terug naar de 4-3-3 die vorig seizoen voor een snelle start zorgde met elf goals in drie matchen. Met Badji nu als onbekende nieuwkomer om te verrassen, met Diatta een keer vanaf een andere kant en met Dennis rechts. Op papier werd daarmee het euvel - Club vliegt op één vleugel - verholpen. Diatta kon daar brengen wat Sobol mist, verfijning in de kleine ruimte. Alleen: zie hoger, tactiek staat met vorm. Club bleef op één vleugel vliegen en dat had Belhocine ook door. Als Golizadeh moe werd van het teruglopen, kwam Fall hem aflossen en vice versa. Clement varieert nog met de inzet van Eder Balanta als centrale pion in de verdediging bij de opbouw. Mechele en Simon Deli, later Federico Ricca, kwamen op de vleugels, Clinton Mata en Edoeard Sobol stonden dan hoog, dicht bij Dennis en Diatta. Met Vormer en Vanaken in steun zou je dan op papier tot driehoekjes en ruimte tussen de linies kunnen komen. Helaas: vorm en verfijning ontbraken. Tot er nieuw bloed is, zullen de problemen blijven. In afwachting van versterking - die komt er, maar het zijn coronatijden en een aantal benaderde spelers gaf aan liever eerst nog wat vakantie te willen na een lang seizoen - zou je ook wie er nu is wat meer vertrouwen kunnen geven. Komt het wat dat betreft nog goed met Okereke of Michael Krmencik? Die laatste werkte hard in de voorbereiding, verloor zeven kilo, maar bekeek de bekerfinale vanuit de tribune en bleef tegen Charleroi 90 minuten op de bank. Zaterdag keek ook Okereke toe vanaf de tribune. 'Dit is topvoetbal', zei Clement vrijdag al. 'Vertrouwen geven? Ze moeten tonen dat ze de kwaliteiten hebben om het te brengen. Dit is een topclub, dit is geen ploeg waarvan je kunt zeggen: oké, speel nu vijf wedstrijden en we gaan daarna wel zien wat je presteerde. Bij Club Brugge moet je er elke keer staan. Als je het moment mist en een ander speelt wél goed op jouw positie, kan het dat die de volgende keer wél speelt en is het aan jou om op training te laten zien dat jij de beste bent. Dat is topsport en zo zal het ook verder gaan. Krmencik heeft heel hard zitten vechten voor die eerste goal, ook soms met zichzelf. Je praat er wel met hen over, maar spitsen moeten zélf over dat moment.'