Het is zondagmiddag en alles is rustig rond het zonovergoten Fallonstadion van Sint-Lambrechts-Woluwe, in de ietwat mondaine Brusselse rand. Over enkele uren ontvangt eersteprovincialer White Star Woluwe er reeksgenoot Muizen. Een kleine vijfhonderd toeschouwers zullen de wedstrijd, die White Star probleemloos met 3-0 wint, bijwonen. Bernard Allou één van de smaakmakers in de laatste levensjaren van RWDM verzorgt er mee het spektakel.
...

Het is zondagmiddag en alles is rustig rond het zonovergoten Fallonstadion van Sint-Lambrechts-Woluwe, in de ietwat mondaine Brusselse rand. Over enkele uren ontvangt eersteprovincialer White Star Woluwe er reeksgenoot Muizen. Een kleine vijfhonderd toeschouwers zullen de wedstrijd, die White Star probleemloos met 3-0 wint, bijwonen. Bernard Allou één van de smaakmakers in de laatste levensjaren van RWDM verzorgt er mee het spektakel. Eric Bott, voorzitter van de club en directeur van het Falloncomplex, is niet weinig fier. "Sinds vorige week", zegt Bott, "zijn we zeker van promotie naar bevordering. Vijf jaar geleden speelden we nog in vierde provinciale. Op 27 april ontvangen we Ukkel in een rechtsreeks duel voor de titel. Dan moet de tribune nog eens lekker vol zitten. U bent alvast uitgenodigd." Bott heeft sinds zijn aanstelling als directeur het stadion aardig verfraaid. "Onze hoofdtribune, die helemaal is opgesmukt, telt 1200 zitplaatsen. Echte staanplaatsen zijn er niet meer, maar op de groene taluds rond het veld is er plaats voor zeker drie tot vierduizend man. Het is goed mogelijk dat we later opnieuw staanplaatsen zullen optrekken. Onze ambitie reikt voorlopig tot derde klasse. We zitten volgend jaar hoe dan ook in een aantrekkelijke reeks met onder meer de buren Diegem, Overijse en Waver, waardoor er toch wat volk naar het stadion zou moeten komen."Is de buurt die vroeger bekend stond als apathisch voor het voetbal dan zo veranderd ? "Ik geloof het niet", antwoordt Bott, "maar ik geloof wel dat als RWDM hier zou zijn gebleven er iets moois had kunnen opgebouwd worden. Enkele investeerders zijn bereid om het voetbal opnieuw op het goeie spoor te zetten. Sint-Lambrechts-Woluwe telt vijftigduizend inwoners, dat is niet niks. De club is ook wat uit zijn voegen aan het barsten met 450 jongeren verdeeld over 32 ploegen. Volgend seizoen geven we onze C-kern een kans in vierde provinciale onder de naam Racing White en met een ander stamnummer. Guy Hanssens, ex-speler van AA Gent en momenteel vice-voorzitter van White Star zal zich over het nieuwe Racing White ontfermen. U ziet het, alles komt terug", besluit Bott. Net geen dertig jaar geleden is het inmiddels dat het oude Racing White Woluwe verliet om zich, opgeslorpt door Daring, in Molenbeek te vestigen. Het Fallonstadion bleef, na acht jaar eersteklassevoetbal verweesd achter, al kon het zelfs in die relatief korte periode zelden de massa lokken. Het Fallonstadion had alles wat een sfeervolle voetbaltempel níet moet hebben. Eén overdekte zittribune en voor het overige onoverdekte winderige staanplaatsen die van het veld gescheiden waren door een vervelende atletiekpiste, ook al werd die door Roger Moens tot de beste van het land gerekend. In 1953, drie jaar voor de eerste tribune er werd opgetrokken, werd het veld ingespeeld met een wedstrijd tussen White Star, de eerste bespeler van het stadion, en het Franse Valenciennes. In 1957 kreeg het stadion zijn huidige naam naar burgemeester Fallon, die op dat moment tien jaar aan de macht was. De inmiddels lang afgebroken ring met staanplaatsen werd pas twee jaar later opgetrokken. White Star, een populaire tweedeklasser, had zijn sfeervolle thuishaven wat verderop aan de Kellestraat moeten verlaten voor een verkavelingproject. Maar de talrijke fans, van wie er nogal wat uit de omliggende gemeenten kwamen, volgden hun club naar het nieuwe Fallonstadion niet. Toch beschikte de club plots over één van de beste velden uit de wijde omgeving wat bij nogal wat concurrenten heel wat afgunst opwekte. Tien jaar na White Star, nam ook FC Léopold er zijn intrek. Léopold, gesticht in 1893 en één van de mede oprichters van de Belgische voetbalbond, verbleef er gedurende achttien jaar met zes ploegen. Pas in 1965 toen er dankzij de oprichting van Racing White uit een fusie tussen White Sar en Racing Brussel eersteklassevoetbal werd gespeeld, genoot de arena nationale bekendheid. Maar de buurtbewoners bleven zo apathisch voor het voetbal dat er geen enkele ploeg met knikkende knieën naartoe trok. Liever naar Woluwe naar dan naar pakweg Sint-Truiden of Winterslag.Maar als er één club aan het Fallonstadion een trauma heeft overgehouden, dan wel Club Brugge. Diep in het kampioenschap 1971/72 was Brugge met zeven punten voorsprong op weg naar de titel maar op enkele speeldagen van het einde brokkelde die zodanig af dat het op de slotdag moest winnen op Racing White om alsnog kampioen te worden. De tribunes van het Fallonstadion waren voornamelijk blauw-zwart getooid maar Club kwam er ondanks zijn gevreesde voorhoede Thio-Lambert- Puis niet verder dan een 1-1 gelijkspel terwijl concurrent Anderlecht, aan de andere kant van de stad Sint-Truiden met 5-1 inblikte en dankzij meer gewonnen wedstrijden dan Brugge, mocht vieren. De West-Vlaamse treurnis in Woluwe was immens en het Fallonstadion was voor de Bruggelingen immer een vervloekte arena. Het jonge Racing White eindigde dat seizoen vierde en mengde zich met de aankoop van enkele karakters en talenten als doelman Nico de Bree (NEC Nijmegen), Maurice Martens (Anderlecht), Gérard Desanghere (Anderlecht), Kresten Bjerre (PSV), Henri Depireux (Standard), Pummy Bergholz (Anderlecht), Eddy Koens (Sint-Truiden), Jacques Teugels (Union) en Wietse Veenstra (Club Brugge) het jaar nadien zelf in de titelstrijd. Op de tweede speeldag van de competitie 1972/73 boekte het zijn grootste recette ooit. Op zondag 10 september 1972 was er in de straten rond het stadion geen enkele parkeerplaats meer vrij. De wat afstandelijke buurt werd geconfronteerd met een nooit geziene volkstoeloop. Maar liefst 15.000 toeschouwers zakten die middag naar het Fallonstadion af voor de komst van regerend kampioen Anderlecht. Paars-wit had net zijn vijftiende landstitel op zak en en passant ook nog zijn tweede beker gewonnen en zakte met een aureool van onoverwinnelijkheid naar het Fallonstadion af waar de toeschouwers een pleiade van vedetten mochten aanschouwen : Ruiter, Heylens, Broos, Van Binst, Volders, Coeck, Verheyen, Dockx, Ejderstedt, Stockman, Van Himst en Rensenbrink tekenden mee verantwoordelijk voor de recordopkomst. De wedstrijd eindigde op 0-0, Racing White finishte dat seizoen als derde op acht punten van kampioen Club Brugge en op één van vice-kampioen Standard. Het jaar nadien fuseerde de club met Daring Molenbeek tot het inmiddels ook al opgedoekte RWDM. Vanaf volgend seizoen kan de geschiedenis zich in het Fallonstadion herhalen. door Stefan Van LoockHet Fallonstadion had alles wat een sfeervolle voetbaltempel níet moet hebben.1