Heel discreet komt de ober van het trendy Italiaanse restaurant Portway met vier kaartjes en een pen aan het tafeltje langs. Of Nico Vaesen alstublieft vier handtekeningen wil plaatsen voor gasten die de doelman van Birmingham FC wel herkennen, maar hem zelf niet durven lastigvallen ?
...

Heel discreet komt de ober van het trendy Italiaanse restaurant Portway met vier kaartjes en een pen aan het tafeltje langs. Of Nico Vaesen alstublieft vier handtekeningen wil plaatsen voor gasten die de doelman van Birmingham FC wel herkennen, maar hem zelf niet durven lastigvallen ? Nico Vaesen wordt herkend, maar met mate. Als hij die ochtend in de fanshop poseert met de beker die de promotie naar de Premier League symboliseert, komt supporter-nummer-één Beau Turner, een oudere, al wat aangeschoten man met een jas vol clubpins, smeken of hij die beker ook eens mag vasthouden. Op de vraag van de winkelbediende of hij een foto wil samen met Nico, fronst Beau de wenkbrauwen : "Nico ? Who the Hell is Nico ?" Nico Vaesen is de keeper die in eigen land alleen nog bij insiders bekend is maar in mei de cover van The Times haalde met een foto van een oerschreeuw na het behalen van de promotie met Birmingham. De finale vond plaats in een uitverkocht kolkend stadion in Cardiff. Daar had Vaesen voor 72.000 toeschouwers een ruim aandeel in de zege van Birmingham tegen Norwich City. Na het gelijkspel ranselde hij in de strafschoppenreeks de voorlaatste penalty uit zijn doelvlak. Engeland heeft Nico Vaesen veranderd. Vier jaar geleden moest hij België langs de achterdeur verlaten nadat hij een paar jaar daarvoor samen met Yves Van der Straeten het opkomend keeperstalent was. Vaesen, die ooit onder de lat ging staan omdat hij het bij de jeugd van SK Tongeren beu was om als linksbuiten altijd maar één helft te spelen, bleef na een beloftevolle start ter plaatse trappelen. Bij Cercle Brugge slaagde hij er niet in Yves Feys uit het doel te verdringen. Bij Eendracht Aalst blesseerde hij zich in de eerste trainingsweek aan de hand, keerde na een operatie te snel terug, liet zich een tweede keer opereren en wisselde nadien goeie met minder goeie momenten af. Toen Aalst halfweg het seizoen plots Philippe Vande Walle binnenhaalde, verdween Vaesen in één week uit het doel naar de B-kern. Via een Nederlands managementbureau kon hij terecht bij de Engelse tweedeklasser Huddersfield Town, waar hij drie jaar in de topdrie van meest verdienstelijke speler eindigde en een keer net naast de play-offs greep. Het eerste jaar met Birmingham was wél raak. Tenzij Blondel bij Tottenham plots doorbreekt, wordt Vaesen de enige Belg die in de Premier League in de basis start. Nico Vaesen : Het is een ploeg met een enorm potentieel. In de First Division waren we na Manchester City, dat gemiddeld 32.000 toeschouwers trok, samen met Wolverhampton en Nottingham Forest de enige ploeg met een gemiddelde tussen 22.000 en 24.000 man. Bij Huddersfield voetbalde ik gemiddeld voor 14.000 kijkers, met pieken tot 20.000. Birmingham is de tweede agglomeratie van Engeland na Londen, een metropool van zes miljoen inwoners. Sinds de overname door de nieuwe eigenaars wil iedereen ook graag bij Birmingham spelen, omdat het de reputatie heeft goed te betalen en een grote achterban heeft. Zonder de degradatie van Huddersfield had ik er niet eens aan gedacht daar weg te gaan. We hadden er net een huis gekocht, waren heel gelukkig. De kinderen moesten hun vriendjes ineens in de steek laten. Maar Huddersfield ligt op anderhalf uur rijden van hier. In België kan dat nog, maar hier is een uur de maximum tijd die een sportman in de auto onderweg mag zijn.Sportief ging het dat laatste seizoen met Huddersfield verkeerd. Het jaar daarvoor misten we op een haar na nog de play-offs voor de promotie. Met nagenoeg dezelfde ploeg vochten we een jaar later een heel seizoen tegen degradatie. Steve Bruce, die nu opnieuw mijn manager is en toen bij Huddersfield zat, vertrok ontgoocheld. In de eerste matchen pakten we vier punten, stonden stijf onderin, maar vervolgens zetten we een goeie reeks neer. Het behoud leek verzekerd. Op de laatste dag moest Huddersfield een punt halen tegen Birmingham om in de First Division te blijven, maar we verloren met 2-1. Ik had nog een contract, maar wilde niet blijven in derde klasse. De eigenaar die Huddersfield een paar jaar daarvoor opkocht, wilde niet langer investeren en wou het liefst de club terug verkopen. Dat is intussen gebeurd, aan de oude eigenaars. Om het grote verschil in tv-geld tussen tweede en derde klasse te compenseren, moesten een paar spelers verkocht worden. Norwich was geïnteresseerd, maar wilde maar de helft geven van de gevraagde transferprijs, die 1,1 miljoen euro bedroeg. Birmingham betaalde dat bedrag zonder verpinken omdat manager Trevor Francis me graag wilde. In het andere geval had ik misschien die penalty voor Norwich gestopt en was die ploeg opgegaan ( grijnst) .De club had net drie jaar na elkaar de play-offs voor de promotie gespeeld, maar het was telkens net niet gelukt. Bij mijn aankomst was ik verrast en een beetje ontgoocheld omdat ik in een uitgebluste groep terechtkwam. De trainer en de meeste spelers waren al jaren samen en een beetje uitgekeken op elkaar. In de voorbereiding konden we niet eens winnen van lager geklasseerde teams. Ik startte als titularis. De eerste thuismatch tegen Millwall stopte ik een penalty en kreeg ik lovende kritieken. Na een maand viel ik met een elleboogblessure uit. Toen ik in december terugkwam, was Francis weg en vervangen door Bruce. Toen speelde de andere keeper die hier al tien jaar was.Zonder specifieke keeperstrainer was het voor mij moeilijk terugkeren. Onze keeperstrainer was in het begin van het seizoen gepromoveerd tot veldtrainer. Na een blessure heb je een keeperstrainer nodig om weer op niveau te komen. Bij Huddersfield werkte ik via onze toenmalige trainer Terry Yorath twee jaar met Neville Southall, de voormalige international van Wales en Everton. Dit jaar hebben we wel een keeperstrainer : Nigel Spink, die bij Aston Villa onder de lat stond. Toen Steve Bruce kwam, wist ik dat ik mijn kans zou krijgen als ik er klaar voor was. Net voor ik bij Birmingham tekende, probeerde hij me nog naar zijn vorige club, Crystal Palace, te halen. Maar ook Palace was niet bereid de gevraagde transfersom te betalen. Toen hij kwam -, waren we zevende, net onder de play-offplaatsen. Begin februari kreeg ik mijn kans voor twee beslissende uitmatchen. Wilden we de play-offs in, dan moesten we absoluut winnen bij Bradford en Norwich. Dat lukte, op Norwich stopte ik een penalty. Vanaf toen verloren we geen enkele van de tien resterende wedstrijden meer en trokken die lijn door in de drie wedstrijden in de eindronde. Eerst haalden we het tegen Millwall met het beslissende doelpunt uit in de laatste minuut. Nooit voorheen speelde ik in zo'n intimiderende sfeer. Na de match werden auto's en een pub in brand gestoken en raakten 52 politiemensen en 29 paarden geblesseerd. Aan feesten kwamen we niet toe. We zaten twee en een half uur opgesloten in de kleedkamer. Toen we daarna onder escorte het stadion verlieten, werd de bus nog met stenen bekogeld. De finale was dan weer één groot feest. Voorheen speelde ik één keer voor 44.000 toeschouwers, op Sunderland, en één keer voor 33.000 op Manchester City. Maar als je zo'n overdekte Arena met 72.000 fanatieke supporters binnenstapt, mooi verdeeld in twee kampen, gaat er heel wat door je heen. Alleen heb ik geleerd mezelf geen extra druk meer op te leggen. Ik zat goed in de match, gelukkig werden de penalty's geloot naar onze spionkop toe. Toen ik die penalty stopte, hoorde ik het hele vak achter me juichen. Toen ik me omdraaide en iedereen zag staan joelen en springen, ging er een heel warm gevoel door me heen, was ik perfect gelukkig. Het werd één langgerekt feest, het hoogtepunt in mijn carrière. De woensdag daarop werden we in een open bus door het stadscentrum gereden en ontvangen op het stadhuis. Er waren meer dan 40.000 supporters.Alles wordt anders. Op trainingskamp in Schotland werden we al gevolgd door vier journalisten en een camerateam. De manager waarschuwde ons dat we ook privé moeten opletten wat we doen. De pub induiken en een paar uur later waggelend naar buiten strompelen, kan niet meer. Vorig jaar wel nog. Nu worden al die dingen meteen uitgesmeerd in de pers. De Premier League is enorm gemediatiseerd, al loopt er bij ons nog geen Beckham. We hebben een goed uitgebalanceerd ploegje dat niet rond één speler draait. Alleen moeten we ons geen illusies maken. Af en toe zullen we eens een pak voor de broek krijgen, uit bij de grote ploegen. Als we met 4-0 verliezen, komt het erop aan mentaal meteen te reageren en de week daarop terug te vechten. Vooral thuis zullen we ons moeten redden. Maar we moeten onszelf niets wijs maken : het zal een lang en erg zwaar seizoen worden. Als wij op het einde van de rit drie ploegen achter ons kunnen houden, mogen we nog eens vieren. In vergelijking met Huddersfield, dat een meer familiale club was, vond ik Birmingham eerst kil en koud, maar dat heb je altijd naarmate je hoger klimt in de sportieve hiërarchie. Uit Huddersfield hou ik na drie jaar nog altijd veel vrienden over, ook naast het voetbal. De meeste jongens zitten er nog, gaan het laatste jaar van hun contract in. Maar ook hier werd ik goed opgevangen. De sfeer onder de spelers is minder achterdochtig dan in België. Het is meer recht voor de raap. Iedereen gunt een ander het zijne. Wie niet speelt, is ongelukkig, maar steunt zijn maats. Ik schrok wel toen mijn collega die ik uit doel verdrong, me voor de aftrap het beste toewenste en me na de match feliciteerde als ik het goed deed.Nee. Zodra ze merken dat je sportief iets bijbrengt, krijg je respect. Dat vind ik zo kenmerkend voor het Engels voetbal : iedereen respecteert elkaar. Ik heb het in Engeland heel erg naar mijn zin. Ik las dat Gilles De Bilde het eten en de omgeving maar niets vond, maar dat hangt van jezelf af. Je vindt hier in de winkels en warenhuizen al wat je in België vindt. De eerste keer zetten mijn ploegmaats grote ogen op toen ze me een fruitontbijt zagen oplepelen terwijl zij spek met worst en bonen aten. Maar ik eet nog altijd een fruitontbijt. Contact leg je hier snel via de kinderen. Al gauw word je uitgenodigd voor een verjaardagsfeestje hier, dan weer daar. Dat gebeurt vaker dan in België. Ik voel me hier goed, mijn gezin ook. Ooit keren we terug naar België, maar ik zit echt niet af te tellen om terug naar huis te gaan. Liefst tot het einde van mijn carrière. Ik word komende maand 32, heb nog een contract van twee jaar. Southall leerde me dat een keeper pas zijn top bereikt na zijn dertig omdat hij dan een stuk ervaring mee draagt. Stel dat ik het hier niet helemaal maak en Genk vraagt me volgend jaar, dan zou ik dat met twee handen aannemen. Maar nu denk ik daar niet aan.Het enige waar je moet aan wennen, is dat op verplaatsing op de bus de radio of tv keihard gaan, net als in de kleedkamer voor thuismatchen. Er wordt heel ontspannen naar een wedstrijd toegeleefd. In België ergerde ik me wel eens aan anderen die te veel lawaai maakten in de voorbereiding van een match. Ik heb hier geleerd me op mijn eigen spel te concentreren en me niet meer bezig te houden met het doen en laten van anderen. Ik pas mij aan hen aan en niet andersom.Dat klopt. Ook anderen zegden dat. Als meer dan één iemand iets zegt, moet je dat toch in je oren knopen. Vroeger legde ik mezelf te veel druk op. Als je dingen te goed wil doen, ga je te krampachtig spelen. Hier leerde ik accepteren dat ik fouten mag maken. Dat is onvermijdelijk als je 50 wedstrijden per jaar speelt. In België was ik na een fout dubbel gespannen, zat ik met een gewetensprobleem, vond ik dat ik de groep in de steek had gelaten en dat ik dat bij een volgende gelegenheid recht moest zetten. Het gevolg is dat je snel weer in de fout gaat. Vroeger wilde ik ook elke dag hard trainen. Nu kies ik een paar dagen uit en luister naar mijn lichaam in plaats van na elke training met een nat truitje van het veld te willen stappen. Ik ben in Engeland een andere keeper geworden. Na bijna 200 wedstrijden in vier jaar ook een betere keeper. Ik ben minder gestresseerd, rustiger. Ik leerde mijn limieten aanvaarden en mijn kwaliteiten benutten. Ik durf me tonen op hoge ballen. Ik lieg als ik zeg dat het geen extra motivatie betekent. Veel mensen dachten dat ik me in Engeland zou begraven. In één krant stond dat ik naar derde klasse ging. Veel Belgen weten niet goed wat de First Division voorstelt. Het is vooral een heel moeilijke reeks om uit te geraken, met 24 ploegen. Daar zitten een paar kleintjes bij, zoals Crewe en Grimsby Town. Die proberen het nog te redden met kick and rush, de oude Engelse stijl, maar de meeste andere ploegen zijn grote namen die aardig voetballen, hoor : Wolverhampton Wanderers, Ipswich, Derby County, Nottingham Forest, Leicester City, Norwich ook. Alleen ligt het tempo zo verschrikkelijk hoog dat het ten koste gaat van de technische uitvoering. Een wedstrijd bevriezen bestaat hier niet, er zijn nauwelijks dode momenten. Laat het Huddersfield uit mijn periode in België meedraaien, dan spelen ze net onder de top. Dit Birmingham gaat in België voor de titel, terwijl het in de Premier League een lang en hard gevecht wordt tegen de degradatie. Waarschijnlijk was ik dan na Aalst op een lager niveau gaan voetballen, in combinatie met een job. Ik denk niet dat andere ploegen op het hoogste niveau na Cercle en Aalst nog op mij zaten te wachten. Heusden-Zolder, toen nog in derde, informeerde eens. Komt die kans in Engeland niet, had ik dat waarschijnlijk aangenomen.Ik zou me graag waarmaken in de Premier League. Ik weet dat er veel verwacht wordt van mij. Bang ben ik daar niet van. Niet meer. Ben ik goed genoeg voor het niveau, dan ben ik daar dankbaar voor. De eerste vijf matchen spelen we tegen Arsenal, Leeds en Liverpool, drie ploegen uit de topvier. Dan riskeer je evengoed een pak slaag. Het is ook voor mij een vraagteken.Ik heb nu de kans in de Premier League mee te draaien. Ik wil eerst presteren bij Birmingham. Als de bondscoach me ooit goed genoeg vindt, kom ik desnoods te voet naar België. Ik bedoel : dan zwem ik over het kanaal. Maar wakker lig ik er niet van. Ik ben al enorm dankbaar dat ik hier mag zijn. door Geert Foutré 'Dit Birmingham gaat in België voor de titel, terwijl het in de Premier League een gevecht wordt tegen de degradatie.''Ik ben in Engeland een andere keeper geworden, een betere.''Ik heb hier geleerd mezelf geen extra druk meer op te leggen.'