Een voetbaldier is de CD&V-burgemeester van Genk nooit geweest. "Basketbal speelde ik wel een tijdje", vertelt Wim Dries (41), "en als jonge gast deed ik ook mee aan enkele zwemwedstrijden, maar dé bewegingsvorm in mijn jeugd was vlaggendans, bij de groep Symbolica. Niet het traditionele vendelzwaaien met de grote vlaggen en het Vlaamse verhaal, maar moderne jongensdans in combinatie met vlaggen." Toch bestaan er foto's waarop de jonge Wim Dries getooid is in geel en zwart, de kleuren van Waterschei. "Mijn ouders waren niet echt voetbalminded," zegt hij, "maar ik groeide op in Bret-Gelieren, een wijk vlak bij Waterschei, en enkele vrienden sleepten me weleens mee naar het stadion. Toen rond mijn zestiende Waterschei en Winterslag fuseerden, verdween dat voetbal weer wat uit mijn gezichtsveld. De fusie was niet dé reden - ik zat niet diep genoeg in het voetbal om daar een levenszaak van te maken - maar ze speelde waarschijnlijk wel een rol aangezien ik Waterschei al maar zijdelings volgde. Toen Aimé Anthuenis trainer werd van KRC Genk en de club ineens doorbrak, vanaf 1996, kwam het voetbal weer wat in mijn leven. Want ik kan wel genieten van een goeie voetbalmatch, zeker met de sfeer van KRC erbij. Nu ben ik bij elke thuismatch in het stadion."
...

Een voetbaldier is de CD&V-burgemeester van Genk nooit geweest. "Basketbal speelde ik wel een tijdje", vertelt Wim Dries (41), "en als jonge gast deed ik ook mee aan enkele zwemwedstrijden, maar dé bewegingsvorm in mijn jeugd was vlaggendans, bij de groep Symbolica. Niet het traditionele vendelzwaaien met de grote vlaggen en het Vlaamse verhaal, maar moderne jongensdans in combinatie met vlaggen." Toch bestaan er foto's waarop de jonge Wim Dries getooid is in geel en zwart, de kleuren van Waterschei. "Mijn ouders waren niet echt voetbalminded," zegt hij, "maar ik groeide op in Bret-Gelieren, een wijk vlak bij Waterschei, en enkele vrienden sleepten me weleens mee naar het stadion. Toen rond mijn zestiende Waterschei en Winterslag fuseerden, verdween dat voetbal weer wat uit mijn gezichtsveld. De fusie was niet dé reden - ik zat niet diep genoeg in het voetbal om daar een levenszaak van te maken - maar ze speelde waarschijnlijk wel een rol aangezien ik Waterschei al maar zijdelings volgde. Toen Aimé Anthuenis trainer werd van KRC Genk en de club ineens doorbrak, vanaf 1996, kwam het voetbal weer wat in mijn leven. Want ik kan wel genieten van een goeie voetbalmatch, zeker met de sfeer van KRC erbij. Nu ben ik bij elke thuismatch in het stadion." Wim Dries: "Ik gebruik die ook in één zin, want er zit een mooie link tussen de club en de gemeenschap. Er is regelmatig overleg tussen KRC en onze sociale diensten. Soms geeft de club ons tickets en zeggen ze: 'Breng eens wat mensen mee die iets doen voor de stad.' Onlangs nodigden we zo de tachtig vrijwilligers uit die hun eigen wijk proper houden - wij geven die mensen gratis vuilniszakken, zij gaan de straat op en ruimen daar op. Als die vrijwilligers plots zomaar eens tickets krijgen voor het voetbal, voelen ze zich gewaardeerd. Op die manier kunnen we geregeld een groep meenemen. We moeten daarvoor bij KRC niet smeken om tickets, we moeten het niet eens vragen, de club biedt ze aan. Dan voel je dat die raad van bestuur vindt dat de club veel moeten teruggeven aan de maatschappij. Want clubs kosten ook veel aan de gemeenschap. Als ik bekijk wat onze stad elk jaar moet spenderen aan de ordehandhaving bij KRC, kom ik al snel aan 230 à 250.000 euro. Maar ik vind dat te verantwoorden, zolang die club een vzw is althans, een gemeenschapsgegeven. Stel dat KRC morgen niet meer van iedereen is, maar een private firma die ieder jaar winst uitkeert, moeten wij die 250.000 euro dan elk jaar op tafel blijven leggen? Ik durf die vraag openlijk te stellen. "Volgende maand spelen Japan en Nederland een vriendschappelijke interland hier in Genk. Op zo'n moment zegt KRC: 'Wij betalen de ordehandhaving en rekenen dat door in de kostprijs voor het gebruik van ons stadion.' Daar moesten we zelfs niet over discussiëren. De club ziet zo'n wedstrijd als een opportuniteit om het stadion extra te laten renderen, maar vindt dat die match niks met Genk te maken heeft en dat de gemeenschap hier er dan ook niet voor moet opdraaien. Ik vind dat een correcte houding." "Ik denk dat de club op meerdere fronten een rol kan spelen en dat ook doet. Ten eerste is KRC een verbindende factor op het vlak van de sociale cohesie. Daarom is het ook zo goed dat de club rekening houdt met de crisis door haar abonnementsprijzen te verlagen. Zo bewijst KRC dat de club meer is dan een geldmachine. Het is belangrijk dat een avondje voetbal betaalbaar blijft, want de mensen hebben een uitlaatklep nodig. "Voetbal brengt emotionele momenten en die kunnen ook helpen om troost te vinden. Als je een rotslechte dag hebt maar je club wint, dan denk je: toch nog iets goeds vandaag. Dat is ook wat ik vorig jaar op 25 oktober heel duidelijk voelde. Toen Genk een dag na de aankondiging van de sluiting Sporting Clube versloeg, was het algemene gevoel: gisteren hebben we slaag gekregen, maar we laten ons niet kisten. Ik word emotioneel als ik daaraan terugdenk. Ik vind dat mooi, omdat dat gaat over de waarden waar ik zelf voor sta en het is ook mijn visie op wat zo'n club moet zijn: ik als burgemeester of wij als stadsbestuur gaan geen 4000 nieuwe jobs creëren en KRC ook niet, maar allemaal samen lossen we het wél op. Dát is gemeenschap. "Je kunt in een situatie zoals die rond Ford Genk in een hoekje gaan wenen, maar ik wil ervoor kiezen om te vechten. Dat is ook wat veel mensen in Genk zeggen: 'We hebben de sluiting van de mijnen overwonnen, we doen het opnieuw.' Als die mensen dan vechters zien op het veld, voelen ze zich gesteund. Een voetbalclub kan mensen sterken om nieuw werk te zoeken, goesting geven om te zeggen: 'Het is moeilijk, maar we gaan ervoor.' Ik beweer niet dat het een wondermiddel is, we hebben veel meer nodig om onze problemen op te lossen, maar ik heb wel altijd onthouden wat Guy Martens, voormalig algemeen directeur van Ford Genk, eens zei: 'Als Genk goed speelt, voelen wij dat 's maandags op onze werkvloer.' Als het goed gaat met KRC, voelen de mensen zich goed. En als de mensen zich goed voelen, dan is dat goed voor de werkgevers, voor de sociale cohesie, voor iedereen." "Voor een reconversie moet er een goeie voedingsbodem zijn. De stad heeft haar verantwoordelijkheid in het invullen van die randvoorwaarden, wij moeten mee zuurstof geven aan ondernemers. Maar ook KRC helpt daarbij. De club heeft zo'n 2000 businessseats. Daar ontmoeten ondernemers elkaar. Natuurlijk wordt de club daar zelf beter van, maar tegelijk is het een ongelooflijke troef voor Genk in het algemeen, want die netwerking is héél belangrijk. Een mooi initiatief in die context is de website die de club lanceerde waarop zakenmensen en anderen makkelijk de contactgegevens van seathouders kunnen vinden (business.krcgenk.be, nvdr). En op die site kunnen werkzoekenden ook vacatures bij die seathouders vinden. KRC heeft dus niet alleen oog voor de bovenkant van de ladder, maar ook voor langdurig werklozen en zelfs mensen met een strafblad. Het project met Nike was daar een mooi voorbeeld van. Daarbij mochten enkele werklozen bij KRC aan de slag als vrijwilliger en kregen ze er ook een training op het vlak van arbeidswaarden. De besten kregen als beloning een tijdelijke tewerkstelling bij Nike, waar ze dan eventueel konden doorgroeien." "Nog één: de jeugdopleiding. Onlangs ontmoette ik zes mensen die ik ook heel vaak zag op de piketten bij Ford. Zij zeggen: 'Wij vinden onze weg wel, maar onze kinderen, gaan die nog een toekomst hebben?' In gezinnen waar beide ouders hun job verliezen, is de sfeer bedrukt. Het voetbal kan de kinderen van die gezinnen enerzijds de gelegenheid bieden om die problemen even van zich af te zetten en kan hen anderzijds enthousiast houden, ervoor zorgen dat ze de moed niet verliezen. Het ergste wat ons zou kunnen overkomen, is dat kinderen door dat hele Fordverhaal talentontwikkeling en opleidingskansen zouden missen. Alle sportverenigingen in de regio kunnen helpen om dat te vermijden." "Dat weet ik niet. Maar ik las in een studie wel eens dat de beoordeling van het zittende bestuur mee bepaald wordt door de mate waarin mensen zich goed of slecht voelen. Als de mensen naar het stembureau moeten op een dag dat de zon schijnt, zal het zittende bestuur - wie dat ook moge zijn - sneller positief benaderd wordt. Ik denk dus dat het zittende bestuur ervan profiteert als het goed gaat in zijn stad, en voetbal is daar een element in." "Daar kan ik me moeilijk over uitspreken, maar ik vind het als burgemeester wel belangrijk om een goeie relatie te hebben met zowel de voetbalclub als haar fans. Ik ben bijvoorbeeld ook al eens in het sfeervak gaan staan. Ik moet over dat sfeervak beslissingen nemen, over spandoeken en brandveiligheid bijvoorbeeld. Hoe kan ik daar wat over zeggen als ik nooit tussen die mensen sta?" "Mij viel vooral op hoe die diehardsupporters ervoor blijven gaan. Het gaat er daar zo emotioneel aan toe. Zelf zit ik als supporter normaal gezien op het puntje van mijn stoel, ik ben goedgezind als we winnen en kwaad als het niet goed gaat, ik schreeuw en tier, maar die diehardsupporters zijn nog van een heel andere orde. Die mensen zijn zo één met die club. Het is een identificatie die heel ver gaat. Dat is bijna de identificatie die ik als burgemeester heb met mijn stad. Ik ga als burgemeester door het vuur voor deze stad, ik vecht ervoor, ben bijna nooit thuis, mijn vrouw en kinderen denken bij zichzelf soms dat ik de stad boven hen kies. Zo'n vereenzelviging hebben diehardsupporters ook, maar dan met hun club. Daardoor begrijp ik nu beter de woede en frustraties die die mensen soms hebben." "Eerst en vooral: ik ben tevreden over de club. Maar als ik zie wat Gent nu doet, denk ik: KRC moet de lat hoog blijven leggen, op sportief vlak, maar ook qua beleving, qua stadion, qua omgang met de supporters, qua maatschappelijke verantwoordelijkheid. De gewone supporters brengen bij KRC al lang niet meer het meeste geld in het laatje, maar toch zoekt de club nieuwe manieren om hen te verrassen, bijvoorbeeld door cinematickets weg te geven. En intussen zoeken ze voor de zakenmensen nieuwe businessformules en organiseren ze in hun stadion een jobbeurs, een Zorgfestival enzovoort. De club moet op die manier blijven innoveren. CO2-neutraal worden zou een mooie volgende stap zijn." "Die wet ging in eerste instantie over Londen en zijn nutsvoorzieningen. In 1900 was Londen dé stad en in 1930 was dat helemaal weg. Dat is inderdaad ook een van de valkuilen voor de club. Maar ik ben redelijk gerust op dat vlak, hoor. Toen KRC onlangs terugkwam van zijn verplaatsing naar Gent, hoorde ik de voorzitter zeggen: we hebben het begrepen." DOOR KRISTOF DE RYCK BEELDEN IMAGEGLOBE"Het ergste wat ons zou kunnen overkomen, is dat kinderen door dat hele Fordverhaal talentontwikkeling zouden missen." "De voormalige algemeen directeur van Ford Genk zei: als RC Genk goed speelt, voelen wij dat 's maandags op onze werkvloer."