Niet eens zo lang geleden had het Constant Vanden Stockstadion veel weg van een Zwitserse kaas. Journalisten liepen er binnen en buiten alsof het niets was, supporters betraden de hal in de hoop een glimp van hun helden op te vangen en met een handtekening naar huis te kunnen. Wie iets slecht in de zin had of gewoon op avontuur uit was, kon ongehinderd de catacomben in, naar de kleedkamers en het heilige gras, of om de hoek de trap op naar boven, waar een gewone sterveling nooit komt.
...

Niet eens zo lang geleden had het Constant Vanden Stockstadion veel weg van een Zwitserse kaas. Journalisten liepen er binnen en buiten alsof het niets was, supporters betraden de hal in de hoop een glimp van hun helden op te vangen en met een handtekening naar huis te kunnen. Wie iets slecht in de zin had of gewoon op avontuur uit was, kon ongehinderd de catacomben in, naar de kleedkamers en het heilige gras, of om de hoek de trap op naar boven, waar een gewone sterveling nooit komt. Ah, those were the days. Vandaag heeft de receptioniste uitzicht op de hoofdingang en bedient ze de automatisch vergrendelde deur van achter haar desk. Zalig zij die nog binnen mogen. Fans die om tickets komen, worden voortaan doorgestuurd naar een loket onder de tribune. Hier, in de permanente schemer (want van het daglicht beroofd door de gemeentelijke Simonetzaal), is tijdelijk de ticketing ondergebracht. Jean-Pierre Kindermans, persattaché en onze gids vandaag, neemt ons mee naar binnen. In het smalle gangetje liggen stapels ongebruikte enveloppen en briefpapier met gedateerd briefhoofd. Aan de muur en half aan het zicht onttrokken een verschoten ploegfoto uit de jaren zeventig. Vander Elst, Vercauteren, Coeck, Nielsen, Geels, Rensenbrink, allemaal in dat mooie mauve... Ah, those were the days. Binnen nóg foto's. Heimwee. Ook bij Marc Torsin, verantwoordelijk voor de ticketing, maar dan om een andere reden. Binnenkort moet hij weg om plaats te maken voor een nieuw spelershome. Zijn hele handel verhuist dan naar de inmiddels ontruimde fanshop, aan de straatkant van het stadion. Ideaal dus qua bereikbaarheid voor de passerende fan, maar Torsin ziet er tegen op. Vanuit de oude fanshop in het stadion geraken, zegt hij, is een hele onderneming via liften en eindeloze gangen. "De verhuis is voorzien voor april of mei, maar ik vermoed dat het wel eens december kan worden." Terug naar de inkomhal. We stappen door een lange, fel verlichte gang. Rechts in een klein bureau de mensen van de scouting. Tot twee jaar geleden was hier de boekhouding gehuisvest, maar die zit sindsdien weggestopt in een uithoek op een hogere verdieping. Televisietoestellen, kasten vol cassettes. "We hebben drie paraboolantennes," zegt Kindermans, "zodat we doorlopend beelden van overal ter wereld kunnen ontvangen."Links van de gang een leeg bureau. Hier moet de nog aan te werven commerciële rechterhand van Herman Van Holsbeeck komen. Over namen is het speculeren. De manager zelf betrekt het bureau ernaast, en daar weer naast zit zijn adjunct Robert De Pot. Voorbij diens deur begint een lang raam dat onbelemmerd uitzicht geeft op het secretariaat. De gang loopt uit op een minikeukentje. De hal. Een kast met trofeeën, oude zwartwitfoto's van het stadion aan de muur. "Deze is van 1920", zegt Kindermans. "Het stadion lag te midden van de velden, zie je. Anderlecht was nog een dorp, ze noemden ons 'de boerkes'. Union en Daring, dat waren toen de stadsploegen."Op naar het voetbalhart van het stadion. Het kantoor van Hugo Broos is piepklein en heeft geen raam. Af te raden voor iemand met claustrofobie. De kleedkamer van de scheidsrechters wordt tijdens de week gebruikt door de trainers - hun badjassen hangen ordelijk aan de knaapjes. De vestiaire voor de bezoekers is - zoals overal - klein, die van de thuisploeg royaal bemeten, hoewel dat nog maar zo is sinds Aimé Anthuenis hier enkele jaren geleden passeerde. De huidige bondscoach palmde meteen de kinéruimte in voor de spelers. De medische staf verdween naar het belendende lokaal, dat tot dan dienst deed als spelershome. Ook hier : geen buitenraam, amper ruimte, weinig gezelligheid. Dit ooit een spelershome ? Onvoorstelbaar. Achter de deur achteraan, naast de kleine toog, leidt een kale betonnen trap naar beneden. Aha, de powerzaal. Spartaans, niet des voetballers, maar hier hoort dan ook gezweet te worden. Ja hoor, ze is hier altijd geweest, bevestigt Kindermans. Het gebruik was vroeger misschien niet zo intensief, maar sinds Anthuenis is het dat zeker wel. "De kinés zitten hier constant met de revaliderende spelers", zegt hij, ondertussen de toestellen monsterend die je overal in zulke ruimtes pleegt aan te treffen. Tot twee mountainbikes toe. " Tiens, dat zouden er vier moeten zijn. Misschien dat er net een paar spelers gaan fietsen zijn. Langs het kanaal. Ritjes van een kilometer of veertig. Dat gebeurt." Een deur staat open. In een klein, verlaten en kil vertrek, aan de smalle raampjes te zien een souterrain, staat een als tandartsstoel herkenbare stoel. Kindermans : "Dit was vroeger het kabinet van de tandarts. Een verzorgde mond heeft zijn invloed op spierblessures, dat is bekend. Nu sturen we de spelers rechtstreeks naar de tandarts."Terug boven zien we de jacuzzi. " Anthony ( Vanden Borre, nvdr. ) en Vincent ( Kompany, nvdr. ) kunnen hier soms uren inzitten", weet de gids. "Dat is de reden dat Vincent vaak zo laat in de mixed zone verschijnt, tot ergernis van de journalisten." We stappen langs het bad en staan plotseling oog in oog met Monique. Met haar man vormt ze een van de drie conciërgekoppels die elk in een hoek van het Constant Vanden Stockstadion in een appartement wonen. We staan in haar washok. Overal stapels gewassen voetbalkledij. Tachtig kilo waspoeder gaat er elke week tussen vrijdag en dinsdag in de machines, aldus Monique, die zich een moeder voor de spelers noemt. "Ik heb zelf geen kinderen. De spelers zijn mijn kinderen." Vierentwintig jaar doet ze dit al. Sinds 1970, het jaar waarin ze trouwde, heeft ze geen wedstrijd van Anderlecht meer gemist. Er waren jaren dat zij en haar man 33.000 km afmaalden tussen Bastenaken en Brussel. "Een echte Ardennaise !", merkt Kindermans op. Monique, ook niet op haar mondje gevallen : "Koppig, wil je zeggen ? Ik heb je wel begrepen hoor." Op naar de eerste verdieping. Het bruine houtwerk en de gedempte spots hullen de hal boven in het halfduister. Drie donkere vlekken, evenveel bronzen borstbeelden, doemen op uit de duisternis. Ze stellen bij nader toezien Theo Verbeeck, Albert Roosens en Constant Vanden Stock voor, tussen 1911 en 1996 de drie voorzitters van Anderlecht. De eerste, een zekere Roose (1908-1911), weet Kindermans, en de laatste, Roger Vanden Stock, schopten het (nog) niet tot vereeuwiging. Tussen Vanden Stock senior en Roosens bevindt zich de deur naar de eretribune. Links de receptiezaal, ook gebruikt voor grote vergaderingen of door de Uefa voor meetings tijdens de Champions League. Het weelderige groen is van plastic. Makkelijk te onderhouden, "maar veel kans dat het moet verdwijnen vanwege de brandveiligheid", vermoedt Kindermans. Op een lage kast enkele robuuste trofeeën, buitengewoon geschikt om iemands schedel mee te verbrijzelen. "We hebben geen trofeezaal of museum", betreurt Kindermans. "Met de verbouwing van het stadion zijn alle herinneringen mee de container ingegaan. Trofeeën van voor de oorlog ? Weg. Allemaal nostalgie geworden."Rechts, voorbij de vestiaire en de (ook al erg benepen) toiletten, komen we in de perszaal. Op wedstrijddagen hebben hier de perspraatjes van de trainers plaats, maar tijdens de week moet dit doorgaan voor het spelershome. Qua gezelligheid wedijvert dit met de moedeloze danslokalen waar bejaarden zich op maandagmiddag aan de rumba wagen. Ambiance ! In een hoek twee computers, heel af en toe zie je er een (jonge) speler surfen. Een biljart ? Een tv-zaal ? Kindermans, schouderophalend : "Zover zijn we nog niet". We smeren hem. Achter een vouwwand bevindt zich nog de bar comité des jeunes, op wedstrijddagen bemand en bezocht door trainers, délégués, vrienden et cetera van de jeugdwerking in Neerpede. De donkere houten tafels en stoelen zijn van stevige makelij, de zware toog mist alleen een haardvuur. Tegen de muur zowaar enkele vooroorlogse foto's, maar ook een gesigneerde actie van Georges Grün. In de hoek een kast met jeugdtrofeeën. Wie zich niet bukt, keert met hoofdpijn terug van het toilet. Weer buiten treffen we Tine aan in haar nette want relatief nieuwe bureau. Van hieruit wordt de website verzorgd. Een succesnummer, want gemiddeld 16.000 bezoekers per dag, weet Tine. Ze werken er full time aan met zijn drieën, onder wie een van de twee schoonzonen van voorzitter Vanden Stock. Tot een jaar of vier geleden zat hier de prospectie. Tijd voor nog een verdieping hoger. We nemen de trap, maar overal zijn er liften, ook voor rolstoelgebruikers. Kindermans : "Soms krijgen we telefoon : 'Meneer, ik ben uitgenodigd in de loges, maar ik ben rolstoelgebruiker'. Dan zijn we fier dat we kunnen zeggen dat dat geen enkel probleem is."Het Vanden Stockstadion, vertelt onze gids, is het enige in België waar je helemaal rond kunt wandelen zonder dat je buiten hoeft te komen. We slenteren langs de loges : 31 met elk tien plaatsen, en acht met telkens twaalf stoelen rond de tafels. Bouwjaar : 1983. De aankleding is koel. Geen voetbalverwijzingen. Hier wordt gegeten, genetwerkt en voetbal gekeken vanuit malse klapstoelen. Beneden ligt het veld. Op het dak van de tribune aan de overzijde zien we extra verlichting. Kindermans : "Heeft ons zo maar even 500.000 euro gekost. We voldoen nu aan de minima opgelegd door de Uefa : 2000 lux."We tellen drie industriële keukens en één afruimkeuken. Van hieruit worden de loges bediend en de wandelbuffetten voor de seathouders aangevuld. Een van de keukens is exclusief voor het huisrestaurant Saint-Guidon. Nóg één vertrek heeft zijn eigen keuken (én bar én toilet) : de privé-suite van hoofdsponsor Fortis. Die bevindt zich weer een etage hoger, in een hoek van het stadion. Nul komma nul voetbalsfeer, maar ideaal om rustig te vergaderen, naar het schijnt. Jarenlang was deze ruimte niet meer dan ruw beton, verklapt Kindermans : " Michel ( Verschueren, nvdr) heeft lang met het idee rondgelopen om hier een koninklijke suite van te maken." Tot Fortis met het voorstel voor een eigen suite kwam. In 2001, ter gelegenheid van het Champions Leagueduel tegen Real Madrid, werd ze in gebruik genomen. Ook hoog uittorenend boven het terrein : het veiligheidscentrum. Tijdens wedstrijden zitten hier politie, brandweer en Rode Kruis. Zes camera's binnen en zestien buiten het stadion houden alles in de gaten. Terug een verdieping lager lopen we even bij de boekhouding langs. Vier mensen in een lokaal dat zich het best als een doorrookte smalle pijp laat omschrijven. Opgehangen als het ware onder een van de tribunes, daar waar vroeger niks anders dan de buitenlucht was. Financieel directeur René Trullemans glimlacht : "Op lange termijn moet dit allemaal naar Neerpede verhuizen. Nu leggen we veel afstand af in het stadion, maar dat is goed voor de conditie. Voor mij geen lift : ik neem de trap." We zetten onze tocht verder en bereiken de Saint-Guidon. Voorwaar een stijlvol restaurant, het mag gezegd. Vijf koks, de Spaanse maitre d'hôtelMiguel en vier obers verzorgen hier gemiddeld veertig couverts per dag, weet Kindermans, die ons het weekmenu aanreikt. Het 'klein gastronomisch menu' kost 40 euro (55 euro inclusief aperitief en wijn), de business lunch 30 of 40 euro, eten à la carte kan ook. Kindermans : "Eén ster, niet ver voor wie in Brussel zit, goede prijs-kwaliteitverhouding en lekker eten : wat moet je meer hebben ?" De laatste etappe van onze tocht leidt naar het congrescentrum. Ze voert ons langs de business-seats en talloze bars en zaaltjes, luisterend naar fantasieloze namen als Jupiler Bar, Fortis Bar, Fortis Business Room, Fortis Club en het iets frivolere maar vals klinkende Resto de Paris. In de knullige muurschilderingen is een jonge Constant Vanden Stock te herkennen, een stevige witte borstel verraadt het hoofd van Michel Verschueren. Maar het ergste is : nergens de sfeer van voetbal, nergens foto's of andere herinneringen aan glorieuze momenten uit de clubgeschiedenis, geen helden met noppen tegen de muur. Maar niet getreurd, de verhuur van het congrescentrum loopt als een trein. Kindermans : "Hier is wel driehonderd dagen per jaar iets te doen. Soms wel drie of vier firma's tegelijk, zonder dat ze het van elkaar weten. De Rotary Club komt elke week vergaderen, mét maaltijd. En de Brabantse Duivenbond houdt hier zijn jaarlijkse algemene vergadering. Dan zit hier achthonderd man." Terug op het gelijkvloers, in de enorme hal aan het Lindeplein, ver weg van het zenuwcentrum van de club, trekken we nog een laatste deur open. Tussen enkele naarstig werkende bedienden door dribbelen we behendig naar weer een deur. Philippe Vercruysse, gastheer van de Saint-Guidon, heeft net bezoek. Twee glaasjes sherry wachten op een toost. En kijk, er bevindt zich nóg een deur, vreemd genoeg slechts te bereiken door eerst het op celgrootte bemeten bureau te doorkruisen. We deinzen terug. Een leeuw in een veel te krappe kooi. Hij brult. Het is Michel Verschueren. Hij is "met zware zaken" bezig. Het glaasje sherry is al leeg. Enkele zedenpreken plus lofzangen op zijn zoon - een zeer geslaagd zakenman - later staan we weer buiten. Nog naar adem happend betreden we de splinternieuwe fanshop. Een door alle spelers gesigneerde voetbal kost 35 euro, een mok 7 euro, een shirt 65 euro. Vanuit alle hoeken kijkt Vincent Kompany ons aan. Eindelijk, een voetballer ! door Jan Hauspie'Trofeeën ? Met de verbouwing allemaal mee de container ingegaan.' 'Eén ster, goede prijs-kwaliteit en lekker eten : wat moet je meer hebben ?'Wat moet doorgaan voor het spelershome, wedijvert qua gezelligheid met de moedeloze danslokalen waar bejaarden zich op maandagmiddag aan de rumba wagen.