Het was tijdens een traditionele persconferentie op Club Brugge, net voor de start van de competitie. Voorzitter Fernand De Clerck pleegde dan het spreekgestoelte te beklimmen, voor één keer trad hij uit de schaduw. Dan schetste hij de verwachtingen voor het nieuwe seizoen, kort en realistisch. Op een gegeven moment sprak hij op die persconferentie ook de spelers toe: "Als er problemen zijn, dan ben ik er niet", zei hij. Hij vond dat het sportieve niet tot zijn domein hoorde.
...

Het was tijdens een traditionele persconferentie op Club Brugge, net voor de start van de competitie. Voorzitter Fernand De Clerck pleegde dan het spreekgestoelte te beklimmen, voor één keer trad hij uit de schaduw. Dan schetste hij de verwachtingen voor het nieuwe seizoen, kort en realistisch. Op een gegeven moment sprak hij op die persconferentie ook de spelers toe: "Als er problemen zijn, dan ben ik er niet", zei hij. Hij vond dat het sportieve niet tot zijn domein hoorde. Het typeert Fernand De Clerck. Hij had een gezonde kijk op het leven en was geen tafelspringer. De Clerck cultiveerde de eenvoud van het Club Brugge van die dagen en paste derhalve perfect binnen de eigenheid van blauw-zwart. Voorzitter worden, dat hoefde voor hem eigenlijk niet. De Clerck werd in 1973 in die zetel gekatapulteerd, als derde telg in een échte familiedynastie. Zijn grootvader Emiel was 20 jaar voorzitter geweest, zijn vader André veertien jaar. Dus was ook Fernand voorbestemd om ooit eens voorzitter te worden, ook al omdat iedereen toen vond dat hij de meest geschikte kandidaat was. Dat gebeurde in een van de moeilijkste periodes uit de geschiedenis van blauw-zwart. Club was net kampioen geworden, maar worstelde met zware financiële problemen. Het zou uiteindelijk worden gered door de toenmalige burgemeester Michel Van Maele, die erin slaagde een hoop investeerders rond zich te verzamelen. Ooit toefden we een hele namiddag ten huize van Fernand De Clerck, in het begin van de jaren tachtig. Hij praatte zacht en ingetogen. In zijn statige woning hing niets dat aan Club Brugge deed denken. Fernand De Clerck vertelde dat hij het voorzitterschap moeiteloos zou kunnen missen. Niet dat het voetbal hem niet interesseerde, maar gepassioneerd leek hij niet echt. Hij had wel bij de jeugd van Club gespeeld en herinnerde zich goed dat iedereen bij een overwinning 50 Belgische frank kreeg, 1,25 euro. Maar Fernand kreeg, als kleinzoon van de voorzitter, helemaal niets. Een voetballer bleek er aan hem niet verloren te zijn gegaan, hij bracht het niet verder dan de invallersploeg. Op zijn 21e zette hij een punt achter zijn voetbalcarrière. Als voorzitter opereerde Fernand De Clerck in de luwte. Hij heette een diplomaat te zijn, een verzoener als dat nodig was. Club Brugge, zo zei hij, hield hem gedurende de week maar twee keer bezig: de dinsdag- en donderdagavond, dan vergaderde de raad van bestuur. Zijn hoofdaandacht ging naar zijn zaak, een familiebedrijf waarin blikken werden vervaardigd. Daarom ging De Clerck, een technisch ingenieur, ook niet altijd mee op verplaatsing. De zondagnamiddag ontspande hij zich al even graag in zijn tuin. De Clerck vond dat je als voorzitter vooral geen supporter mocht zijn. Dat liet hem ook toe afstand te nemen. Van een nederlaag heeft hij nooit wakker gelegen. Dat betekende niet dat Fernand De Clerck zich distantieerde van het beleid. Hij was binnen de structuur van Club weliswaar maar een kleine schakel, maar liet zich horen als het moest. De Clerck predikte altijd realisme en deed zelden euforisch. Ook niet toen Club Brugge onder Ernst Happel de meest memorabele periode uit zijn geschiedenis zou meemaken. Hij genoot in stilte. En leek de steun te hebben van iedereen. Er moest om de vijf jaar een nieuwe voorzitter worden gekozen en soms, gniffelde De Clerck, werd dat vergeten. Hij aanzag het als een teken van groot vertrouwen. Interviews met Fernand De Clerck waren een zeldzaamheid. Hij verbaasde zich erover dat andere voorzitters soms ronkende verklaringen aflegden en wilde dan weleens lachend zeggen dat hij dat nooit zou doen omdat hij daarvoor te braaf was. Moeilijke vragen ging hij steevast uit de weg en als je hem op zondagavond durfde bellen, reageerde hij voor zijn doen zeer kribbig: "Of je dan niet wist dat het zondag was?" Zo gleed Fernand De Clerck opvallend onopvallend door de voetbalwereld, al liet hij zich voor een wedstrijd tegen Anderlecht altijd graag strikken voor een dubbelinterview met Constant Vanden Stock,met wie hij het zeer goed kon vinden. Dan werden, bij een gastronomisch diner, ook oude herinneringen bovengehaald. Over de tijd dat Constant Vanden Stock zelf deel uitmaakte van het bestuur van Club Brugge en hij Fernand langzaam maar zeker zag opklimmen in de bestuurlijke hiërarchie. Er werd toen, bij gebrek aan een bestuurskamer, vergaderd op café. Hoewel Fernand De Clerck herhaaldelijk verklaarde het voorzitterschap als een bijkomstigheid te aanzien, betekende dat niet dat hij het wel en wee van de club niet opvolgde. Zo had hij intern al een paar keer kritische kanttekeningen geplaatst bij de financiële toestand in het begin van de jaren zeventig, het woog op hem dat Club toen dicht bij de verdrinkingsdood had gestaan, het traumatiseerde hem bij momenten. En De Clerck wilde zich wel eens ergeren aan Antoine Vanhove die als onbezoldigd bestuurslid duizenden zaken naar zich toetrok en zo de professionele uitbouw van de club remde. Er sudderde al lang onenigheid tussen De Clerck en Vanhove. In 1999 hield de voorzitter zijn ergernis niet langer voor zich: in een interview zei hij dat de bevoegdheden van Vanhove moesten worden ingekrompen. Die reageerde ontdaan en riep dat hij zijn activiteiten bij Club weleens zou kunnen neerleggen als de voorzitter geen ontslag nam. Dat soort emotionele oprispingen paste bij Vanhove, al was het hem dit keer menens. De Clerck zag de bui hangen: hij belde naar sterke man Michel Van Maele om hem te vertellen dat hij zou opstappen. Eén dag later werd zijn ontslag opvallend gretig aanvaard. Fernand De Clerck hoorde het toen hij net op skivakantie was vertrokken naar Zwitserland. Hij wond er zich niet over op. In 26 jaar voorzitterschap had hij het niet slecht gedaan: negen titels, vijf bekers, negen supercups en twee Europese finales. Hij zou nadien nog achter de schermen bij Club Brugge betrokken blijven maar oefende geen enkele functie meer uit. Dit seizoen zag je hem nog geregeld op de thuiswedstrijden van Club. Fernand De Clerck overleed vorige week in de nacht van vrijdag op zaterdag. Hij zou op 25 april 83 jaar zijn geworden. Fernand De Clerck cultiveerde de eenvoud van Club Brugge.