Is er een trainer die meer zijn stempel op de nationale ploeg heeft gedrukt dan Raymond Goethals? Tien jaar lang, tussen 1966 en 1976, was de kleurrijke Brusselaar bondscoach. Hij speelde zestig interlands, won er drieëndertig, verloor er achttien en speelde negen keer gelijk. Weinig trainers ook die zo de sfeer in een groep konden houden als Goethals, die grappen en grollen maakte, maar in blinde woede ontstak als zijn richtlijnen niet werden gevolgd. Weinig trainers ook die aan de zijlijn zo veel boksgevechten in het luchtledige voerden als de misschien wel meest succesrijke trainer uit de geschiedenis van het Belgische voetbal. Toen de nationale ploeg ooit een wedstrijd in Finland speelde, holde hij negentig minuten langs de lijn, van cornervlag tot cornervlag. Een...

Is er een trainer die meer zijn stempel op de nationale ploeg heeft gedrukt dan Raymond Goethals? Tien jaar lang, tussen 1966 en 1976, was de kleurrijke Brusselaar bondscoach. Hij speelde zestig interlands, won er drieëndertig, verloor er achttien en speelde negen keer gelijk. Weinig trainers ook die zo de sfeer in een groep konden houden als Goethals, die grappen en grollen maakte, maar in blinde woede ontstak als zijn richtlijnen niet werden gevolgd. Weinig trainers ook die aan de zijlijn zo veel boksgevechten in het luchtledige voerden als de misschien wel meest succesrijke trainer uit de geschiedenis van het Belgische voetbal. Toen de nationale ploeg ooit een wedstrijd in Finland speelde, holde hij negentig minuten langs de lijn, van cornervlag tot cornervlag. Een ridicuul beeld. Maar het paste al evenzeer bij de vaak verstrooide Goethals als het verhaal dat hij tijdens zijn verblijf in Brazilië de krant uit de brievenbus haalde, een verkeerde flat binnenstapte en in de living rustig zat te lezen tot zijn geschrokken buurvrouw binnenkwam. Praten met Raymond Goethals was vooral luisteren. Aan een halve vraag had hij genoeg om aan een exposé te beginnen waaraan geen einde kwam. Dan maakte hij tussendoor aantekeningen op bierviltjes om zijn tactiek te verduidelijken. De anekdotes rolden als het ware op bestelling uit zijn mouw. Hoewel het inmiddels al bijna acht jaar geleden is dat Goethals overleed, kun je nog altijd geen interview maken met een ex-voetballer die Goethals meemaakte of hij komt ter sprake. Goethals werkte naast de nationale ploeg voor onder meer Sint-Truiden, Anderlecht (drie keer), Standard, Bordeaux en Olympique Marseille en was tussendoor ook aan de slag in Brazilië en Portugal. Hij won twee van de zeven Europese finales die hij speelde, pakte twee keer de supercup, werd vijf keer landskampioen en veroverde zes nationale bekers. Hij was in 1982 verwikkeld in de omkoopaffaire rond de memorabele wedstrijd tussen Standard en Waterschei, maar minimaliseerde alles en deed dat af op zijn manier: "Het was veel bazaar voor niets." Goethals hield alle voetballers op zijn manier in de hand. Toen hij bij Marseille op een gegeven moment de uit een blessure terugkerende Eric Cantona op de bank wilde zetten en die zei "dat je een Cantona niet op de bank zette", antwoordde hij met gladgestreken gezicht: "Dan zet ik u gewoon naast de bank." En toen een pijnlijke echtscheidingsaffaire, waarvan in de media de ranzigste details verschenen, oneindig lang aansleepte, inspireerde dat Goethals op de rechtbank tot een historische uitspraak: "In het voetbal krijgt ge op uw vijfendertigste een vrije transfer, maar hier..." Raymond Goethals was zeker van zijn aanpak, vond dat er in het voetbal veel blabla werd verkocht en dat een trainer eigenlijk maar één zaak moest doen: zien wat er in een wedstrijd verkeerd loopt en dan ingrijpen. En dat, vond Goethals, zit in de genen. Als trainer, zo debiteerde hij vaak, word je geboren. De flamboyante Raymond Goethals gaf altijd de indruk behoefte te hebben aan gezelschap, maar in feite was hij een eenzaat. Toen Goethals in 1993 met Marseille de Champions League won, slofte hij achteraf helemaal alleen naar het hotel waar hij woonde. Terwijl in de stad het feest losbarstte, zat hij op zijn terras rustig een sigaretje te roken. Het was zijn manier om te genieten. Veel meer dan hij liet uitschijnen, was Raymond Goethals een gevoelsmens. Toen je hem naar het absolute hoogtepunt uit een lange en rijkelijk gevulde carrière vroeg, hoefde hij niet lang na te denken: het was een blijk van erkenning die hij ooit kreeg van alle Rode Duivels waarmee hij in 1970 het WK in Mexico had gespeeld. Op de voorstelling van een film die Canal+ in 2001 over hem maakte, waren ze allemaal aanwezig om naar de première te komen kijken. Hij wist nergens van, kwam de zaal binnen en zag iedereen zitten. Eenendertig jaar later. Nooit in zijn leven is Raymond Goethals zo ontroerd geweest als op dat moment.