'Drogas, pistolas?' De Mexicaanse agent vraagt het vriendelijk doch ferm, terwijl hij intimiderend door het autoraam hangt en met zijn handen ons achterwerk betast. Drie andere mannen doorzoeken met flashlights de wagen. Zonder uniform zijn ze zojuist uit een grote SUV met rood-blauwe zwaailichten gesprongen. Twee dagen voor ons vertrek was er nog een zak met twee afgehakte hoofden in Mexico-Stad gevonden en dan is dit onze eerste kennismaking met het land van Hirving Lozano. Bienvenido a México...
...

'Drogas, pistolas?' De Mexicaanse agent vraagt het vriendelijk doch ferm, terwijl hij intimiderend door het autoraam hangt en met zijn handen ons achterwerk betast. Drie andere mannen doorzoeken met flashlights de wagen. Zonder uniform zijn ze zojuist uit een grote SUV met rood-blauwe zwaailichten gesprongen. Twee dagen voor ons vertrek was er nog een zak met twee afgehakte hoofden in Mexico-Stad gevonden en dan is dit onze eerste kennismaking met het land van Hirving Lozano. Bienvenido a México... Het is negen uur 's avonds net buiten DF, Distrito Federal, zoals de Mexicanen hun hoofdstad noemen. Toegegeven, de witte Chevrolet Suburban waarmee onze chauffeur ons voert - met geblindeerde ramen - lijkt zo weggereden uit Narcos, de hitserie van Netflix gebaseerd op het leven van drugsbaron Pablo Escobar. Hoewel we enkel hola-cerveza-paella-Spaans spreken, begrijpen we maar al te goed wat de agent ons vraagt. Maar nee, drugs en pistolen hebben we niet meegenomen. Nadat onze paspoorten en bagage zijn gecontroleerd, mogen we verder rijden. Als we aan onze chauffeur vragen of ze de portemonnee in onze tas wel met rust hebben gelaten, lacht hij ons uit. 'Natuurlijk, als ze wat hadden gewild, hadden ze alles meegenomen. Niet alleen je bagage, maar jou ook.' In de vijf dagen die we in Mexico doorbrengen op zoek naar de roots van Lozano, leren we gelukkig een heel ander land kennen. Vrolijke, vriendelijke, hardwerkende mensen die allemaal graag bereid zijn te praten over hun 'Chucky', dé nieuwe ster van het Mexicaanse voetbal. We trekken richting Pachuca de Soto, zoals de stad officieel heet. Met ongeveer een half miljoen inwoners is die een stuk rustiger en veiliger dan Mexico-Stad. Pachuca heeft een groot mijnwerkersverleden en in het straatbeeld herinneren verroeste attributen en machines aan die gouden periode. Het waren vooral Engelse arbeiders uit Cornwall die er in het begin van de negentiende eeuw het zilver uit de grond haalden. De Cornish brachten niet alleen hun kennis en apparaten mee, maar ook hun (eet)gewoonten. De lokale lekkernij pastes is een van die overblijfselen. De pasteitjes zijn meestal op Mexicaanse wijze gevuld met rundvlees of kip, bonen en chili. We vinden ze lekkerder dan de tipo inglés (traditionele variant) met gehakt, ui en aardappel. De Engelse invloeden in Pachuca zijn ook elders nog zichtbaar. Het grootste winkelcentrum heet bijvoorbeeld Liverpool, maar het belangrijkste dat de Cornish meenamen was toch wel het voetbal. De stad laat zich er heel graag op voorstaan dat de wieg van het Latijns-Amerikaanse voetbal in Pachuca staat en dat Pachuca CF de oudste club (1901) van Mexico is. In de stad draait inmiddels bijna alles om de plaatselijke voetbaltrots. De nieuwe ster van PSV was amper elf jaar oud toen hij definitief van Mexico-Stad naar het honderd kilometer verderop gelegen Pachuca verhuisde. Hirving Rodrigo Lozano Bahena werd op 30 juli 1995 geboren als zoon van Jesús Lozano en Ana María Bahena. Lozano heeft drie broers: Bryan Mauricio is twee jaar jonger en speelt bij PUMAS, Roberto en Alejandro zijn ouder. Hirving had eigenlijk Irving moeten heten, maar door een foutje bij de aangifte van zijn naam is het met een H geworden. Voor de buitenwereld is het nu Chucky of Hirving, maar in de familie wordt de voetballer Rodrigo en zelfs Rowy (een koosnaam) genoemd. Lozano noemde zijn dit jaar geboren zoon eveneens Rodrigo - naar zijn schoonvader en zichzelf - en in de familie heet het ventje kleine Rowy. De kleine Hirving groeide op vlak bij het Aztekenstadion in Coyoacán, plaats van de coyote, een district in Mexico-Stad. Het Estadio Azteca heeft een speciaal plekje in zijn hart. Hij maakte er namelijk zijn debuut voor Pachuca tegen Club América en scoorde ook direct nadat hij was ingevallen. Bovendien kopte Lozano El Tri, de nationale ploeg, in het Azteca tegen Panama naar het WK in Rusland. De bal en de kleine Lozano waren onafscheidelijk. Van zonsopkomst tot zonsondergang. Naar de kleuterschool ging hij alleen als hij zijn ronde vriend mocht meenemen. Later ging Lozano naar het Instituto de México in Colonia del Valle in de hoofdstad. Een populaire, maar dure katholieke basisschool waar de leraren priesters zijn. Deze Maristas, zo genoemd vanwege hun geloof in de heilige maagd Maria, houden enorm van voetbal. In elke staat in Mexico is een school van de Maristas te vinden en elk jaar organiseren ze een voetbaltoernooi waar alle scholen samenkomen en dat veel scouts trekt. De kleine Lozano maakte direct indruk in dat schoolteam. Het was een tijd dat de ouders van Lozano die school nog konden betalen. Jesús werkte in de bouw en moeder Ana María werkte als administratief medewerker bij de belastingdienst. Ze kenden goede, maar ook slechte tijden. 'Rodrigo en ik hebben het niet altijd makkelijk gehad', zegt broer Bryan Mauricio, door de familie steevast Mau genoemd. 'Het leven met vier jongens was erg duur voor mijn ouders. Veel van wat ze hadden, is naar onze oudere broers gegaan. Wij kregen daardoor niet hetzelfde als zij. Als zij te groot werden, kregen wij hun kleding en zo ging het eigenlijk met alles. Het inkomen van mijn ouders was te laag om alles te kunnen betalen. Er was geld voor eten en school, meer was er eigenlijk niet mogelijk.' Gelukkig hadden de broers elkaar en de bal. 'We voetbalden de hele dag', vervolgt Mau. 'We waren altijd samen, waren niet alleen broers, maar ook vrienden. Altijd was er strijd en competitie. We deden heel veel een-tegen-een. Hard tegen hard. Soms won ik, maar meestal mijn broer omdat hij toch wat ouder is. Die wedstrijdjes vond ik het mooist aan onze jeugd.' De twee waren geregeld boos op elkaar, maar slechts één keer werd het echt knokken. 'Rodrigo won', lacht Bryan. 'Maar hij nam het ook altijd voor me op. We hadden een keer gevoetbald tegen buurtkinderen. Rodrigo en ik tegen hen. Zij waren wat groter, maar verloren toch. Een van hen begon mij in elkaar te slaan, totdat Rodrigo hem pakte. Hij was klein, maar kon goed vechten. Met gestrekte hand sloeg hij hem hard op zijn borst. Het leek wel alsof die jongen even verlamd was. Daarna lieten ze ons met rust.' Voor vader en moeder Lozano was het een zware beslissing de kleine Hirving naar Pachuca te laten gaan, maar de droom van hun zoon was sterker dan de tranen die veelvuldig vloeiden. De Lozano's wisten bovendien dat hun zoon in Pachuca een beter leven zou krijgen. Ze zaten zelf in een financieel wat mindere periode en wisten dat hun kinderen - Bryan volgde Hirving een paar jaar later - in de opleiding van Pachuca gezond eten, goed onderwijs en professionele trainingen zouden krijgen. Ze hadden een mobiele telefoon voor Hirving gekocht en heel vaak belde hij 's avonds zijn moeder in tranen dat ze hem moesten komen ophalen. 'Als je dat echt wil, dan doen we dat', was altijd het antwoord van zijn ouders. Eenmaal gekalmeerd en in slaap ging het vervolgens wel weer. Maar nog steeds komen er tranen als het in de familie over die periode gaat. Bryan is nu vooral heel trots op Chucky, zoals de bijnaam van zijn broer luidt. Hij kijkt op twee manieren naar hem. 'Als mijn broer en als de voetballer. Als broers hebben we het over van alles en laten we het voetbal achterwege. Dan is hij voor mij gewoon Rodrigo en niet Chucky. Maar als ik naar hem op het nieuws kijk en de wedstrijden en zijn spel zie, dan snap ik heel goed dat mijn broer dé nieuwe ster van het Mexicaanse voetbal is. Dan ben ik heel trots. Toen hij zijn carrière startte bij Pachuca, was iedereen verbaasd dat het zo snel ging. Maar ik had al gauw door dat er in zijn hoofd een proces bezig is. Rodrigo heeft zó veel talent dat hij gemakkelijk aanpikt op een steeds hoger niveau. Waar zijn plafond ligt, dat weet alleen hij.' Het streng bewaakte trainingscomplex aan de rand van Pachuca - we moeten langs meerdere beveiligers en twee slagbomen door - heet Universidad de Fútbol. Het is niet alleen voor het eerste elftal, de gehele opleiding is hier gevestigd. Liefst tweehonderd talenten zitten er intern. Ze komen uit de driehonderd voetbalschooltjes die Pachuca door heel Mexico heeft. Op het zeer indrukwekkende terrein tussen de heuvels zien we slaapzalen, scholen, een ziekenhuis, een kerk, een keeperscentrum, prachtige velden, een atletiekbaan en het Joseph Blatter-paviljoen. Binnen ontmoeten we scout Cesareo Acosta, de ontdekker van Lozano. Mooie man met een streng gelaat als van een Indiaans opperhoofd. Zijn glimmende ogen die al zoveel spelers naar Pachuca haalden, verraden zijn liefde en passie voor talent. Acosta voetbalde zelf zes jaar voor Pachuca. 'Net als Chucky, een rechtspoot op links', vertelt hij. 'Ik hou van buitenspelers, daar let ik altijd extra op. Zij zijn onvoorspelbaar, kunnen iets creëren.' In Mexicaanse media hebben we gelezen dat Ángel 'El Coca' González - de ontdekker van Cuauhtémoc Blanco, volgens velen de beste Mexicaanse speler aller tijden - zichzelf op de borst klopt als de ontdekker van Chucky. El Coca werd als hoofdscout wel ontslagen bij Pachuca omdat hij geld vroeg aan talenten. Acosta opereerde als scout onder hem. 'Dat hij Lozano heeft gescout, is een grote leugen', zegt Acosta fel. 'Hij wilde Chucky en ook Guti ( Erick Gutiérrez, de aanvoerder van Pachuca en ook Mexicaans international, nvdr) juist wegsturen. Hij vond beiden te klein. Ik ben toen naar de vicedirecteur gegaan om het tegen te houden.' De eerste keer dat Acosta de kleine Hirving zag spelen, was hij direct overtuigd. 'Chucky was elf en heel klein, maar hij was voor helemaal niemand bang. Als zijn tegenstander met gestrekt been inkwam, ging hij er vol tegenin. Hij was technisch goed, snel, had een geweldige dribbel, terwijl hij ook nog het overzicht bewaarde. En hij had toen al een goed schot en zoveel zelfvertrouwen.' Er was een moment dat Chucky weg wilde bij Pachuca. Vanwege zijn geringe lengte speelde hij niet altijd. 'Ik heb hem toen overtuigd dat hij het bij geen enkele andere club zo goed zou hebben als bij Pachuca, dat hij geduld moest hebben en absoluut zou slagen.' Het was niet de enige keer dat Acosta de aanvaller voor Pachuca behield. 'Zijn vader Jesús was ontevreden. Zijn broertje Bryan heb ik na Chucky ook gescout. Zelfde type speler, maar dan een linkspoot op rechts. Mooie dribbelaar ook. Maar toen we toch met hem stopten, ging hij naar PUMAS en Jesús wilde Hirving ook meenemen. Daar ben ik hard voor gaan liggen. Chucky is de beste voetballer die ik tot nu toe als kind heb bezig gezien. Zijn gedrevenheid de beste te willen zijn, heeft hij altijd gehad. Hij wil de beste Mexicaanse voetballer aller tijden worden. Ik denk dat hij daarin slaagt. Voor hem is zelfs de sky niet de limit.' 's Avonds zien we in El Huracán - de bijnaam van het stadion van Pachuca - Erick Gutiérrez spelen. De 23-jarige middenvelder kwam op zijn elfde tegelijk met de PSV'er bij Pachuca. Guti is waarschijnlijk degene die Chucky het best kent. Hoewel hij nog als een jongen oogt, is de middenvelder dé patron van het eerste elftal van Pachuca. Zijn eerste herinneringen aan Lozano gaan elf jaar terug. 'Chucky was direct al heel goed, dat kon iedereen zien. Toen had hij nog niet zoveel haar, dat zorgde ervoor dat zijn gezicht er nog bozer uitzag als hij kwaad was. En dat was best vaak, haha. Dat zit nu eenmaal in zijn karakter, hij is toch een beetje een jongen van de straat. Maar als hij boos was, speelde hij goed. Toen hij klein was, hield hij wel van een beetje provoceren, ruzie maken en vechten. Hij liet zich echt niets zeggen, zeker op het veld niet. Heel vaak lokte hij het ook uit, zodat hij beter ging voetballen.' Eén anekdote zal Guti nooit meer vergeten. 'Chucky kan goed vechten en soms maakten we hem expres kwaad. Op een dag had ik zijn chips opgegeten. Ik had een briefje in het bakje gedaan. Daar stond de naam op van een andere jongen die het had gedaan en waar hij hem zou kunnen vinden. Chucky ging er natuurlijk direct heen en het werd meteen vechten, haha...' Gutiérrez had wel verwacht dat hij het in Nederland goed zou doen: 'Zijn droom is in Engeland te voetballen ( bij Manchester United, nvdr), maar PSV is de juiste tussenstap voor hem. Chucky is niet zo slim, maar dat hij voor PSV koos, was een heel slimme beslissing van hem, haha.' De Nederlander Wout Westerhof, de zoon van Hans Westerhof, had Chucky twee jaar onder zijn hoede als trainer van de U17 van Pachuca. Ze wonnen samen velen prijzen, maar Westerhof junior had een haat-liefdeverhouding met de kleine Mexicaan. 'Chucky was al heel goed toen hij bij mij kwam, maar als hij een tijdje geen bal kreeg, ging hij heel demonstratief met de handjes in de zij staan. Deed-ie niks meer. Mee verdedigen vond hij sowieso niks. Chucky wil de bal hebben, leuke dingen doen. Ik denk dat andere belangrijke aspecten nooit van hem zijn geëist. Hij was namelijk altijd de beste en dat wist hij ook. Maar zo goed als hij was, ik wilde Chucky nog beter maken.' Dus moest Chucky van Westerhof na balverlies omschakelen, leren diepgaan zonder bal en meehelpen in de verdediging en bij het druk zetten. 'Dat snapte hij niet. Als ik boos op hem was, reageerde hij kwaad: 'Hoe kun je boos zijn op mij?! Ik maak twee goals en dankzij mij hebben we de wedstrijd gewonnen.' In de jeugd kreeg hij applaus als hij negentig minuten niets had gedaan maar met een goal toch de wedstrijd had beslist. Van mij kreeg hij dat applaus niet. Hij moet echt gedacht hebben: wat een rare kerel, joh! 'Maar als Chucky boos is, dan speelt hij echt goed. Als we ruzie hadden gehad en ik hem weer de hele tijd achter de broek aan had gezeten, dan werd hij kwaad. Dan zag je hem denken: oh ja? Ik zal jou even wat laten zien... Dan scoorde hij en keek hij echt zo van: had je nog wat? Dat vond ik dan weer heel mooi. Maar als het een tijdje goed ging tussen ons, verviel hij weer in oude fouten en moesten we weer even ruzie maken. Als ik nu zie dat hij naast zijn goals ook zonder bal heel werk verzet, dan ben ik daar trots op.'