Precies 30 jaar geleden is het dat Horst Hrubesch, de vorige week tot trainer van de Duitse nationale U21 gepromoveerde ex-spits van Hamburg, door Standard werd aangetrokken. Reden genoeg voor een uitgebreid interview en het bleek geen enkel probleem om Hrubesch te strikken. "Schikt het u binnen twee dagen om twee uur", vraagt hij. Dat was geen enkel probleem.
...

Precies 30 jaar geleden is het dat Horst Hrubesch, de vorige week tot trainer van de Duitse nationale U21 gepromoveerde ex-spits van Hamburg, door Standard werd aangetrokken. Reden genoeg voor een uitgebreid interview en het bleek geen enkel probleem om Hrubesch te strikken. "Schikt het u binnen twee dagen om twee uur", vraagt hij. Dat was geen enkel probleem. Op een donderdag in april dus naar de plaats van de afspraak, het restaurant van het trainingscomplex van Hamburger SV. De toenmalige trainer Ernst Happel zat er zijn geprefereerde wienerschnitzel te verorberen, de Oostenrijker droeg een zonnebril terwijl het buiten regende, hij wilde op die manier de sporen van een lange en vermoeiende nacht zo veel mogelijk verbergen. Hamburg had zich de avond voordien geplaatst voor de finale van de Europabeker voor Landskampioenen, ten nadele van het Spaanse Real Sociedad. Happel blijkt uitstekend geluimd, maar als hij hoort dat we voor Hrubesch komen, betrekt zijn gezicht. Tegen de planning in heeft hij de spelers namelijk twee dagen vrijaf gegeven. "En Hrubesch is een geweldig sympathieke jongen, maar hij heeft één grote fout: hij vergeet alles. Ik vrees dat hij aan die afspraak niet meer gedacht heeft", zegt Happel. Zijn wij dan, een fotograaf en een verslaggever, helemaal voor niets naar Hamburg gevlogen? Happel knikt: "Hrubesch zal thuis zitten in Hamm, hij is daar geboren en getogen, hij rijdt daar meteen naartoe als we een paar dagen niet trainen. Terwijl er daar alleen maar fabrieken staan." Het in het Ruhrgebied gelegen Hamm bevindt zich op 300 kilometer van Brussel, Hamburg op net geen 600 kilometer en Hrubesch zou die dag inderdaad niet komen opdagen. Maar Happel had ons al gerustgesteld: "Wanneer ben je vanavond weer thuis? Ik zorg ervoor dat Hrubesch je belt." Hij noteert ons telefoonnummer en verdwijnt. En inderdaad, iets na middernacht rinkelt de telefoon en spreekt de kopbalsterke spits, das Ungeheuer (het monster) zoals hij in Duitsland werd genoemd, luid en duidelijk: "Hrubesch hier." Horst Hrubesch, 21 interlands voor Duitsland, krachtig en bonkig, is overmand door schuldgevoelens, hij weet niet hoe hij zich moet excuseren en hij wil ons best ter wille zijn. Bijvoorbeeld door zelf naar Luik te komen. Alleen zit hij met een probleem: hij heeft zijn identiteitskaart en zijn autopapieren in Hamburg vergeten en vraagt of we hem aan de grens in Aken kunnen komen oppikken. Zo start de reportage met Horst Hrubesch dus één dag later. Hij stapt in Aken in de auto, is aanvankelijk wat gegeneerd en zegt dan op weg naar Luik: "Ik zal vandaag alles doen om het goed te maken." Dus verschijnt Horst Hrubesch op Sclessin en de intrede van de stormram zorgt bij zijn toekomstige club voor de nodige verbazing. Raymond Goethals, de toenmalige trainer van de Luikenaars, valt bijna van zijn stoel. "Hoe hebben jullie dat geflikt om hem hier te krijgen?", vraagt hij. En hoort dan het verhaal van de vergeefse reis naar Hamburg en de story van het vergeten paspoort. "Als hij maar niet vergeet te scoren", schatert Goethals en troont Hrubesch vervolgens mee naar het veld waar de fotograaf enkele plaatjes wil schieten. Goethals is duidelijk apetrots op zijn aankoop. "Is hij niet sterk? Wie gaat hem in het strafschopgebied tegenhouden?", vraagt hij, klopt op de borst van zijn nieuwe aanvalsleider en voelt aan zijn armen. Horst Hrubesch, echt een antivedette, ondergaat het allemaal lachend. Dan verlaten we snel het stadion, voor een ander medium lucht krijgt van de aanwezigheid van Hrubesch. Vlug nog een paar foto's in de stad en langs de boorden van de Maas en dan een ruim twee uur lang interview op een locatie tussen Luik en Aken. Horst Hrubesch voorspelt bij het afscheid, net voorbij de grens in Aken, dat hij veel zal scoren. "Als ze me centers geven, dan kop ik ze gewoon binnen", lacht hij en het klinkt niet verwaand. Hij zou in zijn eerste seizoen 15 doelpunten maken in 32 wedstrijden. Een paar maanden later polsten we hem voor een nieuw interview, over zijn eerste ervaringen in België. Hrubesch nodigt ons op een vrije dag uit in de Heimat, in Hamm. En grijnst: "Ik zal het niet vergeten." JACQUES SYS