X avier Malisse heeft van alle ervaringen in het internationale tenniscircuit al geproefd. Binnengekomen met grote verwachtingen, genoten van het mooie leven en blijven hangen in het vagevuur, omringd door de juiste mensen teruggeknokt, bejubeld en neergehaald door de pers, prestaties neergezet aan de top. En dit seizoen maakt hij kennis met nog een ander aspect van de tenniscarrière : het jaar van de bevestiging.
...

X avier Malisse heeft van alle ervaringen in het internationale tenniscircuit al geproefd. Binnengekomen met grote verwachtingen, genoten van het mooie leven en blijven hangen in het vagevuur, omringd door de juiste mensen teruggeknokt, bejubeld en neergehaald door de pers, prestaties neergezet aan de top. En dit seizoen maakt hij kennis met nog een ander aspect van de tenniscarrière : het jaar van de bevestiging. Een schabouwelijke start van het seizoen deed hem algauw ervaren dat dit niet zo evident is. Tot vóór Roland Garros had Malisse in negen toernooien amper zes wedstrijden gewonnen. Illustere onbekenden als Julien Varlet of Cecil Mamiit toonden zich de betere van het nummer 25 van de wereld. Malisse zonk weer eens weg, verloor het vertrouwen in zichzelf en zijn coach, en zag een tuimelpartij in de rankings al dreigen. Met de hulp van Steve Martens trachtte hij schoon schip te maken en zette hij net op tijd een eerste stap naar de rehabilitatie. Met een derde ronde in Parijs deed hij minder goed dan vorig jaar, maar het was vooral zijn hervonden tennis dat hem heuglijk stemde. Wat op training al enkele weken lukte, kwam er nu ook tijdens de matchen uit. De wedstrijd tegen Andre Agassi was een eerste bevestiging van zijn teruggevonden niveau. Met Wim-bledon in het verschiet een opsteker die hij meer dan ooit kon gebruiken. Xavier Malisse : Ik ben er erg tevreden over. De laatste vier weken voelde ik al dat het tij aan het keren was. De inbreng van Steve Martens en Johan Van Herck is daar natuurlijk niet vreemd aan. Alles begon weer te draaien, het vertrouwen kwam langzaam terug en dat was het belangrijkste voor mij. Eigenlijk speelde ik op training al het hele seizoen behoorlijk, maar kwam het er in de matchen maar zelden uit. Nu heb ik ook die stap gezet. Ik ben klaar om opnieuw te presteren. Ten eerste had ik vorig jaar enorm veel en lang gespeeld. Normaal neem ik dan in november en december enkele weken vakantie om de batterijen weer op te laden, maar deze keer is dat er niet van gekomen. We meenden er goed aan te doen om onmiddellijk met conditietraining te beginnen en klaar te staan voor het Australische luik. Gezien mijn sterke lente vorig jaar en het feit dat ik niet zoveel te verdedigen had down under, wilden we absoluut fit zijn voor Australië. Ik heb dan ook elke dag aan de fysieke conditie gewerkt, vermoedelijk iets te veel, want in het begin van dit jaar leek ik wel kapot getraind. Daar kwamen dan nog eens kleine blessures aan de arm en de enkel bij. Ook die blessures hielden waarschijnlijk verband met dat gebrek aan rust tijdens de winter. Combineer dat dan nog eens met enkele wedstrijden waarin ik echt voluit gevochten heb, maar toch nipt verloor, en het vertrouwen zonk me vanzelf in de schoenen. (Overtuigend) Ik ga héél graag naar Londen. Ik weet dat ik heel wat punten te verdedigen heb, maar iedereen moet wel eens door zo'n periode. Hetzelfde presteren als vorig jaar wordt moeilijk, maar eenmaal ter plaatse weet je natuurlijk nooit wat er gebeurt. Ik ga gewoon naar ginds met de gedachte een goede voorbereiding neer te zetten, een beetje geluk met de draw af te dwingen en dan zal het wel loslopen, zeker ? Ik ben er echt wel klaar voor. Weet je, die eerste rondes heb ik heel gewoon aangepakt. Galo Blanco in mijn eerste wedstrijd was nu niet echt een grasspecialist om schrik van te hebben. In de tweede ronde kreeg ik Vince Spadea tegenover mij, toen nog niet op zijn huidige niveau, en ook dat was dus een match binnen mijn mogelijkheden. In de derde ronde volgde Kafelnikov, mijn eerste partij op het heilige centre court van Wimbledon. Dat was een belevenis waar ik wel naar uitgekeken heb. Ik had ondertussen al enkele wedstrijden van achteruit op het gras gespeeld, en dat ging tot mijn verbazing vrij goed. Natuurlijk begin je dan te fantaseren over een overwinning. Als ik één set kan pakken, waarom dan geen drie ? Tegen Kafelnikov waren er trouwens heel veel rally's. Dat beviel me voortreffelijk en gaf me vertrouwen voor de volgende rondes. De matchen tegen de kleppers Rusedski en Krajicek waren schitterend. Ik speel sowieso graag tegen serve and volley-spelers, dus dat kwam me eigenlijk goed uit. Vooral de sfeer tegen de genaturaliseerde Brit was ongelooflijk, dat geeft me nu nog kippenvel als ik eraan terugdenk. Het was gewoonweg een onvergetelijke ervaring, de run van mijn leven. Ik vind het nog steeds een beetje een raar circus. Pas op, ik ben er heel graag als ik kan optrekken met mijn Spaanse vriendin Carmen of met een paar vrienden. Wat lol maken, kaarten, lachen. Maar vaak heb ik toch de indruk dat er veel achter je rug gepraat wordt. Vooral die Zuid-Amerikanen zijn toch een bende waar ik maar moeilijk hoogte van kan krijgen. Ik ga niet zo ver om te zeggen dat het boeren zijn, maar toch... Zo'n Nalbandian, bijvoorbeeld, dat is niet iemand waar ik vlot een babbeltje mee ga slaan. Ja, hoor. Ik ben begonnen met de Italiaan Umberto Rianna. Hij kwam uit de Bollettieri-stal en we konden heel goed met elkaar opschieten. Iets te goed eigenlijk, want op het laatst waren we dikke vrienden geworden. En dat is waarschijnlijk nooit gezond voor een coach-spelerrelatie. Hij durfde op de baan niets meer te zeggen tegen mij. Daarna is David Felgate gekomen. Het klikte wonderwel tussen ons en we hebben echt veel werk verricht. Jammer genoeg was al op voorhand afgesproken dat hij het maar één jaar ging doen. Hij was eigenlijk op zoek naar een andere job waarbij hij meer tijd voor zijn familie kon vrijmaken. (De vrouw van Felgate is trouwens de internationale manager van Malisse, nvdr). Vervolgens kwam Dean Goldfine op de proppen. We hadden een afspraak waarbij hij minder tijd ging investeren in zijn pupil van jaren Todd Martin, waardoor ik de prioriteit zou krijgen. Daar bleek niet zoveel van in huis te komen en na een tijdje was ik het beu veel geld te moeten betalen en dan nog maar op de tweede plaats te komen. De laatste in het rijtje tot nu toe was Craig Kardon. Hij was sterk op de baan, maar onze verhouding was misschien iets te zakelijk geworden. De vonk was er een beetje uit, maar dat hangt vanzelfsprekend ook samen met de niet zo positieve resultaten. Als het vertrouwen wegglipt, ga je zoeken naar oplossingen. Zijn trainingen waren misschien ook een ietsje te weinig afwisselend en dat stak me tegen. Pas op, ik ben me ervan bewust dat ik geen gemakkelijke jongen ben om mee te werken. Je moet me een beetje kunnen aanvoelen en op een bepaalde manier aanpakken. Het is daarom ook dat ik terug ben gekomen naar de stal. Met Steve Martens en Johan Van Herck vind ik twee mensen naast me, die me al lang kennen en met wie ik een goede band heb. Dat had ik even nodig om terug het juiste spoor te vinden. Daar kan ik eigenlijk nog niets over zeggen. Tijdens het toernooi van Queens gaan we voor de eerste keer samen zitten. Het valt af te wachten of zo iemand financieel haalbaar is voor mij. Het blijft een toptrainer en naar het schijnt is hij ook zeer sympathiek. Nee, ik heb daar zelf om gevraagd. Ik ken hem al een tijdje van de Academy. Eén keer per week hadden we een losse babbel over het leven. Ik heb hem gevraagd om met me mee te reizen naar Roland Garros en Wimbledon. Dat was niet zo eenvoudig, want hij begeleidde ook nog andere spelers bij Bollettieri en had ook enkele football players onder zijn hoede. Maar het is nu gelukt en het bevalt me wel. Ik ga hem proberen los te weken voor alle Grand Slams. Hij probeert vooral mijn motivatie aan te scherpen. Mijn attitude ten opzichte van mijn job. Met een paar losse dingen probeert hij mij in de juiste richting te doen denken. Hij laat me video's zien van goede momenten uit het verleden. Binnenkort zal ik wel wat beelden van Wimbledon vorig jaar te zien krijgen. Tja, ik moet goesting hebben. Zin om te winnen, zin om te trainen. En vooral relax blijven. Als ik op mijn gemak ben, dan loopt alles vanzelf. Het hoofd, de mentaliteit is het nummer één op mijn prioriteitenlijst. Als het in het kopje goed zit, dan stimuleert me dat om voluit te gaan in mijn tennis. Mentaal was dat mijn beste seizoen in jaren. Je zag het ook aan mijn resultaten. Mijn regelmaat was nog nooit zo groot en ik werd het ook zelden moe. Mijn mentaliteit bleef top en de uitslagen bleven komen. Dit jaar zat ik bij de start van het seizoen al niet meer fris en dat had ook zijn weerslag op mijn instelling. Hoe meer ik dan weer in de put geraakte, hoe slechter uiteraard mijn resultaten werden. Vandaar dat ik er nu op heb aangestuurd om even te reizen met een mental coach. Door wat te babbelen, proberen we dat hoofd terug bij de zaak te krijgen. In het algemeen ben ik over mijn slagen wel content. Tactisch kan er natuurlijk nog iets bijgestuurd worden. Ik ben me ervan bewust dat ik wat meer naar het net zou moeten oprukken. Op training doe ik dat geregeld, maar in een wedstrijd voel ik me nog niet zeker genoeg. Het zou me wel wat energie besparen en mijn spel veelzijdiger maken. Ook conditioneel kan ik nog vooruitgang boeken. Een rapper en beter benenspel zou me wel helpen om nog beter op de bal te slaan. Dat zou me dan weer goed uitkomen om nog zwaardere forehands te lossen. Kracht heb ik daarentegen niet echt meer nodig, denk ik. Ik ben eerder een losse speler die de bal soepel raakt. Mocht ik nog meer kracht hebben, zou ik misschien krampachtiger worden en die souplesse verliezen. In het algemeen vind ik mijn spel wel goed zitten, maar er kan op het mentale en fysieke vlak nog bijgeschaafd worden. Ik heb geen specifiek doel voor ogen, hoor. Het is bijvoorbeeld niet zo dat ik de toptwintig viseer dit jaar. Ik zou gewoon mentaal zo fit mogelijk willen zijn. Iedere match alles geven, vechten voor elke bal. Als je dan op het einde van het jaar een evaluatie maakt, kan je jezelf niks verwijten. Je moet realistisch blijven, de toptien is misschien wat te hoog gegrepen voor mij. Daarvoor moet je zeer regelmatig zijn en dan telkens ook nog eens goed presteren op de Grand Slams. Maar net daaronder is het ook aardig vertoeven. Als ik dit seizoen kan afsluiten op een positie tussen de vijfentwintigste en dertigste plaats, zal ik tevreden zijn. Vanzelfsprekend is dat een doel op zich. Iedereen wil wel eens in de finale van één van de grote vier staan. Maar het belangrijkste aspect voor mij op dit ogenblik is dat ik probeer weer wat regelmaat te vinden. Geen eerste rondes meer opstapelen, mijn spel terug op de rails krijgen en wat plezier vinden in mijn job. Bwah, zoveel hou ik me daar niet mee bezig. We halen er ook ons voordeel uit. De mensen in België volgen het tennis nu veel meer. Er is veel meer berichtgeving in de media, wat onze sponsors ten goede komt natuurlijk. Eigenlijk vind ik het zelfs beter zo : de meisjes eisen constant alle paginaruimte op in de kranten, wat maakt dat wij zonder druk kunnen presteren. Ja, toch wel een beetje. Vorig jaar tijdens die halve finale op Wimbledon had ik zoiets van : wij, Belgische mannen, kunnen ook best wel eens iets neerzetten. Het moeten niet altijd de meisjes zijn die met de eer en glorie gaan lopen. Maar ik voel geen haat, hoor. Het is maar normaal dat die twee vrouwen veel aandacht krijgen. Ze verdienen het gewoon met hun prestaties en ik neem mijn petje ervoor af. Die veranderen eigenlijk van week tot week. Een standaardritueel is dat ik bij mijn eerste servicegame de eerste ballen van links laat komen en ik me dan verder afwisselend bij de twee ballenjongens aandien. Op Roland Garros heb ik een week lang dezelfde douche gebruikt. Maar vorig jaar op Wimbledon had ik het nog het ergste. Vanaf mijn wedstrijd tegen Kafelnikov deed ik elke dag dezelfde handelingen. Opstaan, tandenpoetsen, ontbijten op dezelfde plek, zelfde ingrediënten, zelfde trainingsbaan op hetzelfde uur, enzovoort. Ken je die film Groundhog Day ? (Bill Murray beleeft in deze film elke dag opnieuw dezelfde vierentwintig uur, nvdr) Daar leek het op. Ik was eigenlijk wel blij toen het gedaan was. (Fel) Ik zal nooit salut zeggen tegen België. Hier ben ik opgegroeid en zal ik altijd naar terugkeren. Tijdens alle Europese tournees verblijf ik sowieso al bij mijn ouders in Kortrijk. Het is gewoon een aangenaam en functioneel logeeradres, daar in Amerika. Er lopen voldoende sparringpartners rond, het weer is bijna altijd optimaal, je hebt alles voorhanden. Ik train er vaak met Tommy Haas of Max Mirniy. Ook de Tsjechen Novak en Rikl wonen er. Maar zelfs als er geen toppers aanwezig zijn, kan ik nog altijd twee collegespelers optrommelen die zich dan samen kunnen uitsloven tegen mij. Het is gemakkelijk in de States, maar mijn wortels zitten toch in de Belgische grond en die zal ik nooit verloochenen. door Filip Dewulf'Het is gemakkelijk in de States, maar mijn wortels zitten toch in de Belgische grond en die zal ik nooit verloochenen.' 'Ik ben al blij dat ik het een jaar of tien heb kunnen uithouden bij de profs.''Wij, Belgische mannen, kunnen ook best wel eens iets neerzetten.'