Officieel is het straks zijn eerste bekerfinale, zegt Ritchie De Laet. 'Ik was er vroeger met Manchester United wel bij in de finale van de ligabeker tegen Aston Villa, maar haalde niet de wedstrijdselectie. Nu zal de belevenis anders zijn. Twintigduizend fans van Antwerp, ik kijk er al naar uit, al moeten we zondag wel nog proberen om de focus ook te houden op de competitiematch, om onze kansen in de play-offs zo groot mogelijk te houden.'
...

Officieel is het straks zijn eerste bekerfinale, zegt Ritchie De Laet. 'Ik was er vroeger met Manchester United wel bij in de finale van de ligabeker tegen Aston Villa, maar haalde niet de wedstrijdselectie. Nu zal de belevenis anders zijn. Twintigduizend fans van Antwerp, ik kijk er al naar uit, al moeten we zondag wel nog proberen om de focus ook te houden op de competitiematch, om onze kansen in de play-offs zo groot mogelijk te houden.' Zeggen dat Antwerp de club van zijn hart is, is een open deur intrappen. Tijdens het interview draagt hij de clubkleuren, al groeide hij op aan de verkeerde kant van de stad, in Hoboken. Wingebied van paars en wit, Beerschot. De Laet: 'Maar wij waren Antwerp, van de opa, over de papa tot bij mij, mijn zus en nu ook mijn kinderen. Allemaal fanatiek. Ik heb als supporter nog veel op tribune 2 gezeten, de sfeertribune. Dat gevoel van toen, als jonge gast de eerste keer dat veld zien en dat nu mogen meemaken vanaf de andere kant, met zicht op diezelfde T2. Ik krijg nog elke keer kippenvel. 'Mijn oudste zus heeft een paar jaar geleden heel even bij de Antwerp Girls gespeeld, zij voetbalde ook graag. De kant van mijn mama is 'vol' Beerschot. Vroeger was dat niet zo plezant op familiefeestjes, toen Antwerp in tweede zat, maar de laatste jaren hebben we onze schade ingehaald. ( lacht) Van mij mag Beerschot volgend weekend promoveren. Als je elk jaar in die finale staat, verdien je het om die stap te zetten. Krijgen we weer twee derby's en spectaculaire wedstrijden, zoals twee jaar geleden. Ik stel me bij een derby altijd een mooie speciale dag voor, zonneke, vol stadion, goeie sfeer. Wat Bengaals vuur, gezangen, ... Kijk naar de derby's van Belgrado... Dat geeft toch een speciaal gevoel.' Voetballen voor Beerschot was voor hem nooit een optie. De verkeerde kleuren, lachte hij het ooit weg in een radio-interview. De Laet: 'Toen ik bij Antwerp terechtkwam, zat ik nog op Don Bosco Hoboken. Om vier uur was de training gedaan en een uur later moest ik al op de training zijn. Dus nam ik 's morgens mijn sportzak mee naar school, stak die daar in mijn kaske, en ging ik 's avonds via het Kiel naar de training. Met op die zak in het groot het logo van Antwerp! Ik heb nog de vraag gesteld of ik niet mocht wisselen, en mijn eigen sportzak gebruiken, maar dat mocht niet. Dus moest ik zo door vijandelijk gebied, al is er nooit wat gebeurd.' Van de vorige bekerfinale van Antwerp herinnert De Laet zich weinig, hij was in 1992 dan ook pas vier. 'Ik zag wel al wat beelden en foto's.' Antwerp won toen met de strafschoppen van KV Mechelen. Zijn ex-ploeg! De Laet: 'Hoe ik daar geraakte, is een verhaal op zich. Wij speelden met ons gewestelijk ploegske van Hoboken een groot tornooi op Beerschot en versloegen KV in de finale. Ik werd verkozen tot beste speler van het tornooi en KV belde mijn ouders met de vraag of ik op gesprek wilde komen. Ik heb ook de stap gezet, maar kwam dat jaar meer te laat op training dan dat ik op tijd was. Huiswerk en boterhammen eten gebeurde in de camionette van mijn vader, die in die tijd in stellingen deed. Hij kwam mij na het werk op school oppikken, maar op KV waren ze vaak al aan de opwarming bezig wanneer ik er aankwam. Na een jaar zei mijn papa: 'Dat is niet te doen, we gaan terug naar Hoboken.' Nu is dat allemaal veel beter geregeld, komen ze je ophalen met een minibusje. Steven Defour was bij KV Mechelen trouwens mijn ploegmaat. We hebben er een bangelijk jaar gespeeld. Ik in de spits trouwens.' Later verhuisde hij nog naar Wilrijk, waar Antwerp hem weghaalde. In Wilrijk was hij van spits al middenvelder geworden, op Antwerp belandde hij in de verdediging. De Laet: 'Ik heb de jeugdopleiding van een profploeg nooit doorlopen. Een gemis? Dat zullen we nooit weten. Als ik terugkijk op mijn carrière, is het allemaal nog goed uitgedraaid. De velden in de tijd van Hoboken waren niet van de beste, meer afgelastingen dan wat anders, maar het was achter de hoek, ik kon er te voet naar toe. Onder vrienden, dat ook. Plezant. Als je met de jongens van de school kan spelen, krijg je er volgens mij meer uit dan ze ergens te steken waar ze niet willen zijn. Maar wat bij de ene werkt, is daarom niet goed voor de ander. Bij grote ploegen gaat ook veel talent verloren, in Engeland zie je dat. Je kunt het maken tot de U16, U18 maar wat als ze dan ineens zeggen: sorry, je bent niet goed genoeg meer. Dan sta je daar. De wereld beloofd sinds de U11 en er dan uitgebonjourd. Waar ga je dán naartoe?' Warren Joyce, uitgestuurd door Manchester United in het kader van het samenwerkingsakkoord met Antwerp, zag in hem een centrale verdediger of rechtsachter. De Laet: 'Protesteren deed ik niet, neen. ( lacht) Wat zou ik als zestienjarige tegen Joyce zeggen: 'Coach, verdediger, ik? Doe niet onnozel.'( lacht hardop) Ik heb vandaag nog altijd het gevoel: waar ze me nodig hebben, doe ik wel mijn job.' Dezer dagen is dat zeer vaak als linksachter. De Laet: 'Ja, dat is toch weer helemaal anders. Het is soms makkelijk met Didier ( Lamkel Zé, nvdr) voor mij, omdat die graag aan de buitenkant blijft. Aan hem kan ik makkelijker een bal geven dan aan een middenvelder die graag naar binnen trekt. Maar voorzetten met links, daarvan ga je er van mij geen tien in één wedstrijd zien, neen. Op training moet ik er bij afwerkvormen wel op oefenen en gaat het wel, maar in een wedstrijd, denk je toch twee keer na voor je zoiets probeert. Liever geen dom balverlies. Dan doe ik misschien eerder dat stapje terug, om vandaar weer op te bouwen, terwijl ik op rechts gewoon zou doorgaan tot de achterlijn. Aurélio Buta heeft die diepgang wel. ( lacht) Vijf jaar geleden zou ik ook op links even hoog als Buta hebben gestaan, maar met de leeftijd en de ervaring ga je meer je momenten kiezen.' Verdedigend komt hij er weinig in de problemen. De Laet: 'Sta ik tegen een tegenstander die graag naar binnen komt, dan komt die op mijn rechtervoet, zo slecht is dat niet. En als hij langs buiten wil, ook geen probleem, ik denk dat ik nog altijd snel genoeg ben om het gevaar eruit te halen. Mamadou Fall ( van Charleroi, nvdr) was echt snel, maar buiten hem heb ik nog niet het gevoel gehad dat ik iemand niet aankon. In zulke duels gaat je ervaring ook meetellen. Dit gezegd zijnde, hopelijk bijt dit straks niet in mijn kont als het tegendeel gebeurt.' Ritchie tackle zou zijn bijnaam kunnen zijn. De Laet: 'Dat doe ik graag, ja: erin vliegen. In het begin van een wedstrijd kan je nog vaak eens doorgaan. Dan zegt de arbiter: 'Ritchie, rustig hé. ' Ik denk dat ik op dat vlak wat geluk had, ook in Engeland, met trainers die zeiden: je mag tackelen, maar als je de bal niet hebt, moet de speler plat, die mag jou niet voorbijgaan. Met die ingesteldheid speel ik. Een goed getimede tackle is nog steeds het beste voor een verdediger. Misschien ouderwets, maar zalig. Toen ik onlangs na een knieblessure vlak voor tijd inviel tegen Oostende, zag ik op een gegeven moment twee mensen op me aflopen. Ik was toen tegen mezelf bezig: ' Manneke, nu hoop ik dat jij de bal net iets te ver van je voet duwt.' Want alleen dan is mijn match geslaagd. ( lacht) Als we winnen maar ik heb geen goeie tackle kunnen gooien, ga ik toch kwaad naar huis, ja.' Cultheld voor de fans, maar gehaat bij die van de tegenstander. Oppermarginaal, tweetten ze al. Wat doet dat met een mens? De Laet: 'Dat kan ik me allemaal niet aantrekken, zunne. Plies. Dat komt van mensen die nooit naar een voetbalwedstrijd zijn geweest, iets op een of andere app zien passeren en dan op twitter graaf gaan doen. Als je jezelf daarmee moet bezighouden, stopt het niet. Zolang het alleen aan mij is gericht en ze halen er de familie of de kinderen niet bij, of ze doen niet grof tegen de ploegmaats, doen ze maar. Eentje heb ik ooit wél aangegeven bij Twitter. Ik keek naar zijn andere berichten en volgens mij haatte die man het leven. Racistische dingen over een van mijn ploegmaats heb ik toen aangegeven bij Twitter, al weet ik niet of dat helpt. Wellicht maken die mannen een nieuw profiel aan en doen ze hetzelfde.' Reageren deed Wesley Hoedt evenmin, toen hij in de bekerwedstrijd op Kortrijk werd overgoten met bier. De Laet: 'Dan zitten ze te zingen 'Antwerp marginalen', maar als zoiets hier gebeurt, mag je drie wedstrijden geen bier meer drinken op de tribune. Kalm blijven is in dat geval het enige wat een speler kan doen. Je hoopt dat stewards of politie hun werk doen. Op Brugge kreeg ik ook bier naar mij gegooid, net als Didier op Standard. Het is een gebrek aan respect en helaas al jaren zo, maar als die mannen écht met bier willen gooien en even later weer drie euro betalen voor een nieuw pintje, moeten zij dat vooral weten. Zo lang het bij iets lopend blijft, en het geen muntjes of aanstekers zijn, of bommetjes...' Durfde hij het als supporter indertijd ook? Hij schiet in de lach: 'Ikke? Ik zat te hoog om te gooien, ik geraakte zo ver niet. Wel roepen en luid vieren. Nu kom ik alleen kijken met mijn kinderen en die ga ik zeker geen slecht voorbeeld geven. Ook op het veld let ik op. Er was dit seizoen even wat met Roman Jaremtsjoek en daar werd behoorlijk wat over geschreven, maar mensen zien alleen die vier seconden beeld. Niet dat we nadien nog met elkaar hebben gepraat, elkaar de hand hebben geschud, ik toen direct sorry heb gezegd voor mijn reactie en hij voor de zijne. Soms zijn er van die momenten op een wedstrijd waarin je je moeilijk of niet kan inhouden, maar ik denk aan mijn kinderen, ja. Ze gaan ook naar school en je wil niet dat ze daar horen: 'Amai, uwe papa, dat is wel een halve zot.' Of dat ze dan vragen, als ze thuis komen: 'Papa, ben jij een zot?' Maar soms is dat makkelijker gezegd dan gedaan.' Zoals die keer toen hij zijn middenvinger opstak? Hij lacht: 'Dat was dom. Ik deed een tackle en maakte een fout. Eigenlijk was er niks aan de hand. De scheids floot, ik zei sorry en de gast op wie ik de fout maakte, deed niks. Maar plots begon een ploegmaat van hem in een andere taal, tegen mij te roepen. Ik zei wat terug in het Nederlands waarop hij teken deed dat hij me niet verstond. Daarom die middenvinger, zo verstond hij het wél. Alleen dacht iedereen dat ik het naar de scheidsrechter deed.'