Het laatste half uurtje van de bijna vier uur durende rit, over Utrecht en Apeldoorn, is een openbaring. Namen van dorpjes met aaibaarheidsfactor tien. Colmschate, Borkeld, Enter, Bornerbroek, Tusveld, Ossenkoppelerhoek... En dan, eindelijk, Almelo. Diep in de provincie Overijssel, een gemeente van om en bij de 72.000 inwoners die tegen de Duitse grens aanschurkt. Onbemind ver, maar geen Belgische voetballer die kwaad zal spreken over de lokale voetbalclub.
...