Bijna dag op dag 246 jaar geleden perste Napoleon Bonaparte zijn eerste timide kreten uit in zijn geboortestad Ajaccio. De Corsicaanse havenstad aan de Middellandse Zee was voor Julien Gorius ook het vertrekpunt van zijn loopbaan. Na twee jaren bankzitten in de Ligue 1 begon de Fransman vorige maand aan zijn elfde opeenvolgende seizoen in België. Enkel Boubacar Copa, Silvio Proto, Olivier Deschacht, Killian Overmeire, Stijn De Smet, KarelGeraerts en Pieterjan Monteyne schuimen al langer de Belgische voetbalvelden af. Gorius begon aan de klim naar de top van het Belgische voetbal in een periode waarin voetballers geen tweets de wereld instuurden, de term WAG een onbekend letterwoord was in onze contreien en de competitie gewoon met achttien ploegen werd gespeeld. Zonder play-offs.
...

Bijna dag op dag 246 jaar geleden perste Napoleon Bonaparte zijn eerste timide kreten uit in zijn geboortestad Ajaccio. De Corsicaanse havenstad aan de Middellandse Zee was voor Julien Gorius ook het vertrekpunt van zijn loopbaan. Na twee jaren bankzitten in de Ligue 1 begon de Fransman vorige maand aan zijn elfde opeenvolgende seizoen in België. Enkel Boubacar Copa, Silvio Proto, Olivier Deschacht, Killian Overmeire, Stijn De Smet, KarelGeraerts en Pieterjan Monteyne schuimen al langer de Belgische voetbalvelden af. Gorius begon aan de klim naar de top van het Belgische voetbal in een periode waarin voetballers geen tweets de wereld instuurden, de term WAG een onbekend letterwoord was in onze contreien en de competitie gewoon met achttien ploegen werd gespeeld. Zonder play-offs. Het aftandse Stade François-Coty van AC Ajaccio is het decor van Julien Gorius' eerste voetbalwedstrijd op het hoogste niveau. 'Het was niet meer dan een anonieme invalbeurt van twintig minuten op de laatste speeldag van de competitie,' herinnert Gorius zich, 'maar het blijft tot vandaag een van mijn beste voetbalherinneringen. Mijn vader heeft mijn naamloze shirt van Metz met het rugnummer 33 als een soort relikwie bewaard. Het seizoen daarop raakte ik bevriend met Franck Ribéry, die van derdeklasser Boulogne kwam. In de kleedkamer was het een speelvogel, maar op het veld stak hij er met kop en schouders boven uit. Hij was dan ook dé chouchou van trainer Jean Fernandez. In de omgang was Fernandez een ietwat norse kerel. Niemand durfde in zijn bijzijn een grapje te maken, maar Ribéry dolde met hem alsof het zijn beste maat betrof. En Fernandez lachte vrolijk mee. Na mijn periode bij Metz heb ik Ribéry nooit meer teruggezien, maar de club zit nog altijd in mijn hart: als kleine jongen droomde ik niet van een Europese topclub, wel van dat bordeaux-witte shirt van FC Metz. Naar mijn goesting heb ik niet genoeg wedstrijden gespeeld voor Metz. Wat als de voorzitter mij belt? Dan zeg ik niet nee. Zelf de eerste stap zetten, dat nooit.' Na drie korte invalbeurten in twee seizoenen krijgt Gorius te horen dat hij zijn biezen mag pakken bij Metz. 'Albert Cartier nodigde mij bij Brussels uit voor een testperiode van enkele weken. Eén man moest ik nog overtuigen: voorzitter Johan Vermeersch. De enige wedstrijd die hij van mij zag, was om te huilen. Ik zat met knikkende knieën aan de onderhandelingstafel. Op aandringen van Cartier gaf Vermeersch mij een minimumcontract. Ik was zo opgelucht dat ik de kleine letters niet eens gelezen heb. Op dat moment kwam geld op de laatste plaats. Ik besefte wel dat België een stap achteruit was. Van Franse jeugdinternational bij de U20, waar ik met Clichy, Debuchy en Lassana Diarra voetbalde, moest ik mij plots gaan bewijzen bij een onbekende Belgische club.' Op dat moment zijn Franse voetballers nog een exotisch product in België. 'We werden lang gezien als de verstotelingen van het Franse voetbal. Maar de vijver aan jonge talenten is zo groot in Frankrijk dat niet iedereen zich daar kan ontplooien. Omgekeerd hebben Franse clubs hun vooroordelen over de Jupiler League nog niet overboord gegooid. Als Dieumerci Mbokani dan mislukt bij Monaco, wordt het beeld van een onbeduidende competitie nog versterkt.' Scoren is het stokpaardje van Gorius. Zijn kopbaldoelpunt tegen OH Leuven meegerekend zit hij al aan 77 stuks in België. Het liefst neemt hij de doelman van buiten de rechthoek onder vuur. 'Ik zou nog vaker op doel moeten trappen', bekent hij. 'Als je naar Match of the Day kijkt, heb je de indruk dat er in Engeland veel meer gescoord wordt vanop grote afstand. Maar in België krijg je gewoon geen ruimte om aan te leggen. Vind maar eens het gaatje tussen twee linies van vier spelers.' 'Over het algemeen is er trouwens té weinig respect voor doelpuntenmakers. Ik hoor vaak: die spits kan niet meevoetballen. Maar waar draait het om? De bal over de lijn krijgen, toch? Ik neem het voorbeeld van Renaud Emond. Geen stilist, maar scoort hij er dit seizoen opnieuw meer dan tien, dan heeft hij gewoon talent. Punt. Spelers die een circusnummer opvoeren met de bal, dat is leuk om naar te kijken, maar het is het rendement dat telt.' En toch is scoren geen obsessie voor Gorius. 'Na een wedstrijd onthoud ik vooral hoeveel ballen ik verloren heb. Tijdens mijn opleiding werd ik gedrild om zo weinig mogelijk ballen te verspelen. Als je de bal hebt, moet je geen energie verspillen om die te recupereren.' In zijn laatste seizoen bij Brussels wordt de toekomst van Gorius bijna letterlijk aan flarden getrapt door toenmalige KV Mechelenmiddenvelder Kevin Geudens. 'Hij miste de bal en ging met zijn volle gewicht op mijn geslachtsdelen staan. De diagnose was zwaar: een afgescheurd scrotum en twaalf hechtingen. De chirurg die alles moest dichtnaaien had in zijn veertigjarige carrière nog nooit zo'n verwonding gezien. Even heb ik gevreesd dat ik geen kinderen zou kunnen krijgen, maar ik werd snel gerustgesteld door de dokters. Eigenlijk heb ik een patent op bizarre blessures: twee neusbreuken, een gebroken jukbeen, hechtingen aan de achillespees... (zucht) Letsels die maar weinig voorkomen in het voetbal. 'Ik heb al veel moeten incasseren, maar zelf deel ik weinig uit. Ruw spelen is één ding, met de ellebogen zwaaien is van een andere orde. Ik heb mezelf meestal goed onder controle en dat is een van de redenen waarom ik nog nooit een rode kaart pakte. Mijn imago van ideale schoonzoon en mijn blanco strafblad spelen natuurlijk ook mee. Ik heb al gele kaarten gekregen waarvan ik achteraf dacht: oei, dat moest rood zijn. Refs houden gemakkelijker hun kaarten op zak wanneer ze zien dat het maar Gorius is.' Aangezien Brussels in gebreke blijft met het betalen van de groepsverzekering mag Gorius gratis naar KV Mechelen vertrekken. Ook Cheikhou Kouyaté maakt van dat achterpoortje gebruik om naar Anderlecht te verkassen. 'Uiteraard wilde ik dat Brussels iets aan mijn transfer overhield, maar Vermeersch was te gulzig. Geen enkele club zou over de brug komen met een half miljoen euro. Ik kon geen kant meer uit en daarom hebben mijn advocaat en ik het spel hard gespeeld. 'Mijn relatie met Vermeersch was nochtans opperbest. Veel spelers hadden moeite met zijn explosieve karakter. Vemeersch, dat was te veel passie en te weinig rede. Hij zei dingen zonder nadenken en dat heeft hem veel kwaad berokkend. Zijn impulsiviteit is legendarisch. Ik herinner mij een bekerwedstrijd tegen OHL, dat toen nog in tweede klasse speelde, waarin we 1-0 achterstonden. Tijdens de rust heeft Vermeersch onze sporttassen in het rond gekieperd en in geen tijd was heel de kleedkamer omgeploegd. Niemand gaf een kik. Maar we hebben die wedstrijd toch verloren.' Gorius is allesbehalve een prijzenpakker. In dertien jaar profvoetbal won de box-to-box één schamele beker met Genk in 2013. De Champions League kent hij ook maar van tv. 'De verloren bekerfinale met KV Mechelen tegen Genk blijft de grootste ontgoocheling uit mijn carrière. Wat als mijn schot binnengaat en niet tegen de paal strandt? Toch mag ik niet klagen. Ik heb zeven jaar bij Brussels en KV Mechelen gespeeld, twee ploegen die hoogstens de subtop ambieerden. Als je jaren aan een stuk bij Anderlecht hebt gezeten en maar één trofee hebt gewonnen, dán mag je van een mislukking spreken.' Ondanks het hobbelige parcours van de voorbije jaren blijft Genk volgens Gorius een van de toonaangevende clubs in België. 'Op basis van het palmares van de laatste twintig jaar - drie titels en vier bekers - is Genk nog steeds superieur aan Gent. Ik geef grif toe dat Gent aan een inhaalbeweging bezig is, maar op dit moment staat Genk een aantal treden hoger.' Trainer Marc Brys ziet na het vertrek van Joachim Mununga in Gorius de nieuwe leider van de Mechelse kleedkamer. 'Je kunt op drie manieren aanvoerder worden: door een grote mond op te zetten, onberispelijk gedrag te vertonen of de beste speler van de ploeg te zijn. Ik hou het midden tussen de laatste twee categorieën. Bij KV dwong ik respect af met mijn doelpunten en prestaties op het veld. 'Bij Genk zijn Buffel, De Camargo en Köteles de leiders. Zij moeten dit jonge Genk wegwijs maken. Met de hand op het hart kan ik zeggen dat Genk geen moeilijke kleedkamer heeft. Iedereen heeft recht op een kleine misstap, ook Pelé en Okriasjvili. Vorig seizoen hebben we als groep gefaald. De relatie met de supporters was daardoor moeilijk. Het publiek heeft het recht om zijn ongenoegen te uiten, maar op een gegeven moment moet je de spelers ook de hand reiken.' Ondanks fel aandringen van Standard en Gent tekent Gorius tegen alle verwachtingen in een verbeterd contract van vijf jaar bij Malinwa. 'Het bestuur heeft toen een enorme inspanning gedaan voor mij. Er werd zelfs gezegd dat ik de best betaalde speler in de geschiedenis van de club was. Uiteindelijk was het een win-winsituatie voor de twee partijen: in mijn nieuwe contract hebben we de oorspronkelijke opstapclausule laten vallen. Met voorzitter Johan Timmermans had ik wel een mondeling akkoord gesloten dat hij mij niets in de weg zou leggen mocht een grote club zich aanbieden. Dat ik een jaar later naar Genk vertrok? Dat was ingecalculeerd. Oké, op die manier devalueer je de waarde van een contract, maar je kunt mij bezwaarlijk een huursoldaat noemen. Je hebt spelers die elk seizoen van club wisselen. Ik ben mijn werkgever minstens drie seizoenen trouw gebleven.' De Ligue 1 lonkt en toch verkiest Gorius een uitdaging in de Cristal Arena. 'Het was Genk, Monaco of een club uit de Verenigde Arabische Emiraten. Toen ik bij Genk tekende, was het eerste dat door mijn hoofd spookte: heb ik het niveau om in Europa te spelen? Ik dacht helemaal niet aan de zware erfenis die Kevin De Bruyne had achtergelaten. Ik wilde geen kopie zijn van hem. 'Na elf jaar in België ben ik wel stilaan toe aan een nieuwe uitdaging. Het mag ook een club in Rusland of het Midden-Oosten zijn. Het einde van mijn carrière nadert en ik wil de toekomst van mijn familie veiligstellen. Maar dat zijn zorgen voor over een aantal maanden. Ik lig nog een jaar onder contract in Genk, met een optie op een extra seizoen als ik een bepaald aantal basisplaatsen heb gehaald. In mijn keuzes heb ik mij altijd laten leiden door mijn intuïtie en dat zal deze keer niet anders zijn.' Tegen OHL vierde Gorius zijn treffer door met duim en wijsvinger de L te vormen, een verwijzing naar zijn dochter Lena. 'Normaal mist ze geen enkele wedstrijd, maar vorig weekend was ze ziek. Veel begrijpt ze nog niet hoor. Ze kijkt vooral rond en luistert aandachtig naar de reacties van het publiek. 'En of het vaderschap mij veranderd heeft! Maar in tegenstelling tot veel voetballers ben ik niet van plan om de voornaam van mijn dochter op mijn arm te laten tatoeëren. Sociale media zoals Twitter, Facebook of Instagram zeggen mij ook niets. Ik sta op mijn privéleven: wat ik gegeten heb of hoelang ik geslapen heb, gaat niemand aan. 'Blingbling is ook niet aan mij besteed. Ik ben grootgebracht in Lotharingen, een regio waar fabrieken deel uitmaken van het landschap. Ik kom zelf uit een arbeidersgezin. Mijn vader werkt nog altijd in de bouwsector. Arbeid, bescheidenheid en volharding: dat zijn de waarden waarmee ik ben opgegroeid en die ik wil meegeven aan mijn kinderen.' Nieuwbakken Genktrainer Peter Maes en Gorius werkten eerder al twee jaar samen bij KV Mechelen. Voor Gorius is de werkwijze van de 51-jarige Limburger een open boek. 'Waarom zou hij veranderen als zijn methode aanslaat? Ik ga niet akkoord met mensen die zeggen dat Maes geen compromissen kan sluiten. Hij staat wel degelijk open voor dialoog, op voorwaarde dat je inspanningen levert. In mijn eerste weken bij Mechelen liep hij constant naar mij te brullen. Ik voelde mij net een robot die hem gehoorzaamde elke keer als hij een knop indrukte op de afstandsbediening. Maes zoekt de limieten van elke speler op om de reactie te zien. Ik heb hem vlakaf gezegd dat ik mij daar niet goed bij voelde en hij heeft daar rekening mee gehouden. 'Ik kon het ook goed vinden met Alex McLeish en die appreciatie was wederzijds. Mocht hij bij zijn toekomstige club ooit een middenvelder nodig hebben, dan zal hij zeker aan mij denken. Een betere motivator dan McLeish zul je niet gauw vinden. Vóór zijn komst zat er geen bezieling in de groep. Vanaf dag één heeft hij ons veel vertrouwen gegeven. De nadruk lag op zelfdiscipline. De spelers moesten zichzelf managen.' ?DOOR ALAIN ELIASY - FOTO BELGAIMAGE - VIRGINIE LEFOUR'Het publiek heeft het recht om zijn ongenoegen te uiten, maar op een gegeven moment moet je de spelers ook de hand reiken.' JULIEN GORIUS