Jef Jurion was tussen 1953 en 1968 het boegbeeld van Anderlecht. Met zijn subtiele techniek en haast ongeëvenaarde tactische inzicht bezielde de gebrilde middenvelder het spel van de Brusselse club. De frêle Jurion compenseerde veel door zijn vermogen een actie vooruit te denken. Hij was leep en regisseerde niet alleen op, maar ook naast het veld. Tijdens een Europese verplaatsing tikte hij ooit voor een peulschil een aantal straatlantaarns op de kop om die op de terugreis te verkopen voor een forse prijs.
...

Jef Jurion was tussen 1953 en 1968 het boegbeeld van Anderlecht. Met zijn subtiele techniek en haast ongeëvenaarde tactische inzicht bezielde de gebrilde middenvelder het spel van de Brusselse club. De frêle Jurion compenseerde veel door zijn vermogen een actie vooruit te denken. Hij was leep en regisseerde niet alleen op, maar ook naast het veld. Tijdens een Europese verplaatsing tikte hij ooit voor een peulschil een aantal straatlantaarns op de kop om die op de terugreis te verkopen voor een forse prijs. Maar Jef Jurion had ook een donkere kant: hij werd het prototype van de ritselende voetballer genoemd. Rond hem hing een geur van corruptie en omkoping. Jurion had de reputatie dat hij alles kon regelen. Tijdens het seizoen 1975/76 was hij trainer van La Louvière. Die passage bleef niet onopgemerkt: door zijn omkooppraktijken moest de Waalse club uit eerste klasse degraderen. Jef Jurion was van vele markten thuis. In de jaren tachtig beheerde hij het restaurant Auberge du Chevalier in Beersel. Op 23 december 1982 werd José Vanden Eynde, de 72-jarige huisbewaarder, er gefolterd en vermoord, op een huiveringwekkend gruwelijke manier: voor Vanden Eynde werd geëxecuteerd, bonden de overvallers hem met zigeunerknopen kruiselings aan de stijlen van zijn bed. Ze timmerden op zijn hoofd en duwden op zijn borst brandende sigaretten uit. Vervolgens werden er acht kogels op hem afgevuurd. Van Vanden Eynde was bekend dat hij banden had met extreemrechtse milieus rond Léon Degrelle. Hij was het tweede slachtoffer van de Bende van Nijvel. In de Auberge vertelde de vlotte, charismatische Jurion, onder het genot van een glas champagne, ook graag sterke verhalen. Te vaak, zou blijken. Nadat het een en ander tot bij de BOB van Halle was doorgesijpeld, werd er een huiszoeking gedaan bij Jurion. Naast zijn telefoontoestel werd een boekje gevonden, onder meer met een niet-ingeschreven commissie van 100.000 frank (2500 euro) die Jurion medio 1982 had getoucheerd bij de transfer van Alex Czerniatynski van Antwerp naar Anderlecht. Dat dergelijke bedragen in het zwart werden betaald, was toen net zo goed een gewoonte dan dat transferbedragen gedeeltelijk niet werden aangegeven. De clubs verschuilden zich achter de fiscale druk op hoge inkomens en pasten allerhande kunstgrepen toe. Guy Bellemans, die het onderzoek naar de moord op Vanden Eynde leidde, dacht dat Jurion de draaischijf was van een zwartgeldcircuit. Dat bleek niet te kloppen. Er werden nog niet-aangegeven commissies opgediept, maar die hadden te maken met de verkoop van appartementen van Jurion, die op dat moment in de bouwwereld actief was. Intussen was het onderzoek echter begonnen. Onderzoeksrechter Bellemans, die algauw de bijnaam 'sheriff' kreeg, beet zich vast in de zaak en kamde de voetbalwereld uit. Zijn naam staat sindsdien gegrift in het collectieve voetbalgeheugen. Bellemans belandde in de achterkamers van het voetbal en wat hij daar ontdekte, was niet fraai. In zijn niet-aflatende zoektocht naar zwart geld botste hij in februari 1984 op een van de grootste omkoopzaken uit de geschiedenis van het Belgische voetbal. Voor de bijna twee jaar eerder, in mei 1982, gespeelde wedstrijd Standard-Waterschei hadden de Luikse spelers hun winstpremie van 30.000 frank (750 euro) afgestaan aan die van de tegenpartij. De Limburgse club deed het vervolgens rustig aan en na een 3-1-zege werd Standard landskampioen. De zaak zorgde voor een schokgolf in het voetbal. De verontwaardiging nam gigantische proporties aan. Maar zoals dat zo vaak gaat, verschuilden de beschuldigden zich aanvankelijk achter een web van leugens. In een parallelle boekhouding van Standard had Bellemans een bedrag van 670.000 frank aangetroffen, bestemd voor 'une fête à Waterschei'. De machtige Luikse voorzitter Roger Petit had op aanraden van de toenmalige trainer Raymond Goethals die som gegeven om de spelers van Waterschei te vragen Standard de wedstrijd te laten winnen. Petit, die de club als een patriarch bestuurde en als extreem gierig gold, had zich daartoe laten vermurwen door de zenuwachtigheid van Goethals, die nog nooit in zijn carrière kampioen was geworden. Bovendien wilde de trainer zijn spelers sparen omdat die drie dagen later de finale van de Europacup voor Bekerwinnaars moesten spelen tegen Barcelona. Goethals, die voor directe achtervolger Anderlecht had gewerkt, vreesde dat de Brusselaars in de gegeven omstandigheden de Waterscheispelers zouden aanmoedigen om Standard van de titel te houden. 'Als wij het niet doen, dan Anderlecht wel', herhaalde hij constant. De spelers werden er gek van. Uiteindelijk kon Goethals aanvoerder Erik Gerets overhalen om de hele deal op te zetten en contact te zoeken met zijn dorpsgenoot en vriend Roland Janssen, die bij Waterschei voetbalde. Op 28 februari 1984 bereidde de Belgische nationale ploeg zich voor op een vriendschappelijke wedstrijd tegen West-Duitsland. De sfeer was uitgelaten. Tot plots de BOB opdook en Gerets meenam voor ondervraging. Meteen werd alarm geslagen. Bondsvoorzitter Louis Wouters sprak onomwonden van misbruik van de rechterlijke macht. Wouters, zelf een advocaat, zei dat hij eraan dacht zijn zwarte toga rood te schilderen, het rood van de schaamte. Hij verkeerde in de veronderstelling dat het om een onderzoek naar zwart geld ging. Dertien uur lang werd Gerets, die toentertijd voor AC Milan speelde, op de rooster gelegd. Uiteindelijk gaf hij de omkoping toe. Ook zijn ploegmaats raakten betrokken in de zaak. Michel Preud'homme, Gerard Plessers, Walter Meeuws, Guy Vandersmissen, Theo Poel en Simon Tahamata, ze werden allemaal verhoord, ze gingen allemaal door de knieën. Alleen Nederlander Arie Haan, die toen in Hongkong voetbalde, ontsprong de dans. Tot op vandaag zegt hij dat hij van niets op de hoogte was. Het was vreemd hoe de media op de zaak reageerden. Terwijl gerechtscommentatoren de affaire opbliezen, deden voetbalspecialisten hun best om Gerets voor te stellen als slachtoffer, als koerier van aanstokers Goethals en Petit. Omdat omkoperij tussen burgers in België niet strafbaar is, was het de controlecommissie van de Belgische voetbalbond die uiteindelijk moest sanctioneren. In een laatste wanhoopspoging probeerden de Standardspelers nog hun vel te redden. Ze vertelden dat ze de tijdens de receptie die op de titel volgde het idee kregen om hun winstpremie van 30.000 frank aan de spelers van Waterschei af te staan, uit dankbaarheid voor het sportieve verloop van de wedstrijd. Geen mens die dat geloofde. Vragen waren er ook over het bedrag van 670.000 frank. Daarvan ging 420.000 frank naar veertien spelers van Waterschei, maar niemand die wist waarvoor de resterende 250.000 frank bestemd was. Het gros van de Standardspelers werd voor negen maanden geschorst, Erik Gerets kreeg één jaar, net zoals Roland Janssen van Waterschei. De meesten konden wel aan de slag in het buitenland. Goethals werd eerst levenslang en in beroep voor twee jaar geschorst. Hij vluchtte naar het Portugese Guimaraes. Medio 1987 kwam hij terug naar België en ging hij aan de slag bij Anderlecht. In 1993 leidde Goethals het Franse Olympique Marseille naar winst in de Europacup voor Landskampioenen. Ook die club kwam op een gegeven moment in een omkoopzaak terecht. Voorzitter Bernard Tapie nam alles op zich. Goethals bleef buiten schot. Ook na zijn carrière zou Goethals, die op 6 december 2005 overleed, nooit meer tot die schuldbekentenis komen waarop vele Standardspelers zaten te wachten. In een zeldzaam moment dat hij er toch over wilde praten, noemde Goethals de hele affaire 'veel bazaar voor niets'. In het vooruitzicht van de Europese finale tegen Barcelona had hij de voetbalbond gewoon gevraagd om de wedstrijd tegen Waterschei uit te stellen. Toen dat werd geweigerd, zou er Waterschei zijn gevraagd om wat kalmer te spelen. Op een leugen meer of minder werd in deze zaak niet gekeken. De affaire Standard-Waterschei kwam aan het licht door Guy Bellemans' speurtocht naar een zwartgeldcircuit in het Belgische voetbal. Antwerpvoorzitter Eddy Wauters, topman van de toenmalige Kredietbank, zat op verdenking van fiscale fraude zelfs in voorarrest en Anderlechtbaas Constant Vanden Stock werd vijf nachten lang ondervraagd. De club kon niet ontkennen dat er wel degelijk een zwarte kas bestond. Het was een kaakslag voor Vanden Stock, die verbitterd vaststelde dat politici die de eretribune bezetten als een zwerm mussen uiteenstoven toen Bellemans met de zaak uitpakte. De hele affaire kostte Anderlecht uiteindelijk 40 miljoen frank. De club trof een regeling met de fiscus en zette zo zijn ex-spelers uit de wind. Vanden Stock kroop in de rol van martelaar. Dat uitgerekend een monument als Jef Jurion aan de basis lag van de ontdekking van het zwartgeldcircuit griefde hem in hoge mate. Veel later, in 1997, zou Vanden Stock nog eens in opspraak komen omdat hij in een Europese wedstrijd tussen Anderlecht en Nottingham Forest een scheidsrechter had omgekocht, ook al sprak de Anderlechtvoorzitter over een lening. Hij werd daarover afgeperst door mensen uit de Antwerpse onderwereld. Het ging hier overigens om een wedstrijd uit dat vervloekte jaar 1984. De feiten deden zich voor twee maanden nadat Bellemans bij Anderlecht was opgedoken en de zaak-Standard-Waterschei was losgebarsten. Het toont dat er ook toen echt geen normen bestonden en de schaamteloosheid regeerde. Een illusie was het toen te denken dat de voetbalsport van dat soort uitwassen zou bevrijd worden. Zoals nu volop blijkt.