Vorige week had Kristof De Saedeleer (24) chocolade mee toen hij het advocatenkantoor Van Landuyt & Partnersbetrad. Hij begon er aan zijn eerste stagedag. De Saedeleer wil er zich onder leiding van advocaat Johnny Maeschalck bekwamen in het sportrecht, en zal in juni ook zijn specialisatie milieurecht voltooien. Het was Walter Mortelmans, zijn zaakwaarnemer, die hem suggereerde om bij Maeschalck stage te lopen. Voor hij het goed en wel besefte, had hij de specialist zelf aan de lijn.
...

Vorige week had Kristof De Saedeleer (24) chocolade mee toen hij het advocatenkantoor Van Landuyt & Partnersbetrad. Hij begon er aan zijn eerste stagedag. De Saedeleer wil er zich onder leiding van advocaat Johnny Maeschalck bekwamen in het sportrecht, en zal in juni ook zijn specialisatie milieurecht voltooien. Het was Walter Mortelmans, zijn zaakwaarnemer, die hem suggereerde om bij Maeschalck stage te lopen. Voor hij het goed en wel besefte, had hij de specialist zelf aan de lijn. Precies een jaar geleden begon zijn belangstelling voor het sportrecht stilaan te groeien. Toen hij als speler het faillissement van Eendracht Aalst meemaakte, ervoer De Saedeleer hoe wankel de reglementen en wetteksten ter zake waren en hoe moeilijk het is om antwoorden te vinden op concrete vragen waar vooral de spelers in zulke situaties mee zitten. In de weken na de vereffening deed hij naar eigen zeggen meer praktijkervaring op dan in zijn hele studietijd samen. Als student in de rechten werd hij bij Eendracht overstelpt met vragen van vooral de buitenlandse spelers, die daarop geen antwoord vonden bij de reeds overbelaste vereffenaars.Eén jaar later komt het voetbal niet meer op de eerste plaats in zijn leven. Ook al staat hij met tweedeklasser FC Denderleeuw niet afkerig van een mogelijke promotie naar eerste klasse via de eindronde, toch koos De Saedeleer na ruim tachtig wedstrijden in de hoogste afdeling voor een andere weg op maatschappelijk vlak. Bij Denderleeuw vond hij overigens tal van ex-ploegmaats van bij Aalst terug. Sommige Aalstenaars dwongen dankzij het failliet dan wel een lonende transfer af, er zijn ook jonge spelers die de keerzijde meemaakten, zoals Karel Verhulst en Koen Van der Heyden die wegzakten in de anonimiteit van vierde klasse. Zelf besloot De Saedeleer een test die hem bij de Nederlandse eredivisieclub NEC Nijmegen werd aangeboden, af te wimpelen. Bij Aalst had hij immers geleerd dat bijna geen enkele test uiteindelijk ook resulteerde in een contract. Bovendien haspelde hij in juni aan de universiteit van Gent ook zijn eindexamens als licentiaat in de rechten af, waardoor hij de laatste twee competitiematchen met Aalst niet meespeelde. Rijk is Kristof De Saedeleer niet geworden bij Eendracht Aalst. Dat hanteerde voor zijn jongere spelers én de buitenlanders een cascadesysteem, waarbij ze meer verdienden naarmate ze meer wedstrijden in het eerste elftal speelden, al lagen die bedragen niet zo hoog. Het was, zegt hij, echt niet zo dat de gemiddelde speler bij Aalst vorig seizoen veel meer dan 2000 euro per maand verdiende."Misschien," geeft hij toe, "zou ik een andere keuze gemaakt hebben als ik een makkelijk scorende spits was geweest." Maar als modale eersteklassespeler, die door omstandigheden als keeper debuteerde en later via de spitspositie en de plek van verdedigende middenvelder op de linkerflank terechtkwam, hoewel hij van kinds af rechtsvoetig is, haalde de rede het van de droom. Zelfkennis, weet hij, is nog altijd het begin van alle wijsheid. In de jeugdreeksen hoorde hij tot de beteren van zijn generatie, maar nationale selecties waren aan hem niet besteed. "Beter maakte ik mezelf dus niets wijs."Van toen hij elf was tot vorig jaar doorliep De Saedeleer bij Eendracht Aalst alle nationale jeugdploegen tot het eerste elftal toe, waar ooit nog zijn vader als doelman aantrad. Nooit verzaakte hij daarbij aan zijn studies om alles op het voetbal te zetten. Na zijn humaniora koos hij op zijn achttiende voor een vijf jaar durende rechtenstudie in Gent. Precies in vijf jaar rondde hij die af, na slechts één tweede zittijd. Dat topsport en studies niet samengaan, ontkracht hij als een fabeltje. "Het is," zegt hij, "vaak een goedkoop excuus van spelers die alles op het voetbal zetten en niet gemotiveerd zijn om van hun studies iets te maken."Moeilijk ligt de combinatie vooral in studierichtingen waar studenten aan stages en praktijklessen gebonden zijn, zoals geneeskunde en tandheelkunde. Maar bij theoretische richtingen waarin het volstaat zich op gepaste tijden in de boeken en de cursussen te verdiepen, zoals rechten en criminologie, kan voetbal op een zeker niveau wél samengaan. Het enige wat De Saedeleer zegt te hebben gemist, was een écht studentenleven, maar daar bleef geen tijd meer voor. Dat mensen van buiten het voetbal hem schouderklopjes geven omdat hij sport en studie combineerde, bezorgt hem wel eens een ongemakkelijk gevoel. "Alsof ik een wonder heb volbracht. Maar dat deed ik niet. Iemand als Peter Van Petegem die in één week twee klassiekers wint, verdient veel meer bewondering." In zijn voordeel werkte ook dat de club zich soepel opstelde voor spelers die studies en voetbal combineerden. De Saedeleer groeide bij Aalst op in een succesvolle generatie die bij de Uefa's kampioen werd, ondanks het feit dat de meesten tegelijk flink studeerden. Was hij de enige student geweest, hij had misschien meer tegenkanting gekregen. De macht van het getal en de belabberde financiële situatie van Aalst deden het anders uitdraaien. Meer zelfs : het kwam de club góéd uit dat een aantal jonge spelers studeerden en ondertussen thuis bleven wonen in plaats van dat ze van het voetbal een gezin moesten onderhouden. Alleen in het eerste profjaar van De Saedeleer meende trainer Barry Hulshuff dat de combinatie in het nadeel van de speler kon uitvallen. Huslhoff was niet van plan een uitzondering te maken voor een speler die af en toe een training oversloeg ten opzichte van iemand die in zijn ogen helemaal voor het voetbal leefde. "Later stimuleerde assistent-trainer Chris Van Puyvelde de keuze om verder te studeren. Als ik al eens een training miste, werd daar geen punt van gemaakt, evenmin als bij Reigel, Thiebaut of Kestens." Eigenlijk wil Kristof De Saedeleer niet klagen over Aalst. Tot de vereffening werd zijn loon altijd normaal gestort. Dat lag, doordat het steeg naarmate het aantal wedstrijden in het eerste elftal toenam, een stuk hoger dan het wettelijke minimumloon - maar nu ook weer niet zo hoog dat het om het dubbele zou gaan.Van Aalst heeft hij enkel nog de bijdragen voor het pensioenfonds te goed. Zonder persoonlijke smart kan hij nu de verhalen vertellen over hoe vorig jaar na een training de nummerplaten van de huurauto's afgeschroefd waren, waardoor iedereen zelf maar thuis moest zien te geraken. Of hoe de Joegoslaaf Mrvaljevic zo verontwaardigd was, dat hij na het seizoen met zijn huurauto naar zijn thuisland reed en hem niet meer terugbracht. Er zijn de verhalen over de spelers die wegens te weinig jaren profvoetbal in de benen niet in aanmerking kwamen voor een werkloosheidsuitkering, waarna iemand uit het clubbestuur dan maar opperde dat ze naar het OCMW moesten gaan. Over de buitenlandse collega's ook, die als gezinshoofd plots geen inkomen meer hadden en uit hun appartement dreigden te worden gezet. Allemaal problemen waarvoor een gemiddelde Belgische speler makkelijk terecht kon bij ouders, familie, vrienden of vriendin, die hem wél een slaapplaats, een maaltijd, wat zakgeld of een lift aanboden. Samen met de andere spelers van Aalst die bij de spelersvakbond Sporta aangesloten waren, stelde De Saedeleer de vroegere beheerders van Eendracht Aalst hoofdelijk aansprakelijk voor de achterstallige betalingen. Niet dat hij kwaad is op ex-voorzitter Luc Coppens, want die zorgde er uiteindelijk nog voor dat de achterstallige huur van een speler die met uitwijzing uit zijn appartement bedreigd werd, gauw betaald werd. "Als ik hem morgen op straat tegenkom," zegt de advocaat in spe, "krijgt hij zeker een hand én een vriendelijke goeiedag van mij. Weet je, Coppens ként mij van kleins af. Als hij door die dagvaarding morgen geen slaapplaats meer heeft, kan hij bij mij altijd op een bed en een maaltijd rekenen." En op juridisch advies ?door Geert Foutré'Dat topsport en studies niet zouden samengaan, is een goedkoop excuus van wie niet gemotiveerd is.'